Tag

houtrook

Waar (hout)rook is, is (Paas)vuur

40-04-Paasvuur bouwen in Diepenheim in 1963Paasvuur-Espelo_14891

Zoals ieder jaar worden op en rond Pasen op vele plaatsen paasvuren ontstoken.

Pasen is het belangrijkste christelijke feest in het liturgische jaar.
Christenen vieren deze dag dat Jezus opgestaan is uit de dood, op de derde dag na zijn kruisiging. In de loop der jaren zijn veel niet-religieuze culturele elementen toegevoegd aan het feest. Een daarvan is het paasvuur.
De bedoeling van het paasvuur was in het verleden het verjagen van de demonen van de winter. In het oosten van Nederland en het westen van Duitsland leeft dit gebruik nog altijd. Men spreekt in dit verband wel van een middeleeuwse traditie.

Deze traditie is echter in meerdere opzichten middeleeuws te noemen. Want paasvuren gaan gepaard met ernstige luchtverontreiniging. Vorig jaar was de overlast door een ongunstige windrichting enorm en zat heel Nederland en zelfs een gedeelte van Vlaanderen in de stank. Bij gemeentes en provinciale meldpunten kwamen veel klachten binnen. Mensen met bij voorbeeld astma of COPD, of hartklachten, werd aangeraden binnen te blijven i.v.m. de emissies van schadelijke stoffen. Geen Gelukkig Pasen voor iedereen.

Voor de mensen die zo’n paasvuur van dichtbij gaan bekijken, is dat niet zonder risico’s. Net als bij het afsteken van vuurwerk, wordt er bij paasvuren een enorme fijnstofpiek gemeten. Niet gezond voor volwassenen, en al helemaal niet voor kinderen en ouderen. Als de rook van een houtkachel al een gebied van 200 m2 kan vervuilen, wat zal dan de impact van zo’n enorme brandstapel zijn? Houtrook inademen is gevaarlijk: in houtrook zit veel fijnstof PM2.5, en andere (roet)deeltjes, die diep in de longen doordringen en medische klachten veroorzaken.
Gelooft u nog in de demonen van de winter? Niet? Waarom dan wel in het paasvuur? Vroeger wist men niet beter, maar de Stichting Houtrookvrij vindt paasvuren niet meer van deze tijd!

PAK’s zijn ook oorzaak van agressief gedrag op latere leeftijd

In de Nederlandse emissieregistratie staan de vuurhaarden met stip op nummer één als het gaat om de uitstoot van PAK’s. Zij zijn volgens de tabellen in 2013 verantwoordelijk voor 86% van de uitstoot van PAK4 (chryseen, benzo(a)pyreen, benz(a)antraceen en benzo(b)fluorantheen)!!!! Waarbij benzo(a)pyreen de meest gevaarlijke is.
Een nieuwe studie toont weer aan hoe ongezond deze stoffen zijn.

In het op 25 maart 2015 gepubliceerde rapport “Effects of Prenatal Exposure to Air Pollutants (Polycyclic Aromatic Hydrocarbons) on the Development of Brain White Matter, Cognition, and Behavior in Later Childhood‘ staat bij de conclusie:

Conclusies en relevantie: Onze bevindingen suggereren dat prenatale blootstelling aan PAK luchtverontreinigende stoffen bijdraagt aan lagere verwerkingssnelheid, hyperactivity disorder symptomen, en externaliserende problemen in stedelijke jeugd door het verstoren van de ontwikkeling van de witte stof in de linker hersenhelft, terwijl postnatale PAK blootstelling bijdraagt aan extra stoornissen in de ontwikkeling van witte stof in dorsale prefrontale gebieden.

Uitleg:

Externaliserende problemen: Bij externaliserende gedragsproblemen is er te weinig controle over de emoties en worden deze uitgeageerd. Jongeren met externaliserende problemen hebben vaak conflicten met andere mensen of met de maatschappij. Typische externaliserende problemen zijn agressie, overactief gedrag en ongehoorzaamheid. Bron

Functie van de dorsale prefrontale gebieden: De DLPFC wordt verantwoordelijk geacht voor planning en hoger aspecten van gecontroleerd gedrag, zoals executieve functies, het ‘monitoren’ van gedrag, en het onderdrukken van ongewenst gedrag en motoriek. Bron.

Samenvatting rapport WHO over de nadelige gezondheidseffecten stoken hout

Met dank aan een vrijwilligster van de stichting Houtrookvrij voor de vertaling van de relevante onderdelen van het rapport.In deze samenvatting is daar waar zinvol een relatie gelegd met de Nederlandse situatie.
whoBegin 2015 is er een rapport verschenen van de World Health Organisation (WHO) over de nadelige gezondheidseffecten van het verwarmen van woonhuizen met hout en kolen: Residential heating with wood and coal: health impacts and policy options in Europe and North-America.
Dit rapport concentreert zich op de situatie in Europa en Noord-Amerika, waar zich vele streken bevinden die voor verwarming van deze brandstoffen afhankelijk zijn. In Nederland is bijna niemand voor verwarming uitsluitend op hout of kolen aangewezen. Het kolentijdperk hebben we lang achter ons gelaten en bijna iedereen beschikt over schoon aardgas. Toch wordt ook in Nederland steeds meer hout gestookt, in open haarden, allesbranders en houtkachels. Dit is geen noodzaak, maar louter omdat het zo ‘gezellig’ is.

________________________________________

Het verwarmen van woonhuizen d.m.v. hout is een belangrijke bron van (buiten)luchtverontreiniging. Het kan ook aanzienlijke vervuiling binnenshuis veroorzaken, wanneer vervuilde buitenlucht binnendringt. Bij het verbranden van hout komen fijnstof en kankerverwekkende stoffen vrij. Er is inmiddels voldoende bewijsmateriaal om verwarming met hout in verband te brengen met gezondheidsproblemen zoals luchtwegaandoeningen en met vroegtijdige sterfte door hart- en vaatziekten.
Bij de bestrijding van luchtvervuiling wereldwijd moet volgens de WHO meer aandacht worden besteed aan de grote rol die hout en houtige biomassa hierin speelt, en het is van groot belang dat de kennis hierover zowel bij landelijke en lokale overheden als bij het grote publiek wordt verbreed.

In Midden-Europa, en dus ook in Nederland, worden hoge fijnstofwaarden aangetroffen, o.a. als gevolg van verwarming met vaste brandstoffen als hout en kolen, en vooral van fijnstofdeeltjes met een diameter van minder dan 2,5 micrometer (PM2.5). Schattingen gaan er van uit dat in Europa 61.000 mensen hierdoor voortijdig overlijden.

Een van de problemen bij het stoken op hout in woonhuizen, is het feit dat er gebruik wordt gemaakt van kleinschalige verbrandingstoestellen (de open haard wordt vanwege zijn zeer lage rendement door de WHO niet eens als serieuze verwarmingsbron gezien). Deze toestellen zijn niet in staat de hoge temperaturen te bereiken die volledige verbranding garanderen, waarbij alle koolstof wordt omgezet in CO2.
Het gevolg zijn schadelijke emissies, zoals fijnstof PM2.5, koolmonoxide (CO), roet (black carbon, draagt bij aan broeikaseffect), methaan (ook een broeikasgas), stikstofoxides, aldehydes en vluchtige organische stoffen. Op buurtniveau zorgt dit voor een piekbelasting, die meestal niet wordt gemeten en waar geen regelgeving voor bestaat, in tegenstelling tot de uitstoot van bv. verkeer, industrie of energiecentrales. Juist omdat het om woonbuurten gaat, is er een hoge kans dat veel mensen aan die verhoogde waarden worden blootgesteld, door hun eigen verbrandingstoestel (vervuiling van de binnenlucht) en/of dat van buren (binnendringen van vervuilde buitenlucht), vooral wanneer het koud en windstil weer is.

Toelichting van de bestanddelen in de uitstoot van particuliere verwarming met hout en kolen:
PM2.5: een van de belangrijkste vervuilende stoffen en een goede indicator voor het meten van de gezondheidsschade door de verbranding van vaste brandstoffen. Fijnstof is breed bestudeerd en de meeste maatregelen voor emissiereductie focussen op fijnstof.
BC ofwel black carbon ofwel roet: black carbon is een bestanddeel van PM2.5 en wordt gezien als ongunstig voor de gezondheid. Het draagt bij aan het broeikaseffect en kan andere schadelijke stoffen, zoals vluchtige koolwaterstoffen, aan zich binden.
OC ofwel organic carbon ofwel organische koolstof: OC is ook een bestanddeel van PM2.5, en wordt beschouwd als een vervuilende stof. CO ondergaat allerlei chemische veranderingen onder invloed van zonlicht en temperatuur.
Gassen: koolmonoxide, stikstofoxides, PAK’s, zwaveldioxide en vluchtige organische stoffen (VOS).
Levoglucosan: dit komt vrij bij de verbranding van biomassa en wordt vaak gebruikt als een indicator voor de aanwezigheid van emissies uit vaste brandstoffen.
Andere bestanddelen: als onder invloed van economische omstandigheden of door onwetendheid mensen ertoe overgaan meubels, plastic of afval (mee) te verbranden, komen er nog veel meer stoffen vrij die de gezondheid bedreigen, zoals dioxines en lood.

Er zijn in Europa maar een paar landen die beperkende maatregelen hebben ingevoerd voor toestellen met een te laag rendement of een limiet hebben gesteld aan de uitstoot. Een aantal landen stimuleert het gebruik van hout en andere biomassa voor de verwarming van woningen zelfs als ‘duurzame energie’, die klimaatverandering en afhankelijkheid van vaste brandstoffen zou kunnen tegengaan. De economische crisis in Europa heeft er bovendien voor gezorgd dat burgers om economische redenen op het stoken van hout overstappen. De verwachting is dat hierdoor binnen de EU het verwarmen d.m.v. hout voorlopig niet zal afnemen en wellicht nog zal toenemen. Dit vindt de WHO een zorgelijke ontwikkeling, die om een effectieve aanpak vraagt.

Tussen 1990 en 2005 zijn de PM2.5 emissies van huishoudens die op vaste brandstoffen stoken sterk toegenomen in vergelijking met andere sectoren zoals verkeer en industrie, die juist beter gecontroleerd en aan banden gelegd worden, en deze trend zet zich helaas voort. De invoering van geavanceerde technologie op het gebied van houtkachels gaat te langzaam, en er zijn te weinig stimuleringsmaatregelen voor de inruil van verouderde toestellen.

Moderne houtkachels lozen – onder ideale omstandigheden en exact volgens de handleiding gebruikt – een beperkte hoeveelheid vervuilende gassen en fijnstof direct op de buitenlucht en de verontreiniging binnenshuis is daarbij minimaal.
In de praktijk zijn de omstandigheden meestal minder ideaal: door verkeerde bediening, het stoken van nat hout, onvoldoende ventilatie, het te vol laden van de kachel of het temperen (smoren) van het vuur, kunnen buiten- en binnenlucht vervuild raken, en kunnen zich zelfs gevallen van koolmonoxidevergiftiging voordoen. Juist omdat de verbrandingsbron zo dichtbij is, is de kans op inademing van schadelijke stoffen hoog.

Blootstelling aan rook is altijd ongezond, ook als het slechts kort is. Bij dierproeven is van 28 schadelijke stoffen in houtrook aangetoond dat zij giftig zijn, van 14 dat zij kankerverwekkend zijn en van 4 dat zij kankerbevorderend zijn.
Fijnstof wordt eveneens beschouwd als kankerverwekkend, en de WHO houdt hier tegenwoordig rekening mee bij de vaststelling van nieuwe richtlijnen voor binnenluchtkwaliteit.

Er zijn honderden epidemiologische studies uitgevoerd (m.b.t. luchtverontreiniging, bosbranden, het verbranden van landbouwafval, de uitstoot van dieselauto’s, roken en meeroken) die de effecten van fijnstofemissies koppelen aan gezondheidsproblemen, ziekenhuisopnames en sterftetoename. Er is geen reden om aan te nemen dat de uitstoot van particuliere houtkachels deze effecten niet heeft.

Blootstelling aan fijnstof heeft in het gunstigste geval oogirritaties, hoestaanvallen of benauwdheid tot gevolg. Maar het kan eveneens het verloop van luchtwegaandoeningen zoals astma, COPD, bronchiolitis (een ontsteking van de bronchioli, de kleinste luchtwegen) en middenoorontsteking verergeren en leiden tot chronische aandoeningen. Langdurige blootstelling wordt bij kinderen in verband gebracht met infecties (waaronder longontsteking) van de lagere luchtwegen (bronchiën, longweefsel en longblaasjes) en bij vrouwen met COPD, verminderde longcapaciteit en longkanker. Ook is een samenhang met doodgeboortes en de geboorte van baby’s met een laag geboortegewicht. Natuurlijk zorgt dit alles ook voor een ongewenste toename in medicijngebruik en het verlies van vele gezonde levensjaren.
Recente studies wijzen ook op een verband tussen fijnstof en de (on)gezondheid van hart en bloedvaten.

Er zijn niet veel onderzoeken gedaan waarbij gezonde volwassenen opzettelijk langdurig werden blootgesteld aan houtrook. Ook moet er nog meer onderzoek worden gedaan naar de blootstelling in de verschillende fases van het verbrandingsproces (aanmaken, voluit branden, uitbranden). In zijn algemeenheid legt men echter een relatie met o.a. bloedklontering, ontstekingen in de lagere luchtwegen, slijmvliesirritatie, en verstijving van de bloedvaten.

Houtrook bevat naast fijnstof veel roet ofwel black carbon. Van de wereldwijde uitstoot van black carbon door de verbranding van biomassa komt 34 tot 46% voor de rekening van particuliere huishoudens (verwarming en koken). Er is voldoende onderzoek dat wijst op gezondheidseffecten door black carbon, zowel op de lange als korte termijn, met name op hart- en vaatziekten, en hart-longziekten.

Er moet dus wereldwijd minder gebruik gemaakt worden van vaste brandstoffen als hout (en kolen), de verbranding moet efficiënter (vervanging van oude kachels door kachels met keurmerken, invoering van pelletkachels) en de vervuiling moet beter afgevangen worden (filters). Er moeten regels voor de emissies van houtgestookte verbrandingstoestellen komen, en de marketing, verkoop en verspreiding van vaste brandstoffen moet aan banden worden gelegd.

In Nederland beschikt bijna iedereen over schoon aardgas, dus dat zou hier de eerste keuze moeten zijn. In landen waar geen schone brandstoffen beschikbaar zijn komt als eerste keuze de hoogrendements-houtkachel in beeld. Voorlichtingscampagnes moeten er voor zorgen dat men hier ook op de juiste wijze in stookt, dus alleen met droog en schoon hout, zonder het vuur te smoren, en niet op dagen met een slechte luchtkwaliteit (mist, smog).

De WHO benadrukt dat men naar schone brandstoffen moet omschakelen wanneer dit maar enigszins mogelijk is en dat in elk geval onnodige sfeer- en bijverwarming vermeden moet worden. De kennis over de gezondheidsrisico’s van houtstook moet onder burgers verbreed worden, en daarbij is het belangrijk ook het imago van houtstoken door te prikken. Kennis alleen leidt vaak nog niet tot gedragsaanpassing. Door het voeren van campagnes moet de link tussen houtstoken en gezelligheid en geborgenheid doorbroken worden. De succesvolle campagnes tegen het roken van sigaretten kunnen ons daarbij tot voorbeeld dienen.

Voor het terugdringen van emissies is het belangrijk andere manieren van verwarmen aan te wenden en te ontwikkelen, b.v. stadsverwarming, aardwarmte, koude-warmteopslag of het gebruiken van de restwarmte van industrie en energiecentrales.

Hoewel verbetering van de buitenluchtkwaliteit voorop staat, kan op individueel niveau de luchtkwaliteit binnenshuis verbeterd worden door het gebruik van HEPA-filters om fijnstof buiten te houden, en het toepassen van luchtzuiveringsapparatuur.

Er zijn al diverse maatregelen genomen om de uitstoot door houtverbranding in de toekomst te verminderen.
De EU heeft het zg. ‘ecodesign-label’ geïntroduceerd, dat aangeeft dat men een geavanceerd verwarmingstoestel met hoog rendement aanschaft. Oostenrijk, Denemarken, Duitsland, Noorwegen en Zweden hebben een nationale emissienorm vastgesteld voor particuliere houtkachels. Canada en de VS hebben normen vastgesteld voor de efficiëntie van nieuwe houtverbrandingstoestellen. Deze maatregelen concentreren zich in de eerste plaats op de reductie van fijnstof, maar ook op de vermindering van koolmonoxide (CO).
Er zijn in verschillende Europese landen financiële stimuleringsmaatregelen om verouderde apparatuur in te ruilen voor efficiëntere toestellen en om op andere manieren van verwarming over te stappen, zoals aardwarmte etc. Waar men niet om het verwarmen met hout heen kan, wordt de aanschaf van pelletkachels aangemoedigd.

In delen van de VS zijn zg. “no burn” dagen ingesteld (verplicht en vrijwillig) op dagen met ongunstige meteorologische omstandigheden (koud windstil weer, temperatuurinversie). Op die dagen mogen bv. houtkachels zonder certificaat niet gestookt worden, of is zelfs elke wijze van houtverbranding verboden.
Het inwisselen van inefficiënte apparatuur is in delen van de VS verplicht, bv. bij verkoop moet een huis over een gecertificeerde haard beschikken. Voorts mag men in sommige huizen geen gebruik maken van verwarming d.m.v. hout. Is er geen andere verwarmingsbron, dan mag men per woning niet meer dan één houtkachel bezitten. Op andere plaatsen wordt vooral gecontroleerd op de uitstoot, geeft men adviezen omtrent verstandig stoken en/of heeft men een strategie ontwikkeld om klachten over emissies te behandelen.
Het verdient volgens de WHO ook aanbeveling om een stimulans te geven aan de ontwikkelaars van houtverbrandingsapparatuur, zoals technici, studententeams, uitvinders etc., om een nog efficiëntere generatie houtkachels te ontwerpen.

Met betrekking tot het toekomstige gebruik van hout en houtige biomassa voor verwarming en energieopwekking is een betere afstemming tussen individuele landen noodzakelijk.
Bij elke keuze die te maken heeft met klimaatverandering en duurzame energie moeten beleidsmakers zich bewust zijn van de vervuiling die houtverbranding met zich meebrengt en direct alternatieven overwegen of in elk geval de meest geavanceerde techniek promoten.
Er is wereldwijd grote behoefte aan wet- en regelgeving op dit gebied, zowel om de opwarming van de aarde af te remmen als het aantal aan houtverbranding gerelateerde ziektes te reduceren.
Daarvoor moet niet alleen de uitstoot van fijnstof afnemen, maar ook die van vluchtige koolwaterstoffen en koolmonoxide, kooldioxide en methaan.
Kennisvergroting en bewustwording zijn essentieel, en daarbij hoort een actief beleid van de ministeries die zich met luchtverontreiniging, energie en gezondheid bezighouden.
Op regionaal en gemeentelijk niveau moeten inruilprogramma’s voor vervuilende toestellen worden opgezet, bij voorkeur met een financiële tegemoetkoming.

In sommige gebieden moet er een verbod op het stoken met hout komen. Dichtbevolkte stedelijke gebieden of ongunstig gelegen regio’s (bij voorbeeld dalen, waar de rook blijft hangen) moeten worden aangewezen als ‘houtrookvrije zones’ (no burn areas) waar geen hout mag worden gestookt, of – bij gebrek aan andere brandstoffen – alleen in de meest efficiënte houtkachels.
In minder dichtbevolkte zones kunnen, afhankelijk van de weersvoorspelling, ‘houtrookvrije dagen’ worden afgekondigd.

Bij het nemen van maatregelen moet rekening worden gehouden met de snel groeiende groep van 65-plussers, waaronder relatief veel mensen zijn met chronische luchtwegaandoeningen of hart-en vaatziektes. Ook baby’s en kleuters vormen een kwetsbare groep, omdat zij sneller dan grotere kinderen en volwassenen luchtwegaandoeningen en infecties oplopen.

Regionale en lokale autoriteiten moeten, samen met patiëntenorganisaties, brede voorlichtingscampagnes opzetten om burgers te informeren over de gevaren van houtstook voor gezondheid en milieu, en het heilzame effect op de gezondheid wanneer zij van schonere energiebronnen gebruik maken. Er zouden folders kunnen worden verspreid met informatie over schone energiebronnen en verstandig stoken. De misvatting dat houtstoken CO2-neutraal, duurzaam en milieuvriendelijk is moet daarin met kracht bestreden worden. De grootste uitdaging is echter om het gedrag van burgers te doorbreken, vooral daar waar mensen goedkoop aan hout kunnen komen. Bevordering van de publieke kennis over dit onderwerp is dus van levensbelang.

Samenvattend handelt een groot deel van dit rapport over de noodzaak van hoog renderende houtkachels. Dat is niet vreemd, omdat men op tal van plaatsen op hout als brandstof aangewezen is. Nederland is een van de weinige landen waar bijna alle burgers op het aardgasnetwerk zijn aangesloten. Het stoken van houtkachels is dus eigenlijk een extra luxe. Het is precies die ‘onnodige sfeer- en bijverwarming’ waar de WHO op doelt, en die dus vermeden moet worden. Tegelijk is Nederland zeer dichtbevolkt, en daarmee juist zo’n land waar houtstook volgens de WHO niet thuishoort. Tel daarbij op dat wij een vergrijzende bevolking hebben, op wie de luchtverontreiniging een extra grote impact heeft, en het is duidelijk dat Nederland de houtkachel beter vaarwel kan zeggen. Laten we hopen dat de Nederlandse overheid zich dit rapport aantrekt en nu eindelijk tot actie overgaat.
Hieronder volgt een samenvatting van het WHO-rapport, met de nadruk op hoofdzaken die voor onze Nederlandse situatie van belang kunnen zijn. Klik op de link voor het hele rapport (in het Engels).

Oud nieuws. Marianne Thieme ziet ook niets in houtstook

Wellicht oud nieuws. Maar Marianne Thieme heeft eind 2013 al aangegeven met onderbouwing door rapporten van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen dat het stoken van hout niet zinvol is. Het KNAW is een genootschap van topwetenschappers, adviseur van de regering over wetenschapsbeoefening, en verantwoordelijk voor 17 onderzoeksinstituten

Waar er de hele tijd wordt geruzied over wat er nu wel en niet klopt aan de duurzaamheidsproblemen rond biomassa en biobrandstoffen, moet ik constateren dat de KNAW met een heel goede notitie is gekomen. Ze brengt twee belangrijke punten naar voren. Ten eerste geeft ze aan waarom hout stoken in elektriciteitscentrales niet helpt. Het verbranden van hout produceert meer CO2 dan het verbranden van steenkool, maar vanwege de subsidie worden er nu hele bossen gerooid en versnipperd voor bijstook. Dit leidt noch tot innovatie noch tot vermindering van CO2-uitstoot. Producenten zeggen dat ze nieuwe bomen zullen aanplanten die de CO2 weer opnemen. Maar zelfs als dat gebeurt, duurt het een eeuw voordat die schuld is ingelost.

Lees het hele artikel.

Stichting Houtrookvrij ook aanwezig op Longdagen Longfonds

longdagen

Net als vorig jaar gaat de Stichting Houtrookvrij meedoen met ‘het keukentafelgesprek’ tijdens de Longdagen waar de bezoekers vragen kunnen stellen betreft het thema houtrook.

Op 21 en 22 april worden in de Jaarbeurs in Utrecht voor de 4e keer de Longdagen georganiseerd: Longdagen 2015. De Longdagen zijn uitgegroeid tot het nationale congres over longen en longziekten voor professionals, patiënten en publiek. Stichting Houtrookvrij is weer uitgenodigd om voorlichting aan de bezoeker te geven m.b.t. de schadelijke gevolgen van houtrook op de gezondheid. Dit jaar zal er een unieke samenwerking worden gestart waarbij de Longdagen samengaan met de Longartsenweek.

De Longdagen worden gehouden in de Jaarbeurs (locatie Supernova), vlakbij station Utrecht Centraal. Hier vindt u een plattegrond van de Jaarbeurs zodat u kunt zien waar de locatie Supernova zich op het Jaarbeurscomplex bevindt: http://www.jaarbeurs.nl/plattegrond. De Jaarbeurs is uitstekend bereikbaar per openbaar vervoer vanaf station Utrecht Centraal. Details over de bereikbaarheid van de Jaarbeurs met openbaar vervoer of auto kunt u vinden op www.jaarbeursutrecht.nl.

Raadsinformatieavond over houtstook in Utrecht

 

partijvoordedieren

De Partij voor de Dieren organiseert een informatieavond over houtstook.

De Partij voor de Dieren heeft na klachten van inwoners van de gemeente Utrecht op 3 maart jl. een raadsinformatieavond georganiseerd over houtstook in Utrecht en de rol van de gemeente en de GGD als het gaat om voorlichting omtrent de gevaren, en het beperken van de overlast voor omwonenden. De Partij voor de Dieren maakt zich ernstig zorgen om de slechte luchtkwaliteit in Utrecht en de longklachten die inwoners ondervinden door fijnstof/roet/houtstook.

Er waren raadsleden van verschillende partijen aanwezig en de verantwoordelijke wethouder. Penningmeester van de Stichting Houtrookvrij heeft hier 10 minuten gesproken en de heer Jos Merks van Houtrook.nl gaf in een presentatie over de gevaren van houtrook aan dat het de hoogste tijd is voor een verbod op houtstook in woonwijken.

Het is met betrekking tot de aankomende Provinciale Statenverkiezingen van 18 maart a.s. van belang om te benadrukken dat alléén de Partij van de Dieren zich momenteel landelijk echt uitspreekt tegen houtstoken. Zij streven naar een gezonde leefomgeving en vinden dat houtstoken daar niet in past. De PvdD geeft aan belangstelling te hebben voor het onderwerp. Zij hebben gezondheid hoog in het vaandel en hebben aangegeven zich ook provinciaal sterk te willen maken voor het aanpakken van houtstoken. Mensen die klachten over houtrook hebben zouden met de plaatselijke PvdD contact op kunnen nemen en samen met hen een plan kunnen bedenken om houtstook lokaal meer onder de aandacht te brengen.

Oprichting Platform Houtstook


RIVM_Logo

De Stichting Houtrookvrij wordt officieel uitgenodigd als vertegenwoordiger van alle burgerparticipaties.

Het RIVM is in opdracht van het ministerie van I&M bezig met het oprichten van een platform m.b.t. de overlast door houtstook. Het doel van het platform is het stimuleren van de verbinding tussen diverse stakeholders/doelgroepen en het ondersteunen van de maatschappelijke dialoog over houtstook.

Er zal een website worden aangemaakt, een bijeenkomst worden georganiseerd en invulling worden gegeven aan de organisatorische kant van het platform. Uit verschillende maatschappelijke organisaties (gezondheidszorg, overheid, wetenschap, burgernetwerken, milieuprofessionals en kachelbranche) wordt een (ervarings)deskundige als vertegenwoordiger uitgekozen.

Het is de bedoeling dat een werkgroep diverse taken op zich zal nemen om de website actief te maken/houden, bv. het plaatsen van informatie en netwerkgegevens, het informeren over initiatieven, het formuleren van maatregelen en technieken om overlast van houtstook tegen te gaan. Daarnaast zal de werkgroep, samen met het RIVM, 1 á 2 keer per jaar bijeenkomsten organiseren. Het RIVM zal optreden als voorzitter van de werkgroep. Begin maart zijn de werkgroepleden van het Platform Houtstook voor de eerste keer bij elkaar geweest en hebben onderling afspraken gemaakt over rollen en taken.

Amsterdamse milieuwethouder: Houtstook in steden is ongezond en hinderlijk

De Amsterdamse wethouder Abdeluheb Choho (D66) vraagt in een brief namens de vier grote steden om maatregelen. De houtkachel en de open haard staan op de lijst van onderwerpen waarop de wethouder regulering wenst: “Houtstook is ongezond en hinderlijk voor omwonenden. Wij stellen voor om naast voorlichting over de gezondheidsrisico’s ook te laten onderzoeken in hoeverre houtstook bijdraagt aan de concentraties in stedelijk gebied en wat daaraan gedaan kan worden.” Volgens Choho heeft tien procent van de Nederlanders last van de rook van de open haard van hun buren, reden genoeg voor een hulpverzoek bij de Rijksoverheid.

GGD Amsterdam: geen eindeloos overleg, maar overheidsmaatregelen


GGDAmst

Problemen met houtrook vragen om stevige maatregelen. Dat is de conclusie van het artikel ‘Stop de houtrookoverlast’ door Henke Groenwold en Fred Woudenberg in het tijdschrift ‘Lucht’ nr. 4/5 van september 2014. Beide auteurs zijn werkzaam bij de GGD Amsterdam. “Bijna ongemerkt hebben houtvuren en behoorlijke bijdrage aan de luchtvervuiling in Nederland gekregen. Deze bijdrage neemt absoluut en relatief steeds meer toe. In een tijd waar hard wordt gewerkt om het luchtkwaliteit probleem in Nederland op te lossen wordt regelgeving voor houtrook steeds noodzakelijker. Die regelgeving is ook nodig voor de vele mensen die er veelvuldig en intens last van onder vinden en ziek van worden. De tijd van het inventariseren van de problemen en het praten om er samen uit te komen is voorbij. Het is tijd om maatregelen te nemen.”
Lees hier het hele artikel.

AiREAS meet luchtkwaliteit in Eindhoven

 


aireas-logo

Met de AirBox, een innovatief luchtmeetsysteem, meet AiREAS luchtvervuiling in de regio Eindhoven.

Eindhoven is voorloper in AiREAS. Het beleeft in deze stad zijn primeur. In Eindhoven is de belangrijkste bron van luchtverontreiniging het verkeer. Het mengsel van uitlaatgassen uitgestoten door auto’s, vrachtwagens en bussen op snelwegen en in de stad zorgt voor relatief hoge concentraties luchtvervuiling. Daarnaast is van belang wat er van buiten de stad komt (de ‘achtergrond’). Denk ook aan andere hindernissen zoals vervuiling door de BBQ in de zomer en door houtverbranding in de winter. De AirBoxen (van ECN) maken de concentraties en de bewegingen door de stad zichtbaar. Ze meten vooral de allerfijnste stofdeeltjes, het zg. ultrafijnstof, en daarnaast stikstofdioxide en ozon. De bedoeling is d.m.v. de metingen wetenschappelijk onderzoek op het gebied van gezondheid te ondersteunen. De Stichting Houtrookvrij onderhoud contact met AiREAS over de metingen van houtrook. Voor meer informatie over AiREAS, klik hier.