Tag

overlast houtrook

De Stookwijzer: een staaltje symboolpolitiek

Houtkachels, open haarden en andere houtgestookte apparaten zorgen voor fijnstof in de lucht, en voor giftige en kankerverwekkende stoffen. Veel Nederlanders ondervinden hier hinder en/of gezondheidsklachten door en storen zich daarnaast aan de stankoverlast. Daarom ontstond binnen het programma Slimme en Gezonde Stad van de Rijksoverheid het idee voor een tool die burgers bewuster maakt van hun vervuilende gedrag en die aangeeft wanneer er beter niet met hout gestookt kan worden.

Met een pilot zou eerst worden geëxperimenteerd in de gemeente Nijmegen. In februari van dit jaar werd dus in Nijmegen de ‘Stookwijzer’ gelanceerd, ontwikkeld in samenwerking met ECN en met steun van het ministerie van I&M. De vormgeving en programmering besteedde men uit aan Greenberry te Utrecht.

Het streven was dat de Stookwijzer (www.stookwijzer.nu) bij raadpleging in één oogopslag duidelijk zou maken of de omstandigheden ongunstig waren voor houtstook.

Daartoe werden twee variabelen gebruikt: de luchtkwaliteitsindex en de windsnelheid. De luchtkwaliteitsindex is een door het RIVM ontwikkeld systeem dat aangeeft in hoeverre de luchtkwaliteit op een bepaald moment van de dag van invloed is op de gezondheid. Het geeft per km2 aan wat de actuele status is van de luchtkwaliteit. Deze informatie biedt burgers de mogelijkheid om de blootstelling aan luchtverontreiniging zo veel mogelijk te beperken. De luchtkwaliteitsindex (LKI) wordt bepaald door de concentraties fijnstof PM10 en PM2.5, ozon (O3) en stikstofdioxide (NO2) in de lucht, en gaat in 11 stappen van goed naar onvoldoende.

Door nu de actuele LKI te combineren met de actuele windsnelheid zou de Stookwijzer een advies kunnen genereren over de (on)wenselijkheid van het stoken van hout op dat moment.

De Stookwijzer is een maatregel die – vooral gekoppeld aan handhaving! – substantieel zou kunnen bijdragen aan het voorkomen of verminderen van houtrookoverlast in onze dichtbevolkte woonwijken en aan de bewustwording dat houtstoken vervuilend en ongezond is.

De Stookwijzer ging positief van start:

  • Als de luchtkwaliteit van 3 (goed) naar 4 (matig) ging, ging de Stookwijzer van blauw (stoken kán) naar oranje (liever niet stoken).
  • Als de LKI van 6 (matig) naar 7 (onvoldoende) ging, ging de Stookwijzer van oranje (liever niet stoken) naar rood (stook geen hout).
  • Daarnaast gaf de Stookwijzer altijd code rood bij een windkracht van 2 Bft of lager, want bij windstil weer hoopt de vervuiling zich tussen de huizen op en kan niet weg.

Hoewel dit een heel plausibele opzet was (en de enig juiste!), had het tot gevolg dat de Stookwijzer vrijwel altijd een negatief stookadvies gaf. De conclusie hieruit had moeten luiden dat de luchtkwaliteit in Nederland kennelijk meestal té slecht is voor het stoken met hout, maar het leidde helaas tot de beslissing dat de Stookwijzer moest worden ‘aangepast’.

Half juli werd de Stookwijzer dus versoepeld, zodat hij nu vaker code blauw (stoken kán) geeft. Daarmee werd het uitgangspunt verlaten dat de Stookwijzer een objectief advies zou moeten geven om minder of niet te stoken naarmate er meer smog is.

De herziene Stookwijzer zou voortaan uitgaan van een lagere LKI-waarde en de grens voor windstilte zou verlaagd worden van 2 Bft of lager (= 3,3 m/s) naar 2 m/s of lager. Een windsnelheid van 2 Bft komt in ong. 46 % van de tijd voor, terwijl 2 m/s maar in 22% van de tijd voorkomt (middeling over de jaren 1971-2000, meetpunt De Bilt). Deze variabele terugschroeven heeft dus een niet te onderschatten effect.

In de toolkit Houtstook door particulieren: hoe voorkom je overlast is windstil weer (waarbij stoken dus ontraden wordt) gedefinieerd als wind minder dan 2 Bft. De Toolkit Houtrook en Gezondheid van het RIVM heeft deze definitie overgenomen. Aangezien de Stookwijzer hiermee breekt komen er nu van de overheid naar de burger toe conflicterende adviezen. Overigens zijn de genoemde toolkits voor een gehinderde ontoereikend.

Het bizarre is dat de overheid in samenwerking met GGD’s en Omgevingsdiensten in het verleden ook een ánder digitaal hulpmiddel heeft ontwikkeld om informatie over luchtkwaliteit dichter bij de burger te brengen, namelijk de app Mijn Luchtkwaliteit. Deze app geeft aan wanneer gevoelige groepen (ouderen, hart- en longpatiënten) vanwege smog hun inspanningen beter kunnen beperken.

Nu de Stookwijzer is versoepeld kan zich dus het geval voordoen dat een hartpatiënt de app Mijn Luchtkwaliteit raadpleegt en ziet dat hij zich kalm moet houden, terwijl een stoker op de Stookwijzer ziet dat hij nog best mag stoken!

Wat een bewustwordingstool en een handhavingstool had kunnen worden, leidt nu tot een rechtvaardiging voor de stoker en dat kan niet de bedoeling zijn.

Overigens heeft ontwikkelaar Greenberry zowel in de eerste als de tweede versie van de Stookwijzer een flink aantal steken laten vallen. Zo geeft dezelfde combinatie van LKI en windkracht de ene keer code blauw en de andere keer code rood. Dit geldt ook voor code oranje en code rood.

De foto’s hieronder zijn overgenomen van een boze twitteraar, die tevergeefs hoopte de Stookwijzer in zijn strijd tegen houtrookoverlast te kunnen gebruiken:

Minder belangrijk, maar wel erg slordig is het feit dat het pijltje in windkracht bij het gebruik regelmatig ‘verdwijnt’, net als het cijfer in windkracht, en dat ook de lay-out van het LKI-wijzertje niet steeds hetzelfde is:

De Stookwijzer geeft de gebruiker een dubbele boodschap mee.

Aan de ene kant geeft dit programma voorlichting over de mate van vervuiling die houtstoken in verschillende apparaten met zich meebrengt. Zo wordt aangegeven dat een vuurkorf per kilo gestookt hout net zoveel uitstoot als een vrachtwagenrit van 3000 kilometer. Dat is niet mis. De Stookwijzer pretendeert dan ook aan te geven wanneer het vuur beter uit kan blijven.

Daar staat tegenover dat de Stookwijzer voor een belangrijk deel bestaat uit stooktips voor zogenaamd verstandig stoken en niet uit adviezen om NIET te stoken of schonere energiebronnen te gebruiken. Vragen als Wat voor vuurtje ga jij stoken? en adviezen als Stook niet meer dan 4 (!) uur per dag dragen niet bepaald bij aan het terugdringen van deze onnodig vervuiling.

De pelletkachel wordt in de Stookwijzer gepromoot als de minst vervuilende vorm van houtstook, maar volgens recent Deens onderzoek stoot deze per GJ opgewekte energie 580x zoveel fijnstof uit als een CV op gas.

Het is ook onzuiver om de verschillende vormen van houtstook onderling te vergelijken. Beter is het om de uitstoot van houtgestookte apparaten te vergelijken met schonere energiebronnen, zoals gas, infraroodverwarming, zonne-energie of warmtepompen. Dan wordt pas duidelijk hoe ongunstig houtstook uit die vergelijking komt.

Behalve voor het aflezen van de stookomstandigheden kan de Stookwijzer ook gebruikt worden voor het doen van overlastmeldingen. Die worden echter alleen gebruikt om een beter beeld te krijgen van overlast door houtrook in Nederland. Wie een melding doet krijgt de raad zélf contact op te nemen met zijn gemeente. In de meeste gevallen leidt dat helaas tot niets.

De Stookwijzer bevat voorts een aantal verwijzingen naar websites, waar consumenten meer informatie kunnen vinden:

De link naar de website van het RIVM gaat niet rechtstreeks naar informatie over houtstook, maar gewoon naar de homepage van het RIVM. Bij doorzoeken kán een volhouder eventueel de Toolkit Houtrook en Gezondheid vinden. Die bestaat echter voornamelijk uit onwerkbare en vrijblijvende adviezen, waar een gehinderde niets mee opschiet.

Ook de link naar de site van MilieuCentraal gaat naar de homepage. Verder zoeken is niet relevant, want MilieuCentraal is één van de drijvende krachten achter de landelijke Campagne Duurzame Energie, die pelletketels en houtkachels (en de subsidie daarop) promoot. MilieuCentraal is bovendien weggelopen uit het door de overheid in het leven geroepen Platform Houtrook en Gezondheid, omdat zij geen geld en uren beschikbaar had voor de doelstelling van dit Platform: het voorkomen en verminderen van houtrookoverlast.

De derde en laatste link gaat naar de app ‘Mijn Luchtkwaliteit’, waarmee de Stookwijzer nu helaas niet meer synchroon loopt, zoals hierboven al werd uitgelegd.

De Stookwijzer is dus een onzorgvuldig en ondoordacht geheel. Het is te hopen dat dit programma in het Platform Houtrook en Gezondheid eens kritisch tegen het licht zal worden gehouden. Vreemd genoeg is de Stookwijzer niet in overleg met dit Platform ontwikkeld en tot nog toe nooit in het Platform besproken, maar dat zal er wel van moeten komen voordat deze tool een eigen leven gaat leiden en zich tegen de niet-stoker keert!

In de aanpak van de houtrookproblematiek nemen publiciteit, voorlichting en bewustwording een belangrijke plek in. Maar het introduceren van een Stookwijzer zonder grondige voorbereiding, dat is alleen maar symboolpolitiek.

 

 

 

Stichting Houtrookvrij in het programma NPO radio 1 Dit is de dag

In het programma Dit is de dag op NPO radio1 met als thema: Tijd om afscheid te nemen van de houtkachel? heeft Machteld Derks, bestuurslid van onze stichting, het opgenomen tegen Gert Kooij, Voorzitter Sfeer Verwarmingsgilde. Bron: NPOradio1

 

Gezellige haard is reuze schadelijk (NRC 15 december 2016)

nrc

Het NRC heeft op 15 december 2016 een artikel geplaatst over de problemen die worden veroorzaakt door het stoken van hout. De stichting Houtrookvrij is ook gevraagd om een reactie.

Gezellige haard is reuze schadelijk – NRC

Astmapatiënten in de Amerikaanse stad Phoenix belanden tussen Kerst en Oud en Nieuw relatief vaak in het ziekenhuis als gevolg van ademhalingsproblemen, precies op het hoogtepunt van het stookseizoen in die stad. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers in een recent online gepubliceerd artikel in het vakblad Air Quality, Atmosphere & Health. In de dagen nadat de fijnstofconcentratie in de omgeving van hun huis was gestegen, melden astmapatïënten zich significant vaker in het ziekenhuis. Het is een duidelijke aanwijzing dat houtrook, in ieder geval bij een deel van de bevolking, gezondheidsklachten kan veroorzaken.

Lees het hele artikel.

Het moet niet gekker worden met houtgestookte apparaten!

 

fireplace-1548786_640

Foto via pixabay

De hausse aan houtgestookte apparaten

De Stichting HoutrookVrij ijvert voor schone lucht in woonbuurten en verzet zich tegen de luchtvervuiling en stankoverlast van houtgestookte installaties. De nadruk ligt hierbij op open haarden en hout/pelletkachels, maar de laatste tijd is er daarnaast een ware hausse ontstaan van andere houtgestookte toepassingen. Dit heeft alles te maken met de woontrend dat de tuin het verlengstuk van de huiskamer is geworden en dat je daar dus alles moet kunnen doen wat je binnen ook doet: koken, bakken, braden, stoken, stomen en roken. Dat je hierbij onterecht beslag legt op de publieke ruimte is een idee dat maar bij weinigen opkomt.

Talloze huishoudens beschikken al over twee of meer houtgestookte toestellen en dat is een ongewenste ontwikkeling. Wanneer dit stoken en koken op gas of electriciteit zou gebeuren zou er nog niet zoveel aan de hand zijn, maar velen geven de voorkeur aan hout of houtskool. De rook die hierbij verspreid wordt is niet alleen vies en hinderlijk, maar ook schadelijk. Houtrook bevat ongezond veel fijnstof, en een groot aantal giftige en kankerverwekkende stoffen, net als sigarettenrook. De Stichting HoutrookVrij meent dat hier veel te weinig aandacht aan wordt besteed. Er zijn wel wat organisaties en overheidsinstanties die zich bezighouden met milieu en/of gezondheid en die zich uitspreken over de onwenselijkheid van houtrook in de bebouwde omgeving, maar zij geven alleen wat vrijblijvende tips, die niemand verplicht is op te volgen.

Zij moeten het bovendien opnemen tegen de commercie die houtgestookte apparaten zonder uitzondering aanprijst als duurzaam, milieuvriendelijk en CO2-neutraal, en hout als een goedkope, hernieuwbare, oneindige en natuurlijke brandstof.

Hoewel hout geen fossiele brandstof is geeft het bij verbranding, nét als olie en kolen, milieu- en gezondheidbelastende emissies.

Voor wie zich afvraagt of het wel zo’n vaart loopt in al die moderne achtertuinen, hierbij het volgende overzicht. Wat zijn er tegenwoordig zoal voor houtgestookte apparaten voor buiten: vuurkorven/vuurschalen; vuurtafels; rooktonnen; rookovens; rookgenerators; barbecues; grills; tuin- en terrashaarden; balkonhaarden; buitenkeukens; pizzaovens; hottubs/jacuzzi’s/buitenbaden; zwembadverwarming.

Een voorbeeld van de kletskoek waar de sites van houtkachelverkopers bol van staan:

1

http://www.burningbarrel.nl/index.php?route=common/home

Het Nederlandse merk BurningBarrel (zie foto) prijst zijn ‘stooktonnen’ als volgt aan: ‘De inspiratie van het ontwerp komt van de stooktonnen die daklozen gebruiken om zich warm te houden in de steegjes van de zelfkant van de maatschappij. Deze stookton hebben wij qua vormgeving vertaald naar een robuuste en hoogwaardige buitenhaard.’

Alsof je de zelfgemaakte bedelnapjes van arme Indiase kinderen trots als inspiratiebron presenteert (misbruikt) voor een modieus yuppentasje. Of de kartonnen dozen van zwervers als basisidee voor een luxueus tuinhuis! Smakeloos. Deze vieze stookton voor de happy few kost €695. BurningBarrel beweert bovendien dat de as gewoon in de GFT-container kan. De as van verbrand hout is ongezond voor planten en vervuilt het grondwater. As van hout bevat schadelijke stoffen, zoals dioxines.

Tuinafscheiding met houtopslag en buitenhaard

2

http://www.ikwoonfijn.nl/buitenhaarden/

Hottub met houtkachel

3

http://www.loungebath.nl/informatie/

Buitenkeuken

4

https://blog.homedeal.nl/warme-zon-koken-buitenkeuken/

Rooktonnen om bv. vis in te roken

5

http://www.rooktonnen.nl/rooktonnen.htm

Buitenkeuken met grill

6

http://www.weltevree.nl/NL/collectie/outdooroven-xl/product-informatie-6

De foto’s spreken voor zich. Dat kan niet goed gaan in onze dichtbevolkte woonwijken.

Kijken we naar het scala houtgestookte apparaten voor binnenshuis, dan heeft zich dit uitgebreid met (in plaats van of naast het bezit van een open haard of houtkachel): pelletkachels; pellet CV-ketels; pellet CV-ketels gecombineerd met warmwatervoorziening; pellet CV-ketels gecombineerd met fornuis; hout-kolen combikachels; houtfornuizen; badkamerhaarden; keukenhaarden; slaapkamerhaarden; haarden voor op het aanrecht.

Daarnaast zijn er naast normale woonhuizen steeds meer: schuren/tuinhuisjes met houtkachel; recreatiewoningen met houtkachel; flats met houtkachel (m.n. penthouses); ‘tiny houses’ met houtkachel; tenten met houtkachel/houtfornuis; ‘yurts’ met houtkachel; woonboten met houtkachel.

Modieus statement: een hout/pelletfornuis

7

http://www.phvercruysse.be/koken_en_bakken/pellets/Lohberger/#.V-0i2K0bPBU

‘Hip kamperen’ met houtkachel

9

http://www.bivouac-nature.com/nl/canadese-tent/

Yurt (Mongoolse nomadentent, o.a. te huur op Texel) met houtkachel

 

10

https://advout.wordpress.com/2013/07/11/showing-the-yurt-some-love/

Voor de volledigheid: houtrook is ondermeer samengesteld uit:

  • Vliegas bestaande uit niet brandbare, inerte, stofdeeltjes
  • Zware metalen waaronder koper, lood, zink en cadmium
  • Zwavel, chloor en kaliumverbindingen (SO2, HCl, KCl)
  • Dioxines en furanen
  • Stikstofverbindingen (NO, NO2, HCN, NH3, N2O)
  • Koolwaterstofverbindingen: Alifaten, cyclische (vooral benzeen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), formaldehyden, alcoholen, ketonen en esters
  • Koolstof en roet
  • Onverbrand houtstof
  • Zuurstof, kooldioxide, koolmonoxide en water

De geurcomponenten in houtrook hoeven niet direct schadelijk te zijn, maar ze kunnen wel aanleiding geven tot klachten betreffende stankoverlast.

Het wordt hoog tijd dat er meer voorlichting komt over de schadelijke kanten van koken en stoken op hout. Én meer regelgeving. Het kan niet zo zijn dat iemands gezondheid ligt in de handen van degene die toevallig naast hem woont. Hier ligt een taak voor o.a. gezondheidsorganisaties, milieuorganisaties en scholen. En last but not least: voor de overheid.

 

 

Manipuleren van cijfers, een voorbeeld

In november 2015 publiceerde de Provincie Gelderland een gezondheidsonderzoek uitgevoerd door de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en met medewerking van de Gelderse GGD’s: NAAR EEN GEZONDE LUCHT IN GELDERLAND – Gezondheid meewegen in besluitvorming fysieke leefomgeving.

Donderdag 17 maart 2016 plaatste de provincie Gelderland bovendien een bericht dat voor Gelderland nu kaarten zijn gemaakt waarop de luchtkwaliteit tot op buurtniveau te zien is.

Dat maakt nieuwsgierig. In het rapport wordt ingegaan op de aanzienlijke ziektelast veroorzaakt door luchtverontreiniging en op de vraag hoe en waar gezondheidswinst geboekt kan worden. De verschillen in Gelderland zijn groot. Oorzaak is volgens de auteurs vooral de luchtverontreiniging afkomstig van verkeer zoals in de regio Arnhem-Nijmegen. In de Gelderse Vallei veroorzaken veehouderijen daarnaast veel fijnstof. De luchtverontreiniging in Gelderland is vergelijkbaar met de gemiddelde luchtverontreiniging in Nederland. En die is weer vergelijkbaar met de gezondheidseffecten van het passief roken van 10 sigaretten per dag en met een gemiddelde fijnstofbelasting van 13,8 μg/m3 PM2.5.

Omdat dat beter moet kunnen komen in het rapport verschillende suggesties naar voren, die bijna allemaal te maken hebben met infrastructurele projecten en ruimtelijke ordening.

Volgens de auteurs zijn de negatieve effecten van luchtverontreiniging met name gerelateerd aan verbrandingsprocessen, met verkeer als belangrijkste bron. Dit rapport richt zich dus met name op luchtverontreiniging veroorzaakt door het gemotoriseerde wegverkeer. Daartoe maken de auteurs gebruik van de gegevens verzameld door adviesbureau LICHTVERKEER dat inzicht wil geven in de invloed van de (auto)mobiliteit op de leefomgeving.

In het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) werken de Rijksoverheid en decentrale overheden samen om te zorgen dat Nederland overal tijdig aan de grenswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide zal voldoen. Om de voortgang van het verbeterprogramma te volgen en tijdig bij te kunnen sturen is aan het NSL een monitoringstool verbonden.

Adviesbureau LICHTVERKEER berekent op basis van de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de gegevens uit deze monitoringstool de (hoogste) concentratie van ieder pand (!), d.w.z. de blootstelling van de inwoners aan de schadelijke stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), ultra fijn stof (PM2,5) en Elementair Koolstof (EC) dírect rond het gebouw of woning waarin de personen zich bevinden.

Bureau LICHTVERKEER houdt zich alleen bezig met verkeersknelpunten en doorstroming etc. m.b.t. het autoverkeer en dus verdwijnen in het rapport alle andere factoren die van invloed kunnen zijn op de (verbetering van de) luchtkwaliteit in Gelderland naar de achtergrond. Er wordt niets meer vernomen over landbouw, intensieve veeteelt, pluimveehouderijen of industrie, binnenvaart of spoorvervoer, raffinaderijen of energiecentrales, en eventuele luchtverontreiniging van buitenlandse herkomst of uit natuurlijke bronnen.

Het gaat alleen over beleid om verkeersgerelateerde luchtverontreiniging te verlagen, liefst tot onder WHO-advieswaarde van 10 µg/m³ PM2.5. Dit kan bereikt worden met rondwegen, wegverbredingen, milieuzones, etc.

Omdat LICHTVERKEER zich uitsluitend op auto’s richt, worden brommers en scooters in dit rapport uitgesloten als ‘lokale factor’, evenals de uitstoot van particuliere houtkachels en open haarden. De bijdrage van houtstook aan de totale fijnstofconcentratie in Nederland is echter bijna even groot als die van het wegverkeer en voltrekt zich bij uitstek “direct rond het gebouw of woning waarin de personen zich bevinden”. In tegenstelling tot het autoverkeer zijn houtkachels puntbronnen, die de concentratie PM2.5 in de directe omgeving kunnen opdrijven tot wel 300 μg/m3 PM2.5, zoals uit een ander recent rapport van de GGD-Noord is gebleken. Dat is nog eens wat anders dan 13,8 en het staat gelijk met het passief meeroken van 414 sigaretten! De ziektelast en het vroegtijdig overlijden hierdoor is een factor van heb-ik-jou-daar.

Het aanleggen van een rotonde of een traverse is trouwens óók een lokale factor en dat wordt wel meegewogen.

flamingo

Kaart uit het rapport

De auteurs beweren dat in het rapport wordt ingegaan op de luchtverontreinigende stoffen die van invloed zijn op de gezondheid op nationaal, regionaal en lokaal (stad, wijk, buurt) niveau. Die lokale cijfers (aan de gevel, jawel!) zijn echter eenzijdig en alleen gebaseerd op aannames, correcties en rekenmodellen, die met de dagelijkse praktijk niets van doen hebben. Met droge ogen wordt beweerd dat het aantal dagen met bronchitis bij kinderen van 6-12 jaar ten gevolge van PM2.5 jaarlijks 27.000 bedraagt. Maar houtrook, zo verwant aan sigarettenrook, en verantwoordelijk voor een aannemelijk deel van de totale fijnstofconcentratie PM2.5 in Nederland, is daarin niet meegenomen. Pech voor die kinderen, met hun gevoelige longen. Want de overheid en de provincie weten niet hoe ze dat probleem moeten aanpakken en kijken massaal weg.

Op http://flamingo.prvgld.nl/viewer/app/Luchtkwaliteitperbuurt kun je dus sinds kort je eigen wijk opzoeken en precies aflezen hoe het met de luchtkwaliteit gesteld is. In mijn wijk was de PM2.5 gelukkig maar 13. Jammer dat er in mijn blok van 20 huizen 7 houtkachels staan.

Extra: lijst veel gestelde vragen met antwoorden. De houtkachel wordt genoemd maar verwezen wordt naar de standaard richtlijnen van milieu centraal.

 

 

 

 

 

 

 

Energieneutrale woningen… met een houtkachel?

… Zelfs een middeleeuwse, zeer slecht renderende en optimaal vervuilende open haard mag momenteel gewoon opgenomen worden in een nieuwbouwwoning met allerlei technische besparende hoogstandjes….

… Het is onbegrijpelijk dat iedereen elkaar maar napraat over de duurzaamheid van biomassa….

 

logo-rijksoverheid

In 2008 sloot het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) met projectontwikkelaars, bouwondernemers en woningcorporaties het Lente-akkoord. Zij spraken af dat woningen in de toekomst energiezuiniger en duurzamer moeten zijn en moeten voldoen aan strengere eisen. Woningen moeten beter worden geïsoleerd, zuiniger worden geventileerd, en voor verwarming en warm water moeten er installaties met duurzame en efficiënte energieopwekking zijn. De energiezuinigheid van een woning wordt uitgedrukt in een cijfer, het EPC-cijfer ofwel het Energie Prestatie Coëfficiënt. Per 1 januari 2015 is de EPC-eis aan de energieprestatie van gebouwen 0,4. De EPC voor woningen wordt in stapjes verlaagd zodat vanaf 2020 nieuwe huizen bijna-energieneutraal moeten zijn.

Om het EPC-cijfer te bepalen worden aan alle aspecten van de bouw waarden toegekend, tot in de kleinste details. Bij een raam kijkt men bv. niet alleen naar het type glas, maar ook naar hoe het glas in het kozijn zit, wat voor kozijn het is en hoe het kozijn in de muur zit. Bij het dak blijft het niet bij de dikte van de plaat en de isolatie, maar ook de aansluiting op de woning speelt een rol. Al deze waarden en materialen worden ingevoerd in de EPC-berekening. Hoe lager het cijfer hoe beter het is.

De bepaling van de EPC is vastgelegd in de norm “NEN 7120, Energieprestatie van gebouwen”. Hierin wordt precies beschreven welke aspecten meewegen in het EPC en hoe zwaar ze mogen wegen.

In de komende jaren gaat Nederland dus steeds energiezuiniger, klimaatneutraler en gezonder bouwen. Onderdeel van het Lente-akkoord zijn bij voorbeeld de ‘Excellente Gebieden’, 19 innovatieve nieuwbouwprojecten die een soort proeftuin voor energiezuinig bouwen vormen om praktijkervaring op te doen. Innovatieprogramma Energiesprong is een project in opdracht van het Ministerie voor gebouwen zonder energienota. Sinds 2012 zijn bovendien door het hele land projecten gestart die zich richten op grootschalige energiebesparing in de bestaande woningbouw. Het is de bedoeling dat bij elk van die projecten 1500 à 2000 woningen energiezuinig gemaakt worden, bv. met spouwmuurisolatie, HR-ketel of zonnepanelen.

De EPC is óók een instrument van het Nederlandse klimaatbeleid. Door energiebesparing en toepassing van duurzame energie wordt immers de verbranding van fossiele brandstoffen beperkt. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de vermindering van de Nederlandse uitstoot van CO2. Het is van belang om de CO2-uitstoot te verminderen om zo klimaatverandering tegen te gaan.

Duurzaam bouwen is volgens onze overheid bouwen met respect voor mens en milieu. Daarom is het vreemd dat in nieuwe energiezuinige, klimaatneutrale en gezonde woningen een plaats is ingeruimd voor verwarming met houtgestookte installaties.

In de NEN 7120 zijn allerlei waardes opgenomen voor het rendement van bv. zonnecellen en warmtepompen, maar niet voor houtpellet/biomassa-gestookte verwarmingsinstallaties. In eerste instantie zou men dus menen dat dit niet is toegestaan. Het gebruik van houtkachels is voor ons dichtbevolkte Nederland immers geen optie. We hebben te weinig lokaal houtafval (hout dat nog ergens anders goed voor is moet je niet verbranden) om Nederland mee te verwarmen. Daarom importeren we nu houtpellets vanuit bv. Canada met bijbehorende fossiele uitstoot. Voor die pellets wordt goed hout gebruikt omdat houtpellets veel opleveren. Stoken op hout is een voorschot nemen op de CO2-uitstoot. We halen dus een milieuprobleem binnen. De schadelijke rookgassen die bij de verbranding van hout lokaal vrijkomen zijn bovendien slecht voor milieu én gezondheid.

Helaas heeft TNO in opdracht van de Nederlandse vereniging van Biomassa Ketel Leveranciers (NBKL) een zg. “gelijkwaardigheidsverklaring” opgesteld om toestellen op vaste biobrandstof tóch te kunnen waarderen in de NEN 7120 en dus toe te kunnen passen in energiezuinige nieuwbouw.

De TNO-verklaring is geldig voor elke vorm van vaste biobrandstof waaronder houtpellets, snoeisnippers, houtspanen, zaagsel, houtbriketten en stukhout.

De overheid ziet biobrandstof als hernieuwbare energie. Hout stoken betekent in de ogen van de overheid dus alleen vermeden CO2-emissie en vermeden verbruik van fossiele primaire energie. Hier worden liever geen vraagtekens bij geplaatst, want Nederland heeft haast om de doelstellingen van het Energie-akkoord te halen, d.w.z. een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar 14 procent in 2020 en 16 procent in 2023.

Biomassa als duurzame bron van warmteopwekking moet volgens de overheid daarom ook in de NEN 7120 norm op worden genomen als een maatregel ter verduurzaming van de energiehuishouding.

Over de inzet van toestellen op biobrandstof in energiezuinige woningen lezen we in de gelijkwaardigheidsverklaring dus het volgende: “De EPC van een biobrandstoftoestel wordt bepaald door de waarde van het opwekkingsrendement en die van de energiedrager. Omdat vaste biobrandstof 100% hernieuwbaar is en geen primair energiegebruik in de zin van de norm met zich meebrengt, is de EPC-waarde van de energiedrager nul. Dit betekent dat alle energie die wordt opgewekt met vaste biobrandstof in de bepaling van de EPC niet wordt meegerekend. Zo wordt met vaste biobrandstof eenvoudig voldaan aan de EPC.”

Zelfs een middeleeuwse, zeer slecht renderende en optimaal vervuilende open haard mag momenteel dus gewoon opgenomen worden in een nieuwbouwwoning met allerlei technische besparende hoogstandjes. De enige belemmering is dat een open haard de luchttoevoer/ventilatie beïnvloedt, hetgeen kan leiden tot een verslechtering van de EPC, maar er wordt geen woord gewijd aan de verslechtering van buiten- én binnenmilieu door o.a. fijnstof.

Ook een club als Urgenda, die notabene een proces heeft aangespannen tegen de Nederlandse Staat om meer CO2-reductie af te dwingen, komt in haar voorbeelden van het energieneutraal maken van woningen telkens weer met houtkachels op de proppen. Urgenda geeft wel aan dat dit in een stedelijke omgeving geen goede optie is, maar toch: in een nieuwe ronde van “nul-op-de-meter” (maart 2016) wordt een woning ‘verbeterd’ door een houtkachel te installeren en een pas drie jaar oude (schonere) gaskachel af te danken.

… Het is onbegrijpelijk dat iedereen elkaar maar napraat over de duurzaamheid van biomassa….

De overheid zet samen met projectontwikkelaars in op verregaande maatregelen als driedubbel glas, gaswasdrogers, ledlampen en de slimste isolatie- en ventilatieconcepten, maar wat je ook leest over groenwoningen, passiefhuizen en ecologische bouwconcepten, telkens wordt de houtkachel daarbij kritiekloos opgevoerd als duurzame oplossing. CO2-uitstoot verminderen is belangrijk, een toename van stikstof, benzeen en ultrafijnstof is echter ongewenst (zie illustratie).

Agentschap NL heeft zelfs een cursus en een handleiding ontwikkeld om het energiegedrag van mensen te beïnvloeden en hen duidelijk te maken wat en hoe ze kunnen besparen. Zo wil men bewoners leren dat met routinegedrag (opladers in het stopcontact laten zitten, licht laten branden) energie wordt verspild. Ook wil men bewoners door gedragsbeïnvloeding verleiden tot investeringsgedrag, zoals het laten plaatsen van dubbel glas. Door het aanpassen van gedrag zijn namelijk besparingen tot 10% mogelijk.

Controlemetingen met infraroodtechnologie, en metingen op kierdichtheid en ventilatiecapaciteit kunnen voorts leiden tot een woning die gezonder, comfortabeler en energiezuiniger is en waarbij de CO2-uitstoot 20% lager is.

Toekomstige maatregelen gaan dus behoorlijk ver. Biomassa blijft hierin een vreemde eend in de bijt en een enorme blinde vlek. In menige woonwijk is sprake van een dramatische verslechtering van de luchtkwaliteit door de inzet van houtkachels. Controlemetingen op dít vlak ontbreken merkwaardig genoeg geheel, terwijl de gevaren van ultrafijnstof door voortschrijdend inzicht toch steeds duidelijker worden. Regelmatig wordt ook de link tussen het inademen van houtrook en meeroken gelegd. Reden genoeg dus om biomassa als duurzame energiebron ter discussie te stellen en dit niet blindelings in te zetten in toekomstige nieuwbouw.

Het overal toestaan van houtstook leidt er bovendien toe dat de ruim één miljoen mensen met luchtwegaandoeningen (en gezonde mensen die niet in ongezonde rookgassen en hun penetrante geur willen zitten) nergens houtrookvrij kunnen wonen. Het zou goed zijn wanneer althans een deel van die toekomstige gezonde energieneutrale wijken écht gezond en energieneutraal en dus vrij van houtstook zou zijn.

 

 

Vraag uw gemeente om de motie van de gemeente Amersfoort voor VNG-congres 7 & 8 juni 2016 ook te ondertekenen!

logo-VNG-620x307

De Gemeente Amersfoort wil de motie ‘Aanpak houtrook’ indienen op het VNG-Congres dat op 8 t/m 10 juni wordt gehouden. De motie (hierna) ligt nu voor preadvies bij de VNG.

Zeker is dat Leeuwarden deze motie gaat meeondertekenen. Een aantal gemeenten heeft  al toegezegd de motie te zullen ondersteunen tijdens het genoemd congres. Astrid Janssen van GroenLinks Amersfoort zal de uiteindelijke motie naar alle griffies van gemeenten sturen. Het is belangrijk dat juist burgers met houtrookoverlast hun gemeente dringend verzoeken de motie van Amersfoort te ondersteunen of, bij voorkeur, mee te ondertekenen.

Dus informeer uw gemeente en vraag of zij deze motie ook willen ondertekenen. Alvast dank voor uw inzet.

 

Motie voor VNG-congres 7 & 8 juni 2016

 

Aanpak Houtrook

Bij de verbranding van hout in kachels en haarden komen verschillende stoffen vrij zoals fijn stof, koolmonoxide, verschillende luchtige organische stoffen en PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen).

 

Constaterende:

  1. dat houtrook o.a. veel fijn stof bevat, terwijl inademing van fijn stof in iedere concentratie bijdraagt aan gezondheidsschade omdat er geen niveau is waaronder inademing geen gezondheidsrisico oplevert;
  2. dat houtrook tevens kankerverwekkende stoffen bevat en dus een risico vormt ook voor gezonde mensen indien regelmatig in hoge concentraties ingeademd, hetgeen het geval kan zijn in de directe omgeving van een locatie waar regelmatig hout wordt gestookt, zeker waar verscheidene stooklocaties bijeen liggen;
  3. dat een aanzienlijk percentage van de burgers vaak geurhinder ondervindt van houtstook van de buren;
  4. dat bij het stoken van hout ook nog andere schadelijke stoffen ontstaan, bijvoorbeeld dioxines.

 

Tevens constaterende:

  1. dat houtrook een toenemend probleem is, en het aantal houtkachels en open haarden toeneemt;
  2. dat voorlichting over de wijze van stoken in veel gevallen niet leidt tot gedragsverandering van degene die hout stookt;
  3. steeds meer mensen de kachel als hoofdverwarming inzetten en dus hele dagen stoken.
  4. dat het alleen aanbieden van informatie, tips en adviezen met alle denkbare middelen niet kan voorkomen dat sommige houtstokers grote problemen in hun omgeving veroorzaken;
  5. dat er dus altijd behoefte blijft bestaan aan effectieve instrumenten voor beoordeling en handhaving;
  6. dat ambtenaren en externe experts aangeven dat gemeenten onvoldoende mogelijkheden hebben om met handhaving van de bestaande regels burgers te beschermen in gevallen van duidelijke geurhinder en/of neerslag van roet en/of ernstige klachten over gezondheidsproblemen door houtrook

 

Overwegende dat:

  1. De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu in haar beantwoording van Kamervragen dd. 28 januari aangeeft:
  2. dat de overlast door houtrook kan worden beperkt door het gebruik van de juiste brandstoffen, het toepassen van de juiste op volledige verbranding gerichte, stooktechniek en door rekening te houden met ongunstige weersomstandigheden;
  3. geen aanscherping van regels te overwegen, maar alleen in te zetten op vrijwillige gedragsverandering;
  4. de rol van het Rijk zich momenteel beperkt tot het instellen van een Platform Houtrook en Gezondheid, vooral gericht op kennisuitwisseling en informatievoorziening
  5. Het zeer onwaarschijnlijk is dat alleen door advies, tips en informatievoorziening aan alle criteria voor het beperken van overlast voldaan gaat worden.

III. Ook veel andere gemeenten, waaronder Utrecht, Nijmegen, Lelystad, Almere, Groningen, Leeuwarden en een aantal andere gemeenten worstelen met het probleem van houtrook.

 

  1.  Het voornemen bestaat het Bouwbesluit als Besluit Bouwwerken Leefomgeving onderdeel te maken van de Omgevingswet. Daarbij zal op verzoek van de VNG het verbod op het verspreiden van hinderlijke of schadelijke rook, roet of stank vervallen. De eisen aan de schoorsteen blijven bestaan, maar het zal zo blijven dat ze alleen de woningen met schoorsteen beschermen en niet de buren.

 

  1.  De staatssecretaris heeft toegezegd uitvoering te geven aan een door Cegerek en andere kamerleden van PvdA, D66 en Groen Links ingediende motie, die het volgende behelst:

In overleg treden met RIVM en de gemeenten om in kaart te brengen wat de problemen en mogelijke oplossingen zijn voor de gezondheidsklachten die een deel van de Nederlanders ervaart door houtstook, waarvan uit onderzoek door de noordelijke GGD’en met de universiteit Utrecht is gebleken dat er momenteel geen adequate oplossing is.

 

  1.  De staatssecretaris heeft in een algemeen overleg met de commissie Leefomgeving van de Tweede Kamer toegezegd dat:
  1. Ook naar de oplossing in Duitsland gekeken zal worden.
  2. Overwogen wordt de uitvoering van de Ecodesign-richtlijn die eisen stelt aan houtkachels eerder in te voeren dan de geplande datum in 2020.
  3. Bij het opstellen van de regelgeving die onder de Omgevingswet komt er op te letten dat aan gemeenten voldoende mogelijkheden worden gegeven om effectief op te treden.

 

Stelt voor aan het VNG-congres om te besluiten:

  1. Dat aan de VNG wordt opgedragen bij het Rijk aan te dringen op:
  1. Bij het vervallen van het hinder-verbod (art 7.22) uit het Bouwbesluit elders in de regelgeving een verbod op te nemen dat beter handhaafbaar is in het geval van hinder en risico’s door houtrook;
  2. De opvolger (BBL) van het Bouwbesluit aan te passen zodat eisen aan schoorstenen ter bescherming van de woning zelf, ook gaan gelden voor de buren.
  3. Ontwikkeling van een objectieve en handhaafbare beoordelingsmethode (en meetinstructie) voor stookinstallaties in particuliere woningen met als doel overlast / hindersituaties in voldoende mate te kunnen objectiveren.
  4. Naast de versnelde invoering van criteria voor uitstoot van te verkopen kachels, ook te bevorderen dat bestaande kachels versneld vervangen worden dan wel uitgebreid met voorzieningen om de overlast te reduceren bijvoorbeeld door een filter of katalysator.
  5. Een harde termijn vast te stellen waarbinnen alle houtkachels moeten voldoen aan strikte uitstooteisen met een bijpassend kwaliteitsbewakingssysteem, daarbij gebruik makend van de ervaringen van omringende landen zoals Duitsland

Reactie Sharon Dijksma in de Vaste Kamer Commissie I&M over houtstook

Bron: CONCEPTVERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG OVER: Leefomgeving

Onderstaand de reactie van staatssecretaris Sharon Dijksma in de Vaste Kamer Commissie I&M over houtstook. Eerst een korte reactie van de stichting op de resultaten van dit overleg.

Hoewel de staatssecretaris de problematiek met houtstook in deze commissie wel serieus neemt, hebben wij niet het idee dat zij, en de afgevaardigden van politieke partijen, echt weten welke problemen door het stoken van hout worden veroorzaakt. Dat blijkt wel uit het feit dat zij zich vooral focust op lokale aanpak. Zij geeft aan dat daar rekening mee zal worden gehouden bij het opstellen van de regelgeving die onder de Omgevingswet komt. Het meest verontrustende is wel dat zij vindt dat kachels die voldoen aan de strenge  Ecodesignnorm zo schoon dat een fijnstoffilter niet meer nodig is. Ze verwijst naar het platform waar deze zaken worden besproken. We hebben nog heel veel pionierswerk te doen.


 

(pagina 29 en volgend) De houtstook is inderdaad een ding. We moeten de problematiek van de houtstook serieus nemen. Tegelijkertijd is het lastig om tot letterlijk achter de voordeur te controleren. In die zin heeft zowel mevrouw Cegerek als de heer Dijkstra een beetje gelijk. Dat is dan weer mooi in het leven. Mevrouw Cegerek heeft een motie ingediend. Die motie is een ondersteuning van het beleid en ik voer haar ook uit. Via het Platform Houtstook zoeken wij naar oplossingen opdat de overlast door houtstook wordt beperkt. Die overlast doet zich soms gewoon voor. Als de pijp net onder het raam van de buurman uitkomt en diens kinderen slapen in die kamer, dan verwacht je dat dit in goed overleg tussen de buren kan worden opgelost, maar in de praktijk is dit lastig. Wij kijken ook naar de oplossing die Duitsland heeft voor het beperken van overlast door houtrook.
Het is essentieel dat het een lokale aanpak is. Dat is wat mij betreft de kern. Er zijn namelijk plaatselijk heel grote verschillen. Dan kun je het niet allemaal vanuit Den Haag regelen. We streven ernaar om gemeenten voldoende mogelijkheden te geven om effectief op te treden. Daar zullen we ook rekening mee houden bij het opstellen van de regelgeving die onder de Omgevingswet komt.
Er is gevraagd naar de subsidie op kachels. Mevrouw Van Veldhoven vroeg bovendien of een fijnstoffilter verplicht is. De kachels die gesubsidieerd worden, zijn zo schoon dat een fijnstoffilter niet meer nodig is. Zij voldoen aan de strenge Ecodesignnorm.
Er is ook gevraagd of de uitvoering van de Ecodesignrichtlijn naar voren gehaald kan worden. Dat is een interessant idee. We gaan ermee naar het Platform Houtstook.
Dan is er gevraagd of er een koppeling kan worden gemaakt tussen de luchtkwaliteitapp en de waarschuwing voor houtrook. In Nijmegen wordt een houtstookapp ontwikkeld die de stoker waarschuwt in geval van overlast voor zijn directe omgeving. Er zijn interessante ontwikkelingen gaande op dit terrein, waar we verder naar moeten kijken. Voor het overige heb ik de Kamer een brief gestuurd met daarin de verschillende mogelijkheden via het platform, naar aanleiding van de genoemde motie.
De heer Houwers (Houwers): Ik ben blij dat de staatssecretaris deze zaak serieus opneemt. Het is een ding, zoals zij zegt. Wellicht dat Duitsland een voorbeeld kan zijn, omdat daar best veel hout wordt gestookt. De staatssecretaris zegt dat ze al veel doet. Ziet ze ook in dat er verschil is tussen de overlast die iemand zijn buren kan aandoen en de feitelijke vervuiling die in de lucht aanwezig kan zijn? De aanwezigheid van fijnstof hoeft niet meteen te betekenen dat je daar op een kinderslaapkamer last van hebt. De last is één ding, maar de luchtvervuiling is een ander ding. Kijkt de staatssecretaris naar beide dingen?

Staatssecretaris Dijksma: U slaat de spijker op de kop. Zo is het. Je hebt twee kwesties: de directe overlast, maar ook het effect van bijvoorbeeld houtstook op de normen. Ook daar kijken we naar.

De heer Houwers (Houwers): Wilt u dan nog één ding meer doen en ook kijken naar het idee van Duitsland, waar ze de schoorsteenveger laten meten of laten meedenken? Als u toch naar Duitsland kijkt, wilt u dan ook daarnaar kijken?

Staatssecretaris Dijksma: Ik meende dat ik zojuist, toen ik Duitsland noemde, u daar al een toezegging … Ja.

Platform Houtrook een farce?

Is het platform houtrook een farce?
Langzamerhand beginnen we ons steeds meer af te vragen wat de rol van het ministerie van Infrastructuur en Milieu is met betrekking tot de problematiek houtrook. Welk spel speelt dit ministerie? En hoe serieus moeten wij als stichting het platform nog nemen (waar we zelf in participeren) als Sharon Dijksma het platform afwaardeerd tot een club mensen met “experts in het houtstoken”. “Echte mannen”, noemt Dijksma ze met grote glimlach. Die moeten tips gaan geven over verstandige manieren om de houtkachel te branden en de overlast te beperken. (Bron: NOS)

Onbegrijpelijk!? Informeren haar ambtenaren haar niet over het doel van het platform? Of interesseert het haar niet? Of is dit gewoon het uiteindelijke doel waar het ministerie naar toe werkt? Terwijl zij in haar brief aan de kamer in januari onder andere het volgende schrijft: De opdracht aan het Platform is het vergroten en verspreiden van kennis over hoe de overlast en mogelijke gezondheidsschade van het stoken van hout door particulieren kan worden verminderd en voorkomen. Het Platform zal dan ook worden betrokken bij de uitvoering van de motie Cegerek c.s., waarin de regering wordt verzocht de problemen en mogelijke oplossingen voor de gezondheidsklachten als gevolg van houtstook in kaart te brengen.

We gaan er maar even vanuit dat Sharon Dijksma niet op de hoogte is. Dat de ambtenaren van het ministerie van I&M haar niet goed hebben geïnformeerd of zelf niet goed op de hoogte (willen) zijn. De stichting neemt voorlopig aan dat ook zij van mening is dat elke burger recht heeft op zo gezond en schoon mogelijke lucht. Zeker als je weet dat houtrook zich echt niet alleen beperkt tot de buren! De rook trekt de hele buurt door. Komt in huizen, scholen en op sportvelden. Je ruikt het als je op de fiets zit of in de auto. Houtrook is gewoon een probleem voor de volksgezondheid. Want net zoals er geen verstandige manier is om te roken is er ook geen verstandige manier om hout te stoken.

GGD Noord Nederland n.a.v. reactie staatssecretaris op het onderzoek naar houtrook (feb)

logo ggd groningenDe noordelijke GGD’en hebben officieel gereageerd op de brief van staatssecretaris Dijksma aangaande hun onderzoeksrapport. De GGD-en zijn positief over het feit dat de staatssecretaris erkent dat het stoken van hout de gezondheid van buren kan aantasten. Daarnaast geven zij commentaar op de brief van de staatssecretaris (onvolledig) en adviseren verdere maatregelen.

De brief is na vergadering van de commissie beschikbaar via onder andere deze site.