Over (de grenzen van) citizen science

Steeds meer burgers doen zelf metingen om de luchtkwaliteit in hun buurt of stad in de gaten te houden. De meesten van hen hebben geen wetenschappelijke hypotheses of onderzoeksvragen geformuleerd en zijn niet ingevoerd in wetenschappelijke literatuur. Het zijn gewone onbetaalde burgers die gegevens genereren op basis van crowd sourcing.

Natuurlijk is er een verschil tussen meetmethodes ontwikkelen, data vergelijken en conclusies eruit kunnen trekken en louter data verzamelen. Maar toch zijn enthousiaste citizen scientists onmisbaar voor het grote plaatje: hun kracht ligt in hun aantallen en in de grote hoeveelheid gegevens die zij verzamelen, wat fouten van individuen verwaarloosbaar maakt. Het internet heeft ervoor gezorgd dat het delen van informatie en het zichtbaar maken ervan op kaarten steeds makkelijker is geworden. Ook is er meer low-cost meetapparatuur beschikbaar gekomen.

Citizen science kan bovendien helpen burgers te betrekken bij maatschappelijke problemen, zoals bijvoorbeeld luchtverontreiniging, en helderheid verschaffen over hoe dat hun dagelijks leven beïnvloedt. Burgers betrekken bij wat er met hun gegevens wordt gedaan kan ervoor zorgen dat zij langdurig voor projecten ingezet kunnen worden. Het RIVM nodigt dan ook regelmatig mensen uit voor symposia over dit onderwerp.

Voor bepaalde soorten van wetenschappelijk onderzoek zijn grote aantallen data aangeleverd door een leger van ‘werkmieren’ gewoonweg onmisbaar. Vaak gaat het om langdurige en repetitieve handelingen, die tóch niet door instrumenten kunnen worden gedaan.

Een probleem kan zijn dat sommige amateur-meters zich aanmelden voor projecten om persoonlijke of politieke redenen. Zij zijn bijvoorbeeld tegen gaswinning en willen de schadelijke effecten daarvan aantonen en juist díe gegevens verzamelen die dat ondersteunen. Dat kan meetgegevens ‘vervuilen’. Voordat de gegevens van citizen scientists worden gebruikt, moet men ervan verzekerd zijn dat ze objectief zijn.

Ook op het gebied van de uitstoot van open haarden, houtkachels, vuurkorven etc. worden metingen gedaan door burgers. Meestal is dit voortgekomen uit de overlast die zij in hun directe leefomgeving ondervinden en waarvoor zij van hun gemeente geen steun krijgen. De regelgeving op dit punt is ook volkomen ontoereikend.

Burgermetingen kunnen ertoe leiden dat houtrookoverlast hoger op de politieke agenda komt te staan, vooral omdat de overheid zelf geen gerichte metingen uitvoert.

De overheid weet momenteel niet exact hoe hoog de uitstoot van houtkachels in woonwijken is. Zij heeft hiervoor nog nooit professionele apparatuur ingezet, wat merkwaardig is, omdat de uitstoot van verkeer en industrie wél gemonitord wordt. Meetpunten van het RIVM in de bebouwde omgeving staan bijna allemaal op parkeerterreinen, tussen hoogbouw, bij kantoren, ziekenhuizen en pal aan de rand van grote groenstroken en parken. Nooit midden in een woonwijk, zodat lokale vaak zeer hoge houtrookemissies niet meegenomen worden. Eventuele overschrijdingen van de fijnstofnormen gedurende meerdere uren worden bij het presenteren van de cijfers vervolgens (ten onrechte) uitgesmeerd over een etmaal, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld geluidhinder.

Helaas hebben de meetgegevens verzameld door amateurs geen enkele wettelijke status. Het RIVM heeft weliswaar een website in het leven geroepen met betrekking tot samen-meten-aan-luchtkwaliteit, maar houdt ook een slag om de arm:

Voor toetsing aan wettelijke normen zijn goedkope sensoren voorlopig (= jaren) niet geschikt.

Eén van de redenen daarvoor is dat houtrook voor een belangrijk deel bestaat uit ultrafijnstof, en dat kan door eenvoudige sensoren niet gemeten worden. Ultrafijnstof is het bestanddeel van fijnstof met de allerkleinste afmeting: kleiner dan 0,1 micrometer (µm) ofwel 100 nanometer (nm). Dit wordt beschouwd als één van de gevaarlijkste componenten in houtrook. Ook bij een hoge relatieve luchtvochtigheid presteren goedkope sensoren minder goed.

Er is dus alle aanleiding dat er naast burgermetingen door onze overheid zélf metingen gedaan worden met meer geavanceerde apparatuur!

Eén van de aanbevelingen van het Platform Houtrook en Gezondheid, dat ijvert voor het voorkomen/verminderen van houtrookoverlast in woonwijken, is dan ook het ontwikkelen van een meetmethode om onaanvaardbare (geur)overlast en gezondheidsschade objectief vast te kunnen stellen, en zo bijbehorende regelgeving en handhaving mogelijk te maken. Dit belooft helaas een langdurig proces te worden, dus tot het zover is zijn de inspanningen van citizen scientists meer dan welkom!

Over de schrijver