Tag

milieuverontreining

Open vuren op Unesco-lijst. Brief aan Jet Bussemaker, minister van OCW

De Stichting Houtrookvrij ijvert voor het terugdringen van overlast door uitstoot van gevaarlijke stoffen als gevolg van het gebruik van houtkachels, allesbranders, open haarden, vuurkorven, barbecues en aanverwante installaties binnenshuis en in de open lucht. Wij menen dat burgers recht hebben op schone en gezonde lucht, in het bijzonder in en rond de eigen woning. Ook verzet de Stichting zich tegen het toenemend aantal verbrandingen in de open lucht, waaronder vreugdevuren en paasvuren.

Daarom willen wij hierbij protest aantekenen tegen het feit dat vier grote vreugdevuren, en sinds kort het paasvuur van Espelo zijn opgenomen op de Unesco-lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed.

De Stichting Houtrookvrij werkt samen met het Longfonds en is gesprekspartner in het door de Rijksoverheid in het leven geroepen Platform Houtrook en Gezondheid. Dit Platform heeft tot doel gezondheidsschade door houtrook te voorkomen en te verminderen. In dit Platform hebben o.a. ook GGD’s en milieuorganisaties zitting.

Open vuren zijn schadelijk voor gezondheid en milieu

De laatste jaren neemt het aantal open vuren schrikbarend toe, evenals de grootte ervan. Van een gezellige samenkomst van dorpsgenoten is het b.v. het paasvuur van Espelo uitgegroeid tot een competitie en een toeristisch evenement, dat honderden mensen op de been brengt. Men laat containers met afvalhout van heinde en ver aanrukken en maakt speciale afspraken met Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer om aan enorme hoeveelheden resthout te komen. De laatste jaren bouwt men een bijna 20 meter hoge bult.

Rond de jaarwisseling vinden er daarnaast vele vreugdevuren plaats, zoals het Vreugdevuur Scheveningen, dat eveneens van een lokaal feest tot landelijke proporties is uitgegroeid.

Het beschermen en levend houden van folklore en tradities is een groot goed, maar wanneer we bedenken dat deze vuren een enorme milieuvervuiling met zich meebrengen en een aanslag betekenen op de gezondheid van toeschouwers, rijst toch de vraag of hier sprake is van een traditie die in stand gehouden moet worden.

Het inademen van houtrook beschouwen velen ten onrechte als onschuldig. De samenstelling van houtrook lijkt sterk op die van tabaksrook, en er is voldoende bewijsmateriaal om houtrook in verband te brengen met luchtwegaandoeningen, kanker, vroegtijdige sterfte door hart- en vaatziekten en dementie. Mensen met een longziekte zoals astma of COPD, maar ook kinderen en ouderen, zijn éxtra gevoelig voor houtrook. Ook kortdurende blootstelling heeft gevolgen voor de gezondheid, dit wordt door tal van wetenschappelijke publicaties onderschreven.

 Emissies van houtvuren

Hieronder leest u iets over de stoffen die vrijkomen bij open vuren en over de schaal waar wij over praten. We nemen Espelo als voorbeeld.

Fijnstof (PM10, PM 2.5 en ultrafijnstof)

Bij het paasvuur van Espelo komt ruim 11 ton fijnstof PM10 vrij. Voor fijnstof is geen veilige ondergrens waaronder geen gezondheidseffecten meer optreden. De jaarlijkse ziektelast in de Nederlandse bevolking t.g.v. fijnstof wordt geschat op 120.000 verloren levensjaren. De gezondheidskosten door fijnstof worden becijferd op tenminste 4 miljard euro per jaar. De ultrafijne deeltjes (bij uitstek aanwezig in houtrook) zijn het gevaarlijkst voor de gezondheid, omdat ze diep ingeademd kunnen worden.

In Espelo komen we bij een inhoud van 6000 m3 en 0,15 ton per m3 (https://www.lne.be/sites/default/files/atoms/files/Overzichtstabel%20soortelijk%20gewicht%20afvalstromen.pdf) op 900 ton snoeihout.

Het gaat hier om open verbranding. Volgens de Vlaamse Milieu Maatschappij  (https://www.vmm.be/lucht/infografieken/houtverbranding/view) levert het verbranden van 4 kilo hout in een open haard (onder betere condities dan in open vuur!) al 50 gram fijnstof PM10 op. Dat betekent dus conservatief geschat 11,25 ton fijnstof PM10 voor alléén deze paasbult. Dat komt overeen met 67.500.000 vrachtwagenkilometers, ofwel bijna 1.700 keer de wereld rond.

Is dat nog ‘folklore’?

Andere schadelijke stoffen die vrijkomen:

Roet

Zwarte koolstof of black carbon (BC) vormt een fractie van fijn stof en bestaat voornamelijk uit roetdeeltjes uit onvolledige verbranding. Er zijn aanwijzingen dat BC een belangrijke drager is van allerhande andere schadelijke elementen.

Stikstofoxiden (Nox)

Tijdens het verbrandingsproces ontstaat Nox door oxidatie van organisch gebonden stikstof uit het resthout.

Vluchtige organische stoffen (VOS)

De condities waaronder resthout in de open lucht wordt verbrand zijn niet optimaal. Het resultaat van onvolledige verbranding is een hoge emissie van vluchtige organische stoffen, zoals formaldehyde.

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s)

De belangrijkste PAK’s in houtrook zijn benzo(a)pyreen B(a)P en fluorantheen. Zij zijn bij inademing sterk kankerverwekkend. Ook de asresten bevatten PAK’s en zware metalen, zelfs wanneer alleen onbehandeld hout is verbrand. Deze kunnen verwaaien of uitspoelen in de bodem.

Methaan

Een produkt van onvolledige verbranding. Methaan is schadelijk voor het milieu, omdat het bijdraagt aan het versterkte broeikaseffect. Het is als broeikasgas ongeveer 25 keer zo sterk als CO2.

Dioxines

Uit onderzoek blijkt dat bij het verbranden van schoon en droog snoeihout de Europese emissiegrenswaarde van dioxine voor verbrandingsinstallaties wordt overschreden. Bij nat hout liep de overschrijding zelfs op tot een factor dertig.

Dioxines zijn giftige, slecht afbreekbare stoffen die over grote afstand kunnen worden verspreid. Dioxines stapelen zich op in organismen. Bij mensen kan dit effecten hebben op het immuunsysteem, de hormoonhuishouding, de voortplanting en de neurologische ontwikkeling.

Chroom-6 en andere houtpreserverende chemicaliën

De kans bestaat dat ook nog andere chemische stoffen vrijkomen, omdat met het blote oog niet is te zien of (afval)hout zoals bv. pallets wel of niet is geïmpregneerd.

CO2

Het verbranden van 6000 m3 hout stoot ongeveer 5400 ton CO2 uit. Bij gestapeld snoeihout is dit natuurlijk minder, maar nog steeds aanzienlijk.

Er vonden in 2017 vele honderden paasvuren plaats in Nederland: 116 in Drenthe, 110 in Gelderland, 172 in Overijssel, 12 in Friesland en 33 in Groningen. Verder waren er in Flevoland nog vuren. Dit zijn alleen de aangemelde paasvuren. Deze paasvuren zijn veelal kleiner in omvang dan Espelo. Als we ervan uitgaan dat deze 443 Paasvuren een gemiddelde omvang van 1/3 van de bult van Espelo hebben, dan gaat het over 1661 ton fijnstof PM10. Dit is bijvoorbeeld meer dan de chemische industrie in een heel jaar (1173 ton PM10 in 2016) en zeker meer dan vuurwerk (298 ton).

Is behoud van de ‘traditie’ dat waard?

Het ontheffingenbeleid van de overheid

Medio 2000 was het Ministerie van VROM voornemens om een absoluut stookverbod op open vuren in de Wet Milieubeheer op te nemen, zónder ontheffingsmogelijkheid voor het college van B&W. De VNG maakte zich echter hard voor een ontheffingsmogelijkheid en de Tweede Kamer was het hiermee eens, omdat folkloristische vuren anders niet meer mogelijk zouden zijn. Het is de vraag of men rekening hield met een wildgroei aan gelegenheidsvuren, zoals die momenteel gaande is.

De overheid zelf schrijft m.b.t. dit ontheffingenbeleid: “Het verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen (NB snoeihout en afgedankt hout zijn volgens de wet milieubeheer afvalstoffen) gebeurt niet onder ideale omstandigheden. Een onvolledige verbranding door een te lage temperatuur is het gevolg, waardoor er aanzienlijk meer schadelijke stoffen ontstaan. Het betreft NOx, SOx, CO, CO2, CH4, PAK’s, kwik en roet. De uitstoot van deze stoffen neemt met een factor 100 à 1.000 toe in vergelijking met verbranden in een afvalverbrandingsinstallatie. Reden genoeg om een zéér terughoudend ontheffingenbeleid te hanteren.

Samengevat draagt het verbranden van (snoei)hout en afval bij aan milieuproblemen als verzuring, het broeikaseffect, lokale milieuhygiënische gevaren als verspreiding van (sterk) kankerverwekkende stoffen en hinder zoals prikkende ogen, slijmvorming, hoofdpijn en misselijkheid. Ook is er nog een toxisch effect als kwik in de omgeving wordt verspreid. Verbranden in de open lucht kan tevens leiden tot lucht-, water- en bodemverontreiniging en geeft overlast door rook, roet en stank. Op de ‘ladder van Lansink’ (waarin de voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalstoffen is beschreven) staat verbranden op de één na onderste plaats. Het verbranden van afvalstoffen is het zg. ultimum remedium. Organisch afval kan beter worden gecomposteerd, rest- of snoeihout kan – door het te versnipperen – beter worden hergebruikt.

In totaal vijf vreugdevuren als erfgoed aangewezen

Naast Espelo staan ook Vreugdevuur Scheveningen, Vreugdevuur Duindorp, Vreugdevuur Voorburg-West, en Vreugdevuur Texel op de lijst van Nederlands Immaterieel Cultureel Erfgoed.

Vreugdevuur Scheveningen had dit jaar een hoogte van 33,42 meter en een volume van maar liefst 8695 m3. Van een oude lokale traditie is dit uitgegroeid tot een groot evenement met ruim 125.000 bezoekers uit binnen- en buitenland. Die bezoekers konden ook meegenieten van ruim 16 ton fijnstof.

Vreugdevuur Duindorp was 33,80 meter hoog en won daardoor de competitie met Scheveningen, ook wat betreft de vervuiling met eenzelfde hoeveelheid fijnstof.

Vreugdevuur Voorburg-West kent zo’n lange voorgeschiedenis van vechtpartijen, overlast en vernielingen, dat het diverse malen verboden werd. Om aan industriële pallets te komen maakt men afspraken met bedrijven. Met vervuilende dieseltrucks worden deze naar de plaats van bestemming gebracht. Wat heeft dat nog met immaterieel erfgoed te maken?

Bij het Vreugdevuur Texel wordt aan kinderen al het slechte voorbeeld gegeven, want zij zijn het die hier brandbaar materiaal verzamelen (en zich met roet insmeren).

Bij dit soort gelegenheden wordt ouderen en mensen met long- of hartproblemen aangeraden binnen te blijven, zich niet in te spannen, en desnoods meer medicijnen te nemen.

Wij begrijpen heel goed dat uw voorkeur bij het voordragen van projecten uitgaat naar zaken die een voorbeeldwerking hebben voor het levend houden van immaterieel erfgoed en die door hun inhoud, opzet en/of uitvoering dermate aansprekend zijn dat ze op landelijke schaal anderen (vooral ook jongeren) inspireren. Voor vreugdevuren is deze voorbeeldwerking absoluut niet wenselijk.

Ethisch toerisme

Aan cultureel erfgoed zit ook een commerciële kant: het betekent voor veel landen toerisme en vormt zo een groot aandeel in hun bruto nationaal product. Ook immaterieel cultureel erfgoed brengt veel toeristen op de been.

De Unesco geeft richtlijnen en aanbevelingen aan toeristische beleidsmakers en werkt in dit kader samen met de UNWTO (United Nations World Tourism Organization). De UNWTO hanteert een zg. Global Code of Ethics for Tourism: “Addressed to governments, the travel industry, communities and tourists alike, it aims to help maximise the sector’s benefits while minimising its potentially negative impact on the environment, cultural heritage and societies across the globe.”

Vuren in de open lucht lijken niet aan deze doelstelling te beantwoorden en er zijn dan ook maar weinig landen die dergelijke klimaat- en gezondheidsbedreigende tradities op hun nationale inventaris van immaterieel erfgoed hebben opgenomen.

Duitsland kent bv. het “Biikebrennen”, Vorarlberg (Oostenrijk) “Funkensonntag”. Ook deze evenementen krijgen inmiddels kritiek, omdat ze disproportioneel zijn uitgedijd.

Door opname op een lijst van erkende, waardevol geachte Nederlandse tradities wordt dit soort vervuilende activiteiten gelegitimeerd en gestimuleerd. Wij vragen u daarom hun plaats op de Nationale Inventaris opnieuw te bezien. Voortschrijdend inzicht is ook beschaving.

Volkskrant: Uitspraak Vlaamse Milieu Maatschappij klopt!

VMM

De Volkskrant onderzocht de bewering van de Vlaamse Milieu  Maatschappij of het wel klopt dat twee uur houtvuur stoken te vergelijken is met tien uur autorijden? De conclusie: het klopt!!

Lees het artikel in de Volkskrant.

Bekijk ook de bijbehorende infographic van VMM.

Utrecht: Maak van de stad geen open haard! Weg met de houtkachel van ENECO!

Eneco wil in Utrecht een nieuwe biomassacentrale bouwen. Steeds meer partijen maken zich echter zorgen om de komst van de energiecentrale en zetten vraagtekens bij de duurzaamheid van het opwekken van energie met behulp van biomassa.
De fracties van Stadsbelang Utrecht en D66 hebben hier vragen over gesteld aan het Utrechts college. Zij vinden het vreemd dat de stapels rapporten die de keuze voor een biomassacentrale ondersteunen allemaal zijn opgesteld of gefinancierd door Eneco. Onafhankelijke rapporten en onderzoeken zijn er niet.

De raadsleden zijn niet de enigen die kritisch zijn over de plannen. Afgelopen week liet Bart van den Heuvel, die eerder succesvol ten strijde trok tegen de stadsverwarming van Eneco, al weten dat de geplande nieuwe biomassacentrale van Eneco in Utrecht jaarlijks voor 184 kiloton extra CO2 uitstoot gaat zorgen. Vorig jaar kwamen de plannen voor de houtverbrandingsinstallatie ook al negatief in het nieuws. Toen duidelijk werd dat de centrale met vijftig vrachtwagens per dag bevoorraad moest worden stelde de PVV-fractie in de Provinciale Staten vragen.

Ook de Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht (SSLU), onder leiding van milieuactivist Kees van Oosten, heeft een zienswijze ingediend tegen de plannen:
“Die biowarmte-installatie is niets anders dan een megahoutkachel, met alle nadelen van een houtkachel. Houtkachels stoten gruwelijk veel roet en fijnstof uit. In de winter stoten ze net zoveel roet en fijnstof uit als het verkeer. Het verbieden van houtkachels in Utrecht en het niet door laten gaan van deze biomassacentrale levert een veel grotere reductie op van roet dan de milieuzone. Eneco heeft niet eens laten berekenen wat de uitstoot is van roet en de gemeente heeft er niet naar gevraagd.”

Ontwerp biomassacentrale eneco (Bron foto http://www.stadsverarming.nl)

De houtverbrandingsinstallatie van Eneco wordt gebouwd om de stadsverwarming van warmte te voorzien. Net als de verbranding van kolen, turf en olie heeft de verbranding van hout een enorme uitstoot van CO2 tot gevolg en de uitstoot van meer CO2 leidt tot klimaatverandering. Waarom Eneco, die prat gaat op haar groene doelstellingen, zich met houtverbranding gaat bezighouden is dus een raadsel.

Kees van Oosten: “Bij de verbranding van hout komt veel roet vrij. Dat is waarom we ook van houtkachels af moeten. Maar Eneco neemt niet eens de moeite om uit te rekenen hoeveel roet die centrale uitstoot.

Nergens staat dat de roet uit de rookgassen wordt verwijderd. Kennelijk gebeurt dat dus niet. De provincie schrijft in het aanvullend verweerschrift dat er voor roet geen grens- of toetswaarden zijn vastgesteld. Kortom, omdat normen voor roet ontbreken hoeft Eneco zich niet om de uitstoot van roet te bekommeren. Dat Eneco en de provincie er zo over denken is beangstigend.”

 

Fijnstof en stikstofdioxide zijn gevaarlijke stoffen. Maar inmiddels zijn vrijwel alle deskundigen het er over eens dat roet ook een grote boosdoener is. Milieudefensie noemt het zelfs de gevaarlijkste luchtvervuiler: de kleine deeltjes kunnen diep in de longen doordringen, via de longen in de bloedbaan komen en ontstekingen veroorzaken in vitale organen.

De door Eneco geplande biowarmte-installatie is slecht voor het milieu, slecht voor het klimaat en slecht voor de luchtkwaliteit. Als brandstof wordt onbewerkt hout gebruikt, met name snoei-, hak- en dunningshout. Dat klinkt onschuldig, maar is het helemaal niet. Dode takken en bladeren in een bos zijn juist erg belangrijk voor flora en fauna. Het weghalen daarvan leidt tot verschraling van de biodiversiteit.

Tegen de biowarmte-installatie kan ook worden aangevoerd dat die dient voor de stadsverwarming. Dat stadsverwarming bijzonder ineffectief is (grote warmteverliezen door transport door de stad) is algemeen bekend.

Waarom is Eneco eigenlijk zo op die biowarmte-installatie gebrand? Daar heeft Eneco zijn redenen voor. De eerste is dat je met biowarmte forse staatssteun in de wacht kan slepen. De tweede is dat Eneco veel geïnvesteerd heeft in de stadsverwarming en die om die reden niet wil afbouwen. Maar dat mag natuurlijk niet opwegen tegen milieu- en klimaatschade.

Warmte kan ook worden opgewekt met schonere alternatieven zoals: waterpompen, zonnevelden en betere isolatie van woningen. In geen enkel serieus toekomstscenario wordt biomassa toegepast voor lage-temperatuur-warmte in de gebouwde omgeving. Dat heeft te maken met de kleine hoeveelheid biomassa die uiteindelijk op verantwoorde wijze beschikbaar kan komen en het feit dat er voor laagwaardige warmte goede alternatieven bestaan.
Zodra de subsidie stopt is het bovendien afgelopen met het gebruik van biomassa en ben je als stad terug bij af en niet klaar voor de toekomst. De beschikbare euro’s zijn dan niet gestopt in isolatie, zonnepanelen en warmtepompen terwijl die ook ná stopzetting van de subsidie nog tientallen jaren energie zouden blijven benutten en produceren.
De derde reden voor het gebruik van biomassa is dat het verstoken ervan goed aansluit bij de bedrijfsvoering van kolencentrales. De promotie ervan komt dan ook grotendeels uit de fossiele hoek.

Juist op de korte termijn is het effect van biomassa ongunstig. Net als kolen en gas stoot biomassa immers veel CO2 uit. Als bos opnieuw wordt aangeplant zal er CO2-vastlegging plaatsvinden. Maar dat duurt misschien wel tot 2050. De EU heeft als doelstelling om binnen 35 jaar te komen tot 85 procent CO2-reductie. Voor de korte termijn levert biomassa echter juist een koolstofschuld op.
De weinige beschikbare lokale biomassa wórdt momenteel al verbrand,
in de bestaande kolencentrales, in bestaande biomassacentrales, en in afvalverbrandingsovens die elektriciteit opwekken.
In de aanvraag van Eneco voor de milieuvergunning staat dan ook dat niet duidelijk is waar het hout voor de centrale in de toekomst vandaan zal komen: “Voor vers hout kan gedacht worden aan houtsnippers uit de grensgebieden met Duitsland, de Baltische staten of zuidelijk Europa, of uit Afrika, Zuid-Amerika of Noord-Amerika.”

Subsidie moet niet worden besteed aan het in verre landen omhakken van bomen die in Utrecht versnipperd in een oven belanden. Wees net zo zuinig op de bomen elders als we zijn op de bomen hier!

Op 2 oktober 2016 – de Open Dag van Eneco – werd actiegevoerd tegen de biomassacentrale onder het motto: ‘Maak van de stad geen open haard!’

Lees meer op:

flyer demonstratie (bron: http://www.stadsverarming.nl/)

De dubbele boodschap van Milieu Centraal

milieucentraal

Hoe is het mogelijk dat Milieu Centraal aan de ene kant beweert dat “voor het milieu en de gezondheid houtkachels en openhaarden niet goed zijn, dat hout stoken in huis niet wenselijk is omdat het veel overlast en luchtvervuiling kan geven, dat fijnstof schadelijk is voor de gezondheid, en er meerdere kankerverwekkende stoffen bij vrijkomen”, en dan zijn verhaal vervolgt met:

“Wil je tóch genieten van een houtvuur” en “Wil je hout als hoofdverwarming voor je huis gebruiken?” Vervolgens lezen we weer een rij – gedeeltelijk onware – “schone stooktips” hoe we er tóch een hout-of pelletkachel op na kunnen houden, en zelfs welke pelletkachels in aanmerking komen: wist u al dat u er ook één kunt nemen die de hele CV aanstuurt, en ook nog voor warm water zorgt? Een dubbele boodschap.

Milieu Centraal helpt met praktische en betrouwbare informatie voor wie rekening wil houden met het milieu. Op de website van Milieu Centraal is het een en ander te vinden over de nadelige effecten van het verbranden van hout in open haarden, houtkachels, vuurkorven, vuurschalen, terrashaarden, barbecues en tuinvuren.

Helaas spreekt Milieu Centraal zich niet duidelijk en onomwonden uit tegen deze activiteiten. Er wordt wel toegegeven dat houtstoken hinderlijk en schadelijk kan zijn, maar Milieu Centraal meent tegelijk dat met wat “tips” en “schone stookadviezen” de zaak onder controle is.

Milieu Centraal geeft “tips voor vuurtjes in de tuin.”
Het woord tips is ongelukkig gekozen. Een tip is een aanwijzing, advies, raadgeving, instructie, suggestie, aanbeveling of toelichting. Tips geven aan hoe je een bepaalde activiteit het beste kunt uitoefenen. Ze ontraden of ontmoedigen die activiteit niet, wat hier meer op zijn plaats zou zijn.

Milieu Centraal wil “nare stoffen beperken”.

  • “Nare stoffen” is een verhullende term, want we hebben het over gif, kankerverwekkers en milieubelastende emissies, die in plaats van beperkt beter helemaal vermeden kunnen worden.
  • “Bij het verbranden van hout komen vaak fijnstof en andere schadelijke stoffen vrij”.

Dit moet natuurlijk zijn: Bij het verbranden van hout komen altijd fijnstof en andere schadelijke stoffen vrij.

  • “Stook nooit geïmpregneerd of geverfd hout, daarbij komen zeer schadelijke stoffen vrij”.

Dit suggereert ten onrechte dat het verbranden van schoon hout geen schadelijke stoffen produceert.

  • “Gebruik altijd schoon hout dat goed gedroogd is”.

Schoon hout bestaat niet, hout verbranden geeft altijd schadelijke uitstoot.

  • “Brandbare blokken van geperst hout zonder toevoegingen zijn het minst schadelijk. Op nummer twee staat goed gedroogd haardhout en brandhout uit verantwoord beheerde bossen”.

Milieu Centraal moet niet streven naar tips voor “het minst schadelijk”, maar naar onschadelijk. Dan kun je ook wel zeggen dat je in een openbare gelegenheid best een filtersigaretje light mag opsteken, dat is immers minder erg dan zware shag.

Milieu Centraal geeft toe dat houtrookoverlast “niet fijn” is, dat je je buren “minder blij” maakt met je houtvuur of barbecue, en dat zij het als “onprettig” kunnen ervaren. Opnieuw verhullende termen waar het gaat om een scala aan milieu- en gezondheidbelastende stoffen, waarmee je je buren regelrechte schade berokkent.

Milieu Centraal beweert dat de overheid regels heeft opgesteld “om vuren in de tuin voor iedereen leuk te houden”. Het is nl. verboden om geverfd of geïmpregneerd hout, bewerkt hout, snoeihout of afval te verbranden. Maar met “schoon hout” kun je volgens Milieu Centraal gerust een vuurtje stoken in een buitenkachel, tuinhaard, barbecue, vuurkorf of vuurpot.Die “regels” zijn dus nauwelijks een beperking, je kunt beter zeggen dat het een vrijbrief is om maar raak te stoken, maar daar heeft Milieu Centraal helemaal geen kritiek op. Heb je toch overlast dan komt Milieu Centraal aan met “een goed gesprek” met je buren. Die menen dat stoken hun recht is en dat is meestal het begin van een burenruzie.

Ook kun je volgens Milieu Centraal een melding doen bij de gemeente, maar helaas hebben gemeentes weinig mogelijkheden en vragen zij zelf momenteel om regelgeving bij de overheid. Ook verwijzen naar GGD’s i.v.m. overlast is zinloos. Je kunt er wel een melding doen, maar GGD’s kunnen volgens eigen zeggen geen maatregelen afdwingen, geen metingen uitvoeren en geen rol in conflicten spelen.Een logboek bijhouden van overlast is ook een wassen neus. Uit onderzoek van de GGD blijkt dat er nog een tool ontwikkeld moet worden om te zien waar de rook precies vandaan komt.

Hoe is het mogelijk dat Milieu Centraal aan de ene kant beweert dat “voor het milieu en de gezondheid houtkachels en openhaarden niet goed zijn, dat hout stoken in huis niet wenselijk is omdat het veel overlast en luchtvervuiling kan geven, dat fijnstof schadelijk is voor de gezondheid, en er meerdere kankerverwekkende stoffen bij vrijkomen”, en dan zijn verhaal vervolgt met: “Wil je tóch genieten van een houtvuur” en “Wil je hout als hoofdverwarming voor je huis gebruiken?” Vervolgens lezen we weer een rij – gedeeltelijk onware – “schone stooktips” hoe we er tóch een hout-of pelletkachel op na kunnen houden, en zelfs welke pelletkachels in aanmerking komen: wist u al dat u er ook één kunt nemen die de hele CV aanstuurt, en ook nog voor warm water zorgt? Een dubbele boodschap.

Milieu Centraal beweert dat hout een hernieuwbare grondstof is, die nooit op kan raken en dat houtstoken niet voor klimaatverandering zorgt. Buitenlands onderzoek laat zien dat niet-houtige biomassa veel meer ultrafijnstof, stikstof en benzeen in de lucht brengt dan houtige biomassa, en houtige biomassa veel meer dan gas of olie. Een boom neemt tijdens de groei CO2 op en die komt bij verbranding weer vrij. Maar die boom heeft er veel meer tijd voor nodig gehad om te groeien dan het heeft gekost om hem te verbranden. Hout stoken is alleen maar CO2-neutraal als het tempo van houtwinning net zo hoog is als het tempo van hergroei. En dat is niet zo. Bovendien is de lokale houtvoorraad in Nederland beperkt. Hout stoken betekent dus import uit bijvoorbeeld Canada en Noord-Amerika, en aan al dat vervoer hangt een (fossiel) milieu-prijskaartje (containerschepen op diesel vanuit Canada en Amerika).

Momenteel stijgt de vraag naar biobrandstoffen. In Amerika stijgt het aantal pelletfabrieken schrikbarend, door de enorme vraag in de EU. Op grote schaal worden daar volgens een energieverslindende methode (grote bosbouwmachines in bossen, vervoer van stammen over het water en over de weg naar de pelletfabriek, daarna malen, in ovens drogen, persen en verpakken) pellets geproduceerd, en daarvoor worden heus niet alleen afgevallen takjes gebruikt, maar ook volgroeide bomen gekapt.Wanneer deze pellets in Nederlandse kachels (of als bijstook in centrales) terechtkomen zijn ze dus niet bepaald CO2-neutraal meer.

Wat is je missie, Milieu Centraal? Hou op met te suggereren dat “verkeerd stoken voor schadelijke stoffen zorgt”, maar dat er ook zoiets als “goed stoken” bestaat!

Als je hout verbrandt, komen er altijd schadelijke stoffen in de lucht: fijnstof, kankerverwekkende koolwaterstoffen (PAK’s) zoals benzeen en dioxine, koolmonoxide en zware metalen. Dat zorgt voor luchtvervuiling en schade aan gezondheid en milieu. In dichtbevolkte wijken. En dat kunnen we missen als kiespijn.

Klik op de link om te zien welke stoffen houtrook bevat. Of op deze link om te lezen hoeveel sigaretten iemand moet roken om dezelfde hoeveelheid giftige stoffen te fabriceren met 1 kilo hout.

 

VUUR! De nieuwe religie.

vuurenbeschaving

Uitgeverij G.A. Van Oorschot B.V

In 1992 publiceerde socioloog Joop Goudsblom zijn beroemde boek “Vuur en beschaving”. Centraal hierin staat de gedachte dat de beheersing van het vuur de eerste beschavingsdaad van de mens was: “Het was een radicale ingreep in de natuur die model stond voor de ontwikkeling van alle volgende stadia van de menselijke samenleving: de ontwikkeling van landbouw en veeteelt, de verstedelijking en de industriële revolutie.”

Terwijl het als energiebron van steeds groter belang werd, verdween het vuur volgens Goudsblom echter bijna geheel uit onze dagelijkse ervaring: vuur werd gereduceerd tot een vuurtje voor een sigaret, een waakvlammetje in de verwarmingsketel, een onzichtbaar verbrandingsproces in onze automotor. De symboliek van het vuur speelt volgens Goudsblom geen rol meer in ons leven: kachels vervingen het open vuur, gloeilampen kwamen in de plaats van kaarsen en petroleumlampen.

In 2015 werd Goudbloms studie, die in diverse talen werd vertaald, opnieuw uitgebracht. De inmiddels hoogbejaarde socioloog lichtte in het boekenprogramma van de onlangs overleden Wim Brands zijn werk nogmaals toe.

Het is de vraag of Goudbloms inzichten in 2016 nog net zo actueel zijn als in 1992. Speelt de symboliek van het vuur geen rol meer, of is die juist helemaal terug van weggeweest? Wie heeft opgelet, weet dat cocoonen rond een knisperend haardvuur momenteel reuze trendy is. Eigenlijk is alles wat met open vuur te maken heeft populair: fakkels, kaarsen, vuurschalen, paasvuren, kampvuren, open haarden, houtkachels, noem maar op. Kennelijk vonden we die beheersing van het vuur maar saai. Ook verwarmen met onzichtbaar gas is uit. We willen weer vlammen zien.

Hoe komt dat? Daar valt beslist een nieuwe sociologische studie aan te wijden. Willen we ons terugtrekken van crisis, politieke chaos en veeleisende drukke bezigheden? Spiegelen we ons aan fantasyfilms, en aan historische series? Geschiedenis is hot. Er verschijnen meer historische tijdschriften en boeken dan ooit en ook de populaire media spelen hierop in, denk aan series als Wolf Hall of Downton Abbey, waar in elke scene wel een vuur te zien is. Pretparken en themaparken, zoals het Archeon, trekken bekijks met vuurspektakels. Paasvuren zijn populairder dan ooit, en nemen, onder het mom van traditie, elk jaar in aantal toe. Ook aan symboliek is geen gebrek. Zo zien antroposofen vuur als het vrijkomen van zonnekracht: “Hout is de brandstof van vuur. In het hout van de boom zit al het verzamelde zonnelicht van de groei-jaren van een boom. Door het vuur schenk je als mens de warmte aan de zon terug.” Het is maar wat je geloven wilt…

Vuren maken en hout verbranden hebben – helaas – ook een sterke link met ecologisch leven, duurzaamheid en “terug naar de natuur”. Aan de lopende band verschijnen er boeken over vuur aanleggen, houtopslag maken, en over de juiste bijlen en kettingzagen, waar ‘echte mannen’ (zoals onze eigen Alexander Pechtold!) zich mee kunnen uitleven.

De Noorse staatstelevisie wijdde een avondvullend programma aan hout en alles wat ermee samenhangt, en toonde acht uur lang een brandend houtvuur op tv zonder commentaar. Slaapverwekkend? Heel Noorwegen keek mee.

Het lijkt erop dat men zich massaal heeft voorgenomen alleen de gunstige kanten van hout verbranden te willen zien. Er zíjn ook veel positieve associaties, zoals warmte, saamhorigheid en gezelligheid. Maar we zouden eens vaker stil kunnen staan bij de negatieve effecten. We leven uiteindelijk niet meer in de Middeleeuwen. Je aanpassen aan voortschrijdende inzichten, dat is ook een kwestie van beschaving.

Eén van die inzichten is, dat hout verbranden voor veel fijnstof zorgt. De toename van houtkachels, vuurschalen en barbecues is dus minder gezellig dan het lijkt, want het zorgt voor een slechte luchtkwaliteit in woonwijken. Houtrook bevat kankerverwekkende en giftige stoffen. We kunnen dus niet massaal gaan stoken, koken en bakken op die zogenaamde natuurlijke brandstof, want daarmee vergiftigen we onze eigen woonomgeving, en het milieu in het algemeen.

Als we die gedachte over het voetlicht willen krijgen moeten we helaas strijden tegen de tijdgeest. En die staat geheel in het teken van vuur en vlammen, als betrof het een nieuwe religie. Was het maar waar, meneer Goudsblom, dat het vuur is getemd tot een doosje lucifers in onze broekzak. Het is ontsnapt, als uit de doos van Pandora.

 

 

 

 

 

Energieneutrale woningen… met een houtkachel?

… Zelfs een middeleeuwse, zeer slecht renderende en optimaal vervuilende open haard mag momenteel gewoon opgenomen worden in een nieuwbouwwoning met allerlei technische besparende hoogstandjes….

… Het is onbegrijpelijk dat iedereen elkaar maar napraat over de duurzaamheid van biomassa….

 

logo-rijksoverheid

In 2008 sloot het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) met projectontwikkelaars, bouwondernemers en woningcorporaties het Lente-akkoord. Zij spraken af dat woningen in de toekomst energiezuiniger en duurzamer moeten zijn en moeten voldoen aan strengere eisen. Woningen moeten beter worden geïsoleerd, zuiniger worden geventileerd, en voor verwarming en warm water moeten er installaties met duurzame en efficiënte energieopwekking zijn. De energiezuinigheid van een woning wordt uitgedrukt in een cijfer, het EPC-cijfer ofwel het Energie Prestatie Coëfficiënt. Per 1 januari 2015 is de EPC-eis aan de energieprestatie van gebouwen 0,4. De EPC voor woningen wordt in stapjes verlaagd zodat vanaf 2020 nieuwe huizen bijna-energieneutraal moeten zijn.

Om het EPC-cijfer te bepalen worden aan alle aspecten van de bouw waarden toegekend, tot in de kleinste details. Bij een raam kijkt men bv. niet alleen naar het type glas, maar ook naar hoe het glas in het kozijn zit, wat voor kozijn het is en hoe het kozijn in de muur zit. Bij het dak blijft het niet bij de dikte van de plaat en de isolatie, maar ook de aansluiting op de woning speelt een rol. Al deze waarden en materialen worden ingevoerd in de EPC-berekening. Hoe lager het cijfer hoe beter het is.

De bepaling van de EPC is vastgelegd in de norm “NEN 7120, Energieprestatie van gebouwen”. Hierin wordt precies beschreven welke aspecten meewegen in het EPC en hoe zwaar ze mogen wegen.

In de komende jaren gaat Nederland dus steeds energiezuiniger, klimaatneutraler en gezonder bouwen. Onderdeel van het Lente-akkoord zijn bij voorbeeld de ‘Excellente Gebieden’, 19 innovatieve nieuwbouwprojecten die een soort proeftuin voor energiezuinig bouwen vormen om praktijkervaring op te doen. Innovatieprogramma Energiesprong is een project in opdracht van het Ministerie voor gebouwen zonder energienota. Sinds 2012 zijn bovendien door het hele land projecten gestart die zich richten op grootschalige energiebesparing in de bestaande woningbouw. Het is de bedoeling dat bij elk van die projecten 1500 à 2000 woningen energiezuinig gemaakt worden, bv. met spouwmuurisolatie, HR-ketel of zonnepanelen.

De EPC is óók een instrument van het Nederlandse klimaatbeleid. Door energiebesparing en toepassing van duurzame energie wordt immers de verbranding van fossiele brandstoffen beperkt. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de vermindering van de Nederlandse uitstoot van CO2. Het is van belang om de CO2-uitstoot te verminderen om zo klimaatverandering tegen te gaan.

Duurzaam bouwen is volgens onze overheid bouwen met respect voor mens en milieu. Daarom is het vreemd dat in nieuwe energiezuinige, klimaatneutrale en gezonde woningen een plaats is ingeruimd voor verwarming met houtgestookte installaties.

In de NEN 7120 zijn allerlei waardes opgenomen voor het rendement van bv. zonnecellen en warmtepompen, maar niet voor houtpellet/biomassa-gestookte verwarmingsinstallaties. In eerste instantie zou men dus menen dat dit niet is toegestaan. Het gebruik van houtkachels is voor ons dichtbevolkte Nederland immers geen optie. We hebben te weinig lokaal houtafval (hout dat nog ergens anders goed voor is moet je niet verbranden) om Nederland mee te verwarmen. Daarom importeren we nu houtpellets vanuit bv. Canada met bijbehorende fossiele uitstoot. Voor die pellets wordt goed hout gebruikt omdat houtpellets veel opleveren. Stoken op hout is een voorschot nemen op de CO2-uitstoot. We halen dus een milieuprobleem binnen. De schadelijke rookgassen die bij de verbranding van hout lokaal vrijkomen zijn bovendien slecht voor milieu én gezondheid.

Helaas heeft TNO in opdracht van de Nederlandse vereniging van Biomassa Ketel Leveranciers (NBKL) een zg. “gelijkwaardigheidsverklaring” opgesteld om toestellen op vaste biobrandstof tóch te kunnen waarderen in de NEN 7120 en dus toe te kunnen passen in energiezuinige nieuwbouw.

De TNO-verklaring is geldig voor elke vorm van vaste biobrandstof waaronder houtpellets, snoeisnippers, houtspanen, zaagsel, houtbriketten en stukhout.

De overheid ziet biobrandstof als hernieuwbare energie. Hout stoken betekent in de ogen van de overheid dus alleen vermeden CO2-emissie en vermeden verbruik van fossiele primaire energie. Hier worden liever geen vraagtekens bij geplaatst, want Nederland heeft haast om de doelstellingen van het Energie-akkoord te halen, d.w.z. een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar 14 procent in 2020 en 16 procent in 2023.

Biomassa als duurzame bron van warmteopwekking moet volgens de overheid daarom ook in de NEN 7120 norm op worden genomen als een maatregel ter verduurzaming van de energiehuishouding.

Over de inzet van toestellen op biobrandstof in energiezuinige woningen lezen we in de gelijkwaardigheidsverklaring dus het volgende: “De EPC van een biobrandstoftoestel wordt bepaald door de waarde van het opwekkingsrendement en die van de energiedrager. Omdat vaste biobrandstof 100% hernieuwbaar is en geen primair energiegebruik in de zin van de norm met zich meebrengt, is de EPC-waarde van de energiedrager nul. Dit betekent dat alle energie die wordt opgewekt met vaste biobrandstof in de bepaling van de EPC niet wordt meegerekend. Zo wordt met vaste biobrandstof eenvoudig voldaan aan de EPC.”

Zelfs een middeleeuwse, zeer slecht renderende en optimaal vervuilende open haard mag momenteel dus gewoon opgenomen worden in een nieuwbouwwoning met allerlei technische besparende hoogstandjes. De enige belemmering is dat een open haard de luchttoevoer/ventilatie beïnvloedt, hetgeen kan leiden tot een verslechtering van de EPC, maar er wordt geen woord gewijd aan de verslechtering van buiten- én binnenmilieu door o.a. fijnstof.

Ook een club als Urgenda, die notabene een proces heeft aangespannen tegen de Nederlandse Staat om meer CO2-reductie af te dwingen, komt in haar voorbeelden van het energieneutraal maken van woningen telkens weer met houtkachels op de proppen. Urgenda geeft wel aan dat dit in een stedelijke omgeving geen goede optie is, maar toch: in een nieuwe ronde van “nul-op-de-meter” (maart 2016) wordt een woning ‘verbeterd’ door een houtkachel te installeren en een pas drie jaar oude (schonere) gaskachel af te danken.

… Het is onbegrijpelijk dat iedereen elkaar maar napraat over de duurzaamheid van biomassa….

De overheid zet samen met projectontwikkelaars in op verregaande maatregelen als driedubbel glas, gaswasdrogers, ledlampen en de slimste isolatie- en ventilatieconcepten, maar wat je ook leest over groenwoningen, passiefhuizen en ecologische bouwconcepten, telkens wordt de houtkachel daarbij kritiekloos opgevoerd als duurzame oplossing. CO2-uitstoot verminderen is belangrijk, een toename van stikstof, benzeen en ultrafijnstof is echter ongewenst (zie illustratie).

Agentschap NL heeft zelfs een cursus en een handleiding ontwikkeld om het energiegedrag van mensen te beïnvloeden en hen duidelijk te maken wat en hoe ze kunnen besparen. Zo wil men bewoners leren dat met routinegedrag (opladers in het stopcontact laten zitten, licht laten branden) energie wordt verspild. Ook wil men bewoners door gedragsbeïnvloeding verleiden tot investeringsgedrag, zoals het laten plaatsen van dubbel glas. Door het aanpassen van gedrag zijn namelijk besparingen tot 10% mogelijk.

Controlemetingen met infraroodtechnologie, en metingen op kierdichtheid en ventilatiecapaciteit kunnen voorts leiden tot een woning die gezonder, comfortabeler en energiezuiniger is en waarbij de CO2-uitstoot 20% lager is.

Toekomstige maatregelen gaan dus behoorlijk ver. Biomassa blijft hierin een vreemde eend in de bijt en een enorme blinde vlek. In menige woonwijk is sprake van een dramatische verslechtering van de luchtkwaliteit door de inzet van houtkachels. Controlemetingen op dít vlak ontbreken merkwaardig genoeg geheel, terwijl de gevaren van ultrafijnstof door voortschrijdend inzicht toch steeds duidelijker worden. Regelmatig wordt ook de link tussen het inademen van houtrook en meeroken gelegd. Reden genoeg dus om biomassa als duurzame energiebron ter discussie te stellen en dit niet blindelings in te zetten in toekomstige nieuwbouw.

Het overal toestaan van houtstook leidt er bovendien toe dat de ruim één miljoen mensen met luchtwegaandoeningen (en gezonde mensen die niet in ongezonde rookgassen en hun penetrante geur willen zitten) nergens houtrookvrij kunnen wonen. Het zou goed zijn wanneer althans een deel van die toekomstige gezonde energieneutrale wijken écht gezond en energieneutraal en dus vrij van houtstook zou zijn.

 

 

Duurzaam versus gezondheid

Als Stichting zien we steeds vaker de termen ‘Duurzaam’ en ‘Groen’ opduiken. Biomassa, hout- en pelletkachel worden vaak in één zin met deze woorden gebruikt. Zo lazen we onlangs (tip van een burger) dat de Triodosbank duurzaam geproduceerde houtskool promoot in Nederland. Overigens een verhelderend stuk. Want ik wist ook niet dat we jaarlijks zo’n 13 miljoen kilo aan houtskool verbranden.

De Triodosbank gaat er in zijn geheel aan voorbij dat erg veel Nederlanders hinder ondervinden van de vele fanatieke barbecuers.“Wij willen de Tony Chocolonely van de houtskool zijn” | Triodos Bank

De Climate Neutral Group (en Triodos) is trots dit product te mogen promoten gezien de tekst: Houtskool
is big business in Nederland. “Er wordt hier jaarlijks zo’n 13 miljoen kilo aan houtskool verhandeld”, vertelt Toet.
En ook uit onderzoeken van Trendbox en kieskeurig.nl blijkt de populariteit van deze kookmethode in Nederland.
Zo heeft bijna ieder Nederlands huishouden wel een barbecue en wordt deze regelmatig uit de schuur gehaald.
De overgrote meerderheid gebruikt hierbij houtskool als brandstof om voedsel op te warmen.

Wat is ‘Groen’ eigenlijk?

Volgens Energiewereld.nl: Groene energie is energie die is opgewekt met behulp van schone, onuitputtelijke bronnen. Dit in tegenstelling tot grijze energie (vuile energie), die opgewekt wordt door aardolie, aardgas of steenkool te verbranden. Bij de opwekking van grijze energie komt het milieu schadende kooldioxide (CO2) vrij. Tevens raken op den duur de fossiele brandstoffen kolen, gas of olie op.

Groene energie wordt ook wel duurzame (red. zie uitleg hierna) of hernieuwbare energie genoemd. Windenergie en zonne-energie zijn de bekendste voorbeelden. Maar er zijn meer manieren om energie op een milieuvriendelijke manier op te wekken: door biomassa te verbranden en met watercentrales.

Wat is duurzaam eigenlijk?

Op de site van het Platform Duurzaamheid een verhelderend stuk.

Duurzaamheid is door de jaren heen een containerbegrip geworden. Alles wat te maken heeft met maatschappelijk verantwoord leven, milieu, ecologie en toekomstgericht denken wordt tegenwoordig onder duurzaamheid geschaard. Veelal wordt de term duurzaamheid omschreven aan de hand van een theorie: de drie P’s:

  • People (mensen)
  • Profit (winst)
  • Planet (aarde)

 

Naast het feit dat we geld willen verdienen en van de welvaart willen genieten is het ook onze taak om goed voor de mensen en het milieu te zorgen. Immers, als we dit verzaken is de toekomst van de mensheid in het geding. Wij hebben nu een verantwoordelijkheid voor de toekomstige generaties die zullen komen. Wanneer wij bijvoorbeeld alle fossiele brandstoffen verbruiken, zal de volgende generatie met een enorm probleem zitten. Dit geldt ook voor vraagstukken als opwarming van de aarde, CO2-uitstoot en voedselproblematiek.

Wat houdt de term duurzaamheid precies in? De volgende definitie is geformuleerd door de World Commission on environment and Development van de Verenigde Naties in het rapport “Our Common future”: “Duurzame ontwikkeling is de ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen”.

Kortom, duurzaam kijkt naar de huidige behoefte die de mensen op de aarde hebben en hoe dit in de toekomst ontwikkeld kan worden zonder dat de mensen, het milieu of de economie in gevaar komen.

Vooral de laatste zin intrigeert: …. zonder dat de mensen en/of het milieu in gevaar komen.

Hoe is het dan toch mogelijk dat het verkopen en verbranden van  houtskool (en biomassa) duurzaam mag worden genoemd? Vanuit milieu en gezondheidsoogpunt zal de bank waarschijnlijk antwoorden dat het maar om 13 miljoen kilo houtskool gaat. Dus waar hebben we het over? Economie:  ‘De kleur van geld’. En zo spreken en denken veel andere organisaties ook. Om er een paar te noemen: Natuurmonumenten (verkoop van hout aan particulieren), kachelverkopers, Urgenda (CO2) en de haardhouthandel. Vergeet ik de overheid. De belangrijkste speler op het veld.

Duurzaam is een prachtig woord waar de handel graag gebruik van maakt. Vooral inzoomen op het productieproces en het populaire CO2 neutraalaspect (een theoretische wetenschap – lees verder op deze site). De eveneens belangrijk aspecten (milieu en gezondheid) verdwijnen naar de achtergrond.

Noot: Jammer is dat de Triodosbank (Kleur van geld) blijkbaar geen verschil ziet tussen de toepassing van houtskool in Nederland en een derde wereldland (waar vaak geen andere brandstoffen voorhanden zijn). De WHO is hier in ieder geval heel duidelijk over. Hoewel het rapport zich voornamelijk richt op het stoken van hout benadrukt de WHO dat men naar schone brandstoffen moet omschakelen wanneer dit maar enigszins mogelijk is. De kleur van gezondheid.

Waarom staren overheid en Urgenda zich blind op stoken van biomassa?

zonnepaneel en houtkachel

In Nederland en vele andere landen zien we de trend dat men steeds meer biomassa (hout) gebruikt om energie op te wekken. Naast het toenemend aantal houtkachels bij particulieren wordt er ook steeds meer gestuurd op bij- of volledige stook in middelgrote en grote energiecentrales. Vrij recent stond in verschillende kranten dat het stoken van kolen in centrales veel fijnstof veroorzaakt en dat daardoor jaarlijks vele mensen vroegtijdig overlijden. In plaats van kolen moeten we overstappen op het gezondere alternatief: hout. En daarmee verminder je ook de uitstoot van CO2. Twee vliegen in een klap, maar lost dat het probleem op? En komt er minder CO2 in de lucht? Volgens gerenommeerde wetenschappers is het antwoord: Nee!

Fijnstof heeft een negatief effect op de gezondheid van iedereen. Dus het verminderen hiervan is altijd zinvol. CO2 heeft heel veel impact op het klimaat. Dus het verminderen hiervan is ook noodzakelijk. Helaas kijkt de politiek (en ook Urgenda) vooral naar grootverbruikers, zoals energiecentrales waar men stookt met kolen. In plaats van kolen (en gas – ook een terecht probleem) moeten we ons meer gaan richten op het (bij)stoken van biomassa. In de meeste gevallen hebben we het over hout van bomen. Want dat is duurzaam en CO2 neutraal!

Waarom blijft men hangen in deze veronderstelling? Wetenschappelijk is aangetoond dat het stoken van hout helemaal niet zo duurzaam is. Laat staan CO2 neutraal!

In 2013 hebben Greanpeace, RSPB en Friends of the earth in het rapport ‘Dirtier than coal? Why Government plans to subsidise burning trees are bad news for the planet’ gepubliceerd. In de inleiding staat het volgende: The Government’s own analysis, provided to Princeton academic Timothy Searchinger, shows that the use of whole trees in this way would increase greenhouse gas emissions by at least 49% compared to using coal over 40 years. Yet, Government’s current proposals, to continue to subsidise biomass power under the Renewables Obligation, do not account for this by distinguishing between different sources of biomass. They are therefore likely to actually increase greenhouse gas emissions.

Lees ook het verslag van het symposium ‘Biofuel and wood as energy sources’ van 10 april 2015, KNAW, Trippenhuis, Amsterdam. Dit symposium was georganiseerd n.a.v. een visiedocument waarin volgend werd gesteld:

Volgens de drie auteurs van het visiedocument, Akademieleden Martijn Katan, Louise Vet en Rudy Rabbinge, bevatten de Nederlandse en Europese regels voor het bijstoken van biomassa een fundamentele denkfout. Het gesubsidieerd meestoken van hout leidt niet tot innovatie en de bijdrage aan de vermindering van de CO2 uitstoot is onzeker. Intussen gaat de Nederlandse overheid, energiemaatschappijen acht jaar lang het verschil in kostprijs tussen hout en steenkool vergoeden. Dat gaat drie miljard euro aan belastinggeld kosten. Er wordt – vooral in Canada en de Verenigde Staten – bijna 2000 vierkante kilometer bos voor gerooid, met verlies van biodiversiteit tot gevolg.

Een aantal gerenommeerde wetenschappers onderstrepen deze visie met steekhoudend onderzoek. Zowel op gebied van CO2 als op het gebied van gewassenteelt (gebruik van landbouwgronden). In het slotdebat wordt aan de deelnemers gevraagd of zij denken dat het hout dat nu in energiecentrales wordt bijgestookt 100% afkomstig is uit afval, of uit duurzame bronnen. Niemand van de deelnemers gelooft dat het hout op wereldschaal bezien volledig uit duurzame bronnen komt. Tegenstanders van de bijstook van biomassa noemen de nog op te stellen duurzaamheidscriteria ‘sprookjes’. Niemand controleert die criteria in de praktijk. De markt voor bijstook van biomassa is niet transparant en afvaltransporteurs zijn niet open over hun prijzen.

Het blijft toch vreemd dat onze overheid en bijvoorbeeld ook Urgenda niets of nauwelijks iets met deze kennis doen? En dan hebben we het nog niet gehad over de grote hoeveelheden fijnstof (waaronder zeer giftige PAK’s) die bij het stoken van biomassa (hout in dit geval) vrijkomen. Dus hout in plaats van kolen? Van de regen in de drup, en erger.

 

Reactie Sharon Dijksma in de Vaste Kamer Commissie I&M over houtstook

Bron: CONCEPTVERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG OVER: Leefomgeving

Onderstaand de reactie van staatssecretaris Sharon Dijksma in de Vaste Kamer Commissie I&M over houtstook. Eerst een korte reactie van de stichting op de resultaten van dit overleg.

Hoewel de staatssecretaris de problematiek met houtstook in deze commissie wel serieus neemt, hebben wij niet het idee dat zij, en de afgevaardigden van politieke partijen, echt weten welke problemen door het stoken van hout worden veroorzaakt. Dat blijkt wel uit het feit dat zij zich vooral focust op lokale aanpak. Zij geeft aan dat daar rekening mee zal worden gehouden bij het opstellen van de regelgeving die onder de Omgevingswet komt. Het meest verontrustende is wel dat zij vindt dat kachels die voldoen aan de strenge  Ecodesignnorm zo schoon dat een fijnstoffilter niet meer nodig is. Ze verwijst naar het platform waar deze zaken worden besproken. We hebben nog heel veel pionierswerk te doen.


 

(pagina 29 en volgend) De houtstook is inderdaad een ding. We moeten de problematiek van de houtstook serieus nemen. Tegelijkertijd is het lastig om tot letterlijk achter de voordeur te controleren. In die zin heeft zowel mevrouw Cegerek als de heer Dijkstra een beetje gelijk. Dat is dan weer mooi in het leven. Mevrouw Cegerek heeft een motie ingediend. Die motie is een ondersteuning van het beleid en ik voer haar ook uit. Via het Platform Houtstook zoeken wij naar oplossingen opdat de overlast door houtstook wordt beperkt. Die overlast doet zich soms gewoon voor. Als de pijp net onder het raam van de buurman uitkomt en diens kinderen slapen in die kamer, dan verwacht je dat dit in goed overleg tussen de buren kan worden opgelost, maar in de praktijk is dit lastig. Wij kijken ook naar de oplossing die Duitsland heeft voor het beperken van overlast door houtrook.
Het is essentieel dat het een lokale aanpak is. Dat is wat mij betreft de kern. Er zijn namelijk plaatselijk heel grote verschillen. Dan kun je het niet allemaal vanuit Den Haag regelen. We streven ernaar om gemeenten voldoende mogelijkheden te geven om effectief op te treden. Daar zullen we ook rekening mee houden bij het opstellen van de regelgeving die onder de Omgevingswet komt.
Er is gevraagd naar de subsidie op kachels. Mevrouw Van Veldhoven vroeg bovendien of een fijnstoffilter verplicht is. De kachels die gesubsidieerd worden, zijn zo schoon dat een fijnstoffilter niet meer nodig is. Zij voldoen aan de strenge Ecodesignnorm.
Er is ook gevraagd of de uitvoering van de Ecodesignrichtlijn naar voren gehaald kan worden. Dat is een interessant idee. We gaan ermee naar het Platform Houtstook.
Dan is er gevraagd of er een koppeling kan worden gemaakt tussen de luchtkwaliteitapp en de waarschuwing voor houtrook. In Nijmegen wordt een houtstookapp ontwikkeld die de stoker waarschuwt in geval van overlast voor zijn directe omgeving. Er zijn interessante ontwikkelingen gaande op dit terrein, waar we verder naar moeten kijken. Voor het overige heb ik de Kamer een brief gestuurd met daarin de verschillende mogelijkheden via het platform, naar aanleiding van de genoemde motie.
De heer Houwers (Houwers): Ik ben blij dat de staatssecretaris deze zaak serieus opneemt. Het is een ding, zoals zij zegt. Wellicht dat Duitsland een voorbeeld kan zijn, omdat daar best veel hout wordt gestookt. De staatssecretaris zegt dat ze al veel doet. Ziet ze ook in dat er verschil is tussen de overlast die iemand zijn buren kan aandoen en de feitelijke vervuiling die in de lucht aanwezig kan zijn? De aanwezigheid van fijnstof hoeft niet meteen te betekenen dat je daar op een kinderslaapkamer last van hebt. De last is één ding, maar de luchtvervuiling is een ander ding. Kijkt de staatssecretaris naar beide dingen?

Staatssecretaris Dijksma: U slaat de spijker op de kop. Zo is het. Je hebt twee kwesties: de directe overlast, maar ook het effect van bijvoorbeeld houtstook op de normen. Ook daar kijken we naar.

De heer Houwers (Houwers): Wilt u dan nog één ding meer doen en ook kijken naar het idee van Duitsland, waar ze de schoorsteenveger laten meten of laten meedenken? Als u toch naar Duitsland kijkt, wilt u dan ook daarnaar kijken?

Staatssecretaris Dijksma: Ik meende dat ik zojuist, toen ik Duitsland noemde, u daar al een toezegging … Ja.

Platform Houtrook een farce?

Is het platform houtrook een farce?
Langzamerhand beginnen we ons steeds meer af te vragen wat de rol van het ministerie van Infrastructuur en Milieu is met betrekking tot de problematiek houtrook. Welk spel speelt dit ministerie? En hoe serieus moeten wij als stichting het platform nog nemen (waar we zelf in participeren) als Sharon Dijksma het platform afwaardeerd tot een club mensen met “experts in het houtstoken”. “Echte mannen”, noemt Dijksma ze met grote glimlach. Die moeten tips gaan geven over verstandige manieren om de houtkachel te branden en de overlast te beperken. (Bron: NOS)

Onbegrijpelijk!? Informeren haar ambtenaren haar niet over het doel van het platform? Of interesseert het haar niet? Of is dit gewoon het uiteindelijke doel waar het ministerie naar toe werkt? Terwijl zij in haar brief aan de kamer in januari onder andere het volgende schrijft: De opdracht aan het Platform is het vergroten en verspreiden van kennis over hoe de overlast en mogelijke gezondheidsschade van het stoken van hout door particulieren kan worden verminderd en voorkomen. Het Platform zal dan ook worden betrokken bij de uitvoering van de motie Cegerek c.s., waarin de regering wordt verzocht de problemen en mogelijke oplossingen voor de gezondheidsklachten als gevolg van houtstook in kaart te brengen.

We gaan er maar even vanuit dat Sharon Dijksma niet op de hoogte is. Dat de ambtenaren van het ministerie van I&M haar niet goed hebben geïnformeerd of zelf niet goed op de hoogte (willen) zijn. De stichting neemt voorlopig aan dat ook zij van mening is dat elke burger recht heeft op zo gezond en schoon mogelijke lucht. Zeker als je weet dat houtrook zich echt niet alleen beperkt tot de buren! De rook trekt de hele buurt door. Komt in huizen, scholen en op sportvelden. Je ruikt het als je op de fiets zit of in de auto. Houtrook is gewoon een probleem voor de volksgezondheid. Want net zoals er geen verstandige manier is om te roken is er ook geen verstandige manier om hout te stoken.