Tag

stank door houtverbranden

Luchtvervuiling door houtverbranding.

De waan van de haard

Vertaald essay van Sam Harris, oorspronkelijk gepubliceerd op 2 februari 2012.
Sam Harris (1967) is een Amerikaanse auteur, filosoof en neurowetenschapper.

openhaard-pixabay-pexels

foto: pixabay-pexels

Veel atheïsten zijn vergeten – of hebben nooit ervaren – hoe het is om ongelukkig te botsen met de wetenschappelijke rationaliteit. We staan uit principe open voor goede bewijzen en sluitende argumenten. Over het algemeen zijn we bereid ze te volgen, waarheen ze ons ook mogen leiden. Sommigen van ons hebben zelfs hun beroep gemaakt van het beklagen van gelovigen die niet dezelfde rationele houding aannemen.

Onlangs stuitte ik echter op een voorbeeld van seculiere onverzettelijkheid die je een idee zou kunnen geven van hoe gelovigen zichzelf voelen als anderen hun denkbeelden bekritiseren. Zoals je zult zien is het geen perfecte parallel. Maar het grondige onderzoek dat ik tijdens vele etentjes heb gedaan suggereert dat het de moeite waard is om over na te denken. We kunnen het fenomeen ‘de waan van de open haard’ noemen.

Op een koude avond beschouwen de meeste mensen een goed onderhouden haardvuur als een van de meest heilzame genoegens die de mensheid heeft voortgebracht. Een vuur, dat veilig brandt binnen de begrenzing van een open schouw of houtkachel, is voor ons een zichtbare en tastbare bron van comfort. We houden van alle aspecten: de warmte, de schoonheid van de vlammen en – tenzij degene allergisch is voor rook – de geur die het afgeeft aan de omringende lucht.

Het spijt me te zeggen dat als een houtvuur dit gevoel bij je oproept, je het niet alleen bij het verkeerde eind hebt, maar gevaarlijk misleid bent. Het is mijn bedoeling je hiervan serieus te overtuigen. Je kunt het deels beschouwen als een mededeling van dienst, maar hou in gedachten dat ik een parallel probeer te trekken. Ik wil dat je je bewust bent van hoe je je voelt. En van de weerstand die het mogelijk oproept als je nadenkt over wat ik nu ga zeggen.

Hout is een van de meest natuurlijke stoffen op aarde. Het gebruik ervan als brandstof is universeel. Daarom stellen de meeste mensen zich voor dat het verbranden van hout iets volkomen onschuldigs is. Op een koude winterdag lijkt het inademen van een met houtrookgeur gevulde buitenlucht in niets op het paffen van een sigaret, of op het inademen van uitlaatgassen van een passerende vrachtwagen. Maar dat is een illusie.

Dit is wat we weten vanuit wetenschappelijk oogpunt: er is geen veilige ondergrens voor het inademen van houtrook. Het is minstens zo slecht als sigarettenrook en waarschijnlijk veel slechter. (Eén onderzoek wijst uit het 30 keer maal zo carcinogeen is.) De rook van een eenvoudig houtvuurtje bevat honderden stoffen die bewezen kankerverwekkend zijn, schade aan DNA en het ongeboren kind veroorzaken en irriterend zijn voor de luchtwegen. De meeste deeltjes die vrijkomen bij het verbranden van hout zijn kleiner dan één micron, ofwel één duizendste millimeter. Daarvan weten we dat ze het meest schadelijk zijn voor de longen. Sterker nog, deze ultra-fijnstofdeeltjes zijn zo klein dat ze onze verdedigingslinie in het longslijmvlies kunnen omzeilen en direct in de bloedbaan belanden, waar ze een risico voor het hart vormen. Deeltjes van deze microscopische omvang staan ook amper onder invloed van de zwaartekracht en kunnen tot weken aaneengesloten in de lucht blijven zweven.

Zodra ze de schoorsteen hebben verlaten keren de giftige gassen, zoals benzeen, en deeltjes waaruit de rook bestaat vrijelijk terug in jouw en andermans huis. (Uit onderzoek blijkt dat bijna 70% van de rook uit schoorstenen opnieuw binnendringt in nabijgelegen gebouwen.) Kinderen die in huizen wonen met actieve open haarden of houtkachels, of in gebieden waar de verbranding van hout veel voorkomt, lijden vaker aan astma, hoesten, bronchitis, nachtelijk ontwaken en een aangetaste longfunctie. Bij volwassenen wordt houtrook in verband gebracht met een stijging van bezoeken aan de eerste hulp en ziekenhuisopnames voor ziektes aan de luchtwegen, tezamen met verhoogde sterftecijfers door hartinfarcten. Het inademen van houtrook verzwakt zelfs bij relatief lage niveaus het immuunsysteem van de longen. Dat leidt tot een grotere gevoeligheid voor verkoudheid, griep en andere luchtweginfecties. Al deze effecten worden onevenredig gedragen door kinderen en ouderen.

De wetenschap heeft vastgesteld dat de treurige waarheid over het verbranden van hout een morele zekerheid is. Dat mooie, gezellige vuurtje in je houtkachel is slecht voor je. Het is slecht voor je kinderen. Het is slecht voor je buren en hun kinderen. Het stoken van hout is ook compleet onnodig, want in de westerse wereld hebben we voldoende betere en schonere alternatieven om onze huizen te verwarmen. Als je hout verbrandt in de VS, Europa, Australië, of een ander westers land, is het hoogst waarschijnlijk dat je dat recreatief doet – en het voortbestaan van deze gewoonte is een belangrijke bron van luchtvervuiling in steden wereldwijd. Sterker nog, houtrook draagt vaak sterker bij aan schadelijke deeltjes in de stedelijke lucht dan welke andere bron ook.

In de derde wereld is de verbranding van vaste brandstoffen in de woning het op een na grootste milieurisico voor de gezondheid, alleen voorgegaan door slechte sanitaire voorzieningen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat dat het in 2000 bijna 2 miljoen voortijdige sterfgevallen op jaarbasis veroorzaakte – dat is aanzienlijk meer dan veroorzaakt door verkeersongevallen.

Ik vermoed dat velen van jullie al begonnen zijn met het opstellen van tegenargumenten van het soort dat bekend zal zijn voor iedereen die ooit heeft gedebatteerd over nut en noodzaak van religie. Hier is er één: “De mens heeft zichzelf duizenden jaren verwarmd rondom vuren. Deze praktijk was noodzakelijk voor het overleven van onze soort. Niets is natuurlijker voor ons dan het verbranden van hout om warm te blijven.”

Zeker. Maar vele andere zaken zijn net zo natuurlijk en waren vroeger net zo gebruikelijk. Zoals het sterven op de rijpe leeftijd van dertig jaar. Ook het sterven tijdens de geboorte is bij uitstek natuurlijk, net als vroegtijdig overlijden door een reeks van ziekten die nu behandeld kunnen worden. Opgegeten worden door een leeuw of een beer is ook je geboorterecht – of zou het zijn zonder de beschermende kunstgrepen van onze beschaving. Zelf de maaltijd worden van een grote carnivoor zou je net zo zeker verbinden met de rijke geschiedenis van onze soort als het welbehagen van de haard ooit zou kunnen. Al bijna twee eeuwen groeit de kloof tussen wat natuurlijk is – met alle onnodige ellende die erbij komt kijken – en wat goed is. Het inademen van de dampen uit de schoorsteen van je buurman, of uit je eigen schoorsteen, staat nu aan de verkeerde kant van de streep.

Het dossier houtrook is inmiddels net zo dik en duidelijk als het dossier sigarettenrook. De zaak is zelfs nóg sterker, want als je een houtvuurtje aansteekt vergiftig je nodeloos de lucht die iedereen in een kilometerwijde omtrek in zal moeten ademen. Zelfs als je elke inmenging van ‘vadertje staat’ verwerpt, kun je er niet omheen dat het recreatieve verbranden van hout onethisch is en illegaal zou moeten zijn. Zeker in stedelijk gebied. Door het aansteken van een houtvuur creëer je onvermijdelijk luchtverontreiniging. Het kan de helderste dag van het jaar zijn, maar verbrand een voldoende hoeveelheid hout en de luchtkwaliteit in de omgeving van je huis zal lijken op die tijdens een slechte dag in Peking. De buren zouden niet de prijs moeten betalen voor jouw archaïsche stookgedrag. Er is geen enkele manier waarop zij de kosten voor de aantasting van hun belangen bij jou in rekening kunnen brengen. Daarom zouden zelfs liberalen en libertariërs bereid moeten zijn wetten te steunen die het recreatieve verbranden van hout aan banden legt ten voordele van schonere alternatieven.

Ik heb ontdekt dat als ik dit pleidooi maak zich snel een psychologisch verschijnsel manifesteert in de vorm van een paar gebalde vuisten, zelfs bij zeer intelligente en gezondheidsbewuste toehoorders: ze willen er niks van weten. De meeste mensen die ik ontmoet willen in een wereld leven waarin houtrook onschadelijk is. Zij lijken werkelijk gecommitteerd om in zo’n wereld te leven, ongeacht de feiten. Te proberen hen te overtuigen dat hout verbranden schadelijk is – en dat altijd is geweest – is op de een of andere manier beledigend. Het ritueel van het houtvuur is simpelweg te vertrouwd om te heroverwegen, haar troost zo oud en alomtegenwoordig dat het wel goedaardig moet zijn. Ieder alternatief – brandend gas boven nepblokken hout of een levensechte moderne sfeerhaard met LED verlichting – lijkt heiligschennis.

En toch, de realiteit van onze situatie is wetenschappelijk gezien ondubbelzinnig: als de gezondheid van je eigen familie en die van de buren je aan het hart gaat, zou het aanzicht van een gloeiende open haard ongeveer net zo geruststellend moeten zijn als het aanzicht van een stationair draaiende dieselmotor in je huiskamer. De tijd is aangebroken om de betovering van het houtvuur te doorbreken.

Uiteraard, als je ook maar enigszins zoals mijn vrienden bent, zal je weigeren dit te geloven. En dat zou je enig idee moeten geven van waar we het tegen op moeten nemen telkens als we een controversieel religieus denkbeeld aan de kaak stellen.

Aanbevolen leesmateriaal: Naeher et al. (2007): “Woodsmoke health effects: a review.Inhalation Toxicology, 19(1): 67-106.

 

Stichting Houtrookvrij, oktober 2016

Waar kan ik op vakantie gaan in Nederland?

heldere lucht

Het valt tegenwoordig niet mee om je aan de houtrook van buren te onttrekken. Dat is op vakantieparken al niet anders. Vrije tijd, ontspanning en gezelligheid lijken ook op vakantieparken hand in hand te moeten gaan met het stoken van houtkachels en haardvuren.
Regelmatig ontvangen wij dan ook vragen naar houtrookvrije locaties, is het niet om permanent te wonen (sommige houtrookgedupeerden zouden gráág verhuizen!), dan wel om vakantie te kunnen vieren. Wij hebben daarom een kleine inventarisatie gedaan van houtrookvrije vakantieparken.
De onderstaande lijst is gebaseerd op informatie van de vakantieparken zelf, en is niet door ons geverifieerd. Sommige organisaties, zoals Landal, noemen hun park b.v. al houtrookvrij als 90% van de huisjes geen houtkachel heeft. Het verdient dus aanbeveling om, als u één van de onderstaande parken op het oog heeft, altijd nog even expliciet hierover door te vragen.

Houtrookvrije vakantieparken

Landal GreenParks:

  • Landal Ameland State Nes
  • Landal Reevallis Vijlen Limburg (speciale COPD-bungalow aanwezig)
  • Landal Domein De Schatberg Sevenum
  • Landal De Veluwse Hoevegaerde Putten
  • Landal West Terschelling (NB aan de rand van een woonwijk waar wel houtkachels gebruikt worden)
  • Landal Waterparc Veluwemeer Biddinghuizen

Roompot Vakantieparken:

  • De Katjeskelder Oosterhout
  • Noordzee Residence Cadzand-Bad
  • Duynhille Ouddorp
  • Residence Klein Vink Arcen
  • Buitenhof Domburg
  • Hof Domburg

RCN Vakantieparken:

  • RCN De Potten Offingawier (bij Sneekermeer)

DroomParken:

  • DroomPark Molengroet Noord-Scharwoude
  • DroomPark Spaarnwoude Halfweg

Vakantiepark De Eeke in Schoonoord
Vakantiepark De Lourenshoeve in Den Ham

Niet boeken bij:
Sunparks, EuroParks en Centerparcs (alle parken hebben huisjes met open haarden)
Hogenboom Vakantieparken en Succesparken (zij willen geen info verstrekken)

Kent u uit eigen ervaring parken of campings zonder houtrookoverlast, laat het ons weten, dan kunnen we deze lijst nog uitbreiden!
Stuur uw mail naar: info@houtrookvrij.nl

Het Longfonds adviseert: Verwarm je huis bewust en niet met hout!

In de brochure van het Longfonds: Gezonde lucht, wat kan ik doen? wordt aandacht besteed aan de bewustwording rond het inademen van schadelijke stoffen.

longfonds vuile lucht maakt ziek

Wat adem ik precies in? Hoe ongezond is dat? En wat doe ik zelf om gezonde lucht in te ademen?
Het is belangrijk om te weten wat je inademt. En wat er gebeurt met ons lichaam als we fijnstof, roet en ozon inademen. Dat je ziek kan worden door wat je inademt en zelfs dood kunt gaan, dat beseft bijna niemand.
Luchtvervuiling bestaat uit een mengsel van stoffen, zoals fijnstof, stikstofdioxide, roet en ozon.
Fijnstof bestaat uit een complex mengsel van deeltjes afkomstig van verschillende bronnen. Roet wordt uitgestoten bij verbranding, bijvoorbeeld door verkeer en houtkachels. Roet is het onderdeel van fijnstof, dat de meeste invloed heeft op de gezondheid. De belangrijkste bronnen van luchtvervuiling zijn verkeer, industrie, intensieve veehouderij, scheepvaart én particuliere houtstook.

De belangrijkste manier waarop luchtverontreiniging het lichaam binnenkomt, is via de longen. Fijnstof kleiner dan 10 micrometer (PM10) bestaat uit deeltjes van verschillende grootte en samenstelling. Ultrafijnstof en roet zijn het meest schadelijk voor de gezondheid. Deze dringen het makkelijkst door tot diep in de longen, blijven daar zitten en richten schade aan. Dit is een gevaar voor gezonde en ongezonde longen. Ultrafijnstof kan ook in de bloedbaan terechtkomen waardoor je gevaar loopt op hart- en vaatziekten. Gevoelige groepen zoals longpatiënten, maar ook hart- en vaatpatiënten, kinderen en ouderen worden als eerste ziek van luchtvervuiling.

longfonds verwarm je huis niet met hout longfonds ozon fijnstof logo

 

Vieze lucht veroorzaakt:

  • Longziekten zoals astma, COPD en longkanker
  • Hart- en vaatziekten zoals hartinfarct, vaatvernauwing en bloedstolsels
  • Bij zwangerschap grotere kans op lager geboortegewicht en vroeggeboorte
  • 4.600 spoed-ziekenhuisopnames per jaar
  • 4.000 doden per jaar

Gemiddeld leveren we in Nederland 13 maanden van onze levensverwachting in door luchtvervuiling. Voor wie naast een snelweg woont loopt dat gemiddelde op tot 3 jaar. De lucht die we inademen is niet altijd gezond. Veel mensen denken dat het niet zo erg is, maar de lucht in Nederland behoort tot de meest vervuilde van Europa.

De luchtkwaliteitseisen in Nederland zijn gebaseerd op de Europese normen. Ook als we overal voldoen aan de huidige normen voor luchtvervuiling, is de lucht verre van gezond. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vindt dat de huidige concentratienormen voor fijnstof minimaal met de helft moeten worden verlaagd: minder uitstoot dus door verkeer, industrie, landbouw, huishoudens en andere bronnen. Onderzoekers adviseren om roet als indicator voor de lokale luchtkwaliteit te gebruiken. Door de hoeveelheid roet langs een drukke weg te meten, of in een woonwijk, wordt duidelijk hoeveel luchtvervuiling wordt uitgestoten.

Vieze lucht kun je voorkomen:

  • Pak de fiets
  • Werk meer thuis
  • Vergader via de telefoon
  • Kies een schone (deel)auto of scooter
  • Verwarm je huis bewust en niet met hout

Door te kiezen voor schoon vervoer, bijvoorbeeld de (elektrische) fiets, hybride of elektrische auto beperk je de uitstoot van vieze lucht. Ook meer thuiswerken en vergaderen via de telefoon draagt hieraan bij omdat je dan de auto laat staan.
De rook van houtkachels, open haarden, barbecues en vuurkorven is ongezond. Nederland telde in 2011 al bijna een miljoen kachels en open haarden en dit aantal is sindsdien toegenomen, omdat houtstoken goedkoop is en ten onrechte een duurzaam imago heeft. Het CBS berekende dat in Nederland 10% van de bevolking hinder ondervindt door houtrook. Het RIVM neemt aan dat fijnstof uit houtrook even schadelijk is voor de gezondheid als fijnstof afkomstig van verkeer.

In de brochure van het Longfonds: Gezonde lucht, wat kan ik doen? komen diverse mensen aan het woord: deskundigen op het gebied van luchtverontreiniging, beleidsmakers en natuurlijk mensen met een longaandoening. Behalve aan de rol van het verkeer wordt aandacht geschonken aan luchtverontreiniging door houtstoken. Een paar citaten:

Michael Rutgers, directeur van het Longfonds:
Niemand wil dat zijn longen ziek worden door de lucht die hij inademt. We kunnen allemaal besparen op onze fijnstofuitstoot. We moeten simpelweg de lucht schoner maken door minder te vervuilen. Als individu kunnen we veel doen: lopend de kinderen naar school brengen, met de fiets boodschappen doen, met de trein naar het werk, vergaderen per telefoon en geen hout stoken in en om het huis.

Bert Brunekreef, hoogleraar milieu-epidemiologie:
Fijnstof staat als doodsoorzaak hoger op de ranglijst dan verkeersongevallen en het lijkt alsof we ons daar drukker om maken.

Harriët Tiemens, wethouder Nijmegen:
Een ander probleem is de toename van houtgestookte kachels. Steeds meer mensen hebben een houtkachel, of een vuurkorf in de tuin. Dat is reuze gezellig, maar funest voor de luchtkwaliteit. Vooral mensen met een longziekte hebben hier heel veel last van. Dit beperken is alleen een heel chagrijnige maatregel. Mensen hebben het gevoel dat je hun plezier afpakt. Toch moet er wel iets aan gedaan worden. Schone lucht is te belangrijk, iedereen zal zijn bijdrage moeten leveren.

Els ten Napel, astmapatient, verhuisde van Amsterdam naar Texel:
Sinds ik hier woon, ben ik in een week meer buiten dan in Amsterdam in een heel jaar. Ik wandel en fiets zoveel mogelijk om conditie op te bouwen. Hoewel de lucht hier echt een stuk schoner is, heb ik de pech dat veel mensen in mijn buurt een houtkachel hebben. En zomers steekt iedereen de barbecue aan. Ik snap het wel en vind het zelfs best lekker ruiken, maar ik heb er veel last van. Het wordt hoog tijd dat daar duidelijk regelgeving voor komt.

Is uw interesse gewekt en wilt u het hele boekje lezen?
U kunt het bestellen. Klik op de link.

De kwaliteit van de binnenlucht in huizen in de nabijheid van houtgestookte verwarmingsketels.

Foto Pixabay

Recentelijk publiceerde een organisatie voor milieu en gezondheid uit de Amerikaanse staat Connecticut (ENVIRONMENT & HUMAN HEALTH, INC. afgekort EHHI) een rapport over de gezondheidsrisico’s van externe houtgestookte verwarmingsketels. Deze studie is interessant, omdat onderzocht wordt wat de impact van houtrook is op nabijgelegen woningen, en vooral op de gezondheid van de bewoners. Gedurende 72 uur werd in de huizen nabij de vervuilingsbron het fijnstofniveau van PM2.5 and PM0.5 gemeten.

Het onderzoek is gericht op het type houtverbrander dat zich in een aparte schuur naast het huis bevindt. Deze bestaat uit een verbrandingskamer met daaromheen een mantel gevuld met water. Het water wordt verwarmd en door buizen naar het huis geleid voor verwarming. Het probleem met deze installaties is dat ze onvolledige verbranding hebben door een te lage verbrandingstemperatuur, en dientengevolge het milieu sterk vervuilen. `

Natuurlijk komt dit type verwarmingsketels nauwelijks of niet in Nederland voor. Maar het effect van een onvolledige verbranding is wel degelijk toe te passen op veel situaties in Nederland. Dit probleem komt hier erg vaak voor door het gebruik van onder andere te nat hout en omdat veel burgers gesmoord stoken.

Het onderzoek van de EHHI concentreert zich op de kwaliteit van de binnenlucht in een aantal huizen in de nabijheid van houtgestookte verwarmingsketels. Ter vergelijking meet EHHI ook de luchtkwaliteit in een aantal huizen die níet door houtrook worden gehinderd. Deze huizen dienen als controlegroep.

Centraal staat de vraag naar de veiligheid van mensen die een huis bewonen waarbinnen de houtrookgassen gedurende de blootstelling aan houtrook gestaag toenemen. Daarom was het noodzakelijk gedurende enkele dagen van uur tot uur de concentraties te meten.
De EHHI nam als vuistregel dat het gemiddelde huis er een uur over doet om de gehele binnenlucht te verversen. Na dat uur is de concentratie van houtrookgassen binnen ongeveer de helft van de concentratie buiten. Na verloop van zes tot negen uren zijn de concentraties binnen en buiten gelijk.

Als een huis eenmaal vervuild is met houtrook, kost het verscheidene uren om de vieze lucht weer helemaal kwijt te raken. Is de buitenlucht zuiver, dan duurt het een uur om de vervuiling tot de helft terug te brengen. Maar na drie tot vier uur is 10 procent van de vervuilde lucht nog steeds aanwezig. Bij windstil weer nemen de effecten van houtrook dramatisch toe, en kan de concentratie van schadelijke gassen en fijnstof verdubbelen tot een gevaarlijk niveau.

Het EHHI-rapport heeft aangetoond dat regelgeving met betrekking tot de afstand van de vervuilende bron (bijvoorbeeld 30 tot 60 meter, zoals in sommige Amerikaanse staten wordt aanbevolen) de gezondheid van de mensen in de getroffen huizen niet kan waarborgen. Gedurende het onderzoek was het niveau van de gevaarlijkste bestanddelen van houtrook, de fijnstofdeeltjes PM2.5 and PM0.5, voortdurend verhoogd.Het EHHI-onderzoek bestond uit fijnstofmetingen in vier huizen (A t/m D) op verschillende afstanden van de houtverbrandingsbron. De uitkomsten werden vergeleken met de ‘schone’ huizen uit de controlegroep, en met de luchtkwaliteitsnorm van de EPA (max. 35 microgram per m3).

  • In huis A – op ongeveer 250 meter van de houtbron – was de piekbelasting van PM2.5 zes maal dat van de controlegroep en vier maal de EPA-norm.
  • In huis B – op ongeveer 30 meter van de houtbron – was de piekbelasting van PM2.5 veertien maal dat van de controlegroep en negen maal de EPA-norm.
  • In huis C – op ongeveer 75 meter van de houtbron – was de piekbelasting van PM2.5 twaalf maal dat van de controlegroep en acht maal de EPA-norm.
  • In huis D – op ongeveer 35 meter van de houtbron – was de piekbelasting van PM2.5 acht maal dat van de controlegroep en zes maal de EPA-norm.

 

Ook de niveaus van fijnstof PM0.5 waren te hoog gedurende de metingen.
Een afstand van 30 tot 60 meter is dus veel te weinig om houtrook buiten te houden; zelfs de inwoners van huizen die 250 meter van de vervuilingsbron staan lopen grote gezondheidsrisico’s.


Het Amerikaanse agentschap voor milieubescherming, de EPA, heeft aangetoond dat van alle fijnstofdeeltjes PM2.5 en PM0.5 in houtrook het meeste voorkomen. PM2,5 en kleiner hebben het grootste negatieve effect op de menselijke gezondheid, omdat ze diep in de longen kunnen doordringen en daar schade kunnen aanrichten. Ze kunnen zelfs in de bloedbaan terechtkomen en zo hun gifstoffen in het lichaam verspreiden.

Hout wordt al sinds mensenheugenis als brandstof gebruikt. Daarom zou gemakkelijk het idee kunnen ontstaan dat dit onschuldig is. Het tegendeel is waar. Houtrook bevat veel (o.a. kankerverwekkende) bestanddelen die ook in sigarettenrook voorkomen, en daarvan kennen we inmiddels de schadelijke effecten. Om roken en meeroken tegen te gaan bestaat allerlei regelgeving, maar er zijn geen beperkende of beschermende maatregelen voor wie schade ondervindt van de houtrook van buren.

De fijnstofdeeltjes in houtrook zijn zo klein dat ze niet buiten de woning kunnen worden gehouden, zelfs niet als deze optimaal is geïsoleerd. Langdurige blootstelling kan bij gezonde mensen leiden tot een verminderde longfunctie, astma-aanvallen, hoofdpijnen, bijholteontsteking, bronchitis, longontsteking, hartklachten en kanker. Zelfs een korte blootstelling aan hoge concentraties fijnstof, van bijvoorbeeld twee uur, kan al nadelige gezondheidseffecten hebben.
Voor kwetsbare groepen, zoals mensen met astma of chronische luchtweg- en hartaandoeningen, kan zo’n korte blootstelling zelfs gevaarlijk zijn. Dit geldt ook voor kinderen en ouderen. Bij kinderen kan inademing van houtrook een gezonde ontwikkeling van de longen in de weg staan en luchtwegaandoeningen zoals COPD veroorzaken.

Houtrook is een complexe mengeling van chemische stoffen. Het bevat ongezonde hoeveelheden fijnstof, dioxine, koolmonoxide, stikstofdioxide, zwaveldioxide, zoutzuur en formaldehyde. Daarnaast heeft de Amerikaanse EPA (Environmental Protection Agency) in de houtrook uit de bovengenoemde externe houtgestookte verwarmingsketels methaan, benzeen, ammoniak, aceetaldehyde, fenol, naftaleen, cresolen, acroleïne, 1,3-butadieen, benzo[a]pyreen, kwik en furaan gevonden.

De gezondheidsschade die hieruit kan voortvloeien is afhankelijk van de hoeveelheid ingeademde houtrook en de samenstelling ervan. De bestanddelen in de houtrook afkomstig van een smeulend vuur zijn niet precies hetzelfde als die afkomstig van een ‘zuurstofrijk’ vuur. Fijnstofdeeltjes van 0.1 tot 5 micron zitten echter in álle houtrook, en door deze deeltjes te meten kan men een indicatie krijgen van de aanwezigheid van houtrook en de concentratie ervan, en dus ook van de daarmee samenhangende gezondheidsrisico’s.

Behalve dat houtrook dus de gezondheid van buren bedreigt, wordt tijdens de verbranding van hout meer CO2 uitgestoten dan bij de verbranding van olie, kolen of aardgas, hetgeen schadelijk is voor het klimaat. Het verdient daarom aanbeveling dat mensen zo min mogelijk hout stoken, en zeker niet op hout overschakelen als hoofdverwarmingsbron.
Het ligt – in Amerika zowel als Nederland – op de weg van beleidsmakers en gezondheidsorganisaties om hier meer voorlichting over te geven. Daarnaast moeten gemeentes en overheden beleidsmaatregelen en regelgeving ontwikkelen om de gezondheid van burgers te beschermen.(Red.)