Tag

milieu

Update 07-01-2019: Overlast door houtrook al in 321 woonplaatsen in Nederland!

Inmiddels zijn er al uit 321 woonplaatsen/gemeenten in Nederland klachten over de gevolgen van het stoken met hout. Kijk hieronder of uw woonplaats er ook bij staat. Is dat niet het geval: meld het ons via info@houtrookvrij.nl

  1. Aa en Hunze
  2. Aalten
  3. Alblasserdam
  4. Alkmaar
  5. Almelo
  6. Almere
  7. Alphen aan den Rijn
  8. Amersfoort
  9. Amstelveen
  10. Amsterdam
  11. Apeldoorn
  12. Arnhem
  13. Assen
  14. Axel
  15. Baarlo
  16. Baarn
  17. Baflo
  18. Bakel
  19. Barger-Compascuum
  20. Beilen
  21. Bemmel
  22. Bennekom
  23. Berg en Dal
  24. Bergeijk
  25. Bergen, Siebengewald
  26. Berghem
  27. Bergschenhoek
  28. Best
  29. Beverwijk
  30. Breezand
  31. Bilthoven
  32. Bladel
  33. Blaricum
  34. Bleiswijk
  35. Bleskensgraaf
  36. Bloemendaal
  37. Borculo
  38. Borne
  39. Borsele
  40. Boskoop
  41. Boxmeer
  42. Boxtel
  43. Brandwijk (Braank)
  44. Breda
  45. Breukelen
  46. Brielle
  47. Bronckhorst
  48. Brunssum
  49. Budel
  50. Bunnik
  51. Burgakker
  52. Burgh-Haamstede
  53. Bussum
  54. Coevorden
  55. Cromstrijen
  56. Cothen
  57. Culemborg
  58. Dalfsen
  59. De Bildt
  60. Delft
  61. Delfzijl
  62. Den Burg
  63. Den Haag
  64. Deurne
  65. Diemen
  66. (Oud)Dieren
  67. Diever
  68. Diepenveen
  69. Dinkelland
  70. Dodewaard
  71. Doenrade
  72. Doetinchem
  73. Dongen
  74. Dordrecht
  75. Drachten
  76. Drechterland
  77. Dreischor
  78. Dreumel
  79. Drijber
  80. Dronten
  81. Dwingeloo
  82. Echt-Susteren
  83. Ede
  84. Eemnes
  85. Eersel
  86. Eindhoven
  87. Ellewoutsdijk
  88. Elst
  89. Emmeloord
  90. Emmen
  91. Enkhuizen
  92. Enschede
  93. Erica
  94. Ermelo
  95. Etten – Leur
  96. Garyp
  97. Gasteren
  98. Geldermalsen
  99. Gemert
  100. Gennep
  101. Giessenburg
  102. Gorssel
  103. Gouda
  104. Goutum
  105. Grafhorst
  106. s’ Gravenpolder
  107. Groesbeek
  108. Groningen
  109. Grootegast
  110. Gulpen – Wittem
  111. Haamstede
  112. Haarlem
  113. Haarzuilens
  114. Haghorst
  115. ’t Harde
  116. Hardegarijp
  117. Hardewijk
  118. Hardinxveld
  119. Harfsen
  120. Harlingen
  121. Havelte
  122. Havelterberg
  123. Heemskerk
  124. Heemstede
  125. Heerenhoek-‘s
  126. Heerenveen
  127. Heerhugowaard
  128. Heerlen
  129. Heeze
  130. Heinenoord
  131. Heinkenszand
  132. Hellevoetsluis
  133. Helmond
  134. Hendrik-Ido_Ambacht
  135. Hengelo (Ov en Gld)
  136. Herten
  137. Hertogenbosch ‘s
  138. Heusden
  139. Hillegom
  140. Hilversum
  141. Hoevelaken
  142. Hollandse Rading
  143. Holwerd
  144. Hoofddorp
  145. Hoogeveen
  146. Hoogezand
  147. Hooghalen
  148. Hoogland
  149. Hoogvliet
  150. Hoorn
  151. Horst aan de Maas
  152. Houten
  153. Huizen (NH)
  154. IJhorst
  155. Kaatsheuvel
  156. Kampen
  157. Katwijk aan Zee
  158. Koekange
  159. Koggenland
  160. Koudekerke
  161. Lage Zwaluwe
  162. Landsmeer
  163. leersum
  164. Leeuwarden
  165. Leiden
  166. Lelystad
  167. Leusden
  168. Lichtenvoorde
  169. Lisse
  170. Lochem/Epse
  171. Loenen aan de Vecht
  172. Loosdrecht
  173. Loppersum
  174. Lunetten
  175. Lunteren
  176. Maarssen
  177. Maarssenbroek
  178. Maasbommel
  179. Maasdriel
  180. Maasland
  181. Malden
  182. Meliskerke
  183. Menterwolde
  184. Meppel
  185. Merkelbeek
  186. Middelstum
  187. Middenbeemster
  188. Midden Delfland
  189. Middenveld
  190. Milsbeek
  191. Montferland
  192. Monster
  193. Muiden
  194. Naarden
  195. Nagele
  196. Nieuw Bergen
  197. Nieuw Vennep
  198. Nieuwegein
  199. Nieuwe Scheemda
  200. Nieuwerkerk a/d ijssel
  201. Nieuwkoop
  202. Nieuwleusen
  203. Nijkerkerveen
  204. Nijmegen
  205. Noord-Beveland
  206. Noordwijk
  207. Nuenen
  208. Nuth
  209. Oirschot
  210. Oldeholtpade
  211. Oldenzaal
  212. Olst
  213. Ommen
  214. Oosterbeek
  215. Oosterhesselen
  216. Oosterhout
  217. Ooststellingwerf
  218. Opsterland
  219. Oranjewoud
  220. Oss
  221. Ottoland
  222. Oude IJsselstreek
  223. Oudeschild
  224. Paterswolde
  225. Pijnacker
  226. Purmerend
  227. Puth
  228. Putten
  229. Puttershoek
  230. Raalte
  231. Renkum
  232. Rheden
  233. Ridderkerk
  234. Riel
  235. Rijen
  236. Reijmerstok
  237. Rijswijk
  238. Roermond
  239. Rolde
  240. Roosendaal
  241. Rosmalen
  242. Rotterdam
  243. Rottum
  244. Rozenburg
  245. Sappemeer
  246. Schagen
  247. Schoorl
  248. Simonshaven
  249. Sittard-Geleen
  250. Slochteren
  251. Sluis/Aardenburg
  252. Smallingerland
  253. Smilde
  254. Snakkerburen
  255. Sneek
  256. Soest
  257. Son en Breugel
  258. Staphorst
  259. St. Oedenrode
  260. St. Hubert
  261. Steenwijk
  262. Stolwijk
  263. Susteren
  264. Texel
  265. Tilburg
  266. Tuitjenhorn
  267. Uden
  268. Uitgeest
  269. Ursem
  270. Utrecht
  271. Utrechtse Heuvelrug
  272. Valthermond
  273. Varsselder
  274. Veenendaal
  275. Veenoord
  276. Velsen
  277. Vierhouten
  278. Vlaardingen
  279. Vledder
  280. Vlijmen
  281. Vlissingen
  282. Voorburg
  283. Voorthuizen
  284. Vught
  285. Vuren
  286. Waalre
  287. Wageningen
  288. Wapenveld
  289. Wapserveen
  290. Warmenhuizen
  291. Warnsveld
  292. Wassenaar
  293. Wateringen
  294. Weert
  295. Weesp
  296. Wergea
  297. Westervoort
  298. Wieringerwaard
  299. Wijchen
  300. Wijhe
  301. Wijk bij Duurstede
  302. Wijk en Aalburg
  303. Winsum
  304. Winterswijk
  305. Wirdum (Friesland)
  306. Woerden
  307. Wolvega
  308. Wommels
  309. Woudsend
  310. Zaandam
  311. Zandt ‘t
  312. Zeerijp
  313. Zeewolde
  314. Zeist
  315. Zierikzee
  316. Zoetermeer
  317. Zuid-Beijerland
  318. Zuidvelde
  319. Zutphen
  320. Zweelo
  321. Zwolle

Ventilatie versus houtrookvervuiling

Hoe is het mogelijk, dat bij het belang van ventilatie op een ondergeschikt probleem als vervuiling door ‘luchtverfrissers’ wordt gewezen, terwijl er een enorme blinde vlek is voor de meer dan één miljoen houtkachels (en ontelbare barbecues, vuurkorven, etc.) in ons land!

1413690_28311779Op 2 december 2016 verscheen op de website van het Lente-akkoord een artikel over het belang van goede ventilatie: VENTILATIE TUSSEN DE OREN KRIJGEN.

Binnen de ZEN (Zeer Energiezuinige Nieuwbouw, een onderdeel van het Lente-akkoord) zijn al diverse bijeenkomsten geweest over het thema ventilatie. De deelnemers werken bij ISSO (Instituut voor Studie en Stimulering van Onderzoek op het gebied van gebouwinstallaties), VLA (Vereniging Leveranciers van Luchttechnische Apparaten), Ingenieursbureau Nieman (voor duurzaam bouwen), Milieu Centraal, VACpunt Wonen (kennis- en adviescentrum voor de gebruikskwaliteit van woning en woonomgeving), het Ministerie van BZK en RVO Nederland.

Doel van deze bijeenkomsten is om het bewustzijn te verhogen bij woonconsumenten, zodat ze weten waarom het belangrijk is om de (steeds vaker goed geïsoleerde) woning te ventileren.

In bijna 70 procent van de woningvoorraad is in het geheel geen ventilatiesysteem aanwezig (je kunt alleen de ramen openzetten), de overige 30 procent heeft mechanische ventilatie of balansventilatie.

Bij de professionals (leveranciers van apparatuur en installateurs) is de kennis hierover allerminst eenduidig. Voor woonconsumenten is binnenlucht tot nog toe een onzichtbaar probleem, dat niet met gezondheid wordt geassocieerd. Het Lente-akkoord wil hier verandering in brengen en huurders en kopers van het belang van een goed geventileerde woning doordringen.

Volgens de deelnemers aan het Lente-akkoord levert ventilatie de woonconsument veel op: een betere gezondheid, betere nachtrust, en dientengevolge meer energie en minder ziekteverzuim. Gezonde lucht wordt een primaire levensbehoefte genoemd, net als gezond voedsel en goed water.

Een verschijnsel dat haaks staat op ventilatie is kennelijk nog niet tot de deelnemers van deze themabijeenkomsten doorgedrongen: het stijgend aantal houtkachels en andere houtgestookte installaties in onze dichtbevolkte woonwijken.

Men wijst op de aanwezigheid van fijnstof binnenshuis: “de zeer kleine deeltjes die vrijkomen bij bakken en braden, het branden van kaarsen, stofzuigen, en de schadelijke emissies uit bouwmaterialen, meubels en vloerbedekking.” Op meer dan 95 procent van de plekken in Nederland zou de buitenlucht schoner zijn dan de binnenlucht, de resterende 5 procent lijdt onder fijnstof van verkeer en industrie.

Pardon? Hier wordt toch een aspect over het hoofd gezien. In de meeste Nederlandse woonwijken is aanwezigheid van fijnstof en schadelijke en kankerverwekkende stoffen uit houtkachels en open haarden in de buitenlucht een dagelijkse realiteit, waardoor bewoners ramen en deuren gesloten moeten houden en soms zelfs hun ventilatiesysteem afzetten, omdat de lucht die daardoor aangezogen wordt allerminst gezond en fris is. Een primaire levensbehoefte, volgens het Lente-akkoord, maar één waartoe zij geen toegang hebben. Als zij hebben gebakken en gebraden, zijn de houtkachels in de buurt alweer opgestookt en kunnen zij kiezen uit vervuilde lucht binnen of vervuilde lucht buiten. Pas na een uur of één ’s nachts is de zaak weer enigszins ‘opgeklaard’ en kan er geventileerd worden. Al bijna een kwart van de huishoudens stookt een houtkachel of open haard, waarvan het gebruik de fase van incidentele sfeerverwarming allang is gepasseerd. Behalve het buiten- en binnenklimaat van omwonenden bederven deze stokers ook hun eigen binnenklimaat, niet in de laatste plaats doordat ze zelf meer moeten ventileren.

Hoe is het mogelijk, dat bij het belang van ventilatie op een ondergeschikt probleem als vervuiling door ‘luchtverfrissers’ wordt gewezen, terwijl er een enorme blinde vlek is voor de meer dan één miljoen houtkachels (en ontelbare barbecues, vuurkorven, etc.) in ons land!

In 2013 bood de Gezondheidsraad de publicatie ‘Een gezond binnenmilieu in de toekomst’ aan het Ministerie van I&M aan. Ze vestigt de aandacht op verschillende ontwikkelingen die de komende jaren van belang zullen zijn voor de binnenmilieukwaliteit. Verbranding van vaste brandstoffen, zoals hout in een open haard of houtkachel, kan volgens de Gezondheidsraad zorgen voor hogere concentraties fijnstof en koolmonoxide, maar “na de intrede van centrale verwarming is de open haard minder gebruikelijk geworden in Nederland”. De open haard is inderdaad minder gebruikelijk geworden, alleen niet ten gunste van de gasgestookte CV, maar van de hout- en pelletkachel! Hoe langer hoe meer mensen stappen over op hout als energiebron, omdat het gezellig is, goedkoop, en last but not least gesubsidieerd! De aanschaf van een CV op pellets wordt zelfs aangemoedigd. Over de schadelijke rookgassen van notabene puntbronnen in dichtbebouwde woonwijken wordt niet gesproken, want hout is zogenaamd hernieuwbaar en duurzaam.

Op de website van het Lente-akkoord geeft men er blijk van de schade door fijnstof maar al te goed te kennen. Het effect van PM2.5 en kleiner wordt beschreven als “tien keer erger dan meeroken en honderd keer erger dan het beruchte koolmonoxide”. Het gebrek aan ventilatie is “een sluipmoordenaar die stilletjes tal van gezondheidsklachten veroorzaakt”. De effecten hebben ook een economische impact: verloren levensjaren, ziektekosten en arbeidsverzuim. Ongezonde, slecht geventileerde binnenlucht in het Nederlandse woningbestand zou bijna 4 miljard euro per jaar kosten. Daarom moet ventileren 24 uur per dag, en daarbij is “een open slaapkamerraam ’s nachts prettig en geen probleem”.

Waarom is er geen oog voor de duizenden Nederlanders die de hele winter alles potdicht houden en zelfs afplakken, omdat de buitenlucht is verziekt door ongezonde en overbodige houtstook? Talloze binnen- en buitenlandse rapporten bevestigen de gezondheidsschade door houtrook, maar in Nederland ontbreekt regelgeving hieromtrent. Staatssecretaris Dijksma bagatelliseert houtrookoverlast tot een ‘lokale kwestie’ die maar in overleg met buren moet worden opgelost. Wel beloofde zij al een jaar geleden (!) een voorlichtingsfilm, metingen en een app, maar hierover is niets meer vernomen. Recentelijk berichtten diverse kranten en televisieprogramma’s over deze problematiek waarmee steeds meer burgers kampen. GGD’s en gemeentes geven toe dat het aan voorlichting en wetgeving ontbreekt.

Burgers mogen dus geen kennis hebben van ventilatie, maar ventilatiedeskundigen hebben geen kennis van de problemen van burgers!

Naar verluidt weten actieve en bewuste consumenten de webpagina’s van het informatiepunt ventilatie goed te vinden. Wij hopen dat ze deze ook weten te vinden voor hun klachten over houtrookoverlast.

Wanneer burgers gehoor vinden bij de partijen die zich sterk maken voor duurzaam bouwen en wonen kunnen zij wellicht in de toekomst ook weer eens met dat open slaapkamerraam slapen.

Luchtvervuiling door houtverbranding.

Nieuw rapport relativeert de bijdrage van biomassa aan duurzaam energiebeleid!

Nieuw rapport relativeert de bijdrage van biomassa aan duurzaam energiebeleid!

De Europese Commissie heeft aangekondigd dat er vóór het eind van 2016 een nieuwe beleidslijn zal worden uitgezet met betrekking tot de inzet van biomassa voor energieopwekking. Het ziet er naar uit dat er binnen de Europese Unie meer erkenning komt voor de negatieve kanten van biomassa.

Elf organisaties uit Europa en Amerika, alle werkzaam op het gebied van milieu en klimaat, hebben onlangs (september 2016) in opdracht van de EU een rapport gepubliceerd met aanbevelingen voor wat huns inziens een duurzame inzet van biomassa is. Waar komen hun adviezen op neer:

rapport-biomassa-deelnemers

  • het aandeel van biomassa in de energiedoelstellingen van 2030 beperken en terugbrengen tot een werkelijk duurzaam niveau
  • biomassa alleen gebruiken wanneer gegarandeerd kan worden dat dit CO2-emissies bespaart
  • CO2-emissies op een realistische(r) manier berekenen
  • biomassa alleen inzetten op de meest efficiënte manier
  • hout/afvalstromen die op een andere manier hun nut kunnen bewijzen (cascadering) niet inzetten voor energieopwekking
  • het gebruik van reststromen uit land- en bosbouw beperken
  • geen biomassa winnen in beschermde gebieden of gebieden met een grote biodiversiteit, geen gebruik maken van landbouwgewassen, stammen dikker dan 10 cm, of woekergewassen
  • geen vervuiling produceren bij de winning van biomassa
  • zorg dragen dat de lokale voedselvoorziening niet lijdt onder de winning van biomassa
  • bij de productie van biomassa mensenrechten, arbeidsomstandigheden en landeigendomsrechten beter waarborgen
  • biobrandstof uit voedsel en energiegewassen uitfaseren
  • eisen stellen aan de opbrengst van installaties die bio-energie of biobrandstof produceren: een rendement van 85% voor huishoudelijke en commerciële toepassingen en van 70% voor industriële toepassingen.

In de praktijk komt het er op neer dat de inzet van biomassa voor energie zal moeten worden beperkt tot residuen, bijprodukten en afvalstromen die geen ander nut meer hebben.

Biomassa is niet altijd een alternatief voor fossiel

Olie, gas en kolen zijn op hun retour en veel van wat er nog in de grond zit zal daar waarschijnlijk blijven zitten, nu wereldwijd is ingezet op een koolstofarmere economie. Landen die niet meegaan in het terugdringen van de CO2-uitstoot kunnen op termijn wellicht zelfs rechtszaken en claims tegemoet zien wegens vermeend klimaatmisbruik. Nederland streeft ernaar in 2050 een koolstofarmere economie te hebben, met 80-95% minder uitstoot van broeikasgassen.

Nu het doek langzaam valt voor de fossiele brandstoffen, worden alternatieven gezocht in energie uit wind, zon, grondwater/aardbodem en uit biomassa.

Zonne-energie en windenergie onttrekken hun vermogen aan onuitputtelijke natuurlijke bronnen, en veroorzaken daarbij geen emissies. Maar natuurlijk moeten bij de beoordeling van een toepassing ook de positieve én negatieve milieu-effecten van het productieproces, het transport, de installatie, het gebruik, de levensduur en de ontmanteling (recycling) becijferd en gewogen worden. De beste benadering is immers die waarin ‘het hele leven’ van een toepassing wordt doorgelicht.

Aan de productie van zonnepanelen komen energie en grondstoffen te pas die niet altijd duurzaam zijn opgewekt. Toch is voor de gebruikelijke types zonnepanelen aangetoond dat ze ten opzichte van fossiele brandstoffen een duidelijke positieve bijdrage leveren aan het milieu: met niet-duurzame energiebronnen wordt nl. 50 keer meer CO2 per kilowattuur uitgestoten.

Windenergie heeft ook zijn keerzijde: de winning van een belangrijk bestanddeel van moderne windmolens, het metaal neodymium, zorgt voor enorme vervuiling in China. Dat betekent niet dat een schonere winning van neodymium niet mogelijk is, of dat neodymium op termijn niet zou kunnen worden vervangen door een beter alternatief. Producten zijn tenslotte pas echt schoon als ze van begin tot eind met respect voor mens en milieu gemaakt zijn. Dat geldt vooralsnog dus niet voor windmolens, ook al veroorzaken ze ter plekke geen schadelijke uitstoot.

Warmte-koudeopslag is ook een alternatief voor fossiele brandstof. Dit is een methode om energie in de vorm van warmte of koude op te slaan in de bodem. In de zomer gebruikt men het koele grondwater om gebouwen te koelen, het opgewarmde water slaat men op in de bodem totdat het in de winter wordt gebruikt om gebouwen te verwarmen. Hiervoor wordt een zogenaamde warmtepomp op de bron aangesloten. In de praktijk zijn met deze techniek besparingen van 95% op koeling en 40-50% op verwarming mogelijk.

Geothermie of aardwarmte maakt geen gebruik van grondwater, maar wint energie door gebruik te maken van het temperatuurverschil tussen het aardoppervlak en diep in de aarde gelegen warmtereservoirs. Aardwarmte kan zowel direct gebruikt worden om te verwarmen en te koelen, als voor de opwekking van elektrische stroom.

Energie uit biomassa wordt vaak in één adem genoemd met bovengenoemde methoden. Maar biomassa geeft wél schadelijke emissies, net als fossiele brandstoffen, en is geen onuitputtelijke bron. De veronderstelling dat het opwekken van energie uit biomassa CO2-neutraal zou zijn, berust op een enorme misvatting, die moedwillig in stand wordt gehouden.

Wanneer een boom wordt verbrand komt de door de boom tijdens zijn leven opgenomen CO2 terug in de atmosfeer. Het aanplanten van een nieuwe boom zorgt ervoor dat die CO2 uiteindelijk weer wordt opgenomen. Maar het kan wel 60 jaar duren voor die nieuwe boom even ver is uitgegroeid als de gekapte boom. Ook verdwijnt met het omhakken van een boom onmiddellijk zijn capaciteit om CO2 te absorberen. Dus zelfs als we elke gekapte boom direct vervangen duurt het tientallen jaren voor we onze ‘koolstofschuld’ hebben ingelost. Er is geen actief beleid om CO2-opslag te optimaliseren d.m.v. bosaanleg, bosbehoud, bosherstel en duurzame houtvoorziening. Niet elk bos is bovendien gelijk waar het de CO2-opname betreft. En bossen zijn niet louter CO2-depots, maar ecosystemen met allerlei andere belangrijke functies, zoals het reinigen van water, het reguleren van regenval en temperatuur en het verschaffen van veiligheid en onderdak voor mens en dier. Om klimaatverandering te voorkomen moeten de emissies van broeikasgassen drastisch worden teruggebracht. Maar bomen zijn niet de magische oplossing voor dat probleem en geen vrijbrief om op dezelfde voet door te kunnen gaan.

Bomenkap voor de productie van pellets

Wanneer een land als Engeland – één van de grootste importeurs van biomassa – zijn koolstofschuld zou willen compenseren, zou er elk jaar een bos ter grootte van Devon en Cornwall moeten worden aangeplant. Dit is natuurlijk onmogelijk, dus de aanplant van die megaplantages zou elders moeten plaatsvinden. Andere landen zouden dan hun grond moeten aanwenden om de ecologische voetafdruk van het rijke Westen te compenseren. Dat is immoreel en de kans is groot dat dit leidt tot een nieuw soort kolonialisme.

Er zijn grenzen aan de hoeveelheid biomassa die kan worden geproduceerd zonder schade aan te richten aan het klimaat, de biodiversiteit of de voedselvoorziening.

Het Energieakkoord van de SER streeft ernaar om in 2020 in Nederland bijna twee keer zoveel biomassa te gebruiken als in 2010 ter vervanging van fossiele grondstoffen. Voor 2050 wil men 1600 petajoule uit biomassa opwekken (100 petajoule staat gelijk aan het jaarlijks energieverbruik van zo’n 1,5 miljoen huishoudens).

Nederland kan zelf maar in 200 petajoule voorzien, dus moet er biomassa worden geïmporteerd. De EU heeft breed ingezet op biomassa, dus er zullen méér landen zijn die biomassa willen importeren, en dat zal de vraag en de prijs beïnvloeden.

De schattingen over hoeveel biomassa er mondiaal in potentie beschikbaar is, lopen sterk uiteen. Lang niet alle biomassa kan duurzaam worden geproduceerd en lang niet alle biomassa leidt per saldo tot minder uitstoot van CO2. Maar uit sommige reststromen en afval is meer te halen dan nu gebeurt. Daar komt bij dat hout geen erg efficiënte brandstof is. Anders gezegd: het verstoken van hout levert per geproduceerde kilowattuur elektriciteit meer CO2 op (pessimistische schattingen zeggen zelfs 40% meer) dan wanneer je aardgas, aardolie of zelfs steenkool zou gebruiken. Dat heeft te maken met de ‘energiedichtheid’ en de samenstelling van de brandstof.

Die (mogelijk schaarse) écht duurzaam geproduceerde biomassa kan dan het beste worden ingezet bij toepassingen waarvoor geen schone alternatieven zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor zwaar transport, vliegtuigen of groen gas in het gasnet. Vergassing en geavanceerde vormen van fermentatie en vergisting zijn daarvoor opties.

Het Europese beleid om over te schakelen van kolen op houtpellets uit de VS is aan veel kritiek onderhevig. De grote vraag naar houtpellets leidt daar namelijk tot ontbossing. Zo staat er in North Carolina een enorme pelletfabriek, het paradepaardje van pelletproducent Enviva. Hout (niet alleen afvalhout, maar ook hele bomen!) wordt hier vermalen en onder hoge temperaturen tot pellets geperst. Die gaan op transport naar de haven van Chesapeake aan de oostkust, waar Enviva een immense op- en overslaginstallatie heeft staan die de Europese groene energiehonger moet helpen stillen. Wanneer de pellets op de plaats van bestemming aankomen hebben ze dus al heel wat (fossiele) energie verbruikt, en dan zijn ze nog niet eens (met vette subsidie) verbrand.

Enviva is de grootste maar zeker niet de enige pelletproducent. Het aantal pelletproducerende ondernemingen in de US is in een paar jaar enorm gegroeid, en de motor daarvan is de EU. Tussen 2012 en 2013 verdubbelde de pelletexport tot 3,5 miljoen ton (voor elke ton gedroogde pellets is twee maal zoveel ‘vers hout’ nodig!). De verwachting is dat bij ongewijzigd beleid de export in 2020 verveelvoudigd zal zijn. Veel Amerikaans bos is helaas in particuliere handen en wordt niet door overheidsmaatregelen beschermd.

foto3-rapport-biomassa

Grafiek pellet export: https://issuu.com/dogwoodalliance/docs/2016_full_final_annual_report_issuu

foto-4-rapport-biomassa

kaart pellet plants: http://www.indexjournal.com/news/Activists–industry-at-odds-over-wood-pellet-plant-17746513

Jaarlijks verdwijnt wereldwijd 13 miljoen hectare bos. Ontbossing is onlosmakelijk verbonden met klimaatverandering: maar liefst 18% van de CO2-uitstoot is te wijten aan ontbossing. Boskap is daarmee de op één na grootste bron van broeikasgasemissies die door de mens worden veroorzaakt.

Het valt te hopen dat de EU in de nieuwe beleidslijn de adviezen van de milieu-organisaties zal overnemen en dat biomassa eindelijk een reële plaats krijgt in de energietransitie.

Lees hier het hele (Engelstalige) rapport: A NEW EU SUSTAINABLE BIOENERGY POLICY

Zie ook het filmpje van New Scientist

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waar kan ik op vakantie gaan in Nederland?

heldere lucht

Het valt tegenwoordig niet mee om je aan de houtrook van buren te onttrekken. Dat is op vakantieparken al niet anders. Vrije tijd, ontspanning en gezelligheid lijken ook op vakantieparken hand in hand te moeten gaan met het stoken van houtkachels en haardvuren.
Regelmatig ontvangen wij dan ook vragen naar houtrookvrije locaties, is het niet om permanent te wonen (sommige houtrookgedupeerden zouden gráág verhuizen!), dan wel om vakantie te kunnen vieren. Wij hebben daarom een kleine inventarisatie gedaan van houtrookvrije vakantieparken.
De onderstaande lijst is gebaseerd op informatie van de vakantieparken zelf, en is niet door ons geverifieerd. Sommige organisaties, zoals Landal, noemen hun park b.v. al houtrookvrij als 90% van de huisjes geen houtkachel heeft. Het verdient dus aanbeveling om, als u één van de onderstaande parken op het oog heeft, altijd nog even expliciet hierover door te vragen.

Houtrookvrije vakantieparken

Landal GreenParks:

  • Landal Ameland State Nes
  • Landal Reevallis Vijlen Limburg (speciale COPD-bungalow aanwezig)
  • Landal Domein De Schatberg Sevenum
  • Landal De Veluwse Hoevegaerde Putten
  • Landal West Terschelling (NB aan de rand van een woonwijk waar wel houtkachels gebruikt worden)
  • Landal Waterparc Veluwemeer Biddinghuizen

Roompot Vakantieparken:

  • De Katjeskelder Oosterhout
  • Noordzee Residence Cadzand-Bad
  • Duynhille Ouddorp
  • Residence Klein Vink Arcen
  • Buitenhof Domburg
  • Hof Domburg

RCN Vakantieparken:

  • RCN De Potten Offingawier (bij Sneekermeer)

DroomParken:

  • DroomPark Molengroet Noord-Scharwoude
  • DroomPark Spaarnwoude Halfweg

Vakantiepark De Eeke in Schoonoord
Vakantiepark De Lourenshoeve in Den Ham

Niet boeken bij:
Sunparks, EuroParks en Centerparcs (alle parken hebben huisjes met open haarden)
Hogenboom Vakantieparken en Succesparken (zij willen geen info verstrekken)

Kent u uit eigen ervaring parken of campings zonder houtrookoverlast, laat het ons weten, dan kunnen we deze lijst nog uitbreiden!
Stuur uw mail naar: info@houtrookvrij.nl

Het Longfonds adviseert: Verwarm je huis bewust en niet met hout!

In de brochure van het Longfonds: Gezonde lucht, wat kan ik doen? wordt aandacht besteed aan de bewustwording rond het inademen van schadelijke stoffen.

longfonds vuile lucht maakt ziek

Wat adem ik precies in? Hoe ongezond is dat? En wat doe ik zelf om gezonde lucht in te ademen?
Het is belangrijk om te weten wat je inademt. En wat er gebeurt met ons lichaam als we fijnstof, roet en ozon inademen. Dat je ziek kan worden door wat je inademt en zelfs dood kunt gaan, dat beseft bijna niemand.
Luchtvervuiling bestaat uit een mengsel van stoffen, zoals fijnstof, stikstofdioxide, roet en ozon.
Fijnstof bestaat uit een complex mengsel van deeltjes afkomstig van verschillende bronnen. Roet wordt uitgestoten bij verbranding, bijvoorbeeld door verkeer en houtkachels. Roet is het onderdeel van fijnstof, dat de meeste invloed heeft op de gezondheid. De belangrijkste bronnen van luchtvervuiling zijn verkeer, industrie, intensieve veehouderij, scheepvaart én particuliere houtstook.

De belangrijkste manier waarop luchtverontreiniging het lichaam binnenkomt, is via de longen. Fijnstof kleiner dan 10 micrometer (PM10) bestaat uit deeltjes van verschillende grootte en samenstelling. Ultrafijnstof en roet zijn het meest schadelijk voor de gezondheid. Deze dringen het makkelijkst door tot diep in de longen, blijven daar zitten en richten schade aan. Dit is een gevaar voor gezonde en ongezonde longen. Ultrafijnstof kan ook in de bloedbaan terechtkomen waardoor je gevaar loopt op hart- en vaatziekten. Gevoelige groepen zoals longpatiënten, maar ook hart- en vaatpatiënten, kinderen en ouderen worden als eerste ziek van luchtvervuiling.

longfonds verwarm je huis niet met hout longfonds ozon fijnstof logo

 

Vieze lucht veroorzaakt:

  • Longziekten zoals astma, COPD en longkanker
  • Hart- en vaatziekten zoals hartinfarct, vaatvernauwing en bloedstolsels
  • Bij zwangerschap grotere kans op lager geboortegewicht en vroeggeboorte
  • 4.600 spoed-ziekenhuisopnames per jaar
  • 4.000 doden per jaar

Gemiddeld leveren we in Nederland 13 maanden van onze levensverwachting in door luchtvervuiling. Voor wie naast een snelweg woont loopt dat gemiddelde op tot 3 jaar. De lucht die we inademen is niet altijd gezond. Veel mensen denken dat het niet zo erg is, maar de lucht in Nederland behoort tot de meest vervuilde van Europa.

De luchtkwaliteitseisen in Nederland zijn gebaseerd op de Europese normen. Ook als we overal voldoen aan de huidige normen voor luchtvervuiling, is de lucht verre van gezond. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vindt dat de huidige concentratienormen voor fijnstof minimaal met de helft moeten worden verlaagd: minder uitstoot dus door verkeer, industrie, landbouw, huishoudens en andere bronnen. Onderzoekers adviseren om roet als indicator voor de lokale luchtkwaliteit te gebruiken. Door de hoeveelheid roet langs een drukke weg te meten, of in een woonwijk, wordt duidelijk hoeveel luchtvervuiling wordt uitgestoten.

Vieze lucht kun je voorkomen:

  • Pak de fiets
  • Werk meer thuis
  • Vergader via de telefoon
  • Kies een schone (deel)auto of scooter
  • Verwarm je huis bewust en niet met hout

Door te kiezen voor schoon vervoer, bijvoorbeeld de (elektrische) fiets, hybride of elektrische auto beperk je de uitstoot van vieze lucht. Ook meer thuiswerken en vergaderen via de telefoon draagt hieraan bij omdat je dan de auto laat staan.
De rook van houtkachels, open haarden, barbecues en vuurkorven is ongezond. Nederland telde in 2011 al bijna een miljoen kachels en open haarden en dit aantal is sindsdien toegenomen, omdat houtstoken goedkoop is en ten onrechte een duurzaam imago heeft. Het CBS berekende dat in Nederland 10% van de bevolking hinder ondervindt door houtrook. Het RIVM neemt aan dat fijnstof uit houtrook even schadelijk is voor de gezondheid als fijnstof afkomstig van verkeer.

In de brochure van het Longfonds: Gezonde lucht, wat kan ik doen? komen diverse mensen aan het woord: deskundigen op het gebied van luchtverontreiniging, beleidsmakers en natuurlijk mensen met een longaandoening. Behalve aan de rol van het verkeer wordt aandacht geschonken aan luchtverontreiniging door houtstoken. Een paar citaten:

Michael Rutgers, directeur van het Longfonds:
Niemand wil dat zijn longen ziek worden door de lucht die hij inademt. We kunnen allemaal besparen op onze fijnstofuitstoot. We moeten simpelweg de lucht schoner maken door minder te vervuilen. Als individu kunnen we veel doen: lopend de kinderen naar school brengen, met de fiets boodschappen doen, met de trein naar het werk, vergaderen per telefoon en geen hout stoken in en om het huis.

Bert Brunekreef, hoogleraar milieu-epidemiologie:
Fijnstof staat als doodsoorzaak hoger op de ranglijst dan verkeersongevallen en het lijkt alsof we ons daar drukker om maken.

Harriët Tiemens, wethouder Nijmegen:
Een ander probleem is de toename van houtgestookte kachels. Steeds meer mensen hebben een houtkachel, of een vuurkorf in de tuin. Dat is reuze gezellig, maar funest voor de luchtkwaliteit. Vooral mensen met een longziekte hebben hier heel veel last van. Dit beperken is alleen een heel chagrijnige maatregel. Mensen hebben het gevoel dat je hun plezier afpakt. Toch moet er wel iets aan gedaan worden. Schone lucht is te belangrijk, iedereen zal zijn bijdrage moeten leveren.

Els ten Napel, astmapatient, verhuisde van Amsterdam naar Texel:
Sinds ik hier woon, ben ik in een week meer buiten dan in Amsterdam in een heel jaar. Ik wandel en fiets zoveel mogelijk om conditie op te bouwen. Hoewel de lucht hier echt een stuk schoner is, heb ik de pech dat veel mensen in mijn buurt een houtkachel hebben. En zomers steekt iedereen de barbecue aan. Ik snap het wel en vind het zelfs best lekker ruiken, maar ik heb er veel last van. Het wordt hoog tijd dat daar duidelijk regelgeving voor komt.

Is uw interesse gewekt en wilt u het hele boekje lezen?
U kunt het bestellen. Klik op de link.

Rapport GGD Noord Nederland Onderzoek naar meten fijn stof

logo ggd groningenggd drentheggd friesland

Uit Bron: Overlast door houtrook; onderzoek naar het meten van fijn stof als hulpmiddel bij het beoordelen van klachten over houtstook.

Houtrook in de woonomgeving veroorzaakt veel klachten. De stokers zijn het op veel locaties met de klagers niet eens over de ernst van het probleem. Over de beoordeling hebben ook overheden en rechters geen duidelijkheid. In de verkennende studie naar overlast van houtrook is onderzocht hoe
bruikbaar eenvoudige en betaalbare op de markt verkrijgbare meetapparaten zijn in het geval van klachten over houtrook van buren. Daartoe zijn een Atal IAQ PM2.5 en een Dylos DC 1700 aangeschaft. Beide apparaten zijn bedoeld om de fractie PM2.5 in fijn stof te meten. Het onderzoek bestond uit metingen van fijn stof (PM2.5), kortdurend (Atal) en gedurende een week (Dylos) in een open raam of onder een afdakje van het huis van klagers. De klagers hielden ook een logboek bij van de mate van overlast, zowel geurhinder als gezondheidsklachten. Ook hebben ze diverse vragenlijsten ingevuld.
Het onderzoek was gericht op de volgende vragen.
· Gaan hoge overlast-scores gepaard met hoge PM2.5-concentraties?
· Gaan hoge PM2.5-concentraties gepaard met hoge overlast-scores?
· Draagt het onderzochte gebruik van een Atal of Dylos PM2.5-meter bij aan een beter
onderscheid tussen acceptabele en niet-acceptabele situaties?

Media Uiting na het onderzoek:

Uitzending Radio 1 nav rapport GGD Noord Nederland 27 oktober 2015

 

 

De kwaliteit van de binnenlucht in huizen in de nabijheid van houtgestookte verwarmingsketels.

Foto Pixabay

Recentelijk publiceerde een organisatie voor milieu en gezondheid uit de Amerikaanse staat Connecticut (ENVIRONMENT & HUMAN HEALTH, INC. afgekort EHHI) een rapport over de gezondheidsrisico’s van externe houtgestookte verwarmingsketels. Deze studie is interessant, omdat onderzocht wordt wat de impact van houtrook is op nabijgelegen woningen, en vooral op de gezondheid van de bewoners. Gedurende 72 uur werd in de huizen nabij de vervuilingsbron het fijnstofniveau van PM2.5 and PM0.5 gemeten.

Het onderzoek is gericht op het type houtverbrander dat zich in een aparte schuur naast het huis bevindt. Deze bestaat uit een verbrandingskamer met daaromheen een mantel gevuld met water. Het water wordt verwarmd en door buizen naar het huis geleid voor verwarming. Het probleem met deze installaties is dat ze onvolledige verbranding hebben door een te lage verbrandingstemperatuur, en dientengevolge het milieu sterk vervuilen. `

Natuurlijk komt dit type verwarmingsketels nauwelijks of niet in Nederland voor. Maar het effect van een onvolledige verbranding is wel degelijk toe te passen op veel situaties in Nederland. Dit probleem komt hier erg vaak voor door het gebruik van onder andere te nat hout en omdat veel burgers gesmoord stoken.

Het onderzoek van de EHHI concentreert zich op de kwaliteit van de binnenlucht in een aantal huizen in de nabijheid van houtgestookte verwarmingsketels. Ter vergelijking meet EHHI ook de luchtkwaliteit in een aantal huizen die níet door houtrook worden gehinderd. Deze huizen dienen als controlegroep.

Centraal staat de vraag naar de veiligheid van mensen die een huis bewonen waarbinnen de houtrookgassen gedurende de blootstelling aan houtrook gestaag toenemen. Daarom was het noodzakelijk gedurende enkele dagen van uur tot uur de concentraties te meten.
De EHHI nam als vuistregel dat het gemiddelde huis er een uur over doet om de gehele binnenlucht te verversen. Na dat uur is de concentratie van houtrookgassen binnen ongeveer de helft van de concentratie buiten. Na verloop van zes tot negen uren zijn de concentraties binnen en buiten gelijk.

Als een huis eenmaal vervuild is met houtrook, kost het verscheidene uren om de vieze lucht weer helemaal kwijt te raken. Is de buitenlucht zuiver, dan duurt het een uur om de vervuiling tot de helft terug te brengen. Maar na drie tot vier uur is 10 procent van de vervuilde lucht nog steeds aanwezig. Bij windstil weer nemen de effecten van houtrook dramatisch toe, en kan de concentratie van schadelijke gassen en fijnstof verdubbelen tot een gevaarlijk niveau.

Het EHHI-rapport heeft aangetoond dat regelgeving met betrekking tot de afstand van de vervuilende bron (bijvoorbeeld 30 tot 60 meter, zoals in sommige Amerikaanse staten wordt aanbevolen) de gezondheid van de mensen in de getroffen huizen niet kan waarborgen. Gedurende het onderzoek was het niveau van de gevaarlijkste bestanddelen van houtrook, de fijnstofdeeltjes PM2.5 and PM0.5, voortdurend verhoogd.Het EHHI-onderzoek bestond uit fijnstofmetingen in vier huizen (A t/m D) op verschillende afstanden van de houtverbrandingsbron. De uitkomsten werden vergeleken met de ‘schone’ huizen uit de controlegroep, en met de luchtkwaliteitsnorm van de EPA (max. 35 microgram per m3).

  • In huis A – op ongeveer 250 meter van de houtbron – was de piekbelasting van PM2.5 zes maal dat van de controlegroep en vier maal de EPA-norm.
  • In huis B – op ongeveer 30 meter van de houtbron – was de piekbelasting van PM2.5 veertien maal dat van de controlegroep en negen maal de EPA-norm.
  • In huis C – op ongeveer 75 meter van de houtbron – was de piekbelasting van PM2.5 twaalf maal dat van de controlegroep en acht maal de EPA-norm.
  • In huis D – op ongeveer 35 meter van de houtbron – was de piekbelasting van PM2.5 acht maal dat van de controlegroep en zes maal de EPA-norm.

 

Ook de niveaus van fijnstof PM0.5 waren te hoog gedurende de metingen.
Een afstand van 30 tot 60 meter is dus veel te weinig om houtrook buiten te houden; zelfs de inwoners van huizen die 250 meter van de vervuilingsbron staan lopen grote gezondheidsrisico’s.


Het Amerikaanse agentschap voor milieubescherming, de EPA, heeft aangetoond dat van alle fijnstofdeeltjes PM2.5 en PM0.5 in houtrook het meeste voorkomen. PM2,5 en kleiner hebben het grootste negatieve effect op de menselijke gezondheid, omdat ze diep in de longen kunnen doordringen en daar schade kunnen aanrichten. Ze kunnen zelfs in de bloedbaan terechtkomen en zo hun gifstoffen in het lichaam verspreiden.

Hout wordt al sinds mensenheugenis als brandstof gebruikt. Daarom zou gemakkelijk het idee kunnen ontstaan dat dit onschuldig is. Het tegendeel is waar. Houtrook bevat veel (o.a. kankerverwekkende) bestanddelen die ook in sigarettenrook voorkomen, en daarvan kennen we inmiddels de schadelijke effecten. Om roken en meeroken tegen te gaan bestaat allerlei regelgeving, maar er zijn geen beperkende of beschermende maatregelen voor wie schade ondervindt van de houtrook van buren.

De fijnstofdeeltjes in houtrook zijn zo klein dat ze niet buiten de woning kunnen worden gehouden, zelfs niet als deze optimaal is geïsoleerd. Langdurige blootstelling kan bij gezonde mensen leiden tot een verminderde longfunctie, astma-aanvallen, hoofdpijnen, bijholteontsteking, bronchitis, longontsteking, hartklachten en kanker. Zelfs een korte blootstelling aan hoge concentraties fijnstof, van bijvoorbeeld twee uur, kan al nadelige gezondheidseffecten hebben.
Voor kwetsbare groepen, zoals mensen met astma of chronische luchtweg- en hartaandoeningen, kan zo’n korte blootstelling zelfs gevaarlijk zijn. Dit geldt ook voor kinderen en ouderen. Bij kinderen kan inademing van houtrook een gezonde ontwikkeling van de longen in de weg staan en luchtwegaandoeningen zoals COPD veroorzaken.

Houtrook is een complexe mengeling van chemische stoffen. Het bevat ongezonde hoeveelheden fijnstof, dioxine, koolmonoxide, stikstofdioxide, zwaveldioxide, zoutzuur en formaldehyde. Daarnaast heeft de Amerikaanse EPA (Environmental Protection Agency) in de houtrook uit de bovengenoemde externe houtgestookte verwarmingsketels methaan, benzeen, ammoniak, aceetaldehyde, fenol, naftaleen, cresolen, acroleïne, 1,3-butadieen, benzo[a]pyreen, kwik en furaan gevonden.

De gezondheidsschade die hieruit kan voortvloeien is afhankelijk van de hoeveelheid ingeademde houtrook en de samenstelling ervan. De bestanddelen in de houtrook afkomstig van een smeulend vuur zijn niet precies hetzelfde als die afkomstig van een ‘zuurstofrijk’ vuur. Fijnstofdeeltjes van 0.1 tot 5 micron zitten echter in álle houtrook, en door deze deeltjes te meten kan men een indicatie krijgen van de aanwezigheid van houtrook en de concentratie ervan, en dus ook van de daarmee samenhangende gezondheidsrisico’s.

Behalve dat houtrook dus de gezondheid van buren bedreigt, wordt tijdens de verbranding van hout meer CO2 uitgestoten dan bij de verbranding van olie, kolen of aardgas, hetgeen schadelijk is voor het klimaat. Het verdient daarom aanbeveling dat mensen zo min mogelijk hout stoken, en zeker niet op hout overschakelen als hoofdverwarmingsbron.
Het ligt – in Amerika zowel als Nederland – op de weg van beleidsmakers en gezondheidsorganisaties om hier meer voorlichting over te geven. Daarnaast moeten gemeentes en overheden beleidsmaatregelen en regelgeving ontwikkelen om de gezondheid van burgers te beschermen.(Red.)

Gezondheidseffecten van het verwarmen van woonhuizen met hout en kolen door WHO

Met dank aan een vrijwilligster van de stichting Houtrookvrij voor de vertaling van de relevante onderdelen van het rapport. In deze samenvatting is daar waar zinvol een relatie gelegd met de Nederlandse situatie.

whoBegin 2015 is er een rapport verschenen van de World Health Organisation (WHO) over de nadelige gezondheidseffecten van het verwarmen van woonhuizen met hout en kolen: Residential heating with wood and coal: health impacts and policy options in Europe and North-America.
Dit rapport concentreert zich op de situatie in Europa en Noord-Amerika, waar zich vele streken bevinden die voor verwarming van deze brandstoffen afhankelijk zijn. In Nederland is bijna niemand voor verwarming uitsluitend op hout of kolen aangewezen. Het kolentijdperk hebben we lang achter ons gelaten en bijna iedereen beschikt over schoon aardgas. Toch wordt ook in Nederland steeds meer hout gestookt, in open haarden, allesbranders en houtkachels. Dit is geen noodzaak, maar louter omdat het zo ‘gezellig’ is.

________________________________________

Het verwarmen van woonhuizen d.m.v. hout is een belangrijke bron van (buiten)luchtverontreiniging. Het kan ook aanzienlijke vervuiling binnenshuis veroorzaken, wanneer vervuilde buitenlucht binnendringt. Bij het verbranden van hout komen fijnstof en kankerverwekkende stoffen vrij. Er is inmiddels voldoende bewijsmateriaal om verwarming met hout in verband te brengen met gezondheidsproblemen zoals luchtwegaandoeningen en met vroegtijdige sterfte door hart- en vaatziekten.
Bij de bestrijding van luchtvervuiling wereldwijd moet volgens de WHO meer aandacht worden besteed aan de grote rol die hout en houtige biomassa hierin speelt, en het is van groot belang dat de kennis hierover zowel bij landelijke en lokale overheden als bij het grote publiek wordt verbreed.

In Midden-Europa, en dus ook in Nederland, worden hoge fijnstofwaarden aangetroffen, o.a. als gevolg van verwarming met vaste brandstoffen als hout en kolen, en vooral van fijnstofdeeltjes met een diameter van minder dan 2,5 micrometer (PM2.5). Schattingen gaan er van uit dat in Europa 61.000 mensen hierdoor voortijdig overlijden.

Een van de problemen bij het stoken op hout in woonhuizen, is het feit dat er gebruik wordt gemaakt van kleinschalige verbrandingstoestellen (de open haard wordt vanwege zijn zeer lage rendement door de WHO niet eens als serieuze verwarmingsbron gezien). Deze toestellen zijn niet in staat de hoge temperaturen te bereiken die volledige verbranding garanderen, waarbij alle koolstof wordt omgezet in CO2.
Het gevolg zijn schadelijke emissies, zoals fijnstof PM2.5, koolmonoxide (CO), roet (black carbon, draagt bij aan broeikaseffect), methaan (ook een broeikasgas), stikstofoxides, aldehydes en vluchtige organische stoffen. Op buurtniveau zorgt dit voor een piekbelasting, die meestal niet wordt gemeten en waar geen regelgeving voor bestaat, in tegenstelling tot de uitstoot van bv. verkeer, industrie of energiecentrales. Juist omdat het om woonbuurten gaat, is er een hoge kans dat veel mensen aan die verhoogde waarden worden blootgesteld, door hun eigen verbrandingstoestel (vervuiling van de binnenlucht) en/of dat van buren (binnendringen van vervuilde buitenlucht), vooral wanneer het koud en windstil weer is.

Toelichting van de bestanddelen in de uitstoot van particuliere verwarming met hout en kolen:
PM2.5: een van de belangrijkste vervuilende stoffen en een goede indicator voor het meten van de gezondheidsschade door de verbranding van vaste brandstoffen. Fijnstof is breed bestudeerd en de meeste maatregelen voor emissiereductie focussen op fijnstof.
BC ofwel black carbon ofwel roet: black carbon is een bestanddeel van PM2.5 en wordt gezien als ongunstig voor de gezondheid. Het draagt bij aan het broeikaseffect en kan andere schadelijke stoffen, zoals vluchtige koolwaterstoffen, aan zich binden.
OC ofwel organic carbon ofwel organische koolstof: OC is ook een bestanddeel van PM2.5, en wordt beschouwd als een vervuilende stof. CO ondergaat allerlei chemische veranderingen onder invloed van zonlicht en temperatuur.
Gassen: koolmonoxide, stikstofoxides, PAK’s, zwaveldioxide en vluchtige organische stoffen (VOS).
Levoglucosan: dit komt vrij bij de verbranding van biomassa en wordt vaak gebruikt als een indicator voor de aanwezigheid van emissies uit vaste brandstoffen.
Andere bestanddelen: als onder invloed van economische omstandigheden of door onwetendheid mensen ertoe overgaan meubels, plastic of afval (mee) te verbranden, komen er nog veel meer stoffen vrij die de gezondheid bedreigen, zoals dioxines en lood.

Er zijn in Europa maar een paar landen die beperkende maatregelen hebben ingevoerd voor toestellen met een te laag rendement of een limiet hebben gesteld aan de uitstoot. Een aantal landen stimuleert het gebruik van hout en andere biomassa voor de verwarming van woningen zelfs als ‘duurzame energie’, die klimaatverandering en afhankelijkheid van vaste brandstoffen zou kunnen tegengaan. De economische crisis in Europa heeft er bovendien voor gezorgd dat burgers om economische redenen op het stoken van hout overstappen. De verwachting is dat hierdoor binnen de EU het verwarmen d.m.v. hout voorlopig niet zal afnemen en wellicht nog zal toenemen. Dit vindt de WHO een zorgelijke ontwikkeling, die om een effectieve aanpak vraagt.

Tussen 1990 en 2005 zijn de PM2.5 emissies van huishoudens die op vaste brandstoffen stoken sterk toegenomen in vergelijking met andere sectoren zoals verkeer en industrie, die juist beter gecontroleerd en aan banden gelegd worden, en deze trend zet zich helaas voort. De invoering van geavanceerde technologie op het gebied van houtkachels gaat te langzaam, en er zijn te weinig stimuleringsmaatregelen voor de inruil van verouderde toestellen.

Moderne houtkachels lozen – onder ideale omstandigheden en exact volgens de handleiding gebruikt – een beperkte hoeveelheid vervuilende gassen en fijnstof direct op de buitenlucht en de verontreiniging binnenshuis is daarbij minimaal.
In de praktijk zijn de omstandigheden meestal minder ideaal: door verkeerde bediening, het stoken van nat hout, onvoldoende ventilatie, het te vol laden van de kachel of het temperen (smoren) van het vuur, kunnen buiten- en binnenlucht vervuild raken, en kunnen zich zelfs gevallen van koolmonoxidevergiftiging voordoen. Juist omdat de verbrandingsbron zo dichtbij is, is de kans op inademing van schadelijke stoffen hoog.

Blootstelling aan rook is altijd ongezond, ook als het slechts kort is. Bij dierproeven is van 28 schadelijke stoffen in houtrook aangetoond dat zij giftig zijn, van 14 dat zij kankerverwekkend zijn en van 4 dat zij kankerbevorderend zijn.
Fijnstof wordt eveneens beschouwd als kankerverwekkend, en de WHO houdt hier tegenwoordig rekening mee bij de vaststelling van nieuwe richtlijnen voor binnenluchtkwaliteit.

Er zijn honderden epidemiologische studies uitgevoerd (m.b.t. luchtverontreiniging, bosbranden, het verbranden van landbouwafval, de uitstoot van dieselauto’s, roken en meeroken) die de effecten van fijnstofemissies koppelen aan gezondheidsproblemen, ziekenhuisopnames en sterftetoename. Er is geen reden om aan te nemen dat de uitstoot van particuliere houtkachels deze effecten niet heeft.

Blootstelling aan fijnstof heeft in het gunstigste geval oogirritaties, hoestaanvallen of benauwdheid tot gevolg. Maar het kan eveneens het verloop van luchtwegaandoeningen zoals astma, COPD, bronchiolitis (een ontsteking van de bronchioli, de kleinste luchtwegen) en middenoorontsteking verergeren en leiden tot chronische aandoeningen. Langdurige blootstelling wordt bij kinderen in verband gebracht met infecties (waaronder longontsteking) van de lagere luchtwegen (bronchiën, longweefsel en longblaasjes) en bij vrouwen met COPD, verminderde longcapaciteit en longkanker. Ook is een samenhang met doodgeboortes en de geboorte van baby’s met een laag geboortegewicht. Natuurlijk zorgt dit alles ook voor een ongewenste toename in medicijngebruik en het verlies van vele gezonde levensjaren.
Recente studies wijzen ook op een verband tussen fijnstof en de (on)gezondheid van hart en bloedvaten.

Er zijn niet veel onderzoeken gedaan waarbij gezonde volwassenen opzettelijk langdurig werden blootgesteld aan houtrook. Ook moet er nog meer onderzoek worden gedaan naar de blootstelling in de verschillende fases van het verbrandingsproces (aanmaken, voluit branden, uitbranden). In zijn algemeenheid legt men echter een relatie met o.a. bloedklontering, ontstekingen in de lagere luchtwegen, slijmvliesirritatie, en verstijving van de bloedvaten.

Houtrook bevat naast fijnstof veel roet ofwel black carbon. Van de wereldwijde uitstoot van black carbon door de verbranding van biomassa komt 34 tot 46% voor de rekening van particuliere huishoudens (verwarming en koken). Er is voldoende onderzoek dat wijst op gezondheidseffecten door black carbon, zowel op de lange als korte termijn, met name op hart- en vaatziekten, en hart-longziekten.

Er moet dus wereldwijd minder gebruik gemaakt worden van vaste brandstoffen als hout (en kolen), de verbranding moet efficiënter (vervanging van oude kachels door kachels met keurmerken, invoering van pelletkachels) en de vervuiling moet beter afgevangen worden (filters). Er moeten regels voor de emissies van houtgestookte verbrandingstoestellen komen, en de marketing, verkoop en verspreiding van vaste brandstoffen moet aan banden worden gelegd.

In Nederland beschikt bijna iedereen over schoon aardgas, dus dat zou hier de eerste keuze moeten zijn. In landen waar geen schone brandstoffen beschikbaar zijn komt als eerste keuze de hoogrendements-houtkachel in beeld. Voorlichtingscampagnes moeten er voor zorgen dat men hier ook op de juiste wijze in stookt, dus alleen met droog en schoon hout, zonder het vuur te smoren, en niet op dagen met een slechte luchtkwaliteit (mist, smog).

De WHO benadrukt dat men naar schone brandstoffen moet omschakelen wanneer dit maar enigszins mogelijk is en dat in elk geval onnodige sfeer- en bijverwarming vermeden moet worden. De kennis over de gezondheidsrisico’s van houtstook moet onder burgers verbreed worden, en daarbij is het belangrijk ook het imago van houtstoken door te prikken. Kennis alleen leidt vaak nog niet tot gedragsaanpassing. Door het voeren van campagnes moet de link tussen houtstoken en gezelligheid en geborgenheid doorbroken worden. De succesvolle campagnes tegen het roken van sigaretten kunnen ons daarbij tot voorbeeld dienen.

Voor het terugdringen van emissies is het belangrijk andere manieren van verwarmen aan te wenden en te ontwikkelen, b.v. stadsverwarming, aardwarmte, koude-warmteopslag of het gebruiken van de restwarmte van industrie en energiecentrales.

Hoewel verbetering van de buitenluchtkwaliteit voorop staat, kan op individueel niveau de luchtkwaliteit binnenshuis verbeterd worden door het gebruik van HEPA-filters om fijnstof buiten te houden, en het toepassen van luchtzuiveringsapparatuur.

Er zijn al diverse maatregelen genomen om de uitstoot door houtverbranding in de toekomst te verminderen.
De EU heeft het zg. ‘ecodesign-label’ geïntroduceerd, dat aangeeft dat men een geavanceerd verwarmingstoestel met hoog rendement aanschaft. Oostenrijk, Denemarken, Duitsland, Noorwegen en Zweden hebben een nationale emissienorm vastgesteld voor particuliere houtkachels. Canada en de VS hebben normen vastgesteld voor de efficiëntie van nieuwe houtverbrandingstoestellen. Deze maatregelen concentreren zich in de eerste plaats op de reductie van fijnstof, maar ook op de vermindering van koolmonoxide (CO).
Er zijn in verschillende Europese landen financiële stimuleringsmaatregelen om verouderde apparatuur in te ruilen voor efficiëntere toestellen en om op andere manieren van verwarming over te stappen, zoals aardwarmte etc. Waar men niet om het verwarmen met hout heen kan, wordt de aanschaf van pelletkachels aangemoedigd.

In delen van de VS zijn zg. “no burn” dagen ingesteld (verplicht en vrijwillig) op dagen met ongunstige meteorologische omstandigheden (koud windstil weer, temperatuurinversie). Op die dagen mogen bv. houtkachels zonder certificaat niet gestookt worden, of is zelfs elke wijze van houtverbranding verboden.
Het inwisselen van inefficiënte apparatuur is in delen van de VS verplicht, bv. bij verkoop moet een huis over een gecertificeerde haard beschikken. Voorts mag men in sommige huizen geen gebruik maken van verwarming d.m.v. hout. Is er geen andere verwarmingsbron, dan mag men per woning niet meer dan één houtkachel bezitten. Op andere plaatsen wordt vooral gecontroleerd op de uitstoot, geeft men adviezen omtrent verstandig stoken en/of heeft men een strategie ontwikkeld om klachten over emissies te behandelen.
Het verdient volgens de WHO ook aanbeveling om een stimulans te geven aan de ontwikkelaars van houtverbrandingsapparatuur, zoals technici, studententeams, uitvinders etc., om een nog efficiëntere generatie houtkachels te ontwerpen.

Met betrekking tot het toekomstige gebruik van hout en houtige biomassa voor verwarming en energieopwekking is een betere afstemming tussen individuele landen noodzakelijk.
Bij elke keuze die te maken heeft met klimaatverandering en duurzame energie moeten beleidsmakers zich bewust zijn van de vervuiling die houtverbranding met zich meebrengt en direct alternatieven overwegen of in elk geval de meest geavanceerde techniek promoten.
Er is wereldwijd grote behoefte aan wet- en regelgeving op dit gebied, zowel om de opwarming van de aarde af te remmen als het aantal aan houtverbranding gerelateerde ziektes te reduceren.
Daarvoor moet niet alleen de uitstoot van fijnstof afnemen, maar ook die van vluchtige koolwaterstoffen en koolmonoxide, kooldioxide en methaan.
Kennisvergroting en bewustwording zijn essentieel, en daarbij hoort een actief beleid van de ministeries die zich met luchtverontreiniging, energie en gezondheid bezighouden.
Op regionaal en gemeentelijk niveau moeten inruilprogramma’s voor vervuilende toestellen worden opgezet, bij voorkeur met een financiële tegemoetkoming.

In sommige gebieden moet er een verbod op het stoken met hout komen. Dichtbevolkte stedelijke gebieden of ongunstig gelegen regio’s (bij voorbeeld dalen, waar de rook blijft hangen) moeten worden aangewezen als ‘houtrookvrije zones’ (no burn areas) waar geen hout mag worden gestookt, of – bij gebrek aan andere brandstoffen – alleen in de meest efficiënte houtkachels.
In minder dichtbevolkte zones kunnen, afhankelijk van de weersvoorspelling, ‘houtrookvrije dagen’ worden afgekondigd.

Bij het nemen van maatregelen moet rekening worden gehouden met de snel groeiende groep van 65-plussers, waaronder relatief veel mensen zijn met chronische luchtwegaandoeningen of hart-en vaatziektes. Ook baby’s en kleuters vormen een kwetsbare groep, omdat zij sneller dan grotere kinderen en volwassenen luchtwegaandoeningen en infecties oplopen.

Regionale en lokale autoriteiten moeten, samen met patiëntenorganisaties, brede voorlichtingscampagnes opzetten om burgers te informeren over de gevaren van houtstook voor gezondheid en milieu, en het heilzame effect op de gezondheid wanneer zij van schonere energiebronnen gebruik maken. Er zouden folders kunnen worden verspreid met informatie over schone energiebronnen en verstandig stoken. De misvatting dat houtstoken CO2-neutraal, duurzaam en milieuvriendelijk is moet daarin met kracht bestreden worden. De grootste uitdaging is echter om het gedrag van burgers te doorbreken, vooral daar waar mensen goedkoop aan hout kunnen komen. Bevordering van de publieke kennis over dit onderwerp is dus van levensbelang.

Samenvattend handelt een groot deel van dit rapport over de noodzaak van hoog renderende houtkachels. Dat is niet vreemd, omdat men op tal van plaatsen op hout als brandstof aangewezen is. Nederland is een van de weinige landen waar bijna alle burgers op het aardgasnetwerk zijn aangesloten. Het stoken van houtkachels is dus eigenlijk een extra luxe. Het is precies die ‘onnodige sfeer- en bijverwarming’ waar de WHO op doelt, en die dus vermeden moet worden. Tegelijk is Nederland zeer dichtbevolkt, en daarmee juist zo’n land waar houtstook volgens de WHO niet thuishoort. Tel daarbij op dat wij een vergrijzende bevolking hebben, op wie de luchtverontreiniging een extra grote impact heeft, en het is duidelijk dat Nederland de houtkachel beter vaarwel kan zeggen. Laten we hopen dat de Nederlandse overheid zich dit rapport aantrekt en nu eindelijk tot actie overgaat.
Hieronder volgt een samenvatting van het WHO-rapport, met de nadruk op hoofdzaken die voor onze Nederlandse situatie van belang kunnen zijn. Klik op de link voor het hele rapport (in het Engels).

De onveilige fijnstofnormen van Europa vanaf 2015

fijnstofnormen

 

Bijgaande illustratie laat zien dat de PM2,5 norm die vanaf 2015 gaat gelden niet gezond is.
Vanaf 2015 geldt in Nederland een norm voor PM2,5 van 25 µg/m3. Alle relevante gezondheidsrisico’s  spelen zich echter af onder de norm. In de VS geldt een norm van 12 µg/m3, de Wereldgezondheidsorganisatie adviseert om de norm op 10 µg/m3 vast te stellen.

Er moet en kan dus in Nederland nog veel meer gebeuren om de lucht gezond te maken. Dit is van belang voor iedereen, maar met name voor de 1 miljoen longpatiënten.