Tag

CO2

GGD Noord Nederland n.a.v. reactie staatssecretaris op het onderzoek naar houtrook (feb)

logo ggd groningenDe noordelijke GGD’en hebben officieel gereageerd op de brief van staatssecretaris Dijksma aangaande hun onderzoeksrapport. De GGD-en zijn positief over het feit dat de staatssecretaris erkent dat het stoken van hout de gezondheid van buren kan aantasten. Daarnaast geven zij commentaar op de brief van de staatssecretaris (onvolledig) en adviseren verdere maatregelen.

De brief is na vergadering van de commissie beschikbaar via onder andere deze site.

 

Netwerkbijeenkomst geënt op de problemen door stoken van hout van SME Advies afronden met de workshop Goed Stoken!

De vuurkorf

SME Advies organiseert op 18 februari een Netwerkbijeenkomst Houtstook (problemen veroorzaakt door het stoken van hout). Bedoelt voor ambtenaren van gemeenten die deelnemen aan het programma ‘De slimme en Gezonde stad’, notabene in het leven geroepen door het ministerie van I&M.  De interessante onderwerpen die worden besproken en de rol van het Ministerie van I&M bespreek ik hierna. Maar eerst even dit:

HOE IS HET MOGELIJK DAT DEZE BIJEENKOMST WORDT AFGESLOTEN MET DE WORKSHOP ‘GOED STOKEN’ en een borrel door in2nature. Dat kunnen wij echt niet begrijpen? Let wel: in2nature is vooral bedreven in het maken van vuur in de natuur. Waarom niet een aantal longpatiënten uitnodigen die u vertellen, of zelfs nog beter, mee laten maken wat het is om luchtwegproblemen te hebben. ECHT ONGELOOFLIJK!!

Dan ten aanzien van de inhoud.

Tijdens deze bijeenkomst staan interessante onderdelen op de agenda zoals ‘Hoe zet je principes uit gedragswetenschappen in bij de aanpak van Houtstook?’ Tevens gaan de ambtenaren in werkgroepen uiteen om een oplossing voor houtstook in de eigen gemeente uit te werken. Op gebied van:

  • Bewustwording en gedragsverandering
  • Wet- en regelgeving
  • Technische oplossingen

Aan het eind van de dag vindt een terugkoppeling plaats en worden vervolgacties geformuleerd. Nu doet zich het vreemde feit voor dat het programma ‘De slimme en gezonde stad’ onder de vlag van het ministerie van Infrastructuur en Milieu valt. Op de site staat volgend te lezen: Met het programma Slimme en Gezonde Stad zoekt het Ministerie van IenM – samen met partijen zoals steden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties – naar slimme oplossingen voor een gezonde, duurzame en leefbare stad. De focus ligt daarbij op luchtkwaliteit en geluid, twee thema’s die uit oogpunt van milieu in hoge mate bepalend zijn voor de kwaliteit van de leefomgeving en de gezondheid van bewoners.

Tegelijkertijd heeft dit ministerie het RIVM opdracht gegeven het platform Houtstook (werktitel) vorm te geven. De staatssecretaris heeft in haar beantwoording aan de kamer onlangs het volgende geschreven:

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft het initiatief genomen om te komen tot de oprichting van het Platform Houtstook. Het RIVM coördineert dit Platform. De opdracht aan het Platform is het vergroten en verspreiden van kennis over hoe de overlast en mogelijke gezondheidsschade van het stoken van hout door particulieren kan worden verminderd en voorkomen. In het Platform worden verschillende partijen afkomstig uit het veld van onderzoek, maatschappelijke organisaties, ondernemers en overheid vertegenwoordigd, waarmee een breed gedragen aanpak van de houtrookoverlast nagestreefd wordt. Het Platform zal dan ook worden betrokken bij de uitvoering van de motie Cegerek c.s., waarin de regering wordt verzocht de problemen en mogelijke oplossingen voor de gezondheidsklachten als gevolg van houtstook in kaart te brengen.

Wat is de verbindende factor? De stichting heeft geen idee. Maar we zijn erg benieuwd naar de gevonden oplossingen. Als stichting zien we deze graag tegemoet en willen deze objectief beoordelen op haalbaarheid in relatie tot de doelstelling van het platform: het voorkomen of verminderen van overlast en/of gezondheidsschade door het stoken van hout en andere vaste brandstoffen. We nemen aan dat het ministerie van I&M zorgdraagt voor verbinding. En hopelijk sluit SME Advies, bij voorkeur na interventie van I&M, de dag op een andere manier af.

 

 

Brief aan de heer Pechtold nav zijn optreden in DWDD (januari)

Geachte meneer Pechtold,

Naar aanleiding van uw recente optreden in DWDD willen wij u graag bijpraten over een probleem dat gestaag in betekenis toeneemt en waarover ook door lokale D66-afdelingen vragen zijn gesteld: de overlast door houtstook.

De Stichting Houtrookvrij ijvert voor het terugdringen van overlast door uitstoot van gevaarlijke stoffen als gevolg van het gebruik van houtkachels, allesbranders, open haarden, vuurkorven, barbecues en aanverwante installaties binnenshuis en in de open lucht. Wij menen dat burgers recht hebben op schone en gezonde lucht in en rond de eigen woning.

Veel Nederlanders hebben last van houtrook. De Stichting Houtrookvrij heeft al uit 233 plaatsen in Nederland schrijnende verhalen en klachten ontvangen m.b.t. de hinder en overlast veroorzaakt door houtstoken. Ook de gemeenten, het Longfonds en de GGD’s ontvangen veel klachten. Dat is niet verwonderlijk, omdat er inmiddels meer dan 1 miljoen houtgestookte installaties in Nederland staan. Op buurtniveau zorgt dit voor een piekbelasting, waar geen adequate regelgeving voor bestaat, en die niet wordt gemeten, in tegenstelling tot de uitstoot van bv. verkeer, industrie of energiecentrales. Daar komt bij dat houtkachels puntbronnen zijn.

Al 12 procent van de bevolking geeft aan overlast te ondervinden van houtrook, onder hen mensen met longaandoeningen, kinderen en ouderen, maar ook gezonde burgers.

Houtrook is uitgegroeid tot een belangrijke bron van luchtvervuiling in ons land. Houtkachels en open haarden dragen meer bij aan de totale fijnstofemissies in Nederland dan het verkeer. U kunt dit terugvinden op de overheidswebsite emissieregistratie.nl.

Men denkt vaak dat verbranding van hout onschuldig is, omdat hout een natuurproduct is. Uit de verbranding van organisch materiaal zoals hout komen echter schadelijke stoffen vrij. Op lokaal niveau draagt houtrook bij aan gezondheidsklachten door fijnstof (PM10 en met name PM2,5 en ultra fijnstof). Ook komen er roet en giftige stoffen in de lucht, waarvan een aantal kankerverwekkend zijn (PAK’s). Houtrook is daarmee naast een milieuprobleem ook een gezondheidsprobleem.

Het inademen van houtrook is schadelijk. De samenstelling van houtrook lijkt sterk op die van tabaksrook, en er is inmiddels voldoende bewijsmateriaal om houtrook in verband te brengen met luchtwegaandoeningen, kanker, en vroegtijdige sterfte door hart- en vaatziekten. Mensen met een longziekte zoals astma of COPD, maar ook baby’s, kleuters en ouderen, zijn nog eens éxtra gevoelig voor houtrook. Wie in de buurt woont van een vervuilingsbron zoals een houtkachel, kan zich daartegen niet beschermen. Het is namelijk onmogelijk om de eigen woning zodanig af te sluiten dat de rook niet binnendringt. Bovendien is het juist nodig om continu te ventileren om de luchtkwaliteit binnenshuis gezond te houden. Hierdoor worden burgers belemmerd in hun dagelijkse leven.

Stokers menen het recht te hebben om te stoken. Vaak denken zij ook nog ‘duurzaam’ bezig te zijn en zijn zij niet op de hoogte van de schadelijke emissies, die niet alleen voor hun buren, maar ook voor henzelf gevaarlijk zijn. Niet-stokers willen met open ramen kunnen slapen, hun huis kunnen ventileren en hun was buiten kunnen drogen. Zij menen recht te hebben op gezonde lucht en op bescherming door de overheid.

Organisaties zoals het Longfonds en Milieu Centraal waarschuwen openlijk tegen het verbranden van hout. GGD’s dringen vanuit de medische milieukunde aan op het terugdringen van de emissies uit houtstook; uit het recente GGD-rapport blijkt dat de fijnstofgehaltes in een wijk met houtkachels regelmatig boven de etmaalgemiddelde advieswaarde liggen.

De WHO benadrukt in een begin 2015 verschenen rapport dat daar waar mensen over schone brandstoffen of technieken voor koken en stoken kunnen beschikken onnodige sfeer- en bijverwarming met hout vermeden moet worden. De WHO vindt voorts dat de misvatting dat hout stoken duurzaam en milieuvriendelijk is met kracht bestreden moet worden. Bevordering van de kennis over dit onderwerp is dus van levensbelang.

In september 2013 werden door Stientje van Veldhoven vragen gesteld aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu over de bijdrage van houtkachels aan de luchtvervuiling.

Vanwege toenemende klachten en tegenstellingen over houtstook is inmiddels door het RIVM in opdracht van het Ministerie van I&M een platform opgericht met als doel de overlast en de gezondheidsschade door houtstoken te voorkomen en/of te beperken en na te denken over betere wet- en regelgeving.

Het uitdragen van uw fascinatie voor houtstook is een dus volkomen verkeerd signaal. Iemand van uw signatuur zou veel beter geïnformeerd moeten zijn en zich moeten realiseren wat de gevolgen van zijn uitspraken zijn, zeker wanneer die gedaan worden in een veelbekeken programma als DWDD. Gezondheidsschade door luchtvervuiling moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Uw middeleeuwse hang naar kloven en klieven draagt daar niet aan bij.

De RIVM-toolkit tegen houtrookoverlast: een zeer gebrekkig instrument (januari)

logo-rijksoverheidOp de website van het RIVM is onlangs een pagina verschenen met informatie die bedoeld is voor de GGD-professional die zijn/haar burgers wil informeren over de gezondheidseffecten en de overlast die gepaard kunnen gaan met het inademen van houtrook uit houtkachels etc. in de directe omgeving.
Het RIVM heeft op deze website ook een zg. toolkit opgenomen – gebaseerd op een eerder door de VVM ontworpen toolkit – waarin aanbevelingen staan voor particulieren die overlast van houtstook ondervinden. Deze aanbevelingen zijn ons inziens onwerkbaar voor GGD’s, en voor een gehinderde kunnen ze slechts een teleurstelling opleveren.

We kunnen houtrookoverlast het beste met gezondheidsschade door meeroken vergelijken. Vroeger was een niet-rokende werknemer aan de welwillendheid van zijn rokende collega’s overgeleverd: hij kon een roker alleen vriendelijk om begrip vragen. Dat kunnen we ons nu niet meer voorstellen. Rondom roken en meeroken zijn nu allerlei regels en verboden. Het RIVM-advies inzake houtrookoverlast komt er, net als vroeger bij roken, op neer dat de benadeelde de stoker vriendelijk moet vragen vrijwillig minder of anders te stoken. De stoker kan daar gevolg aan geven, maar hij kan het ook gewoon laten, omdat regels en verboden hier geheel ontbreken. Iemand die (gezondheids)overlast ondervindt is daardoor vogelvrij.

De toolkit

De RIVM-toolkit op bovengenoemde website is afgeleid van de VVM-toolkit ‘Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast’, ontstaan n.a.v. het congres ‘Houtstook & gezondheid: problemen voorkomen’ in mei 2014.
In het recente rapport van de noordelijke GGD’s over overlast door houtrook (oktober 2015) wordt nadrukkelijk gewezen op de tekortkomingen van de aanbevelingen in deze VVM-toolkit. Enkele citaten uit het rapport:
“(…) Maar naast de aanmeldingen uit de regio met veelal schrijnende verhalen, waren er zelfs van elders in het land nogal wat reacties van wanhopige burgers. De meeste van hen bleken niet op de hoogte van de mogelijkheden die genoemd zijn in de VVM-toolkit. Gezien hun verhalen zullen zij waarschijnlijk die mogelijkheden echter niet als echt bruikbaar ervaren.”
“Verder blijkt dat velen vinden dat de overheid tekort schiet wanneer zij daar om hulp of maatregelen vragen. De juridische mogelijkheden die beschreven zijn in de toolkit ‘Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast’ bieden kennelijk geen oplossing.”
“In stap 4 of 5 van de toolkit staat geen (semi)-kwantificerende beoordeling van de ernst van een situatie. Daardoor is de toolkit niet geschikt om een juridisch houdbaar onderscheid te maken tussen wel of niet aanvaardbare overlast, en wel of niet handhavend optreden.”
Het valt dus te betreuren dat het RIVM deze toolkit opnieuw introduceert.

Wat kan een burger volgens het RIVM doen wanneer hij overlast ervaart?

1. Hij kan ‘in gesprek gaan’.

De RIVM-toolkit is vooral ontoereikend, omdat zij de nadruk legt op vrijblijvende begrippen zoals overleggen, begrip kweken, voorlichting en bewustwording, en niet op het scheppen van een wettelijk kader. Alles is er in feite op gericht de problemen op de gehinderde zelf af te wentelen. Het gaat voor het gemak uit van een conflict één op één dat d.m.v. burenoverleg, wijkagent of buurtbemiddeling zou kunnen worden opgelost. Meestal zijn er echter meerdere stokers en is het probleem juist de cumulatie van de rook. Wie – zoals de Stichting HoutrookVrij – het oor te luisteren legt bij houtrookgedupeerden, merkt al gauw dat zelf op de buren afstappen meestal in ruzie ontaardt. Houtstokers menen in hun recht te staan, denken milieuvriendelijk bezig te zijn, hebben investeringen gedaan en zijn vaak volkomen onwetend over de schadelijke rookgassen.

2. Hij kan milieu- en gezondheidsklachten melden bij de gemeente.

In haar antwoord op recente Kamervragen schrijft staatssecretaris Dijksma ‘dat het aan de gemeentes zelf is om te bepalen op welke wijze zij invulling geven aan hun bevoegdheden bij het bestrijden van houtrookoverlast.’
In de praktijk doen gemeentes niets met de klachten van inwoners. Het advies dat burgers soms krijgen om een dossier aan te leggen met de situering van bronnen, stooktijden en weersomstandigheden, is een onmogelijke opgave en een wassen neus. Alleen al de eerste stap, de juiste inventarisatie van de bronnen, is voor een gehinderde een probleem. Zelfs de GGD geeft in haar rapport toe dat er nog een tool moet worden ontwikkeld om na te kunnen gaan uit welke schoorsteen de rook afkomstig is. Het enige wat klagers in de praktijk bereiken, is een knetterende burenruzie, zonder dat stokers hun gedrag aanpassen. En waarom zouden ze ook: het merendeel van de houtstokers in Nederland overtreedt in principe geen wetten. Zij hebben een houtkachel gekocht bij een normale kachelhandel, zij hebben hem correct laten installeren, hun pijp voldoet aan de regels en ze stoken droog hout. Hun is wijsgemaakt dat ze ook nog duurzaam bezig zijn. Het is vanuit hun visie wel te begrijpen dat ze die dure kachel dan ook willen stoken.
Gemeentes hebben behalve artikel 7.22 van het bouwbesluit dat spreekt over het subjectieve begrip ‘hinder’ geen middelen om te handhaven (en doen dat dan ook niet) en verwijzen juist naar de noodzaak van overheidsmaatregelen. Aan voorlichting en bewustwording doen de meeste gemeentes niets. Zij nemen niet in de APV op dat er niet mag worden gestookt bij mistig en windstil weer, en benutten hun gemeentewebsite niet voor het ontraden van houtstook of het focussen op schonere energiebronnen. Bij cumulerende overlast van meerdere stokers is de gemeente bovendien machteloos, want zij kan alleen afzonderlijke overtreders aanpakken.
Alleen in het geval dat een stoker echt iets onrechtmatigs doet (zijn schoorsteen deugt niet of hij wordt betrapt op afval verstoken) kan de gemeente met succes ingrijpen.

3. Hij kan milieu- en gezondheidsklachten melden bij de GGD.

Volgens het RIVM kan de GGD wel ‘meedenken’, en informatie geven, maar weinig dóen tegen het gebruik van houtkachels. De GGD kan geen maatregelen afdwingen, de GGD voert geen metingen uit en de GGD heeft geen rol in juridische conflicten. Hier is dus weinig concrete hulp voor gedupeerden te verwachten.

4. Hij kan milieu- en gezondheidsklachten melden bij de Vereniging Leefmilieu.

Deze Vereniging kan niets betekenen voor individuele gehinderden of ‘in het geval u er samen niet uitkomt’, zoals het RIVM dat omschrijft. De Vereniging Leefmilieu probeert het onderwerp alleen op de politieke agenda te krijgen en pleit voor strenger beleid.

5. Hij kan zijn toevlucht nemen tot wat Milieu Centraal op haar website zegt over overlast van houtstoken.

Milieu Centraal geeft alleen informatie – ongeveer dezelfde als het RIVM zelf – maar brengt een oplossing niet dichterbij. Milieu Centraal ontraadt in eerste instantie houtstook in woonwijken, maar vult de rest van haar website (‘voor wie tóch wil genieten van een houtvuur’) vervolgens met stooktips, het aanbevelen van pelletkachels (zelfs voor hoofdverwarming!), nog meer ‘goed-stoken-tips’ en kooptips voor de juiste houtkachel. Het verhaal eindigt dan weer met ‘op grote schaal brandhout gebruiken is geen duurzame optie’, een nogal dubbele boodschap dus, maar vooral één waar een houtrookgedupeerde niets aan heeft.

6. Hij kan zich voor juridische bijstand melden bij een Juridisch Loket/Rechtswinkel of bij de Stichting HoutrookVrij.

Het RIVM waarschuwt op voorhand dat een rechtszaak duur, onzeker en tijdrovend is en dat de wetgeving tekortschiet. Het Juridisch Loket en de Rechtswinkel geven alleen juridisch advies aan mensen met een laag inkomen en weinig vermogen. Bij een te hoog inkomen kun je dus alleen bij een dure advocaat of mediator terecht. Juristen kunnen bij het geven van advies alleen terugvallen op de bestaande gebrekkige wet- en regelgeving m.b.t. houtstook. De jurisprudentie over dit onderwerp is allesbehalve hoopgevend, de meeste verzoeken tot handhavend optreden zijn in het verleden afgewezen.
De Stichting HoutrookVrij tenslotte verzet zich tegen de houtkachelterreur en ijvert voor het recht op frisse lucht, maar heeft geen juridische expertise. Het RIVM wekt hier dus verwachtingen die nooit kunnen worden ingelost.

Het RIVM suggereert dat burgers zich kunnen beroepen op onrechtmatige daad, art. 5:37 BW. (Wetboek dus en niet Rechtboek, zoals het RIVM schrijft).
Hoe kun je iemand beschuldigen van onrechtmatige daad, wanneer hij in principe niets onrechtmatigs doet? Een open haard of houtkachel (mits volgens de regels aangelegd en normaal gestookt) is immers toegestaan en je kunt als stoker niet voorkomen dat rook verwaait buiten je eigen perceel. Dat is inherent aan een houtkachel. Toch kan hierdoor overlast ontstaan, maar de kans dat een klager hier op grond van onrechtmatigheid in het gelijk gesteld wordt is miniem.
Onrechtmatige daad speelt zich af tussen een dader en benadeelde. Bij houtrookoverlast zit het probleem vaak in de cumulatie van houtrook door diverse ‘daders’. Die veroorzaken ieder voor zich misschien niet eens overdreven veel rookgassen (hoewel sommigen onoordeelkundig stoken), maar samen zorgen zij voor een overschrijding van de normen.
Er bestaat ook onrechtmatige daad door gedragingen in groepsverband, maar dit lijkt hier niet van toepassing. Het gaat dan meer om een georganiseerde manier van anderen schade toebrengen, zoals bv. voetbalsupporters soms doen. Meer van toepassing is art. 6:99 BW:
“Kan de schade een gevolg zijn van twee of meer gebeurtenissen voor elk waarvan een andere persoon aansprakelijk is, en staat vast dat de schade door ten minste één van deze gebeurtenissen is ontstaan, dan rust de verplichting om de schade te vergoeden op ieder van deze personen, tenzij hij bewijst dat deze niet het gevolg is van een gebeurtenis waarvoor hijzelf aansprakelijk is.”
Als op grond van dit artikel al zou kúnnen worden aangetoond dat – bij voorbeeld – vier houtstokers in een straat samen verantwoordelijk zijn voor een onacceptabele luchtverontreiniging, dan is dit zeker geen gelopen race en juridisch een onontgonnen gebied. Een dergelijke casus heeft zich in de jurisprudentie waarschijnlijk nog nooit voorgedaan en ook hier geeft het RIVM burgers dus vooral valse hoop.

7. Hij kan zelf dure metingen laten doen door professionele bureaus.

Of dat iets toevoegt is maar de vraag. In een zaak uit 2014 werd doodleuk aangevoerd dat “tot op heden geen algemeen aanvaarde inzichten bestaan over de beantwoording van de vraag of, en zo ja, onder welke omstandigheden en bij welke frequentie, rook afkomstig van gebruik van een houtkachel schade aan de mens toebrengt. De Wet milieubeheer, in het bijzonder bijlage 1 van die wet, die grenswaarden bevat voor fijn stof (PM10 en PM2.5), geeft evenmin uitsluitsel daarover.”

De stooktips

Naast de toolkit vinden we op bovengenoemde RIVM-website ook ‘stooktips’ om overlast te voorkomen of te verminderen. Deze zouden o.i. voorafgegaan moeten worden door het advies om bij voorkeur NIET op hout te stoken. Verder zou dit dé plek zijn om alternatieven voor verwarming d.m.v. hout aan te dragen, en alternatieven voor een sfeervol vlammenspel, b.v. met electriciteit of bio-ethanol.
Verder zijn de ‘stooktips’ op zich een zwaktebod: het opvolgen ervan door stokers is immers geheel op vrijwilligheid gebaseerd en bovendien oncontroleerbaar, terwijl het hier toch gaat om de uitstoot van schadelijke stoffen, waarbij de normadvieswaarden volgens het recente GGD-rapport blijkbaar regelmatig ruim worden overschreden: piekwaarden van fijnstof PM2.5 tot ruim 300 μg/m3 (!) zijn meer iets waarbij we denken aan Beijing tijdens een smogperiode (21 december 2015: alarmfase in Beijing met 391 μg/m3), of aan het afsteken van vuurwerk met oud en nieuw (zie illustratie hieronder).

Gehinderden zijn na het bezoeken van de RIVM-website op zichzelf aangewezen. Het lijkt of de overheid iets aan het probleem wil doen, maar wie goed leest ziet dat kosten, moeite en bewijslast op gedupeerden zelf worden afgeschoven, terwijl zij ondertussen geheel aan de goodwill van stokers overgeleverd blijven. Dat is een ongewenste situatie en het vermoeden rijst dan ook dat de overheid een dubbele agenda heeft. De overheid weet wel ongeveer hoeveel particuliere houtgestookte installaties er zijn en hoeveel kiloton hout die verstoken, maar die cijfers zijn alleen te vinden in CBS-rapporten over ‘hernieuwbare energie’. Hout stoken betekent in de ogen van de overheid nl. alleen ‘vermeden CO2-emissie’ en ‘vermeden verbruik van fossiele primaire energie’. Onze overheid vindt houtstoken duurzaam, want eventuele schadelijke uitstoot (van puntbronnen nota bene) wordt hierin niet betrokken.

M.i.v. 1 januari is er dan ook, conform de overheidsplannen, een subsidie voor pelletkachels ingesteld, om de 16% duurzame energie in 2023 te helpen behalen.
Er is binnen de EU een grote behoefte aan hoogrenderende houtkachels, omdat men op tal van plaatsen op hout als brandstof aangewezen is. In Nederland is dit niet het geval. Het stoken van houtkachels is hier een extra luxe. Een in 2015 verschenen WHO-rapport doet de aanbeveling houtstook in dichtbevolkte woonwijken te vermijden: géén houtstook waar andere mogelijkheden zijn, alleen de meest geavanceerde pelletkachels waar men op hout aangewezen is. Dat rapport legt de overheid naast zich neer, om over de rug van haar burgers de doelen van het Energieakkoord te halen.

Het siert het RIVM dat zij zich duidelijk uitspreekt over de gevaren van houtstook. De ‘tips’ die aangedragen worden zijn daarmee echter niet in verhouding. Het is alsof over een etterende wond uit onmacht maar een pleister wordt geplakt; dan valt het niet zo op.
Wij hopen dat de GGD’s, voor wie een deel van deze informatie is bedoeld, zich vanuit de medische milieukunde sterk zullen maken voor doeltreffender maatregelen, en zolang deze er niet zijn naar gedupeerde burgers toe geen verstoppertje zullen spelen.

Het recente GGD-rapport over houtstook concentreerde zich o.a. op de vraag of eenvoudige fijnstofmeters – zoals bv. de Dylos DC1700 – bruikbaar zijn om vast te stellen of er sprake is van onacceptabele situaties. Het antwoord daarop luidde voorzichtig ja. Op termijn zou volgens de GGD’s een meetsysteem kunnen worden ontwikkeld waar gemeenten houvast aan hebben. Daarvoor is echter aanvullend onderzoek nodig en dat kost geld. GGD’s zouden nu door moeten pakken en hiervoor in het belang van de volksgezondheid een beroep moeten doen op de overheid.
Het verdient ons inziens geen aanbeveling om de raadgevingen van het RIVM kritiekloos op GGD-websites over te nemen, zoals helaas hier en daar al is gebeurd, want slachtoffers van houtstook zijn hier niet mee geholpen.

Reactie Staatssecretaris Sharon Dijksma op rapport GGD (januari)

De staatssecretaris Sharon Dijksma geeft een uitgebreide reactie op het rapport ‘Overlast door houtrook’ van de GGD Noord Nederland op verzoek van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu.

De reactie eindigt met de volgende paragraaf:
Het schoner en gezonder maken van de lucht blijft een belangrijke doelstelling van mijn beleid. Na alle winst die reeds is bereikt door Europese emissie-eisen en de uitvoering van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is houtstook door particulieren een van de resterende bronnen van luchtverontreiniging. Via het Platform Houtstook en het programma Slimme en Gezonde Stad wordt ervaring opgedaan om de problematiek van zowel de overlast als de gezondheidsschade aan te pakken. In dat kader wordt ook bekeken of en op welke wijze verbeterde meetapparatuur een bijdrage kan leveren.

Lees het hele rapport hieronder. Bron: Tweede kamerstukken.


 

Geachte voorzitter,

 

Op verzoek van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu stuur ik u hierbij mijn reactie op het rapport “Overlast door houtrook; onderzoek naar het meten van fijn stof als hulpmiddel bij het beoordelen van klachten over houtstook” opgesteld door de GGD Groningen in samenwerking met GGD Drenthe en GGD Fryslân. De commissie heeft mij gevraagd of ik de conclusies van het rapport over houtrook onderschrijf, of ik nut en noodzaak onderschrijf van nader onderzoek naar methoden om de overlast door houtrook beter te beoordelen, en welke mogelijkheden er zijn om binnen de wet- en regelgeving rookoverlast beter te kunnen aanpakken.

 

GGD-rapport: beoordelingsmethode van overlast door houtrook

Het GGD-rapport bevat een literatuuroverzicht van gezondheidseffecten door houtstook en een onderzoek naar de bruikbaarheid van een fijnstofmeetapparaat (PM2,5) om klachten over houtrookoverlast inzichtelijk te maken.

 

Het literatuuroverzicht gaat in op de mogelijk schadelijke effecten van het stoken van hout op de gezondheid. Houtrook bevat veel verschillende stoffen die schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn. Deze kunnen zowel op korte termijn (ontstekingsreacties) als op lange termijn (toename van de kans op astma, COPD, longkanker, hart- en vaatziekten) gezondheidseffecten teweeg brengen. Daarnaast kan geurhinder leiden tot stress en daarmee ook schadelijk zijn voor de gezondheid.

 

Bij het onderzoek werd de bruikbaarheid getest van fijnstofmeetapparatuur om klachten over houtrookoverlast te kunnen beoordelen aan de hand van de ter plekke gemeten fijnstofniveaus. Gedurende een week werden in tien woningen metingen verricht. In het onderzoek werd geen relatie gevonden tussen de overlastklachten en de hoogte van de gemeten fijnstofniveaus. Verder meldt het GGD-rapport dat de gemeten fijnstofniveaus bij acht van de tien onderzochte woningen regelmatig de dag-advieswaarde van de WHO overschreden. De onderzoekers geven hierbij aan dat de door het gebruikte apparaat gemeten waarden wat hoger kunnen liggen dan de werkelijke concentraties. Zij concluderen dat in de gekozen opzet de onderzochte meetapparatuur niet zonder meer bruikbaar is om te bepalen of een situatie waarover klachten bestaan wel of niet acceptabel is.

 

Het literatuuroverzicht bevestigt de bestaande inzichten over de mogelijke schadelijke effecten van houtstook op de gezondheid. Ik onderschrijf dan ook de conclusies van het rapport over dit verband en beschouw dit als ondersteuning van het door mij ingezette beleid.

 

Het onderzoek van de meetapparatuur was uitsluitend gericht op overlast en niet op gezondheidsklachten. De onderzoekers toetsen gemeten waarden echter wel aan de WHO-advieswaarde. Op mijn verzoek heeft het RIVM het onderzoeksrapport bekeken. Het RIVM geeft aan dat voor het toetsen aan de WHO-advieswaarde de gebruikte low-cost sensoren vrijwel zeker niet aan de gangbare onzekerheidscriteria voldoen. Ik deel dan ook de mening van het RIVM dat de meetresultaten met de nodige voorzichtigheid bekeken moeten worden, en dat een toetsing ten opzichte van de WHO-advieswaarde feitelijk niet opportuun is. Verder wijst het RIVM erop dat deze toestellen eigenlijk bedoeld zijn voor metingen van de binnenlucht, en dat deeltjes onder een bepaalde grootte niet meer waargenomen worden.

 

Aanpak van overlast door houtrook

De uitstoot van schadelijke stoffen kan sterk verschillen tussen soort kachel of open haard, de wijze van stoken en de gebruikte brandstoffen. De mate waarin gezondheidseffecten zich voordoen, hangt onder andere af van de samenstelling van de rook en de mate, frequentie en duur van de blootstelling. Hierdoor kunnen plaatselijk grote verschillen bestaan waardoor een lokale aanpak het meest voor de hand ligt. Gemeenten kunnen gebruik maken van een aantal bevoegdheden binnen de bestaande wet- en regelgeving. Het Bouwbesluit stelt eisen aan rookkanalen en bevat een verbod op het verspreiden van hinderlijke of schadelijke rook, roet en stank. Via een algemene plaatselijke verordening kan de gemeente ertoe besluiten het stoken van hout te reguleren. Daarnaast kan ook buurtbemiddeling tussen de stoker en de gehinderde bijdragen aan een oplossing voor de ervaren rookoverlast.

 

Dat neemt niet weg dat ik ook een belangrijke rol voor het Rijk zie. Voor de kortere termijn zijn al enkele acties ingezet. In opdracht van het ministerie is inmiddels een toolkit “Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast” ontwikkeld. Deze bevat niet alleen stookadviezen maar ook stappenplannen voor de stoker, de gehinderde burger, de gemeente en de GGD hoe om te gaan met een situatie van rookoverlast. De overlast door houtrook kan namelijk worden beperkt door het gebruik van de juiste brandstoffen, het toepassen van de juiste, op volledige verbranding gerichte, stooktechniek en door rekening te houden met ongunstige weersomstandigheden.

 

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft het initiatief genomen om te komen tot de oprichting van het Platform Houtstook. Het RIVM coördineert dit Platform. De opdracht aan het Platform is het vergroten en verspreiden van kennis over hoe de overlast en mogelijke gezondheidsschade van het stoken van hout door particulieren kan worden verminderd en voorkomen. In het Platform worden verschillende partijen afkomstig uit het veld van onderzoek, maatschappelijke organisaties, ondernemers en overheid vertegenwoordigd, waarmee een breed gedragen aanpak van de houtrookoverlast nagestreefd wordt. Het Platform zal dan ook worden betrokken bij de uitvoering van de motie Cegerek c.s., waarin de regering wordt verzocht de problemen en mogelijke oplossingen voor de gezondheidsklachten als gevolg van houtstook in kaart te brengen.

 

De aanpak van houtrookoverlast is een aandachtspunt binnen het programma Slimme en Gezonde Stad. Als pilot wordt voor de gemeente Nijmegen een houtstook-app ontwikkeld die stokers informeert in hoeverre onder actuele weersomstandigheden het stoken van hout in hun omgeving tot overlast kan leiden. Ook zal onderzoek worden gedaan naar de bruikbaarheid van overlastreducerende technieken.

 

Daarnaast neemt het ministerie het initiatief om samen met partijen in het Platform Houtstook te komen tot een (digitale) folder: een filmpje waarmee de belangrijkste feiten over de gezondheidsrisico’s van houtstook uiteen worden gezet en ook tips worden gegeven om de overlast van houtstook zoveel mogelijk te beperken. Verder zal samen met de partners bezien worden welke mogelijkheden er zijn om kopers van kachels en haarden te adviseren over de aanschaf van schone kachels en over de juiste manieren van stoken. Met de houtkachelbranche zal het ministerie van Infrastructuur en Milieu bovendien de mogelijkheid verkennen om tot een Green Deal te komen.

 

Ten slotte zal in 2022 de Europese Eco-design-richtlijn van kracht worden, waarin de producteisen voor houtkachels aanzienlijk zullen worden aangescherpt. Hierin is een typekeuring voor houtkachels geregeld die in overeenstemming is met de thans in Duitsland geldende strengere normen.

 

Het schoner en gezonder maken van de lucht blijft een belangrijke doelstelling van mijn beleid. Na alle winst die reeds is bereikt door Europese emissie-eisen en de uitvoering van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is houtstook door particulieren een van de resterende bronnen van luchtverontreiniging. Via het Platform Houtstook en het programma Slimme en Gezonde Stad wordt ervaring opgedaan om de problematiek van zowel de overlast als de gezondheidsschade aan te pakken. In dat kader wordt ook bekeken of en op welke wijze verbeterde meetapparatuur een bijdrage kan leveren.

 

 

Hoogachtend,

 

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,
Sharon A.M. Dijksma

 

 

 

 

Wat vindt de Stichting HoutrookVrij van de antwoorden van Sharon Dijksma op de kamervragen over houtrookoverlast

KAMERVRAGEN OVER HOUTROOKOVERLAST
Op 29 oktober 2015 werden door Yasemin Cegerek (PvdA) de volgende Kamervragen gesteld aan de Minister van Infrastructuur en Milieu over de rookoverlast van houtkachels, haarden en vuurkorven:

Vraag 1
Bent u bekend met de waarschuwing van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) voor schadelijke rook uit onder meer houtkachels?

Vraag 2
Op welke wijze wordt het advies verspreid dat mensen de kachel niet als hoofdverwarming moeten gebruiken en niet moeten stoken bij windstil weer?

Vraag 3
Bent u bekend met het rapport Rookoverlast houtkachels, haarden en vuurkorven: burenruzie of milieuprobleem? van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG)

Vraag 4
Kunt u reageren op de conclusie op pagina 32 van dit rapport dat de gemeenten aanmerkelijk minder (doen) dan zij kunnen bij het bestrijden van rookoverlast. Dat heeft deels te maken met een laag niveau van regelgeving, maar voor een belangrijk deel ook met mentaliteit: klachten worden bagatelliserend bestempeld als ‘burenruzies’?

Vraag 5
Kunt u uw reactie geven op de aanbevelingen voor beleidsmakers die in dit rapport gedaan worden?


 

 

Op 19 november 2015 werden deze Kamervragen beantwoord door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, mevrouw Sharon Dijksma

Vraag 1
Bent u bekend met de waarschuwing van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) voor schadelijke rook uit onder meer houtkachels?

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2
Op welke wijze wordt het advies verspreid dat mensen de kachel niet als hoofdverwarming moeten gebruiken en niet moeten stoken bij windstil weer?

Antwoord 2
In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu is de handreiking “Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast?” opgesteld, die onder andere de stoker adviseert over de beste stooktechniek, welke brandstoffen te gebruiken en wanneer beter niet kan worden gestookt. Deze brochure is thans beschikbaar via de link http://www.vvm.info/main.php?id=897, en zal binnenkort worden verspreid via de website van het Platform Houtstook (in oprichting). In dit Platform werkt een brede vertegenwoordiging van partijen uit het veld van onderzoek, maatschappelijke organisaties, ondernemers en overheden samen aan het verminderen en voorkomen van overlast en gezondheidseffecten van houtstook door particulieren. Ook MilieuCentraal geeft op haar website informatie over hoe overlast door houtstook kan worden voorkomen. MilieuCentraal wijst er op dat een toename van houtkachels en open haarden in woonwijken vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit en geurhinder niet gewenst is en adviseert de potentiële koper milieuvriendelijker alternatieven voor verwarming te overwegen.
Daarnaast heeft MilieuCentraal een “modelpagina” over overlast door houtstook samengesteld die is gepubliceerd in huis-aan-huis bladen.

Vraag 3
Bent u bekend met het rapport Rookoverlast houtkachels, haarden en vuurkorven: burenruzie of milieuprobleem? van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG)

Antwoord 3
Ja, het betreft hier een in 2006 verschenen rapport van de wetenschapswinkel van de Rijksuniversiteit Groningen.

Vraag 4
Kunt u reageren op de conclusie op pagina 32 van dit rapport dat de gemeenten aanmerkelijk minder (doen) dan zij kunnen bij het bestrijden van rookoverlast. Dat heeft deels te maken met een laag niveau van regelgeving, maar voor een belangrijk deel ook met mentaliteit: klachten worden bagatelliserend bestempeld als ‘burenruzies’?

Antwoord 4
De in het antwoord op vraag 2 genoemde brochure bevat informatie over wat burgers die overlast ondervinden kunnen doen en hoe GGD-en en gemeenten met klachten van burgers kunnen omgaan. Het is verder aan gemeenten om te bepalen op welke wijze zij invulling geven aan hun bevoegdheden bij het bestrijden van rookoverlast.

Vraag 5
Kunt u uw reactie geven op de aanbevelingen voor beleidsmakers die in dit rapport gedaan worden?

Antwoord 5
De aanbevelingen voor beleidsmakers in het rapport zijn deels gericht aan gemeenten en deels aan de rijksoverheid. Een aantal daarvan heeft betrekking op het verbeteren van de informatievoorziening en het vergroten van het bewustzijn van de overlast door houtrook en de mogelijke gezondheidseffecten daarvan. Hierin zijn door de rijksoverheid inmiddels stappen gezet, zoals is toegelicht bij de antwoorden op de vragen 2 en 4. In Europees verband is in 2014 een voorstel van de Europese Commissie aangenomen om in het kader van de Ecodesign richtlijn de typekeuringseisen eisen voor houtkachels aan te scherpen.


De Stichting HoutrookVrij meent dat de beantwoording van de Kamervragen door de Staatssecretaris onbevredigend is:

Mevrouw Dijksma verwijst in haar antwoorden naar de Toolkit ‘Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast’. Deze handreiking is echter ontoereikend, omdat zij de nadruk legt op vrijblijvende begrippen zoals voorlichting, bewustwording, begrip kweken, en overleggen, en niet op het scheppen van een wettelijk kader. Het Stappenplan is er alleen maar op gericht alles op de gehinderde af te wentelen. Het gaat uit van een conflict één op één dat door middel van burenoverleg, wijkagent of buurtbemiddeling zou kunnen worden opgelost. Meestal zijn er echter meerdere stokers en is er sprake van cumulatie. Het opvolgen van de Stooktips door stokers is oncontroleerbaar, terwijl het hier toch gaat om de uitstoot van schadelijke stoffen, waarbij de normadvieswaarden regelmatig worden overschreden. Voorts is voor de gehinderde de inventarisatie van bronnen onmogelijk. Zelfs de GGD geeft in haar rapport toe dat er nog een tool moet worden ontwikkeld om na te kunnen gaan uit welke schoorsteen de rook afkomstig is. Juridische procedures zijn voor de gehinderde ook geen lonkend perspectief, de jurisprudentie tot nog toe in aanmerking genomen.

Naast de Toolkit verwijst mevrouw Dijksma naar de website van Milieu Centraal waarop houtstoken ontmoedigd wordt. Deze adviezen zijn eveneens geheel vrijblijvend, en het valt, gezien de populariteit van de houtkachel, niet te verwachten dat zij zullen worden opgevolgd. Gehinderden blijven op deze wijze geheel aan de goodwill van stokers overgeleverd en dat is een ongewenste situatie.

Voorts schrijft mevrouw Dijksma ‘dat het aan gemeenten is om te bepalen op welke wijze zij invulling geven aan hun bevoegdheden bij het bestrijden van rookoverlast.’
In de praktijk doen gemeenten niets met de klachten van inwoners. Zij hebben behalve een artikel in het bouwbesluit dat spreekt over het subjectieve begrip ‘hinder’ geen middelen om te handhaven en verwijzen juist naar de noodzaak van overheidsmaatregelen. Aan voorlichting en bewustwording doen de meeste gemeenten niets. Zij nemen niet in de APV op dat er niet mag worden gestookt bij mistig en windstil weer, en benutten hun gemeentewebsite niet voor het ontraden van houtstook of het focussen op schonere energiebronnen.

In het onlangs verschenen rapport van de noordelijke GGD’s wordt nadrukkelijk gewezen op de tekortkomingen van de aanbevelingen in de Toolkit. Hieraan gaat mevrouw Dijksma geheel voorbij. Enkele citaten:

Maar naast de aanmeldingen uit de regio met veelal schrijnende verhalen, waren er zelfs van elders in het land nogal wat reacties van wanhopige burgers. De meeste van hen bleken niet op de hoogte van de mogelijkheden die genoemd zijn in de VVM-toolkit. Gezien hun verhalen zullen zij waarschijnlijk die mogelijkheden echter niet als echt bruikbaar ervaren.

Verder blijkt dat velen vinden dat de overheid tekort schiet wanneer zij daar om hulp of maatregelen vragen. De juridische mogelijkheden die beschreven zijn in toolkit ‘Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast’ bieden kennelijk geen oplossing.

In stap 4 of 5 van de Toolkit staat geen (semi)-kwantificerende beoordeling van de ernst van een situatie. Daardoor is de toolkit niet geschikt om een juridisch houdbaar onderscheid te maken tussen wel of niet aanvaardbare overlast, en wel of niet handhavend optreden. De toolkit is alleen bruikbaar als informatiebron voor alle betrokkenen, of hulpmiddel voor adviezen van de gemeente of voor onderling overleg tussen klager en stoker.

Mevrouw Dijksma noemt ook de Ecodesign richtlijn. In 2014 is inderdaad een voorstel van de Europese Commissie aangenomen aangenomen m.b.t. typekeuringseisen, maar deze voorschriften zullen pas op 1 januari 2022 van kracht worden! Er is binnen de EU een grote behoefte aan hoog renderende houtkachels, omdat men op tal van plaatsen op hout als brandstof aangewezen is. Nederland is echter een van de weinige landen waar bijna alle burgers op het aardgasnetwerk zijn aangesloten. Het stoken van houtkachels is hier een extra luxe. Het is precies die ‘onnodige sfeer- en bijverwarming’ waar de WHO op doelt, en die in onze dichtbevolkte woonwijken vermeden moet worden.

De hardnekkige mythe CO2; reactie op artikel in de Volkskrant

De meeste kranten in Nederland hebben op 27 oktober een bericht geplaatst over het rapport van de GGD Noord Nederland (Groningen, Friesland en Drenthe). Zo ook de Volkskrant.

Bron: Volkskrant 27 oktober 2015 GGD wil strengere regels open haard en houtkachel

In haar artikel schrijft de Volkskrant onder andere het volgende:

Zo’n 13 procent van de Nederlandse huishoudens heeft nog een open haard of houtkachel in huis, blijkt uit een laatste inventarisatie in 2010. Veel mensen gebruiken hun haard ook als (bij)verwarming. Dat heeft klimaatvoordelen, doordat hout bij verbranding net zoveel CO2-uitstoot als de boom bij zijn leven had opgeslagen: er komt dus geen extra CO2 vrij – mits er voor de gekapte bomen nieuwe worden aangeplant.

Een haard of houtkachel stoot behalve fijnstof, ook koolmonoxide, stikstof- en zwaveloxide, dioxine en koolwaterstoffen uit. Hoeveel van deze stoffen vrijkomen, staat of valt met de verbranding. Bij volledige verbranding is de uitstoot laag, bij onvolledige verbranding hoog. En de verbranding is weer afhankelijk van de brandstof, het stookgedrag (hoge temperatuur is beter) en het type kachel. De meeste warmte verdwijnt ook nog eens via de schoorsteen.

Reactie

Goed om te lezen dat de GGD onder de aandacht brengt dat hout stoken allesbehalve ‘milieuvriendelijk’ is.

Nog een andere hardnekkige mythe is dat hout stoken klimaatneutraal zou zijn. Ook dit artikel rept over ‘klimaatvoordelen’. Niets is echter minder waar. De European Environment Agency concludeerde al in 2011 dat hier sprake is van “een foutieve veronderstelling die resulteert in een serieuze boekhoudfout.” Het negeert de decennia die het kan duren voordat het bos de uitgestoten CO2 weer opneemt, als het al terug groeit. Ook verdwijnt met het omhakken van de boom onmiddellijk de capaciteit om CO2 te absorberen.

Het duurt eeuwen voordat oude bossen de uitgestoten CO2 weer hebben opgenomen. Zelfs voor productiebossen is dit volgens wetenschappers decennia tot eeuwen. De onmiddellijke CO2-uitstoot per energie-eenheid ligt bij hout echter wel vele malen hoger dan bij fossiele brandstoffen.
Gevolg: terwijl we denken goed bezig te zijn, helpen we alsnog ons klimaat om zeep. En bovendien de luchtkwaliteit. Aardgas brandt ‘schoon’ (CH4 + 2 O2 -> CO2 + 2 H2O + warmte). Olie is al een complexer molecuul, waarbij meer schadelijke stoffen vrijkomen. Steenkool is een ramp qua koolstofintensiteit en troep (denk aan kwik). Er is dan ook veel weerstand tegen nieuwe kolencentrales. Maar hout, als meest ‘basale’ vorm van zonne-energie vastgelegd in plantaardig materiaal, vormt de overtreffende trap – zowel qua luchtvervuiling als koolstofintensiteit. Ook als de verbranding onder perfecte omstandigheden plaatsvindt komen er, simpelweg door de samenstelling, veel carcinogenen en ultrafijnstof vrij.
schema verbranden biomass
Pogingen om de duurzaamheidsstandaarden op EU-niveau aan te passen strandden tot dusverre op weerstand van Finland en Zweden. Door de overheidsstimulering worden op dit moment massaal bossen in het zuidoosten van de VS omgehakt en naar Europa verscheept. En daar schiet niemand iets mee op. Het zou beter zijn gewoon te investeren in driedubbel glas: een bewezen en eenvoudige oplossing.

Links:

SC Opinion on Greenhouse Gas Accounting in Relation to Bioenergy – 15 September 2011:

Pulp Fiction – The European Accounting Error That’s Warming the Planet:

Vaclav Smil – The Visionary Energy Solution: Triple Windows:

Oud nieuws. Marianne Thieme ziet ook niets in houtstook

Wellicht oud nieuws. Maar Marianne Thieme heeft eind 2013 al aangegeven met onderbouwing door rapporten van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen dat het stoken van hout niet zinvol is. Het KNAW is een genootschap van topwetenschappers, adviseur van de regering over wetenschapsbeoefening, en verantwoordelijk voor 17 onderzoeksinstituten

Waar er de hele tijd wordt geruzied over wat er nu wel en niet klopt aan de duurzaamheidsproblemen rond biomassa en biobrandstoffen, moet ik constateren dat de KNAW met een heel goede notitie is gekomen. Ze brengt twee belangrijke punten naar voren. Ten eerste geeft ze aan waarom hout stoken in elektriciteitscentrales niet helpt. Het verbranden van hout produceert meer CO2 dan het verbranden van steenkool, maar vanwege de subsidie worden er nu hele bossen gerooid en versnipperd voor bijstook. Dit leidt noch tot innovatie noch tot vermindering van CO2-uitstoot. Producenten zeggen dat ze nieuwe bomen zullen aanplanten die de CO2 weer opnemen. Maar zelfs als dat gebeurt, duurt het een eeuw voordat die schuld is ingelost.

Lees het hele artikel.