Tag

PAK’s

De dubbele boodschap van Milieu Centraal

milieucentraal

Hoe is het mogelijk dat Milieu Centraal aan de ene kant beweert dat “voor het milieu en de gezondheid houtkachels en openhaarden niet goed zijn, dat hout stoken in huis niet wenselijk is omdat het veel overlast en luchtvervuiling kan geven, dat fijnstof schadelijk is voor de gezondheid, en er meerdere kankerverwekkende stoffen bij vrijkomen”, en dan zijn verhaal vervolgt met:

“Wil je tóch genieten van een houtvuur” en “Wil je hout als hoofdverwarming voor je huis gebruiken?” Vervolgens lezen we weer een rij – gedeeltelijk onware – “schone stooktips” hoe we er tóch een hout-of pelletkachel op na kunnen houden, en zelfs welke pelletkachels in aanmerking komen: wist u al dat u er ook één kunt nemen die de hele CV aanstuurt, en ook nog voor warm water zorgt? Een dubbele boodschap.

Milieu Centraal helpt met praktische en betrouwbare informatie voor wie rekening wil houden met het milieu. Op de website van Milieu Centraal is het een en ander te vinden over de nadelige effecten van het verbranden van hout in open haarden, houtkachels, vuurkorven, vuurschalen, terrashaarden, barbecues en tuinvuren.

Helaas spreekt Milieu Centraal zich niet duidelijk en onomwonden uit tegen deze activiteiten. Er wordt wel toegegeven dat houtstoken hinderlijk en schadelijk kan zijn, maar Milieu Centraal meent tegelijk dat met wat “tips” en “schone stookadviezen” de zaak onder controle is.

Milieu Centraal geeft “tips voor vuurtjes in de tuin.”
Het woord tips is ongelukkig gekozen. Een tip is een aanwijzing, advies, raadgeving, instructie, suggestie, aanbeveling of toelichting. Tips geven aan hoe je een bepaalde activiteit het beste kunt uitoefenen. Ze ontraden of ontmoedigen die activiteit niet, wat hier meer op zijn plaats zou zijn.

Milieu Centraal wil “nare stoffen beperken”.

  • “Nare stoffen” is een verhullende term, want we hebben het over gif, kankerverwekkers en milieubelastende emissies, die in plaats van beperkt beter helemaal vermeden kunnen worden.
  • “Bij het verbranden van hout komen vaak fijnstof en andere schadelijke stoffen vrij”.

Dit moet natuurlijk zijn: Bij het verbranden van hout komen altijd fijnstof en andere schadelijke stoffen vrij.

  • “Stook nooit geïmpregneerd of geverfd hout, daarbij komen zeer schadelijke stoffen vrij”.

Dit suggereert ten onrechte dat het verbranden van schoon hout geen schadelijke stoffen produceert.

  • “Gebruik altijd schoon hout dat goed gedroogd is”.

Schoon hout bestaat niet, hout verbranden geeft altijd schadelijke uitstoot.

  • “Brandbare blokken van geperst hout zonder toevoegingen zijn het minst schadelijk. Op nummer twee staat goed gedroogd haardhout en brandhout uit verantwoord beheerde bossen”.

Milieu Centraal moet niet streven naar tips voor “het minst schadelijk”, maar naar onschadelijk. Dan kun je ook wel zeggen dat je in een openbare gelegenheid best een filtersigaretje light mag opsteken, dat is immers minder erg dan zware shag.

Milieu Centraal geeft toe dat houtrookoverlast “niet fijn” is, dat je je buren “minder blij” maakt met je houtvuur of barbecue, en dat zij het als “onprettig” kunnen ervaren. Opnieuw verhullende termen waar het gaat om een scala aan milieu- en gezondheidbelastende stoffen, waarmee je je buren regelrechte schade berokkent.

Milieu Centraal beweert dat de overheid regels heeft opgesteld “om vuren in de tuin voor iedereen leuk te houden”. Het is nl. verboden om geverfd of geïmpregneerd hout, bewerkt hout, snoeihout of afval te verbranden. Maar met “schoon hout” kun je volgens Milieu Centraal gerust een vuurtje stoken in een buitenkachel, tuinhaard, barbecue, vuurkorf of vuurpot.Die “regels” zijn dus nauwelijks een beperking, je kunt beter zeggen dat het een vrijbrief is om maar raak te stoken, maar daar heeft Milieu Centraal helemaal geen kritiek op. Heb je toch overlast dan komt Milieu Centraal aan met “een goed gesprek” met je buren. Die menen dat stoken hun recht is en dat is meestal het begin van een burenruzie.

Ook kun je volgens Milieu Centraal een melding doen bij de gemeente, maar helaas hebben gemeentes weinig mogelijkheden en vragen zij zelf momenteel om regelgeving bij de overheid. Ook verwijzen naar GGD’s i.v.m. overlast is zinloos. Je kunt er wel een melding doen, maar GGD’s kunnen volgens eigen zeggen geen maatregelen afdwingen, geen metingen uitvoeren en geen rol in conflicten spelen.Een logboek bijhouden van overlast is ook een wassen neus. Uit onderzoek van de GGD blijkt dat er nog een tool ontwikkeld moet worden om te zien waar de rook precies vandaan komt.

Hoe is het mogelijk dat Milieu Centraal aan de ene kant beweert dat “voor het milieu en de gezondheid houtkachels en openhaarden niet goed zijn, dat hout stoken in huis niet wenselijk is omdat het veel overlast en luchtvervuiling kan geven, dat fijnstof schadelijk is voor de gezondheid, en er meerdere kankerverwekkende stoffen bij vrijkomen”, en dan zijn verhaal vervolgt met: “Wil je tóch genieten van een houtvuur” en “Wil je hout als hoofdverwarming voor je huis gebruiken?” Vervolgens lezen we weer een rij – gedeeltelijk onware – “schone stooktips” hoe we er tóch een hout-of pelletkachel op na kunnen houden, en zelfs welke pelletkachels in aanmerking komen: wist u al dat u er ook één kunt nemen die de hele CV aanstuurt, en ook nog voor warm water zorgt? Een dubbele boodschap.

Milieu Centraal beweert dat hout een hernieuwbare grondstof is, die nooit op kan raken en dat houtstoken niet voor klimaatverandering zorgt. Buitenlands onderzoek laat zien dat niet-houtige biomassa veel meer ultrafijnstof, stikstof en benzeen in de lucht brengt dan houtige biomassa, en houtige biomassa veel meer dan gas of olie. Een boom neemt tijdens de groei CO2 op en die komt bij verbranding weer vrij. Maar die boom heeft er veel meer tijd voor nodig gehad om te groeien dan het heeft gekost om hem te verbranden. Hout stoken is alleen maar CO2-neutraal als het tempo van houtwinning net zo hoog is als het tempo van hergroei. En dat is niet zo. Bovendien is de lokale houtvoorraad in Nederland beperkt. Hout stoken betekent dus import uit bijvoorbeeld Canada en Noord-Amerika, en aan al dat vervoer hangt een (fossiel) milieu-prijskaartje (containerschepen op diesel vanuit Canada en Amerika).

Momenteel stijgt de vraag naar biobrandstoffen. In Amerika stijgt het aantal pelletfabrieken schrikbarend, door de enorme vraag in de EU. Op grote schaal worden daar volgens een energieverslindende methode (grote bosbouwmachines in bossen, vervoer van stammen over het water en over de weg naar de pelletfabriek, daarna malen, in ovens drogen, persen en verpakken) pellets geproduceerd, en daarvoor worden heus niet alleen afgevallen takjes gebruikt, maar ook volgroeide bomen gekapt.Wanneer deze pellets in Nederlandse kachels (of als bijstook in centrales) terechtkomen zijn ze dus niet bepaald CO2-neutraal meer.

Wat is je missie, Milieu Centraal? Hou op met te suggereren dat “verkeerd stoken voor schadelijke stoffen zorgt”, maar dat er ook zoiets als “goed stoken” bestaat!

Als je hout verbrandt, komen er altijd schadelijke stoffen in de lucht: fijnstof, kankerverwekkende koolwaterstoffen (PAK’s) zoals benzeen en dioxine, koolmonoxide en zware metalen. Dat zorgt voor luchtvervuiling en schade aan gezondheid en milieu. In dichtbevolkte wijken. En dat kunnen we missen als kiespijn.

Klik op de link om te zien welke stoffen houtrook bevat. Of op deze link om te lezen hoeveel sigaretten iemand moet roken om dezelfde hoeveelheid giftige stoffen te fabriceren met 1 kilo hout.

 

VUUR! De nieuwe religie.

vuurenbeschaving

Uitgeverij G.A. Van Oorschot B.V

In 1992 publiceerde socioloog Joop Goudsblom zijn beroemde boek “Vuur en beschaving”. Centraal hierin staat de gedachte dat de beheersing van het vuur de eerste beschavingsdaad van de mens was: “Het was een radicale ingreep in de natuur die model stond voor de ontwikkeling van alle volgende stadia van de menselijke samenleving: de ontwikkeling van landbouw en veeteelt, de verstedelijking en de industriële revolutie.”

Terwijl het als energiebron van steeds groter belang werd, verdween het vuur volgens Goudsblom echter bijna geheel uit onze dagelijkse ervaring: vuur werd gereduceerd tot een vuurtje voor een sigaret, een waakvlammetje in de verwarmingsketel, een onzichtbaar verbrandingsproces in onze automotor. De symboliek van het vuur speelt volgens Goudsblom geen rol meer in ons leven: kachels vervingen het open vuur, gloeilampen kwamen in de plaats van kaarsen en petroleumlampen.

In 2015 werd Goudbloms studie, die in diverse talen werd vertaald, opnieuw uitgebracht. De inmiddels hoogbejaarde socioloog lichtte in het boekenprogramma van de onlangs overleden Wim Brands zijn werk nogmaals toe.

Het is de vraag of Goudbloms inzichten in 2016 nog net zo actueel zijn als in 1992. Speelt de symboliek van het vuur geen rol meer, of is die juist helemaal terug van weggeweest? Wie heeft opgelet, weet dat cocoonen rond een knisperend haardvuur momenteel reuze trendy is. Eigenlijk is alles wat met open vuur te maken heeft populair: fakkels, kaarsen, vuurschalen, paasvuren, kampvuren, open haarden, houtkachels, noem maar op. Kennelijk vonden we die beheersing van het vuur maar saai. Ook verwarmen met onzichtbaar gas is uit. We willen weer vlammen zien.

Hoe komt dat? Daar valt beslist een nieuwe sociologische studie aan te wijden. Willen we ons terugtrekken van crisis, politieke chaos en veeleisende drukke bezigheden? Spiegelen we ons aan fantasyfilms, en aan historische series? Geschiedenis is hot. Er verschijnen meer historische tijdschriften en boeken dan ooit en ook de populaire media spelen hierop in, denk aan series als Wolf Hall of Downton Abbey, waar in elke scene wel een vuur te zien is. Pretparken en themaparken, zoals het Archeon, trekken bekijks met vuurspektakels. Paasvuren zijn populairder dan ooit, en nemen, onder het mom van traditie, elk jaar in aantal toe. Ook aan symboliek is geen gebrek. Zo zien antroposofen vuur als het vrijkomen van zonnekracht: “Hout is de brandstof van vuur. In het hout van de boom zit al het verzamelde zonnelicht van de groei-jaren van een boom. Door het vuur schenk je als mens de warmte aan de zon terug.” Het is maar wat je geloven wilt…

Vuren maken en hout verbranden hebben – helaas – ook een sterke link met ecologisch leven, duurzaamheid en “terug naar de natuur”. Aan de lopende band verschijnen er boeken over vuur aanleggen, houtopslag maken, en over de juiste bijlen en kettingzagen, waar ‘echte mannen’ (zoals onze eigen Alexander Pechtold!) zich mee kunnen uitleven.

De Noorse staatstelevisie wijdde een avondvullend programma aan hout en alles wat ermee samenhangt, en toonde acht uur lang een brandend houtvuur op tv zonder commentaar. Slaapverwekkend? Heel Noorwegen keek mee.

Het lijkt erop dat men zich massaal heeft voorgenomen alleen de gunstige kanten van hout verbranden te willen zien. Er zíjn ook veel positieve associaties, zoals warmte, saamhorigheid en gezelligheid. Maar we zouden eens vaker stil kunnen staan bij de negatieve effecten. We leven uiteindelijk niet meer in de Middeleeuwen. Je aanpassen aan voortschrijdende inzichten, dat is ook een kwestie van beschaving.

Eén van die inzichten is, dat hout verbranden voor veel fijnstof zorgt. De toename van houtkachels, vuurschalen en barbecues is dus minder gezellig dan het lijkt, want het zorgt voor een slechte luchtkwaliteit in woonwijken. Houtrook bevat kankerverwekkende en giftige stoffen. We kunnen dus niet massaal gaan stoken, koken en bakken op die zogenaamde natuurlijke brandstof, want daarmee vergiftigen we onze eigen woonomgeving, en het milieu in het algemeen.

Als we die gedachte over het voetlicht willen krijgen moeten we helaas strijden tegen de tijdgeest. En die staat geheel in het teken van vuur en vlammen, als betrof het een nieuwe religie. Was het maar waar, meneer Goudsblom, dat het vuur is getemd tot een doosje lucifers in onze broekzak. Het is ontsnapt, als uit de doos van Pandora.

 

 

 

 

 

Reactie Sharon Dijksma in de Vaste Kamer Commissie I&M over houtstook

Bron: CONCEPTVERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG OVER: Leefomgeving

Onderstaand de reactie van staatssecretaris Sharon Dijksma in de Vaste Kamer Commissie I&M over houtstook. Eerst een korte reactie van de stichting op de resultaten van dit overleg.

Hoewel de staatssecretaris de problematiek met houtstook in deze commissie wel serieus neemt, hebben wij niet het idee dat zij, en de afgevaardigden van politieke partijen, echt weten welke problemen door het stoken van hout worden veroorzaakt. Dat blijkt wel uit het feit dat zij zich vooral focust op lokale aanpak. Zij geeft aan dat daar rekening mee zal worden gehouden bij het opstellen van de regelgeving die onder de Omgevingswet komt. Het meest verontrustende is wel dat zij vindt dat kachels die voldoen aan de strenge  Ecodesignnorm zo schoon dat een fijnstoffilter niet meer nodig is. Ze verwijst naar het platform waar deze zaken worden besproken. We hebben nog heel veel pionierswerk te doen.


 

(pagina 29 en volgend) De houtstook is inderdaad een ding. We moeten de problematiek van de houtstook serieus nemen. Tegelijkertijd is het lastig om tot letterlijk achter de voordeur te controleren. In die zin heeft zowel mevrouw Cegerek als de heer Dijkstra een beetje gelijk. Dat is dan weer mooi in het leven. Mevrouw Cegerek heeft een motie ingediend. Die motie is een ondersteuning van het beleid en ik voer haar ook uit. Via het Platform Houtstook zoeken wij naar oplossingen opdat de overlast door houtstook wordt beperkt. Die overlast doet zich soms gewoon voor. Als de pijp net onder het raam van de buurman uitkomt en diens kinderen slapen in die kamer, dan verwacht je dat dit in goed overleg tussen de buren kan worden opgelost, maar in de praktijk is dit lastig. Wij kijken ook naar de oplossing die Duitsland heeft voor het beperken van overlast door houtrook.
Het is essentieel dat het een lokale aanpak is. Dat is wat mij betreft de kern. Er zijn namelijk plaatselijk heel grote verschillen. Dan kun je het niet allemaal vanuit Den Haag regelen. We streven ernaar om gemeenten voldoende mogelijkheden te geven om effectief op te treden. Daar zullen we ook rekening mee houden bij het opstellen van de regelgeving die onder de Omgevingswet komt.
Er is gevraagd naar de subsidie op kachels. Mevrouw Van Veldhoven vroeg bovendien of een fijnstoffilter verplicht is. De kachels die gesubsidieerd worden, zijn zo schoon dat een fijnstoffilter niet meer nodig is. Zij voldoen aan de strenge Ecodesignnorm.
Er is ook gevraagd of de uitvoering van de Ecodesignrichtlijn naar voren gehaald kan worden. Dat is een interessant idee. We gaan ermee naar het Platform Houtstook.
Dan is er gevraagd of er een koppeling kan worden gemaakt tussen de luchtkwaliteitapp en de waarschuwing voor houtrook. In Nijmegen wordt een houtstookapp ontwikkeld die de stoker waarschuwt in geval van overlast voor zijn directe omgeving. Er zijn interessante ontwikkelingen gaande op dit terrein, waar we verder naar moeten kijken. Voor het overige heb ik de Kamer een brief gestuurd met daarin de verschillende mogelijkheden via het platform, naar aanleiding van de genoemde motie.
De heer Houwers (Houwers): Ik ben blij dat de staatssecretaris deze zaak serieus opneemt. Het is een ding, zoals zij zegt. Wellicht dat Duitsland een voorbeeld kan zijn, omdat daar best veel hout wordt gestookt. De staatssecretaris zegt dat ze al veel doet. Ziet ze ook in dat er verschil is tussen de overlast die iemand zijn buren kan aandoen en de feitelijke vervuiling die in de lucht aanwezig kan zijn? De aanwezigheid van fijnstof hoeft niet meteen te betekenen dat je daar op een kinderslaapkamer last van hebt. De last is één ding, maar de luchtvervuiling is een ander ding. Kijkt de staatssecretaris naar beide dingen?

Staatssecretaris Dijksma: U slaat de spijker op de kop. Zo is het. Je hebt twee kwesties: de directe overlast, maar ook het effect van bijvoorbeeld houtstook op de normen. Ook daar kijken we naar.

De heer Houwers (Houwers): Wilt u dan nog één ding meer doen en ook kijken naar het idee van Duitsland, waar ze de schoorsteenveger laten meten of laten meedenken? Als u toch naar Duitsland kijkt, wilt u dan ook daarnaar kijken?

Staatssecretaris Dijksma: Ik meende dat ik zojuist, toen ik Duitsland noemde, u daar al een toezegging … Ja.

Reactie van de stichting op het onderzoek van Milieu Centraal: Hout stoken: lust of last? (januari)

milieucentraalBron: persbericht Milieu Centraal

Bijna de helft van de Nederlandse bevolking vindt vuurtjes stinken. Eén op de tien Nederlanders ervaart zelfs grote overlast van anderen die binnenshuis stoken. Acht procent vindt dat hout stoken verboden zou moeten worden. Dat blijkt uit onderzoek van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal, uitgevoerd door Motivaction.

Ongeveer tien procent van de Nederlandse huishoudens heeft een houtkachel of open haard. Voor het milieu kunnen er in woonwijken beter geen bijkomen, stelt Milieu Centraal. Bij het stoken van hout komen namelijk stoffen, zoals fijnstof, vrij die nadelig zijn voor de gezondheid. Bijna dertig procent van de Nederlanders weet dat hout stoken schadelijk is voor de gezondheid. Via ramen, deuren of ventilatieroosters kan de rook andere huizen binnendringen. De mensen die grote overlast ervaren van vuurtjes van anderen, hebben vaak gezondheidsproblemen.

Het onderzoek is online uitgevoerd via het StemPunt-panel van Motivaction en representatief voor de Nederlandse bevolking van 18 tot 70 jaar. 700 Nederlanders hebben de vragenlijst geheel beantwoord. De periode van dataverzameling was 1 tot en met 5 juni 2015. Motivaction is lid van de MOA en maakt deel uit van de Research Keurmerkgroep. Tot zo ver een deel van het persbericht van Milieu Centraal.

Reactie
Als stichting zijn we blij met alle aandacht gerelateerd aan de problemen die worden veroorzaakt door het stoken van hout. Zeker als blijkt dat een landelijk blad als Metro dit onderzoek prominent plaatst. Toch zetten we onze kanttekeningen bij het onderzoek en het advies van Milieu Centraal. In de eerste plaats vinden we het vreemd dat dit onderzoek in juni is uitgevoerd. Heel bijzonder is bijvoorbeeld het volgende resultaat uit het onderzoek:

Aan de personen die in ieder geval in kleine mate overlast ervaren van een houtkachel of open haard, is gevraagd hoe vaak zij overlast ervaren van deze twee middelen. De resultaten laten zien dat deze personen in de lente en zomer vaker overlast ervaren dan in de herfst of winter. 22% van de personen die overlast ervaren geven aan in de lente of zomer in ieder geval wekelijks overlast te ervaren van een houtkachel of open haard. Voor de herfst en winter is dit percentage 18%.

Dit staat haaks op de ervaring van de stichting en van de sites houtrook.nl en houtrook.com. Wij zien en weten uit ervaring dat het merendeel van de problemen zich vooral afspelen in de periode september tot en met april. Dit wordt ook ondersteund door het onderzoek van CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) ‘Houtverbruik huishoudens WoON-onderzoek 2012‘. In dit rapport staat volgend (de zomerperiode wordt niet eens meegenomen!): Opvallend is dat veel huishoudens in de herfst en winter hun houtgestookte installatie elke dag gebruiken. Er lijken slechts weinig weekendstokers te zijn die hun installatie één of twee keer per week gebruiken.

Milieu Centraal adviseert dat voor het milieu er in woonwijken beter geen houtkachels of open haarden bijkomen. Zij neemt dus geen stelling tegen het aantal voorzieningen dat nu al gebruikt wordt. En dat is ook vreemd. Blijkbaar belast het stoken van hout en andere vaste stoffen in Nederland door particulieren het milieu op dit moment nog niet? Of bedoelt zij dat als we maar goed stoken (tips) het allemaal wel meevalt? Ook dat is een vreemde opstelling. Want bij het stoken van hout door particulieren komen veel ongezonde, volgens de overheid, ‘zeer zorgwekkende stoffen‘ vrij. Volgens www.emissieregistratie.nl is het verbanden van hout door particuliere bijvoorbeeld verantwoordelijk voor 86% van de Benzo(a)Pyreen, 87% Benzo(b)Fluorantheen en 87% Benzo(k)Fluorantheen.

zeer zorgwekkende stoffen

Als laatste vragen wij ons af waarom Milieu Centraal de ervaringen onderzoekt van de Nederlandse bevolking met het stoken van hout, hun houding ten aanzien van hout stoken en het huidige stookgedrag en de kennis hierover onder houtstokers in het bijzonder? Tijdens de platformbijeenkomst in oktober gaven de vertegenwoordigers van Milieu Centraal duidelijk te kennen dat voor hen enkel het milieu-aspect relevant is. En daar gaat dit onderzoek niet over.

 

 

Roken: lust of last? ((januari)

milieucentraal

In opdracht van Milieu Centraal heeft Motivaction een onderzoek uitgevoerd naar de ervaringen van de Nederlandse bevolking met roken, hun houding ten aanzien van roken, het huidige rookgedrag en de kennis hierover onder rokers in het bijzonder.

Nederlanders roken op diverse manieren: op kantoor, thuis, en op het balkon of in de tuin. Dit recreatieve roken brengt soms overlast met zich mee. Iedereen heeft wel eens van de rook van anderen kunnen meegenieten. Maar vaak wordt het nauwelijks als hinderlijk ervaren en soms zelfs als sfeervol. Echter, er zijn ook delen van de bevolking die bezwaar maken tegen de effecten van roken. 10% van de bevolking geeft aan last te hebben van de schadelijke effecten en van geur- en rookoverlast.

Kortom: Milieu Centraal ziet een groeiend maatschappelijk issue rond roken door particulieren en dat is reden voor Milieu Centraal om te willen weten in welke mate dit issue nu echt in Nederland leeft. Daarnaast wil Milieu Centraal graag weten in hoeverre men bekend is met de ‘rooktips’ die ervoor zorgen dat roken minder overlast veroorzaakt.

Over het algemeen ervaren Nederlanders weinig overlast van roken.

De meerderheid van de Nederlandse bevolking ervaart geen of in geringe mate overlast van roken. Slechts een tiende van de bevolking geeft aan in grote mate overlast te ervaren van roken. Dit deel van de Nederlandse bevolking ervaart vooral stankoverlast. Een kwart noemt ook lichte irritaties.

De meerderheid van de Nederlanders is positief over roken.

De meerderheid van de Nederlanders kent positieve kenmerken toe aan roken. Genoemd wordt dat roken gezellig is, lekker, en leuk om te doen. Slechts een vijfde van de Nederlandse bevolking vindt roken ongewenst. Bijna de helft van de Nederlanders vindt dat roken voor stank zorgt.

De meerderheid wil roken niet verbieden.

In eerste instantie geven Nederlanders aan dat de voorlichting over roken voldoende is en er geen strengere wetten of regels nodig zijn. Op de tweede plaats geeft men aan dat roken geheel vrijgelaten moet worden. Ruim een kwart van de Nederlanders geeft aan dat strengere wetten en regels wel nodig zijn en 8% vindt dat roken helemaal verboden moet worden. Rokers zijn in hoge mate bereid om maatregelen te nemen om overlast door roken te beperken. Zij doen dit vooral door sigaretten van kwalitatief hoogwaardige tabak te roken.

Geen behoefte aan informatie.

Circa één op de vijf Nederlanders rookt. Vooral voor de gezelligheid, en om zich behaaglijk te voelen. Een vierde van alle rokers ontvangt informatie over roken. Informatie wordt vooral verkregen van familie, vrienden of kennissen en van tabaksproducenten en sigarenwinkels. Rokers hebben niet veel behoefte aan informatie over roken, de meeste ‘rooktips’ zijn bekend en worden al door een meerderheid van de rokers toegepast.
————————————————————————————————————————————-

Tot zover Milieu Centraal. Vindt u dit een merkwaardig verhaaltje? Roken vrijlaten, roken gezellig? De schadelijke effecten van roken zijn toch allang bekend? Roken is toch allang aan banden gelegd, zodat niemand meer met anderen mee hoeft te roken? Is dit soms een krantenartikeltje uit de jaren ’60?

Nee, het enige wat hier is gebeurd, is het vervangen van ‘hout stoken’ door ‘roken’. Want wat is eigenlijk het verschil tussen hout stoken en meeroken? Houtrook bevat vergelijkbare giftige en kankerverwekkende stoffen als sigarettenrook en is vaak zelfs nog schadelijker. Als je ‘hout stoken’ vervangt door ‘roken’ dringt het pas tot je door wat een gevaarlijke, maar helaas nog niet achterhaalde boodschap hier uitgedragen wordt.

Het bovenstaande fragment is afkomstig uit een onlangs gepubliceerd ‘onderzoek’ in opdracht van Milieu Centraal naar de houding van de Nederlandse bevolking met betrekking tot hout stoken en wil het draagvlak voor strengere regels rond hout stoken aftasten.

Omdat het grootste deel van de Nederlandse bevolking niet op de hoogte is van de schadelijke effecten van houtrook op gezondheid en milieu of deze negeert, is die houding helemaal niet zo negatief. Hout stoken verbieden? Wat een flauwekul. Overlast van anderen? Een beetje rook, daar moet een mens toch tegen kunnen? Stoken is leuk!!

De meerderheid van de Nederlandse bevolking ervaart volgens dit onderzoekje weinig overlast van hout stoken. Dat heeft zeker iets te maken met het kennisniveau van de gemiddelde Nederlander over hout stoken. Ook al heb je geen ‘overlast’, houtrook is bewezen schadelijk. Wanneer de respondenten eerst waren voorgelicht over de gezondheidseffecten van fijnstof, en de kans op kanker en luchtwegaandoeningen, waren hun antwoorden wellicht anders geweest

Lees hier zelf het onderzoek.

Omroep Max besteed aandacht aan het stoken van hout.

Omroep Max heeft in haar programma aandacht besteed aan de effecten op milieu en gezondheid door het stoken van hout. Wetenschapsjournalist Max Oving is hier erg duidelijk over. Helaas heeft de mannelijke presentator een pelletkachel. Hoewel dit type kachels in principe schoner stoken dan de gewone houtkachel zorgt de pelletkachel in de praktijk ook voor veel overlast en stoot veel meer schadelijke stoffen uit dan een gasgestookte cv.

Wat vindt de Stichting HoutrookVrij van de antwoorden van Sharon Dijksma op de kamervragen over houtrookoverlast

KAMERVRAGEN OVER HOUTROOKOVERLAST
Op 29 oktober 2015 werden door Yasemin Cegerek (PvdA) de volgende Kamervragen gesteld aan de Minister van Infrastructuur en Milieu over de rookoverlast van houtkachels, haarden en vuurkorven:

Vraag 1
Bent u bekend met de waarschuwing van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) voor schadelijke rook uit onder meer houtkachels?

Vraag 2
Op welke wijze wordt het advies verspreid dat mensen de kachel niet als hoofdverwarming moeten gebruiken en niet moeten stoken bij windstil weer?

Vraag 3
Bent u bekend met het rapport Rookoverlast houtkachels, haarden en vuurkorven: burenruzie of milieuprobleem? van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG)

Vraag 4
Kunt u reageren op de conclusie op pagina 32 van dit rapport dat de gemeenten aanmerkelijk minder (doen) dan zij kunnen bij het bestrijden van rookoverlast. Dat heeft deels te maken met een laag niveau van regelgeving, maar voor een belangrijk deel ook met mentaliteit: klachten worden bagatelliserend bestempeld als ‘burenruzies’?

Vraag 5
Kunt u uw reactie geven op de aanbevelingen voor beleidsmakers die in dit rapport gedaan worden?


 

 

Op 19 november 2015 werden deze Kamervragen beantwoord door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, mevrouw Sharon Dijksma

Vraag 1
Bent u bekend met de waarschuwing van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) voor schadelijke rook uit onder meer houtkachels?

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2
Op welke wijze wordt het advies verspreid dat mensen de kachel niet als hoofdverwarming moeten gebruiken en niet moeten stoken bij windstil weer?

Antwoord 2
In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu is de handreiking “Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast?” opgesteld, die onder andere de stoker adviseert over de beste stooktechniek, welke brandstoffen te gebruiken en wanneer beter niet kan worden gestookt. Deze brochure is thans beschikbaar via de link http://www.vvm.info/main.php?id=897, en zal binnenkort worden verspreid via de website van het Platform Houtstook (in oprichting). In dit Platform werkt een brede vertegenwoordiging van partijen uit het veld van onderzoek, maatschappelijke organisaties, ondernemers en overheden samen aan het verminderen en voorkomen van overlast en gezondheidseffecten van houtstook door particulieren. Ook MilieuCentraal geeft op haar website informatie over hoe overlast door houtstook kan worden voorkomen. MilieuCentraal wijst er op dat een toename van houtkachels en open haarden in woonwijken vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit en geurhinder niet gewenst is en adviseert de potentiële koper milieuvriendelijker alternatieven voor verwarming te overwegen.
Daarnaast heeft MilieuCentraal een “modelpagina” over overlast door houtstook samengesteld die is gepubliceerd in huis-aan-huis bladen.

Vraag 3
Bent u bekend met het rapport Rookoverlast houtkachels, haarden en vuurkorven: burenruzie of milieuprobleem? van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG)

Antwoord 3
Ja, het betreft hier een in 2006 verschenen rapport van de wetenschapswinkel van de Rijksuniversiteit Groningen.

Vraag 4
Kunt u reageren op de conclusie op pagina 32 van dit rapport dat de gemeenten aanmerkelijk minder (doen) dan zij kunnen bij het bestrijden van rookoverlast. Dat heeft deels te maken met een laag niveau van regelgeving, maar voor een belangrijk deel ook met mentaliteit: klachten worden bagatelliserend bestempeld als ‘burenruzies’?

Antwoord 4
De in het antwoord op vraag 2 genoemde brochure bevat informatie over wat burgers die overlast ondervinden kunnen doen en hoe GGD-en en gemeenten met klachten van burgers kunnen omgaan. Het is verder aan gemeenten om te bepalen op welke wijze zij invulling geven aan hun bevoegdheden bij het bestrijden van rookoverlast.

Vraag 5
Kunt u uw reactie geven op de aanbevelingen voor beleidsmakers die in dit rapport gedaan worden?

Antwoord 5
De aanbevelingen voor beleidsmakers in het rapport zijn deels gericht aan gemeenten en deels aan de rijksoverheid. Een aantal daarvan heeft betrekking op het verbeteren van de informatievoorziening en het vergroten van het bewustzijn van de overlast door houtrook en de mogelijke gezondheidseffecten daarvan. Hierin zijn door de rijksoverheid inmiddels stappen gezet, zoals is toegelicht bij de antwoorden op de vragen 2 en 4. In Europees verband is in 2014 een voorstel van de Europese Commissie aangenomen om in het kader van de Ecodesign richtlijn de typekeuringseisen eisen voor houtkachels aan te scherpen.


De Stichting HoutrookVrij meent dat de beantwoording van de Kamervragen door de Staatssecretaris onbevredigend is:

Mevrouw Dijksma verwijst in haar antwoorden naar de Toolkit ‘Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast’. Deze handreiking is echter ontoereikend, omdat zij de nadruk legt op vrijblijvende begrippen zoals voorlichting, bewustwording, begrip kweken, en overleggen, en niet op het scheppen van een wettelijk kader. Het Stappenplan is er alleen maar op gericht alles op de gehinderde af te wentelen. Het gaat uit van een conflict één op één dat door middel van burenoverleg, wijkagent of buurtbemiddeling zou kunnen worden opgelost. Meestal zijn er echter meerdere stokers en is er sprake van cumulatie. Het opvolgen van de Stooktips door stokers is oncontroleerbaar, terwijl het hier toch gaat om de uitstoot van schadelijke stoffen, waarbij de normadvieswaarden regelmatig worden overschreden. Voorts is voor de gehinderde de inventarisatie van bronnen onmogelijk. Zelfs de GGD geeft in haar rapport toe dat er nog een tool moet worden ontwikkeld om na te kunnen gaan uit welke schoorsteen de rook afkomstig is. Juridische procedures zijn voor de gehinderde ook geen lonkend perspectief, de jurisprudentie tot nog toe in aanmerking genomen.

Naast de Toolkit verwijst mevrouw Dijksma naar de website van Milieu Centraal waarop houtstoken ontmoedigd wordt. Deze adviezen zijn eveneens geheel vrijblijvend, en het valt, gezien de populariteit van de houtkachel, niet te verwachten dat zij zullen worden opgevolgd. Gehinderden blijven op deze wijze geheel aan de goodwill van stokers overgeleverd en dat is een ongewenste situatie.

Voorts schrijft mevrouw Dijksma ‘dat het aan gemeenten is om te bepalen op welke wijze zij invulling geven aan hun bevoegdheden bij het bestrijden van rookoverlast.’
In de praktijk doen gemeenten niets met de klachten van inwoners. Zij hebben behalve een artikel in het bouwbesluit dat spreekt over het subjectieve begrip ‘hinder’ geen middelen om te handhaven en verwijzen juist naar de noodzaak van overheidsmaatregelen. Aan voorlichting en bewustwording doen de meeste gemeenten niets. Zij nemen niet in de APV op dat er niet mag worden gestookt bij mistig en windstil weer, en benutten hun gemeentewebsite niet voor het ontraden van houtstook of het focussen op schonere energiebronnen.

In het onlangs verschenen rapport van de noordelijke GGD’s wordt nadrukkelijk gewezen op de tekortkomingen van de aanbevelingen in de Toolkit. Hieraan gaat mevrouw Dijksma geheel voorbij. Enkele citaten:

Maar naast de aanmeldingen uit de regio met veelal schrijnende verhalen, waren er zelfs van elders in het land nogal wat reacties van wanhopige burgers. De meeste van hen bleken niet op de hoogte van de mogelijkheden die genoemd zijn in de VVM-toolkit. Gezien hun verhalen zullen zij waarschijnlijk die mogelijkheden echter niet als echt bruikbaar ervaren.

Verder blijkt dat velen vinden dat de overheid tekort schiet wanneer zij daar om hulp of maatregelen vragen. De juridische mogelijkheden die beschreven zijn in toolkit ‘Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast’ bieden kennelijk geen oplossing.

In stap 4 of 5 van de Toolkit staat geen (semi)-kwantificerende beoordeling van de ernst van een situatie. Daardoor is de toolkit niet geschikt om een juridisch houdbaar onderscheid te maken tussen wel of niet aanvaardbare overlast, en wel of niet handhavend optreden. De toolkit is alleen bruikbaar als informatiebron voor alle betrokkenen, of hulpmiddel voor adviezen van de gemeente of voor onderling overleg tussen klager en stoker.

Mevrouw Dijksma noemt ook de Ecodesign richtlijn. In 2014 is inderdaad een voorstel van de Europese Commissie aangenomen aangenomen m.b.t. typekeuringseisen, maar deze voorschriften zullen pas op 1 januari 2022 van kracht worden! Er is binnen de EU een grote behoefte aan hoog renderende houtkachels, omdat men op tal van plaatsen op hout als brandstof aangewezen is. Nederland is echter een van de weinige landen waar bijna alle burgers op het aardgasnetwerk zijn aangesloten. Het stoken van houtkachels is hier een extra luxe. Het is precies die ‘onnodige sfeer- en bijverwarming’ waar de WHO op doelt, en die in onze dichtbevolkte woonwijken vermeden moet worden.

Telegraaf: Gloeiende ruzies over rook

Op zaterdag 14 nov 2015 verscheen het onderstaande artikel in De Telegraaf.
Eindelijk een grote landelijke krant die aandacht schenkt aan houtrookoverlast en laat zien dat dit een splijtzwam tussen burgers is geworden. De roep om regelgeving wordt steeds groter. Dit artikel bewijst dat de vanzelfsprekendheid van het stoken van een houtkachel onder vuur ligt. Langzamerhand beginnen steeds meer mensen zich te ergeren aan de houtstookterreur die de lucht in hun woonwijken verziekt en hun gezondheid bedreigt.
(De in dit artikel geventileerde meningen vertolken niet per definitie die van de Stichting HoutrookVrij.)


Gloeiende ruzies over rook
Uitstoot open haarden en vuurkorven drijft buren soms tot wanhoop

Houtstook leidt steeds vaker tot knetterende burenruzies. Omwonenden die last hebben van de rook worden vaak neergezet als zeurpieten. Onderzoeken naar mogelijk giftige en kankerverwekkende uitstoot van de rookgassen spreken elkaar tegen. Gemeenten durven zelden op te treden tegen overmatige houtstokers. Want een verbod is wel erg drastisch en dat vuurtje in huis is o zo gezellig.

Het is een nachtmerrie voor docent Clemens van Rijthoven en zijn vrouw: de vier houtstookplaatsen van zijn buren. De familie woont in een schitterend rijksmonument uit 1485 in Wijk en Aalburg. Maar er is bijna geen dag dat ze daar echt van kunnen genieten, want de buren laten onophoudelijk de houtkachels loeien en gloeien.

„Wij zijn al dertien jaar aan het vechten tegen onze onwillige buren. De stankoverlast is verschrikkelijk. Een steekwagen vol brieven ligt er op het gemeentehuis van Aalburg en men doet het gewoon af als een burenruzie. Ik heb rechtszaken gevoerd. Dan kreeg ik weer gelijk, maar daar dacht een andere rechter weer anders over en zo gaat het maar door. Er werd een onderzoek verricht. Kostte 9000 euro, wat via mijn rechtsbijstandsverzekering werd betaald, maar de overlast schijnt kennelijk zeer moeilijk te bewijzen. Of ze komen hier meten als bij de buren de kachel toevallig niet aanstaat, of de wind niet op ons huis is gericht.”

Volgens het CBS heeft 10 procent van de bevolking last van houtrook van kachels, allesbranders en de vuurkorven buiten. Er zijn 350.000 Nederlanders die jaarlijks meer dan 150 dagen stoken. Er zijn zelfs tienduizenden vaderlanders die met hun kachel het hele huis verwarmen en trots zijn op hun rendement van 90 procent. Soms wonen ze zelfs in een ecowijk en denken ze milieuvriendelijk bezig te zijn.

In werkelijkheid is houtrook uitgegroeid tot een belangrijke bron van luchtvervuiling. Uit de verbranding van hout en ander afval komt een verscheidenheid aan (kankerverwekkende) schadelijke stoffen vrij. Stoffen die bijvoorbeeld de ademhaling irriteren. Vooral zuigelingen, kinderen, zwangere vrouwen, mensen die lijden aan allergieën, astma, bronchitis en longziektes worden ernstig bedreigd door de vervuiling, zo wordt beweerd.

Bangmakertje

Van Rijthoven zegt: „Wanneer de open haard brandt, rookt de hele buurt mee. Roken is dodelijk, staat op de verpakking van tabak. Nu nog op de zak openhaardhout.”

Nog een bangmakertje: volgens de Deense publicist Bjorn Lomborg is houtstook wereldwijd de belangrijkste milieuveroorzaker van sterfte. Maar dan doelt hij waarschijnlijk op New Delhi, zo’n beetje de smerigste plek op aarde.

Houtrook zou zelfs dertig keer schadelijker zijn dan tabaksrook. Het is een van de grotere veroorzakers van uitstoot van ultrafijnstof. Houtrook bevat minuscule deeltjes van creosoot, roet en as die wel tot drie weken in de lucht blijven zweven. Inademen veroorzaakt hoesten, irritatie en permanente littekens in de longen.

Maar bezien we de Nederlandse rapporten, dan is het beeld minder duidelijk. De toenmalige staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, Wilma Mansveld, antwoordde op vragen van D66 over luchtvervuiling door houtkachels: „Er kan lokaal overlast ontstaan door houtstook. Helaas valt op basis van de beschikbare kennis niet eenduidig aan te geven in welke mate gezondheidsrisico’s daadwerkelijk aanwezig zijn. Als er overlast ontstaat, betreft het meestal zeer specifieke lokale omstandigheden.”

Volgens haar zijn rapporten niet altijd objectief. Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) berekende dat de houtstook in delen van het dorp Schoorl zeer groot was. Mansveld: „Maar de metingen betreffen een beperkt aantal dagen in de winterperiode op een locatie waar relatief veel houtstook voorkomt en zijn daarmee waarschijnlijk niet representatief.”

Het probleem is dat een enkele houtkachel in een buurt meestal weinig overlast veroorzaakt. Zeker niet als je goed en droog hout gebruikt en een volledige verbranding nastreeft. Dan wil de buurt nog wel eens zeggen: wat ruikt dat vuurtje lekker!

Er zijn mensen die een keurig stookgedrag vertonen, maar er zijn ook asocialen die zich nergens iets van aantrekken. Die van alles in hun kachel gooien en ook bij windstil en mistig weer op volle kracht fikkie stoken.

Vincent van der Heiden is bestuurslid van de stichting Houtrookvrij. Hij woont in Zutphen en zegt: „Ik heb niets tegen een open haard in de buurt. Ik vind het niet erg als mensen af en toe barbecueën of de vuurkorf buiten aansteken. Maar binnen een afstand van 100 meter zijn er in onze buurt een stuk of twintig houtkachels die soms de hele dag branden. Wij en andere buurtbewoners hebben daar vaak enorm veel last van. Bovendien hebben mijn vrouw en ons jongste kind astma. De gemeente begrijpt de situatie, maar weet niet wat ze moet doen. Je kunt niet zomaar alle kachels verbieden.”

Jos Merks uit Breukelen is eigenaar van de website houtrook.nl. „Ik krijg bijna elke dag een brief van mensen die mij om advies vragen. Schrijnende gevallen van kinderen die de hele dag hoesten en proesten. Het is echt een drama. Ik leen regelmatig een fijnstofmeter uit van 700 euro. Je schrikt je soms rot zoveel emissie er in de plaatselijke lucht zit. Maar in slechts twee gevallen hebben gemeenten ooit een rookverbod opgelegd. Ik moest drie jaar actie voeren tegen een achterbuurman. Hij is er gelukkig grotendeels mee opgehouden toen de gemeente dreigde met een stookverbod.”

Radeloos

Er zullen mensen zijn die over de rook van buurmans houtkachel klagen, omdat ze altijd overal over klagen. Maar enquêtes van bijvoorbeeld de GGD in het noorden des lands tonen aan dat sommige mensen zoveel last hebben dat ze radeloos zijn en zelfs overwegen de hand aan zich zelf te slaan.

Een bloemlezing uit het GGD-rapport: „Ik heb last van astma en slik dagelijks medicijnen. Belangrijk is het om goed je huis te ventileren. Helaas kunnen wij dat niet door de stankoverlast van alle houtkachels in de buurt. Wij ondervinden erg veel hinder.”

„Ik ben ernstig ziek en kan geen ramen meer open hebben terwijl dat voor mijn longproblemen noodzakelijk is. Ze trekken zich hier echter niets van aan. Toen ik met een ambulance werd afgevoerd vroegen ze mijn man wat er aan de hand was. Na uitleg over mijn long- en hartproblemen staken ze de volgende dag doodleuk de kachel weer aan, hoewel ze zelf toegeven dat het inderdaad wel erg stinkt.”

Merks en Van der Heiden kennen diverse mensen die ten einde raad naar een nieuwbouwwijk zijn verhuisd waar aannemers geen schoorstenen mogen bouwen. Zij plaatsen echter wel de voorzieningen voor een rookkanaal. En als het huis opgeleverd is, mogen de eigenaren wel een schoorsteen laten plaatsen, want de instructie geldt uitsluitend voor de aannemer. Van der Heiden: „Het is eigenlijk te gek voor woorden en niemand treedt op.”

Irritatie

Voor Clemens van Rijthoven en zijn gezin is de lucht nog lang niet geklaard. „Ik ben echt niet de enige in de buurt die er last van heeft, maar ik woon er wel het dichtste bij. Volgens een wethouder zit mijn irritatie tussen de oren.”

In 2008 kwam er een nieuwe rieten kap op zijn huis. Dat kostte 100.000 euro. „Door het neerdalen van al die rook ontstaat er ook een soort snotalg op ons dak. De dakdekker zegt: ’Als dat zo doorgaat, gaat dat dak maar vijftien jaar mee’. En ik heb echt geen ton liggen voor een nieuw dak. Maar ik houd mijn hart ook vast voor het geval er een vonk van de buurman op ons rieten dak terechtkomt. De ramp is dan niet te overzien.”

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft dit jaar samen met het Longfonds, gemeenten en GGD, burgergroeperingen, de kachelbranche en kennisinstituten het initiatief genomen tot de oprichting van een Platform Houtstook. Het is de vraag of we van dit platform veel moeten verwachten. Men is nog niet verder gekomen dan het in kaart brengen van de problematiek. In de ons omringende landen zijn overheden vaak een stuk verder. Dat resulteert onder meer in een keurmerk voor nieuwe kachels en de verplichting om de schoorsteen jaarlijks te laten vegen, want anders kun je je niet verzekeren tegen brandschade. Sommige steden kennen een verbod op het stoken bij mistig of windstil weer of een verbod op het gebruik van vuurkorven. In sommige landen zijn ook echt houtrookvrije wijken gebouwd. Misschien een tip voor projectontwikkelaars.

Jaarlijks zijn er volgens het CBS tussen de 40.000 en 50.000 branden. Topjaar was 2006 met 49.776 branden, waarvan 14.272 binnenbranden. Dat jaar vielen er 70 doden en 800 gewonden. De kosten bedroegen 1,1 miljard. De brandweer moet per jaar circa 2000 keer uitrukken omdat de open haard ondeugdelijk is.

De hardnekkige mythe CO2; reactie op artikel in de Volkskrant

De meeste kranten in Nederland hebben op 27 oktober een bericht geplaatst over het rapport van de GGD Noord Nederland (Groningen, Friesland en Drenthe). Zo ook de Volkskrant.

Bron: Volkskrant 27 oktober 2015 GGD wil strengere regels open haard en houtkachel

In haar artikel schrijft de Volkskrant onder andere het volgende:

Zo’n 13 procent van de Nederlandse huishoudens heeft nog een open haard of houtkachel in huis, blijkt uit een laatste inventarisatie in 2010. Veel mensen gebruiken hun haard ook als (bij)verwarming. Dat heeft klimaatvoordelen, doordat hout bij verbranding net zoveel CO2-uitstoot als de boom bij zijn leven had opgeslagen: er komt dus geen extra CO2 vrij – mits er voor de gekapte bomen nieuwe worden aangeplant.

Een haard of houtkachel stoot behalve fijnstof, ook koolmonoxide, stikstof- en zwaveloxide, dioxine en koolwaterstoffen uit. Hoeveel van deze stoffen vrijkomen, staat of valt met de verbranding. Bij volledige verbranding is de uitstoot laag, bij onvolledige verbranding hoog. En de verbranding is weer afhankelijk van de brandstof, het stookgedrag (hoge temperatuur is beter) en het type kachel. De meeste warmte verdwijnt ook nog eens via de schoorsteen.

Reactie

Goed om te lezen dat de GGD onder de aandacht brengt dat hout stoken allesbehalve ‘milieuvriendelijk’ is.

Nog een andere hardnekkige mythe is dat hout stoken klimaatneutraal zou zijn. Ook dit artikel rept over ‘klimaatvoordelen’. Niets is echter minder waar. De European Environment Agency concludeerde al in 2011 dat hier sprake is van “een foutieve veronderstelling die resulteert in een serieuze boekhoudfout.” Het negeert de decennia die het kan duren voordat het bos de uitgestoten CO2 weer opneemt, als het al terug groeit. Ook verdwijnt met het omhakken van de boom onmiddellijk de capaciteit om CO2 te absorberen.

Het duurt eeuwen voordat oude bossen de uitgestoten CO2 weer hebben opgenomen. Zelfs voor productiebossen is dit volgens wetenschappers decennia tot eeuwen. De onmiddellijke CO2-uitstoot per energie-eenheid ligt bij hout echter wel vele malen hoger dan bij fossiele brandstoffen.
Gevolg: terwijl we denken goed bezig te zijn, helpen we alsnog ons klimaat om zeep. En bovendien de luchtkwaliteit. Aardgas brandt ‘schoon’ (CH4 + 2 O2 -> CO2 + 2 H2O + warmte). Olie is al een complexer molecuul, waarbij meer schadelijke stoffen vrijkomen. Steenkool is een ramp qua koolstofintensiteit en troep (denk aan kwik). Er is dan ook veel weerstand tegen nieuwe kolencentrales. Maar hout, als meest ‘basale’ vorm van zonne-energie vastgelegd in plantaardig materiaal, vormt de overtreffende trap – zowel qua luchtvervuiling als koolstofintensiteit. Ook als de verbranding onder perfecte omstandigheden plaatsvindt komen er, simpelweg door de samenstelling, veel carcinogenen en ultrafijnstof vrij.
schema verbranden biomass
Pogingen om de duurzaamheidsstandaarden op EU-niveau aan te passen strandden tot dusverre op weerstand van Finland en Zweden. Door de overheidsstimulering worden op dit moment massaal bossen in het zuidoosten van de VS omgehakt en naar Europa verscheept. En daar schiet niemand iets mee op. Het zou beter zijn gewoon te investeren in driedubbel glas: een bewezen en eenvoudige oplossing.

Links:

SC Opinion on Greenhouse Gas Accounting in Relation to Bioenergy – 15 September 2011:

Pulp Fiction – The European Accounting Error That’s Warming the Planet:

Vaclav Smil – The Visionary Energy Solution: Triple Windows:

Hoe duurzaam is eigenlijk het verbranden van hout?

Dit keer vroegen wij om verheldering aan Ruud Lardinois als voorzitter van Stichting Kritisch Bosbeheer. Eén van de belangrijkste verkoopargumenten in de houtkachelbranche is dat hout verbranden “duurzaam” zou zijn, omdat je immers een vernieuwbare voorraad gebruikt. Ook de overheid schermt vaak met deze term. Hoe duurzaam is eigenlijk het verbranden van hout?

Leuk onderwerp. Als we het samenvatten dan spreken we in dit verband tegenwoordig over ‘biomassa’. In de ecologie verstaan we daar overigens wat anders onder, ik kom er verderop kort op terug. Begrippen als ‘biomassa’ en ‘duurzaam’ worden heden vaak aangewend in functie van energiewinning. Kernpunten zijn dan het veronderstelde uitgangspunt van relatieve vrije beschikbaarheid van brandbare gewassen en het daarmee tegelijkertijd vermijden van CO2-uitstoot. Met het verbranden van biomassa komt weliswaar CO2 vrij, maar die wordt weer vastgelegd als het verbrande materiaal, een boom of struik, weer aangroeit. En dat is nu juist de vraag. Want de houtstoker aanvaardt aldus ten minste een soort hypotheek op zijn onderneming en lost die pas daadwerkelijk in zodra de boom of struik die hij eerst kapte en verbrandde weer de oorspronkelijke omvang heeft aangenomen. Deze hypotheek wordt echter zelden of nooit in een akte vastgelegd… We moeten maar zien of zijn (plaatsvervangende) belofte in de toekomst wordt ingelost. Op dit proces berust desondanks waarschijnlijk het begrip ‘duurzaam’ zoals de overheid en verschillende organisaties het verbranden van biomassa in termen van ‘hernieuwbaar’ propageren.
Hoe duurzaam is duurzaam?
Het woord ‘duurzaam’ bevat een tijdseenheid, zij het een ongedefinieerde. Is het ‘duurzame’ proces van het verbranden van hout oneindig te herhalen? Die suggestie wordt gewekt. Wij denken dat dat niet vanzelfsprekend zo is. Voor alle houtige en niet-houtige gewassen is het metabolisme er op gericht om uit zonlicht en CO2, als belangrijkste basale assimilatieprocessen, te groeien. Beide componenten zijn altijd beschikbaar en inderdaad oneindig te gebruiken omdat ze mobiel zijn en overal en altijd in voldoende mate beschikbaar zijn. Maar alle organismen hebben daarnaast ook andere onmisbare bouwstoffen nodig om te groeien en te leven. Het hangt af van de soortgroep en van de soorten daarbinnen om welke stoffen en noodzakelijke hoeveelheden het werkelijk gaat. Het ene organisme stelt andere eisen dan het andere. Eén van de belangrijkste componenten daaruit is wel kalk (calcium). Calcium en andere noodzakelijke mineralen om te groeien zijn alleen in de bodem beschikbaar en voor het gewas ook alleen via het wortelgestel opneembaar. Zij worden door schimmels en bacteriën in symbiose met het gewas aan de boomwortels in opneembare vorm beschikbaar gesteld. In ruil daarvoor ontvangen zij koolhydraten de boom of struik. Zonder schimmels en bacteriën gaat onze natuurlijke wereld dood. Er zijn doorgaans geen natuurlijke processen gekend waaruit mineralen uit externe bronnen substantieel zouden kunnen worden aangevuld. Met andere woorden: eenmaal weg betekent hier altijd weg. In ons land zijn alleen overstromende rivieren in estuaria en uiterwaarden in staat om lokaal van elders aangevoerde mineralen toe te voegen. Dat gaat echter om betrekkelijke kleine hoeveelheden en bovendien hebben wij Nederlanders een hekel aan overstromende rivieren.

Als deze stoffen uit hier geoogst hout elders door verbranding worden vrijgezet dan gaan de mineralen op de oogstplek verloren. Overblijvende organismen zullen het met minder moeten doen. Afhankelijk van de plek (bodemtype en vitaliteit daarvan) zal al na enkele malen oogsten een groeivertraging en verminderde vitaliteit bij de gewassen en dus ook bij de dierensoorten die daarvan leven gaan optreden. Meer op arme gronden, zoals venige en zanderige bodems, langzamer op lemige en kleibodems. Maar het proces van oogsten en elders verbranden leidt altijd tot een afname van mineralen die in onze ecosystemen van nature nooit ‘weglekken’. Ook bij een bosbrand bijvoorbeeld blijven de mineralen in het systeem achter en blijven derhalve oneindig beschikbaar voor volgende organismen. In dit stadium van mijn betoog is zelfs een bosbrand duurzamer dan een houtgestookte kachel. Dit is dan ook de belangrijkste reden dat wij fundamenteel bezwaar hebben tegen het verbranden van biomassa afkomstig uit natuurgebieden. Bij elke afvoer gaat de natuur onomkeerbaar een beetje verder stuk. Dat is bepaald niet-duurzaam.

Wat is uw mening over het verbranden van hout in houtkachels?
Verreweg de meest kachels die in ons land in omloop zijn deugen niet. De verbranding daarin is slecht doordat er veel en sterk vervuilende koolwaterstoffen onverbrand in de atmosfeer terecht komen, terwijl het bovendien enorme fijnstofhaarden zijn. De meeste metalen kachels zetten ook zelden een hogere calorische waarde uit het hout in bruikbare warmte om dan een beschamende 20%. De cijfers van fabrikanten zijn in de meeste gevallen ronduit misleidend. Dergelijke kachels zouden onmiddellijk verboden moeten worden. In Duitsland bijvoorbeeld zijn ze niet meer toegestaan, of dienen ten minste van speciale filters voorzien te zijn. De eisen daar zijn strenger en worden verplicht elke jaar door metingen gecontroleerd. Men onderkent aldaar de soms ernstige nadelige effecten voor het milieu en gezondheid. Het verbranden van hout in open haarden is ronduit verschrikkelijk. We maken er geen woord aan vuil. Verbieden. 

Er zijn echter wel degelijk goede kachels. Enkele typen tegelkachels, die helaas erg kostbaar zijn, want meestal in handwerk vervaardigd, halen zeer acceptabele waarden in goede verbranding, rendement en fijnstofuitstoot. Een fatsoenlijke tegelkachel kan zelfs licht beter op deze onderdelen presteren dan aardgastoestellen. Uiteraard ervan uitgaande dat het te stoken hout droog is. Dat kost onder goede omstandigheden en bij lichtere houtsoorten zeker drie jaar, bij hardere houtsoorten is vijf jaar drogen wenselijk. Veel houtstokers en houtkachelverkopers denken daar helaas veel te gemakkelijk over. Er zijn recent in Duitsland enkele metalen typen kachels ontwikkeld met speciale (na)verbrandingsmechanismen. Soms met ongewone vuurbeelden, waarbij naast het gewone vuurbeeld een omgekeerde naar beneden gerichte vlam zichtbaar is. Een beetje komisch gezicht, maar het werkt uitstekend. Zo’n kachel is duurder maar aanzienlijk beter in vermeden ongewenste uitlaatgassen en te behalen rendement.

Samengevat
Over het algemeen, uitgaande van de vigerende praktijk, achten wij het verstoken van hout (biomassa) weinig of niet duurzaam. We neigen er naar om dat oordeel ook te hebben ten aanzien van zogenaamde bijstook van biomassa in energiecentrales. Er zijn daarvan vele uiteenlopende typen in gebruik die je niet kunt generaliseren. Wél op het punt van de herkomst van de ‘biomassa’. Die mag wat ons betreft nooit afkomstig zijn uit natuurgebieden om redenen die ik eerder al schetste. Het is onmogelijk om organisch materiaal uit natuurgebieden te verstoken zonder dat die natuurgebieden verarmen. In ecologische context kun je die lijn nog voortzetten met de vaststelling dat hout uiteindelijk ook in de natuur zal vervallen in mineralen en CO2. Bij die vervalprocessen zijn echter grote hoeveelheden organismen als schimmels, bacteriën, houtetende insecten, enzovoort betrokken. Met een eventuele oogst van het hout blijven deze organismen brodeloos in dat natuurgebied achter. En wie in de natuur niets te eten heeft gaat dood. Ook daarom is het begrip duurzaam in de besproken context niet zomaar op natuurgebieden toe te passen en vaak zelfs misleidend.

Welke rol voorziet u voor de overheid?

De overheid behoort een regisserende rol te spelen waar ook andere belangen dan een gunstigere CO2-boekhouding alleen worden meegewogen. Bomen zijn géén CO2-automaten. Die versimpeling is misleidend. Wat ons betreft kan ze maatregelen die op dit vlak nu in Duitsland gelden als inspirerend voorbeeld ter harte nemen. Vooral de laatste jaren komen er steeds betere gegevens beschikbaar over de schadelijke effecten van fijnstof, onverbrande koolwaterstoffen, ecologische ontwrichting, et cetera, die aanleiding geven voor de noodzaak op het bijsturen van wetgevend beleid. Helaas is Nederland op het gebied van ‘duurzaam’ op Malta na het slechtste jongetje van de klas. Daar ligt dan ook wat ons betreft de sleutel voor verandering. Onze zorg voor een fatsoenlijk natuurlijk milieu kan prima samengaan met optimisme. Dat kan niet zonder de overheid. Als zij het verbranden van vogelgriepkippen, Q-koortsgeiten en per schip aangevoerde houtsnippers uit Canadese oerbossen als duurzaam bestempeld, want daar bestaat voor een groot deel ons schamel aandeel van 4% ‘duurzaam’ uit, zal er nog veel onnodig vervuilde uitlaatgassen uit schoorstenen opstijgen.

Tegelkachel uit midden 16de eeuw.

SKB-20141017-47448 zwart

Het is bijna niet tegeloven dat deze historische tegelkachel qua rendement en comfort de huidige gebruikelijke metalen houtkachels flink overtreffen. Let niet op de vormgeving: men kan zo’n kachel elk gewenst uiterlijk meegeven. Als het moet in de vorm van Mickey Mouse…

Moderne tegenstroomtegenkachels gaan een stap verder. Goede tegelkachels bouwen blijft handwerk en is daarom relatief kostbaar. Een uurtje brand zo’n ding en de kamer is de hele dag warm. Steeds meer komen ook betaalbare metalen kachels beschikbaar die alle gerechtvaardigde milieu-eisen inwilligen. Duitsland is hier maatgevend, al zijn er ook andere landen die volgen. Nederland is helaas hekkensluiter.

 

Heeft u zelf een vraag?
Wij willen iedere keer een onderwerp uitlichten dat te maken heeft met het houtrookprobleem. Dit om uw kennis te vergroten zodat u uw standpunt beter kunt beargumenteren. Hebt u zelf een vraag over houtrook? U kunt uw e-mail sturen naar: info@houtrookvrij.nl