Tag

houtrook

Reactie van de stichting op het onderzoek van Milieu Centraal: Hout stoken: lust of last? (januari)

milieucentraalBron: persbericht Milieu Centraal

Bijna de helft van de Nederlandse bevolking vindt vuurtjes stinken. Eén op de tien Nederlanders ervaart zelfs grote overlast van anderen die binnenshuis stoken. Acht procent vindt dat hout stoken verboden zou moeten worden. Dat blijkt uit onderzoek van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal, uitgevoerd door Motivaction.

Ongeveer tien procent van de Nederlandse huishoudens heeft een houtkachel of open haard. Voor het milieu kunnen er in woonwijken beter geen bijkomen, stelt Milieu Centraal. Bij het stoken van hout komen namelijk stoffen, zoals fijnstof, vrij die nadelig zijn voor de gezondheid. Bijna dertig procent van de Nederlanders weet dat hout stoken schadelijk is voor de gezondheid. Via ramen, deuren of ventilatieroosters kan de rook andere huizen binnendringen. De mensen die grote overlast ervaren van vuurtjes van anderen, hebben vaak gezondheidsproblemen.

Het onderzoek is online uitgevoerd via het StemPunt-panel van Motivaction en representatief voor de Nederlandse bevolking van 18 tot 70 jaar. 700 Nederlanders hebben de vragenlijst geheel beantwoord. De periode van dataverzameling was 1 tot en met 5 juni 2015. Motivaction is lid van de MOA en maakt deel uit van de Research Keurmerkgroep. Tot zo ver een deel van het persbericht van Milieu Centraal.

Reactie
Als stichting zijn we blij met alle aandacht gerelateerd aan de problemen die worden veroorzaakt door het stoken van hout. Zeker als blijkt dat een landelijk blad als Metro dit onderzoek prominent plaatst. Toch zetten we onze kanttekeningen bij het onderzoek en het advies van Milieu Centraal. In de eerste plaats vinden we het vreemd dat dit onderzoek in juni is uitgevoerd. Heel bijzonder is bijvoorbeeld het volgende resultaat uit het onderzoek:

Aan de personen die in ieder geval in kleine mate overlast ervaren van een houtkachel of open haard, is gevraagd hoe vaak zij overlast ervaren van deze twee middelen. De resultaten laten zien dat deze personen in de lente en zomer vaker overlast ervaren dan in de herfst of winter. 22% van de personen die overlast ervaren geven aan in de lente of zomer in ieder geval wekelijks overlast te ervaren van een houtkachel of open haard. Voor de herfst en winter is dit percentage 18%.

Dit staat haaks op de ervaring van de stichting en van de sites houtrook.nl en houtrook.com. Wij zien en weten uit ervaring dat het merendeel van de problemen zich vooral afspelen in de periode september tot en met april. Dit wordt ook ondersteund door het onderzoek van CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) ‘Houtverbruik huishoudens WoON-onderzoek 2012‘. In dit rapport staat volgend (de zomerperiode wordt niet eens meegenomen!): Opvallend is dat veel huishoudens in de herfst en winter hun houtgestookte installatie elke dag gebruiken. Er lijken slechts weinig weekendstokers te zijn die hun installatie één of twee keer per week gebruiken.

Milieu Centraal adviseert dat voor het milieu er in woonwijken beter geen houtkachels of open haarden bijkomen. Zij neemt dus geen stelling tegen het aantal voorzieningen dat nu al gebruikt wordt. En dat is ook vreemd. Blijkbaar belast het stoken van hout en andere vaste stoffen in Nederland door particulieren het milieu op dit moment nog niet? Of bedoelt zij dat als we maar goed stoken (tips) het allemaal wel meevalt? Ook dat is een vreemde opstelling. Want bij het stoken van hout door particulieren komen veel ongezonde, volgens de overheid, ‘zeer zorgwekkende stoffen‘ vrij. Volgens www.emissieregistratie.nl is het verbanden van hout door particuliere bijvoorbeeld verantwoordelijk voor 86% van de Benzo(a)Pyreen, 87% Benzo(b)Fluorantheen en 87% Benzo(k)Fluorantheen.

zeer zorgwekkende stoffen

Als laatste vragen wij ons af waarom Milieu Centraal de ervaringen onderzoekt van de Nederlandse bevolking met het stoken van hout, hun houding ten aanzien van hout stoken en het huidige stookgedrag en de kennis hierover onder houtstokers in het bijzonder? Tijdens de platformbijeenkomst in oktober gaven de vertegenwoordigers van Milieu Centraal duidelijk te kennen dat voor hen enkel het milieu-aspect relevant is. En daar gaat dit onderzoek niet over.

 

 

Roken: lust of last? ((januari)

milieucentraal

In opdracht van Milieu Centraal heeft Motivaction een onderzoek uitgevoerd naar de ervaringen van de Nederlandse bevolking met roken, hun houding ten aanzien van roken, het huidige rookgedrag en de kennis hierover onder rokers in het bijzonder.

Nederlanders roken op diverse manieren: op kantoor, thuis, en op het balkon of in de tuin. Dit recreatieve roken brengt soms overlast met zich mee. Iedereen heeft wel eens van de rook van anderen kunnen meegenieten. Maar vaak wordt het nauwelijks als hinderlijk ervaren en soms zelfs als sfeervol. Echter, er zijn ook delen van de bevolking die bezwaar maken tegen de effecten van roken. 10% van de bevolking geeft aan last te hebben van de schadelijke effecten en van geur- en rookoverlast.

Kortom: Milieu Centraal ziet een groeiend maatschappelijk issue rond roken door particulieren en dat is reden voor Milieu Centraal om te willen weten in welke mate dit issue nu echt in Nederland leeft. Daarnaast wil Milieu Centraal graag weten in hoeverre men bekend is met de ‘rooktips’ die ervoor zorgen dat roken minder overlast veroorzaakt.

Over het algemeen ervaren Nederlanders weinig overlast van roken.

De meerderheid van de Nederlandse bevolking ervaart geen of in geringe mate overlast van roken. Slechts een tiende van de bevolking geeft aan in grote mate overlast te ervaren van roken. Dit deel van de Nederlandse bevolking ervaart vooral stankoverlast. Een kwart noemt ook lichte irritaties.

De meerderheid van de Nederlanders is positief over roken.

De meerderheid van de Nederlanders kent positieve kenmerken toe aan roken. Genoemd wordt dat roken gezellig is, lekker, en leuk om te doen. Slechts een vijfde van de Nederlandse bevolking vindt roken ongewenst. Bijna de helft van de Nederlanders vindt dat roken voor stank zorgt.

De meerderheid wil roken niet verbieden.

In eerste instantie geven Nederlanders aan dat de voorlichting over roken voldoende is en er geen strengere wetten of regels nodig zijn. Op de tweede plaats geeft men aan dat roken geheel vrijgelaten moet worden. Ruim een kwart van de Nederlanders geeft aan dat strengere wetten en regels wel nodig zijn en 8% vindt dat roken helemaal verboden moet worden. Rokers zijn in hoge mate bereid om maatregelen te nemen om overlast door roken te beperken. Zij doen dit vooral door sigaretten van kwalitatief hoogwaardige tabak te roken.

Geen behoefte aan informatie.

Circa één op de vijf Nederlanders rookt. Vooral voor de gezelligheid, en om zich behaaglijk te voelen. Een vierde van alle rokers ontvangt informatie over roken. Informatie wordt vooral verkregen van familie, vrienden of kennissen en van tabaksproducenten en sigarenwinkels. Rokers hebben niet veel behoefte aan informatie over roken, de meeste ‘rooktips’ zijn bekend en worden al door een meerderheid van de rokers toegepast.
————————————————————————————————————————————-

Tot zover Milieu Centraal. Vindt u dit een merkwaardig verhaaltje? Roken vrijlaten, roken gezellig? De schadelijke effecten van roken zijn toch allang bekend? Roken is toch allang aan banden gelegd, zodat niemand meer met anderen mee hoeft te roken? Is dit soms een krantenartikeltje uit de jaren ’60?

Nee, het enige wat hier is gebeurd, is het vervangen van ‘hout stoken’ door ‘roken’. Want wat is eigenlijk het verschil tussen hout stoken en meeroken? Houtrook bevat vergelijkbare giftige en kankerverwekkende stoffen als sigarettenrook en is vaak zelfs nog schadelijker. Als je ‘hout stoken’ vervangt door ‘roken’ dringt het pas tot je door wat een gevaarlijke, maar helaas nog niet achterhaalde boodschap hier uitgedragen wordt.

Het bovenstaande fragment is afkomstig uit een onlangs gepubliceerd ‘onderzoek’ in opdracht van Milieu Centraal naar de houding van de Nederlandse bevolking met betrekking tot hout stoken en wil het draagvlak voor strengere regels rond hout stoken aftasten.

Omdat het grootste deel van de Nederlandse bevolking niet op de hoogte is van de schadelijke effecten van houtrook op gezondheid en milieu of deze negeert, is die houding helemaal niet zo negatief. Hout stoken verbieden? Wat een flauwekul. Overlast van anderen? Een beetje rook, daar moet een mens toch tegen kunnen? Stoken is leuk!!

De meerderheid van de Nederlandse bevolking ervaart volgens dit onderzoekje weinig overlast van hout stoken. Dat heeft zeker iets te maken met het kennisniveau van de gemiddelde Nederlander over hout stoken. Ook al heb je geen ‘overlast’, houtrook is bewezen schadelijk. Wanneer de respondenten eerst waren voorgelicht over de gezondheidseffecten van fijnstof, en de kans op kanker en luchtwegaandoeningen, waren hun antwoorden wellicht anders geweest

Lees hier zelf het onderzoek.

Reactie Staatssecretaris Sharon Dijksma op rapport GGD (januari)

De staatssecretaris Sharon Dijksma geeft een uitgebreide reactie op het rapport ‘Overlast door houtrook’ van de GGD Noord Nederland op verzoek van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu.

De reactie eindigt met de volgende paragraaf:
Het schoner en gezonder maken van de lucht blijft een belangrijke doelstelling van mijn beleid. Na alle winst die reeds is bereikt door Europese emissie-eisen en de uitvoering van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is houtstook door particulieren een van de resterende bronnen van luchtverontreiniging. Via het Platform Houtstook en het programma Slimme en Gezonde Stad wordt ervaring opgedaan om de problematiek van zowel de overlast als de gezondheidsschade aan te pakken. In dat kader wordt ook bekeken of en op welke wijze verbeterde meetapparatuur een bijdrage kan leveren.

Lees het hele rapport hieronder. Bron: Tweede kamerstukken.


 

Geachte voorzitter,

 

Op verzoek van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu stuur ik u hierbij mijn reactie op het rapport “Overlast door houtrook; onderzoek naar het meten van fijn stof als hulpmiddel bij het beoordelen van klachten over houtstook” opgesteld door de GGD Groningen in samenwerking met GGD Drenthe en GGD Fryslân. De commissie heeft mij gevraagd of ik de conclusies van het rapport over houtrook onderschrijf, of ik nut en noodzaak onderschrijf van nader onderzoek naar methoden om de overlast door houtrook beter te beoordelen, en welke mogelijkheden er zijn om binnen de wet- en regelgeving rookoverlast beter te kunnen aanpakken.

 

GGD-rapport: beoordelingsmethode van overlast door houtrook

Het GGD-rapport bevat een literatuuroverzicht van gezondheidseffecten door houtstook en een onderzoek naar de bruikbaarheid van een fijnstofmeetapparaat (PM2,5) om klachten over houtrookoverlast inzichtelijk te maken.

 

Het literatuuroverzicht gaat in op de mogelijk schadelijke effecten van het stoken van hout op de gezondheid. Houtrook bevat veel verschillende stoffen die schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn. Deze kunnen zowel op korte termijn (ontstekingsreacties) als op lange termijn (toename van de kans op astma, COPD, longkanker, hart- en vaatziekten) gezondheidseffecten teweeg brengen. Daarnaast kan geurhinder leiden tot stress en daarmee ook schadelijk zijn voor de gezondheid.

 

Bij het onderzoek werd de bruikbaarheid getest van fijnstofmeetapparatuur om klachten over houtrookoverlast te kunnen beoordelen aan de hand van de ter plekke gemeten fijnstofniveaus. Gedurende een week werden in tien woningen metingen verricht. In het onderzoek werd geen relatie gevonden tussen de overlastklachten en de hoogte van de gemeten fijnstofniveaus. Verder meldt het GGD-rapport dat de gemeten fijnstofniveaus bij acht van de tien onderzochte woningen regelmatig de dag-advieswaarde van de WHO overschreden. De onderzoekers geven hierbij aan dat de door het gebruikte apparaat gemeten waarden wat hoger kunnen liggen dan de werkelijke concentraties. Zij concluderen dat in de gekozen opzet de onderzochte meetapparatuur niet zonder meer bruikbaar is om te bepalen of een situatie waarover klachten bestaan wel of niet acceptabel is.

 

Het literatuuroverzicht bevestigt de bestaande inzichten over de mogelijke schadelijke effecten van houtstook op de gezondheid. Ik onderschrijf dan ook de conclusies van het rapport over dit verband en beschouw dit als ondersteuning van het door mij ingezette beleid.

 

Het onderzoek van de meetapparatuur was uitsluitend gericht op overlast en niet op gezondheidsklachten. De onderzoekers toetsen gemeten waarden echter wel aan de WHO-advieswaarde. Op mijn verzoek heeft het RIVM het onderzoeksrapport bekeken. Het RIVM geeft aan dat voor het toetsen aan de WHO-advieswaarde de gebruikte low-cost sensoren vrijwel zeker niet aan de gangbare onzekerheidscriteria voldoen. Ik deel dan ook de mening van het RIVM dat de meetresultaten met de nodige voorzichtigheid bekeken moeten worden, en dat een toetsing ten opzichte van de WHO-advieswaarde feitelijk niet opportuun is. Verder wijst het RIVM erop dat deze toestellen eigenlijk bedoeld zijn voor metingen van de binnenlucht, en dat deeltjes onder een bepaalde grootte niet meer waargenomen worden.

 

Aanpak van overlast door houtrook

De uitstoot van schadelijke stoffen kan sterk verschillen tussen soort kachel of open haard, de wijze van stoken en de gebruikte brandstoffen. De mate waarin gezondheidseffecten zich voordoen, hangt onder andere af van de samenstelling van de rook en de mate, frequentie en duur van de blootstelling. Hierdoor kunnen plaatselijk grote verschillen bestaan waardoor een lokale aanpak het meest voor de hand ligt. Gemeenten kunnen gebruik maken van een aantal bevoegdheden binnen de bestaande wet- en regelgeving. Het Bouwbesluit stelt eisen aan rookkanalen en bevat een verbod op het verspreiden van hinderlijke of schadelijke rook, roet en stank. Via een algemene plaatselijke verordening kan de gemeente ertoe besluiten het stoken van hout te reguleren. Daarnaast kan ook buurtbemiddeling tussen de stoker en de gehinderde bijdragen aan een oplossing voor de ervaren rookoverlast.

 

Dat neemt niet weg dat ik ook een belangrijke rol voor het Rijk zie. Voor de kortere termijn zijn al enkele acties ingezet. In opdracht van het ministerie is inmiddels een toolkit “Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast” ontwikkeld. Deze bevat niet alleen stookadviezen maar ook stappenplannen voor de stoker, de gehinderde burger, de gemeente en de GGD hoe om te gaan met een situatie van rookoverlast. De overlast door houtrook kan namelijk worden beperkt door het gebruik van de juiste brandstoffen, het toepassen van de juiste, op volledige verbranding gerichte, stooktechniek en door rekening te houden met ongunstige weersomstandigheden.

 

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft het initiatief genomen om te komen tot de oprichting van het Platform Houtstook. Het RIVM coördineert dit Platform. De opdracht aan het Platform is het vergroten en verspreiden van kennis over hoe de overlast en mogelijke gezondheidsschade van het stoken van hout door particulieren kan worden verminderd en voorkomen. In het Platform worden verschillende partijen afkomstig uit het veld van onderzoek, maatschappelijke organisaties, ondernemers en overheid vertegenwoordigd, waarmee een breed gedragen aanpak van de houtrookoverlast nagestreefd wordt. Het Platform zal dan ook worden betrokken bij de uitvoering van de motie Cegerek c.s., waarin de regering wordt verzocht de problemen en mogelijke oplossingen voor de gezondheidsklachten als gevolg van houtstook in kaart te brengen.

 

De aanpak van houtrookoverlast is een aandachtspunt binnen het programma Slimme en Gezonde Stad. Als pilot wordt voor de gemeente Nijmegen een houtstook-app ontwikkeld die stokers informeert in hoeverre onder actuele weersomstandigheden het stoken van hout in hun omgeving tot overlast kan leiden. Ook zal onderzoek worden gedaan naar de bruikbaarheid van overlastreducerende technieken.

 

Daarnaast neemt het ministerie het initiatief om samen met partijen in het Platform Houtstook te komen tot een (digitale) folder: een filmpje waarmee de belangrijkste feiten over de gezondheidsrisico’s van houtstook uiteen worden gezet en ook tips worden gegeven om de overlast van houtstook zoveel mogelijk te beperken. Verder zal samen met de partners bezien worden welke mogelijkheden er zijn om kopers van kachels en haarden te adviseren over de aanschaf van schone kachels en over de juiste manieren van stoken. Met de houtkachelbranche zal het ministerie van Infrastructuur en Milieu bovendien de mogelijkheid verkennen om tot een Green Deal te komen.

 

Ten slotte zal in 2022 de Europese Eco-design-richtlijn van kracht worden, waarin de producteisen voor houtkachels aanzienlijk zullen worden aangescherpt. Hierin is een typekeuring voor houtkachels geregeld die in overeenstemming is met de thans in Duitsland geldende strengere normen.

 

Het schoner en gezonder maken van de lucht blijft een belangrijke doelstelling van mijn beleid. Na alle winst die reeds is bereikt door Europese emissie-eisen en de uitvoering van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is houtstook door particulieren een van de resterende bronnen van luchtverontreiniging. Via het Platform Houtstook en het programma Slimme en Gezonde Stad wordt ervaring opgedaan om de problematiek van zowel de overlast als de gezondheidsschade aan te pakken. In dat kader wordt ook bekeken of en op welke wijze verbeterde meetapparatuur een bijdrage kan leveren.

 

 

Hoogachtend,

 

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,
Sharon A.M. Dijksma

 

 

 

 

Overlast door houtrook bij TROS Radar door 1,8 miljoen mensen bekeken (januari)

Tros-Radar-1De uitzending van radar van 4 januari jongstleden met onder andere als onderwerp de problemen met houtrook is door 1,8 miljoen mensen bekeken. Bekijk het deel over houtstoken.

Naast interviews met de directeur van het longfonds, een inhalatie toxicoloog van het RIVM en Yasemin Cegerek, kamerlid PvdA wordt openhartig gesprokenen de familie Van de Meijs. Zij geven goed weer met welk groot probleem we in Nederland hebben te maken.

Omroep Max besteed aandacht aan het stoken van hout.

Omroep Max heeft in haar programma aandacht besteed aan de effecten op milieu en gezondheid door het stoken van hout. Wetenschapsjournalist Max Oving is hier erg duidelijk over. Helaas heeft de mannelijke presentator een pelletkachel. Hoewel dit type kachels in principe schoner stoken dan de gewone houtkachel zorgt de pelletkachel in de praktijk ook voor veel overlast en stoot veel meer schadelijke stoffen uit dan een gasgestookte cv.

Bij NUON gaat duurzaamheid in rook op!

energieleverancier-nuonNUON is verbaasd over de lage notering die het energiebedrijf krijgt in de jaarlijkse Stroomranking (ranglijst) van consumenten- en milieuorganisaties. Nuon komt daarin met een 3,8 als een van de slechtsten uit de bus.
‘Wij zijn een de van grootste en groenste energieproducenten!’, zegt Martijn Hagens, lid van de Raad van Bestuur van Nuon.

Is dat zo, meneer Hagens?
In een nieuwe reclamecampagne promoot NUON ledverlichting voor in de tuin; een loffelijk streven op weg naar een groenere toekomst.
Maar om die nieuwe ledverlichting ‘aan de buren te laten zien’, stelt NUON helaas voor een winterbarbecue of buurtvuur te organiseren: ‘Steek de vuurkorf aan en laat iedereen wat lekkers meenemen. Kunnen ze gelijk zien hoe veel energie je bespaart!’ Je maakt bovendien kans om een vuurkorf te winnen. En de promotieactie gaat gepaard met een aantal filmpjes en foto’s over houtstoken in de vuurkorf, het maken van een ‘rookton’ en wokken op de vuurkorf.

In tal van interviews geeft Hagens aan dat de overgang naar duurzame energie versneld moet worden: ‘De milieuorganisaties en wij zijn het erover eens dat die omslag op dit moment niet hard genoeg gaat.’
Martijn Hagens is vastberaden om mensen op een positieve manier te doordringen van de noodzaak de aarde duurzamer te maken.

Daar lijkt het niet op, meneer Hagens. Houtstoken in dichtbevolkte woonwijken, in wat voor vorm dan ook, is niet milieuvriendelijk en niet duurzaam. Bij het verbranden van hout komen fijnstof en tal van andere schadelijke stoffen vrij. Dat is ongezond, voor kinderen, ouderen, mensen met longaandoeningen, maar ook voor gezonde mensen. En het stinkt. Als in een Nederlandse woonwijk iemand een rookton gebruikt of wokt op de vuurkorf voor zijn eigen ‘tuinplezier’ kunnen vele anderen dat tuinplezier vergeten en hun ramen en deuren gesloten houden.
Dat doet de voordelen van een paar ledlampjes grondig teniet.

Wat deze reclamecampagne doet, is sluw aansluiten bij de modetrend dat alles tegenwoordig gepaard moet gaan met vuur. Beetje jammer dat juist een energiebedrijf deze keuze maakt, terwijl tal van organisaties zich steeds kritischer opstellen ten opzichte van houtverbranding, zoals Milieu Centraal, de GGD’s en het Longfonds.

Martijn Hagens gelooft ook dat biomassabijstook energiecentrales 100% CO2-neutraal kan maken. Ach, wat kun je van zo iemand verwachten?

Bent u het ook oneens met deze actie van NUON?
Stap over naar een andere energieleverancier, het is zo gepiept. Van de grote energiebedrijven in Nederland is Eneco de meest groene stroomleverancier. NUON en Essent scoren beiden een dikke onvoldoende op duurzaamheid. Dit blijkt uit een onderzoek van de Consumentenbond, Greenpeace, Hivos en Natuur & Milieu.

Wat vindt de Stichting HoutrookVrij van de antwoorden van Sharon Dijksma op de kamervragen over houtrookoverlast

KAMERVRAGEN OVER HOUTROOKOVERLAST
Op 29 oktober 2015 werden door Yasemin Cegerek (PvdA) de volgende Kamervragen gesteld aan de Minister van Infrastructuur en Milieu over de rookoverlast van houtkachels, haarden en vuurkorven:

Vraag 1
Bent u bekend met de waarschuwing van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) voor schadelijke rook uit onder meer houtkachels?

Vraag 2
Op welke wijze wordt het advies verspreid dat mensen de kachel niet als hoofdverwarming moeten gebruiken en niet moeten stoken bij windstil weer?

Vraag 3
Bent u bekend met het rapport Rookoverlast houtkachels, haarden en vuurkorven: burenruzie of milieuprobleem? van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG)

Vraag 4
Kunt u reageren op de conclusie op pagina 32 van dit rapport dat de gemeenten aanmerkelijk minder (doen) dan zij kunnen bij het bestrijden van rookoverlast. Dat heeft deels te maken met een laag niveau van regelgeving, maar voor een belangrijk deel ook met mentaliteit: klachten worden bagatelliserend bestempeld als ‘burenruzies’?

Vraag 5
Kunt u uw reactie geven op de aanbevelingen voor beleidsmakers die in dit rapport gedaan worden?


 

 

Op 19 november 2015 werden deze Kamervragen beantwoord door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, mevrouw Sharon Dijksma

Vraag 1
Bent u bekend met de waarschuwing van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) voor schadelijke rook uit onder meer houtkachels?

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2
Op welke wijze wordt het advies verspreid dat mensen de kachel niet als hoofdverwarming moeten gebruiken en niet moeten stoken bij windstil weer?

Antwoord 2
In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu is de handreiking “Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast?” opgesteld, die onder andere de stoker adviseert over de beste stooktechniek, welke brandstoffen te gebruiken en wanneer beter niet kan worden gestookt. Deze brochure is thans beschikbaar via de link http://www.vvm.info/main.php?id=897, en zal binnenkort worden verspreid via de website van het Platform Houtstook (in oprichting). In dit Platform werkt een brede vertegenwoordiging van partijen uit het veld van onderzoek, maatschappelijke organisaties, ondernemers en overheden samen aan het verminderen en voorkomen van overlast en gezondheidseffecten van houtstook door particulieren. Ook MilieuCentraal geeft op haar website informatie over hoe overlast door houtstook kan worden voorkomen. MilieuCentraal wijst er op dat een toename van houtkachels en open haarden in woonwijken vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit en geurhinder niet gewenst is en adviseert de potentiële koper milieuvriendelijker alternatieven voor verwarming te overwegen.
Daarnaast heeft MilieuCentraal een “modelpagina” over overlast door houtstook samengesteld die is gepubliceerd in huis-aan-huis bladen.

Vraag 3
Bent u bekend met het rapport Rookoverlast houtkachels, haarden en vuurkorven: burenruzie of milieuprobleem? van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG)

Antwoord 3
Ja, het betreft hier een in 2006 verschenen rapport van de wetenschapswinkel van de Rijksuniversiteit Groningen.

Vraag 4
Kunt u reageren op de conclusie op pagina 32 van dit rapport dat de gemeenten aanmerkelijk minder (doen) dan zij kunnen bij het bestrijden van rookoverlast. Dat heeft deels te maken met een laag niveau van regelgeving, maar voor een belangrijk deel ook met mentaliteit: klachten worden bagatelliserend bestempeld als ‘burenruzies’?

Antwoord 4
De in het antwoord op vraag 2 genoemde brochure bevat informatie over wat burgers die overlast ondervinden kunnen doen en hoe GGD-en en gemeenten met klachten van burgers kunnen omgaan. Het is verder aan gemeenten om te bepalen op welke wijze zij invulling geven aan hun bevoegdheden bij het bestrijden van rookoverlast.

Vraag 5
Kunt u uw reactie geven op de aanbevelingen voor beleidsmakers die in dit rapport gedaan worden?

Antwoord 5
De aanbevelingen voor beleidsmakers in het rapport zijn deels gericht aan gemeenten en deels aan de rijksoverheid. Een aantal daarvan heeft betrekking op het verbeteren van de informatievoorziening en het vergroten van het bewustzijn van de overlast door houtrook en de mogelijke gezondheidseffecten daarvan. Hierin zijn door de rijksoverheid inmiddels stappen gezet, zoals is toegelicht bij de antwoorden op de vragen 2 en 4. In Europees verband is in 2014 een voorstel van de Europese Commissie aangenomen om in het kader van de Ecodesign richtlijn de typekeuringseisen eisen voor houtkachels aan te scherpen.


De Stichting HoutrookVrij meent dat de beantwoording van de Kamervragen door de Staatssecretaris onbevredigend is:

Mevrouw Dijksma verwijst in haar antwoorden naar de Toolkit ‘Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast’. Deze handreiking is echter ontoereikend, omdat zij de nadruk legt op vrijblijvende begrippen zoals voorlichting, bewustwording, begrip kweken, en overleggen, en niet op het scheppen van een wettelijk kader. Het Stappenplan is er alleen maar op gericht alles op de gehinderde af te wentelen. Het gaat uit van een conflict één op één dat door middel van burenoverleg, wijkagent of buurtbemiddeling zou kunnen worden opgelost. Meestal zijn er echter meerdere stokers en is er sprake van cumulatie. Het opvolgen van de Stooktips door stokers is oncontroleerbaar, terwijl het hier toch gaat om de uitstoot van schadelijke stoffen, waarbij de normadvieswaarden regelmatig worden overschreden. Voorts is voor de gehinderde de inventarisatie van bronnen onmogelijk. Zelfs de GGD geeft in haar rapport toe dat er nog een tool moet worden ontwikkeld om na te kunnen gaan uit welke schoorsteen de rook afkomstig is. Juridische procedures zijn voor de gehinderde ook geen lonkend perspectief, de jurisprudentie tot nog toe in aanmerking genomen.

Naast de Toolkit verwijst mevrouw Dijksma naar de website van Milieu Centraal waarop houtstoken ontmoedigd wordt. Deze adviezen zijn eveneens geheel vrijblijvend, en het valt, gezien de populariteit van de houtkachel, niet te verwachten dat zij zullen worden opgevolgd. Gehinderden blijven op deze wijze geheel aan de goodwill van stokers overgeleverd en dat is een ongewenste situatie.

Voorts schrijft mevrouw Dijksma ‘dat het aan gemeenten is om te bepalen op welke wijze zij invulling geven aan hun bevoegdheden bij het bestrijden van rookoverlast.’
In de praktijk doen gemeenten niets met de klachten van inwoners. Zij hebben behalve een artikel in het bouwbesluit dat spreekt over het subjectieve begrip ‘hinder’ geen middelen om te handhaven en verwijzen juist naar de noodzaak van overheidsmaatregelen. Aan voorlichting en bewustwording doen de meeste gemeenten niets. Zij nemen niet in de APV op dat er niet mag worden gestookt bij mistig en windstil weer, en benutten hun gemeentewebsite niet voor het ontraden van houtstook of het focussen op schonere energiebronnen.

In het onlangs verschenen rapport van de noordelijke GGD’s wordt nadrukkelijk gewezen op de tekortkomingen van de aanbevelingen in de Toolkit. Hieraan gaat mevrouw Dijksma geheel voorbij. Enkele citaten:

Maar naast de aanmeldingen uit de regio met veelal schrijnende verhalen, waren er zelfs van elders in het land nogal wat reacties van wanhopige burgers. De meeste van hen bleken niet op de hoogte van de mogelijkheden die genoemd zijn in de VVM-toolkit. Gezien hun verhalen zullen zij waarschijnlijk die mogelijkheden echter niet als echt bruikbaar ervaren.

Verder blijkt dat velen vinden dat de overheid tekort schiet wanneer zij daar om hulp of maatregelen vragen. De juridische mogelijkheden die beschreven zijn in toolkit ‘Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast’ bieden kennelijk geen oplossing.

In stap 4 of 5 van de Toolkit staat geen (semi)-kwantificerende beoordeling van de ernst van een situatie. Daardoor is de toolkit niet geschikt om een juridisch houdbaar onderscheid te maken tussen wel of niet aanvaardbare overlast, en wel of niet handhavend optreden. De toolkit is alleen bruikbaar als informatiebron voor alle betrokkenen, of hulpmiddel voor adviezen van de gemeente of voor onderling overleg tussen klager en stoker.

Mevrouw Dijksma noemt ook de Ecodesign richtlijn. In 2014 is inderdaad een voorstel van de Europese Commissie aangenomen aangenomen m.b.t. typekeuringseisen, maar deze voorschriften zullen pas op 1 januari 2022 van kracht worden! Er is binnen de EU een grote behoefte aan hoog renderende houtkachels, omdat men op tal van plaatsen op hout als brandstof aangewezen is. Nederland is echter een van de weinige landen waar bijna alle burgers op het aardgasnetwerk zijn aangesloten. Het stoken van houtkachels is hier een extra luxe. Het is precies die ‘onnodige sfeer- en bijverwarming’ waar de WHO op doelt, en die in onze dichtbevolkte woonwijken vermeden moet worden.

Telegraaf: Gloeiende ruzies over rook

Op zaterdag 14 nov 2015 verscheen het onderstaande artikel in De Telegraaf.
Eindelijk een grote landelijke krant die aandacht schenkt aan houtrookoverlast en laat zien dat dit een splijtzwam tussen burgers is geworden. De roep om regelgeving wordt steeds groter. Dit artikel bewijst dat de vanzelfsprekendheid van het stoken van een houtkachel onder vuur ligt. Langzamerhand beginnen steeds meer mensen zich te ergeren aan de houtstookterreur die de lucht in hun woonwijken verziekt en hun gezondheid bedreigt.
(De in dit artikel geventileerde meningen vertolken niet per definitie die van de Stichting HoutrookVrij.)


Gloeiende ruzies over rook
Uitstoot open haarden en vuurkorven drijft buren soms tot wanhoop

Houtstook leidt steeds vaker tot knetterende burenruzies. Omwonenden die last hebben van de rook worden vaak neergezet als zeurpieten. Onderzoeken naar mogelijk giftige en kankerverwekkende uitstoot van de rookgassen spreken elkaar tegen. Gemeenten durven zelden op te treden tegen overmatige houtstokers. Want een verbod is wel erg drastisch en dat vuurtje in huis is o zo gezellig.

Het is een nachtmerrie voor docent Clemens van Rijthoven en zijn vrouw: de vier houtstookplaatsen van zijn buren. De familie woont in een schitterend rijksmonument uit 1485 in Wijk en Aalburg. Maar er is bijna geen dag dat ze daar echt van kunnen genieten, want de buren laten onophoudelijk de houtkachels loeien en gloeien.

„Wij zijn al dertien jaar aan het vechten tegen onze onwillige buren. De stankoverlast is verschrikkelijk. Een steekwagen vol brieven ligt er op het gemeentehuis van Aalburg en men doet het gewoon af als een burenruzie. Ik heb rechtszaken gevoerd. Dan kreeg ik weer gelijk, maar daar dacht een andere rechter weer anders over en zo gaat het maar door. Er werd een onderzoek verricht. Kostte 9000 euro, wat via mijn rechtsbijstandsverzekering werd betaald, maar de overlast schijnt kennelijk zeer moeilijk te bewijzen. Of ze komen hier meten als bij de buren de kachel toevallig niet aanstaat, of de wind niet op ons huis is gericht.”

Volgens het CBS heeft 10 procent van de bevolking last van houtrook van kachels, allesbranders en de vuurkorven buiten. Er zijn 350.000 Nederlanders die jaarlijks meer dan 150 dagen stoken. Er zijn zelfs tienduizenden vaderlanders die met hun kachel het hele huis verwarmen en trots zijn op hun rendement van 90 procent. Soms wonen ze zelfs in een ecowijk en denken ze milieuvriendelijk bezig te zijn.

In werkelijkheid is houtrook uitgegroeid tot een belangrijke bron van luchtvervuiling. Uit de verbranding van hout en ander afval komt een verscheidenheid aan (kankerverwekkende) schadelijke stoffen vrij. Stoffen die bijvoorbeeld de ademhaling irriteren. Vooral zuigelingen, kinderen, zwangere vrouwen, mensen die lijden aan allergieën, astma, bronchitis en longziektes worden ernstig bedreigd door de vervuiling, zo wordt beweerd.

Bangmakertje

Van Rijthoven zegt: „Wanneer de open haard brandt, rookt de hele buurt mee. Roken is dodelijk, staat op de verpakking van tabak. Nu nog op de zak openhaardhout.”

Nog een bangmakertje: volgens de Deense publicist Bjorn Lomborg is houtstook wereldwijd de belangrijkste milieuveroorzaker van sterfte. Maar dan doelt hij waarschijnlijk op New Delhi, zo’n beetje de smerigste plek op aarde.

Houtrook zou zelfs dertig keer schadelijker zijn dan tabaksrook. Het is een van de grotere veroorzakers van uitstoot van ultrafijnstof. Houtrook bevat minuscule deeltjes van creosoot, roet en as die wel tot drie weken in de lucht blijven zweven. Inademen veroorzaakt hoesten, irritatie en permanente littekens in de longen.

Maar bezien we de Nederlandse rapporten, dan is het beeld minder duidelijk. De toenmalige staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, Wilma Mansveld, antwoordde op vragen van D66 over luchtvervuiling door houtkachels: „Er kan lokaal overlast ontstaan door houtstook. Helaas valt op basis van de beschikbare kennis niet eenduidig aan te geven in welke mate gezondheidsrisico’s daadwerkelijk aanwezig zijn. Als er overlast ontstaat, betreft het meestal zeer specifieke lokale omstandigheden.”

Volgens haar zijn rapporten niet altijd objectief. Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) berekende dat de houtstook in delen van het dorp Schoorl zeer groot was. Mansveld: „Maar de metingen betreffen een beperkt aantal dagen in de winterperiode op een locatie waar relatief veel houtstook voorkomt en zijn daarmee waarschijnlijk niet representatief.”

Het probleem is dat een enkele houtkachel in een buurt meestal weinig overlast veroorzaakt. Zeker niet als je goed en droog hout gebruikt en een volledige verbranding nastreeft. Dan wil de buurt nog wel eens zeggen: wat ruikt dat vuurtje lekker!

Er zijn mensen die een keurig stookgedrag vertonen, maar er zijn ook asocialen die zich nergens iets van aantrekken. Die van alles in hun kachel gooien en ook bij windstil en mistig weer op volle kracht fikkie stoken.

Vincent van der Heiden is bestuurslid van de stichting Houtrookvrij. Hij woont in Zutphen en zegt: „Ik heb niets tegen een open haard in de buurt. Ik vind het niet erg als mensen af en toe barbecueën of de vuurkorf buiten aansteken. Maar binnen een afstand van 100 meter zijn er in onze buurt een stuk of twintig houtkachels die soms de hele dag branden. Wij en andere buurtbewoners hebben daar vaak enorm veel last van. Bovendien hebben mijn vrouw en ons jongste kind astma. De gemeente begrijpt de situatie, maar weet niet wat ze moet doen. Je kunt niet zomaar alle kachels verbieden.”

Jos Merks uit Breukelen is eigenaar van de website houtrook.nl. „Ik krijg bijna elke dag een brief van mensen die mij om advies vragen. Schrijnende gevallen van kinderen die de hele dag hoesten en proesten. Het is echt een drama. Ik leen regelmatig een fijnstofmeter uit van 700 euro. Je schrikt je soms rot zoveel emissie er in de plaatselijke lucht zit. Maar in slechts twee gevallen hebben gemeenten ooit een rookverbod opgelegd. Ik moest drie jaar actie voeren tegen een achterbuurman. Hij is er gelukkig grotendeels mee opgehouden toen de gemeente dreigde met een stookverbod.”

Radeloos

Er zullen mensen zijn die over de rook van buurmans houtkachel klagen, omdat ze altijd overal over klagen. Maar enquêtes van bijvoorbeeld de GGD in het noorden des lands tonen aan dat sommige mensen zoveel last hebben dat ze radeloos zijn en zelfs overwegen de hand aan zich zelf te slaan.

Een bloemlezing uit het GGD-rapport: „Ik heb last van astma en slik dagelijks medicijnen. Belangrijk is het om goed je huis te ventileren. Helaas kunnen wij dat niet door de stankoverlast van alle houtkachels in de buurt. Wij ondervinden erg veel hinder.”

„Ik ben ernstig ziek en kan geen ramen meer open hebben terwijl dat voor mijn longproblemen noodzakelijk is. Ze trekken zich hier echter niets van aan. Toen ik met een ambulance werd afgevoerd vroegen ze mijn man wat er aan de hand was. Na uitleg over mijn long- en hartproblemen staken ze de volgende dag doodleuk de kachel weer aan, hoewel ze zelf toegeven dat het inderdaad wel erg stinkt.”

Merks en Van der Heiden kennen diverse mensen die ten einde raad naar een nieuwbouwwijk zijn verhuisd waar aannemers geen schoorstenen mogen bouwen. Zij plaatsen echter wel de voorzieningen voor een rookkanaal. En als het huis opgeleverd is, mogen de eigenaren wel een schoorsteen laten plaatsen, want de instructie geldt uitsluitend voor de aannemer. Van der Heiden: „Het is eigenlijk te gek voor woorden en niemand treedt op.”

Irritatie

Voor Clemens van Rijthoven en zijn gezin is de lucht nog lang niet geklaard. „Ik ben echt niet de enige in de buurt die er last van heeft, maar ik woon er wel het dichtste bij. Volgens een wethouder zit mijn irritatie tussen de oren.”

In 2008 kwam er een nieuwe rieten kap op zijn huis. Dat kostte 100.000 euro. „Door het neerdalen van al die rook ontstaat er ook een soort snotalg op ons dak. De dakdekker zegt: ’Als dat zo doorgaat, gaat dat dak maar vijftien jaar mee’. En ik heb echt geen ton liggen voor een nieuw dak. Maar ik houd mijn hart ook vast voor het geval er een vonk van de buurman op ons rieten dak terechtkomt. De ramp is dan niet te overzien.”

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft dit jaar samen met het Longfonds, gemeenten en GGD, burgergroeperingen, de kachelbranche en kennisinstituten het initiatief genomen tot de oprichting van een Platform Houtstook. Het is de vraag of we van dit platform veel moeten verwachten. Men is nog niet verder gekomen dan het in kaart brengen van de problematiek. In de ons omringende landen zijn overheden vaak een stuk verder. Dat resulteert onder meer in een keurmerk voor nieuwe kachels en de verplichting om de schoorsteen jaarlijks te laten vegen, want anders kun je je niet verzekeren tegen brandschade. Sommige steden kennen een verbod op het stoken bij mistig of windstil weer of een verbod op het gebruik van vuurkorven. In sommige landen zijn ook echt houtrookvrije wijken gebouwd. Misschien een tip voor projectontwikkelaars.

Jaarlijks zijn er volgens het CBS tussen de 40.000 en 50.000 branden. Topjaar was 2006 met 49.776 branden, waarvan 14.272 binnenbranden. Dat jaar vielen er 70 doden en 800 gewonden. De kosten bedroegen 1,1 miljard. De brandweer moet per jaar circa 2000 keer uitrukken omdat de open haard ondeugdelijk is.

De hardnekkige mythe CO2; reactie op artikel in de Volkskrant

De meeste kranten in Nederland hebben op 27 oktober een bericht geplaatst over het rapport van de GGD Noord Nederland (Groningen, Friesland en Drenthe). Zo ook de Volkskrant.

Bron: Volkskrant 27 oktober 2015 GGD wil strengere regels open haard en houtkachel

In haar artikel schrijft de Volkskrant onder andere het volgende:

Zo’n 13 procent van de Nederlandse huishoudens heeft nog een open haard of houtkachel in huis, blijkt uit een laatste inventarisatie in 2010. Veel mensen gebruiken hun haard ook als (bij)verwarming. Dat heeft klimaatvoordelen, doordat hout bij verbranding net zoveel CO2-uitstoot als de boom bij zijn leven had opgeslagen: er komt dus geen extra CO2 vrij – mits er voor de gekapte bomen nieuwe worden aangeplant.

Een haard of houtkachel stoot behalve fijnstof, ook koolmonoxide, stikstof- en zwaveloxide, dioxine en koolwaterstoffen uit. Hoeveel van deze stoffen vrijkomen, staat of valt met de verbranding. Bij volledige verbranding is de uitstoot laag, bij onvolledige verbranding hoog. En de verbranding is weer afhankelijk van de brandstof, het stookgedrag (hoge temperatuur is beter) en het type kachel. De meeste warmte verdwijnt ook nog eens via de schoorsteen.

Reactie

Goed om te lezen dat de GGD onder de aandacht brengt dat hout stoken allesbehalve ‘milieuvriendelijk’ is.

Nog een andere hardnekkige mythe is dat hout stoken klimaatneutraal zou zijn. Ook dit artikel rept over ‘klimaatvoordelen’. Niets is echter minder waar. De European Environment Agency concludeerde al in 2011 dat hier sprake is van “een foutieve veronderstelling die resulteert in een serieuze boekhoudfout.” Het negeert de decennia die het kan duren voordat het bos de uitgestoten CO2 weer opneemt, als het al terug groeit. Ook verdwijnt met het omhakken van de boom onmiddellijk de capaciteit om CO2 te absorberen.

Het duurt eeuwen voordat oude bossen de uitgestoten CO2 weer hebben opgenomen. Zelfs voor productiebossen is dit volgens wetenschappers decennia tot eeuwen. De onmiddellijke CO2-uitstoot per energie-eenheid ligt bij hout echter wel vele malen hoger dan bij fossiele brandstoffen.
Gevolg: terwijl we denken goed bezig te zijn, helpen we alsnog ons klimaat om zeep. En bovendien de luchtkwaliteit. Aardgas brandt ‘schoon’ (CH4 + 2 O2 -> CO2 + 2 H2O + warmte). Olie is al een complexer molecuul, waarbij meer schadelijke stoffen vrijkomen. Steenkool is een ramp qua koolstofintensiteit en troep (denk aan kwik). Er is dan ook veel weerstand tegen nieuwe kolencentrales. Maar hout, als meest ‘basale’ vorm van zonne-energie vastgelegd in plantaardig materiaal, vormt de overtreffende trap – zowel qua luchtvervuiling als koolstofintensiteit. Ook als de verbranding onder perfecte omstandigheden plaatsvindt komen er, simpelweg door de samenstelling, veel carcinogenen en ultrafijnstof vrij.
schema verbranden biomass
Pogingen om de duurzaamheidsstandaarden op EU-niveau aan te passen strandden tot dusverre op weerstand van Finland en Zweden. Door de overheidsstimulering worden op dit moment massaal bossen in het zuidoosten van de VS omgehakt en naar Europa verscheept. En daar schiet niemand iets mee op. Het zou beter zijn gewoon te investeren in driedubbel glas: een bewezen en eenvoudige oplossing.

Links:

SC Opinion on Greenhouse Gas Accounting in Relation to Bioenergy – 15 September 2011:

Pulp Fiction – The European Accounting Error That’s Warming the Planet:

Vaclav Smil – The Visionary Energy Solution: Triple Windows:

Groninger gemeenten willen betere regelgeving houtrook

logo ggd groningenggd frieslandggd drenthe

Bron: GGD Groningen: De huidige wet- en regelgeving biedt gemeenten geen goede basis om maatregelen te nemen tegen overlast door houtrook. Dat vindt het bestuur van de GGD Groningen namens de 23 Groninger gemeenten. Veel mensen ondervinden overlast, maar de gemeente kan nu niet ingrijpen. Uit onderzoek blijkt dat rook van houtkachels schadelijk kan zijn voor de gezondheid. De 23 Groninger gemeenten willen nader onderzoek om methoden te ontwikkelen om overlast door rook beter te beoordelen. Zij zullen de rijksoverheid vragen om steviger wet- een regelgeving zodat rookoverlast aangepakt kan worden.

De drie noordelijke GGD’en hebben, in samenwerking met de Universiteit van Utrecht, onderzoek gedaan bij tien gezinnen met ernstige klachten over houtrook van hun buren. Uit de metingen blijkt dat rook van houtkachels schadelijk kan zijn voor de gezondheid omdat bij acht van de tien gezinnen de hoeveelheid fijn stof periodiek groter was dan de advies-waarde van de World Health Organization. Uit het onderzoek komt tevens naar voren dat regelgeving tekort schiet om het probleem aan te pakken.

Emotie
Houtstook en houtrook gaan gepaard met veel emoties, zowel positieve als negatieve. Voor het GGD-onderzoek hebben zich opvallend veel mensen aangemeld met schrijnende verhalen over de overlast. Reacties kwamen zelfs van buiten het onderzoeksgebied Groningen, Friesland en Drenthe. De problematiek beperkt zich niet tot Noord-Nederland. Overlast van houtrook bestaat uit stankhinder met of zonder gezondheidsklachten zoals irritatie van ogen, neus, keel en luchtpijp met hoesten en benauwdheid. Het aantal locaties met overlast zal toenemen als meer mensen hout gaan stoken. Het is de verantwoordelijkheid van de stoker dat houtrook geen overlast veroorzaakt.

Overlast
Het onderzoek van de GGD-en was gericht op gewone houtkachels van huishoudens. Grotere stookinstallaties zijn niet onderzocht. Daarvoor bestaan wel wettelijke eisen. De metingen zijn uitgevoerd van maart tot in juni. De overlast bestaat ook buiten het stookseizoen. Het onderzoek is opgezet om na te gaan of eenvoudige meetapparaten bruikbaar zijn voor het maken van een onderscheid tussen acceptabele en niet-acceptabele situaties. Bij drie van de tien gezinnen was er een significant verband tussen overlast en de hoeveelheid fijn stof (PM2,5). PM2,5 bestaat uit zwevende stofdeeltjes kleiner dan 2,5 micrometer.

Vervolg
Op basis van het onderzoek kan een meetsysteem ontwikkeld worden, dat landelijk de gemeenten in staat stelt te beoordelen of de situatie wel of niet acceptabel is. Voor het vaststellen van een overschrijding van de gezondheidsnorm dient de apparatuur specifiek geijkt te worden. Ook is nog onderzoek nodig voor het ontwikkelen van een methode om vast te stellen uit welke schoorsteen het gemeten fijn stof afkomstig is. Daarbij is tevens een duidelijker wettelijk kader nodig om te kunnen handhaven als dit nodig blijkt.

Meer informatie
Het onderzoeksrapport is te vinden op de website van GGD Groningen.