De kwaliteit van de binnenlucht in huizen in de nabijheid van houtgestookte verwarmingsketels.

Foto Pixabay

Recentelijk publiceerde een organisatie voor milieu en gezondheid uit de Amerikaanse staat Connecticut (ENVIRONMENT & HUMAN HEALTH, INC. afgekort EHHI) een rapport over de gezondheidsrisico’s van externe houtgestookte verwarmingsketels. Deze studie is interessant, omdat onderzocht wordt wat de impact van houtrook is op nabijgelegen woningen, en vooral op de gezondheid van de bewoners. Gedurende 72 uur werd in de huizen nabij de vervuilingsbron het fijnstofniveau van PM2.5 and PM0.5 gemeten.

Het onderzoek is gericht op het type houtverbrander dat zich in een aparte schuur naast het huis bevindt. Deze bestaat uit een verbrandingskamer met daaromheen een mantel gevuld met water. Het water wordt verwarmd en door buizen naar het huis geleid voor verwarming. Het probleem met deze installaties is dat ze onvolledige verbranding hebben door een te lage verbrandingstemperatuur, en dientengevolge het milieu sterk vervuilen. `

Natuurlijk komt dit type verwarmingsketels nauwelijks of niet in Nederland voor. Maar het effect van een onvolledige verbranding is wel degelijk toe te passen op veel situaties in Nederland. Dit probleem komt hier erg vaak voor door het gebruik van onder andere te nat hout en omdat veel burgers gesmoord stoken.

Het onderzoek van de EHHI concentreert zich op de kwaliteit van de binnenlucht in een aantal huizen in de nabijheid van houtgestookte verwarmingsketels. Ter vergelijking meet EHHI ook de luchtkwaliteit in een aantal huizen die níet door houtrook worden gehinderd. Deze huizen dienen als controlegroep.

Centraal staat de vraag naar de veiligheid van mensen die een huis bewonen waarbinnen de houtrookgassen gedurende de blootstelling aan houtrook gestaag toenemen. Daarom was het noodzakelijk gedurende enkele dagen van uur tot uur de concentraties te meten.
De EHHI nam als vuistregel dat het gemiddelde huis er een uur over doet om de gehele binnenlucht te verversen. Na dat uur is de concentratie van houtrookgassen binnen ongeveer de helft van de concentratie buiten. Na verloop van zes tot negen uren zijn de concentraties binnen en buiten gelijk.

Als een huis eenmaal vervuild is met houtrook, kost het verscheidene uren om de vieze lucht weer helemaal kwijt te raken. Is de buitenlucht zuiver, dan duurt het een uur om de vervuiling tot de helft terug te brengen. Maar na drie tot vier uur is 10 procent van de vervuilde lucht nog steeds aanwezig. Bij windstil weer nemen de effecten van houtrook dramatisch toe, en kan de concentratie van schadelijke gassen en fijnstof verdubbelen tot een gevaarlijk niveau.

Het EHHI-rapport heeft aangetoond dat regelgeving met betrekking tot de afstand van de vervuilende bron (bijvoorbeeld 30 tot 60 meter, zoals in sommige Amerikaanse staten wordt aanbevolen) de gezondheid van de mensen in de getroffen huizen niet kan waarborgen. Gedurende het onderzoek was het niveau van de gevaarlijkste bestanddelen van houtrook, de fijnstofdeeltjes PM2.5 and PM0.5, voortdurend verhoogd.Het EHHI-onderzoek bestond uit fijnstofmetingen in vier huizen (A t/m D) op verschillende afstanden van de houtverbrandingsbron. De uitkomsten werden vergeleken met de ‘schone’ huizen uit de controlegroep, en met de luchtkwaliteitsnorm van de EPA (max. 35 microgram per m3).

  • In huis A – op ongeveer 250 meter van de houtbron – was de piekbelasting van PM2.5 zes maal dat van de controlegroep en vier maal de EPA-norm.
  • In huis B – op ongeveer 30 meter van de houtbron – was de piekbelasting van PM2.5 veertien maal dat van de controlegroep en negen maal de EPA-norm.
  • In huis C – op ongeveer 75 meter van de houtbron – was de piekbelasting van PM2.5 twaalf maal dat van de controlegroep en acht maal de EPA-norm.
  • In huis D – op ongeveer 35 meter van de houtbron – was de piekbelasting van PM2.5 acht maal dat van de controlegroep en zes maal de EPA-norm.

 

Ook de niveaus van fijnstof PM0.5 waren te hoog gedurende de metingen.
Een afstand van 30 tot 60 meter is dus veel te weinig om houtrook buiten te houden; zelfs de inwoners van huizen die 250 meter van de vervuilingsbron staan lopen grote gezondheidsrisico’s.


Het Amerikaanse agentschap voor milieubescherming, de EPA, heeft aangetoond dat van alle fijnstofdeeltjes PM2.5 en PM0.5 in houtrook het meeste voorkomen. PM2,5 en kleiner hebben het grootste negatieve effect op de menselijke gezondheid, omdat ze diep in de longen kunnen doordringen en daar schade kunnen aanrichten. Ze kunnen zelfs in de bloedbaan terechtkomen en zo hun gifstoffen in het lichaam verspreiden.

Hout wordt al sinds mensenheugenis als brandstof gebruikt. Daarom zou gemakkelijk het idee kunnen ontstaan dat dit onschuldig is. Het tegendeel is waar. Houtrook bevat veel (o.a. kankerverwekkende) bestanddelen die ook in sigarettenrook voorkomen, en daarvan kennen we inmiddels de schadelijke effecten. Om roken en meeroken tegen te gaan bestaat allerlei regelgeving, maar er zijn geen beperkende of beschermende maatregelen voor wie schade ondervindt van de houtrook van buren.

De fijnstofdeeltjes in houtrook zijn zo klein dat ze niet buiten de woning kunnen worden gehouden, zelfs niet als deze optimaal is geïsoleerd. Langdurige blootstelling kan bij gezonde mensen leiden tot een verminderde longfunctie, astma-aanvallen, hoofdpijnen, bijholteontsteking, bronchitis, longontsteking, hartklachten en kanker. Zelfs een korte blootstelling aan hoge concentraties fijnstof, van bijvoorbeeld twee uur, kan al nadelige gezondheidseffecten hebben.
Voor kwetsbare groepen, zoals mensen met astma of chronische luchtweg- en hartaandoeningen, kan zo’n korte blootstelling zelfs gevaarlijk zijn. Dit geldt ook voor kinderen en ouderen. Bij kinderen kan inademing van houtrook een gezonde ontwikkeling van de longen in de weg staan en luchtwegaandoeningen zoals COPD veroorzaken.

Houtrook is een complexe mengeling van chemische stoffen. Het bevat ongezonde hoeveelheden fijnstof, dioxine, koolmonoxide, stikstofdioxide, zwaveldioxide, zoutzuur en formaldehyde. Daarnaast heeft de Amerikaanse EPA (Environmental Protection Agency) in de houtrook uit de bovengenoemde externe houtgestookte verwarmingsketels methaan, benzeen, ammoniak, aceetaldehyde, fenol, naftaleen, cresolen, acroleïne, 1,3-butadieen, benzo[a]pyreen, kwik en furaan gevonden.

De gezondheidsschade die hieruit kan voortvloeien is afhankelijk van de hoeveelheid ingeademde houtrook en de samenstelling ervan. De bestanddelen in de houtrook afkomstig van een smeulend vuur zijn niet precies hetzelfde als die afkomstig van een ‘zuurstofrijk’ vuur. Fijnstofdeeltjes van 0.1 tot 5 micron zitten echter in álle houtrook, en door deze deeltjes te meten kan men een indicatie krijgen van de aanwezigheid van houtrook en de concentratie ervan, en dus ook van de daarmee samenhangende gezondheidsrisico’s.

Behalve dat houtrook dus de gezondheid van buren bedreigt, wordt tijdens de verbranding van hout meer CO2 uitgestoten dan bij de verbranding van olie, kolen of aardgas, hetgeen schadelijk is voor het klimaat. Het verdient daarom aanbeveling dat mensen zo min mogelijk hout stoken, en zeker niet op hout overschakelen als hoofdverwarmingsbron.
Het ligt – in Amerika zowel als Nederland – op de weg van beleidsmakers en gezondheidsorganisaties om hier meer voorlichting over te geven. Daarnaast moeten gemeentes en overheden beleidsmaatregelen en regelgeving ontwikkelen om de gezondheid van burgers te beschermen.(Red.)