Tag

rook

Hoe duurzaam is eigenlijk het verbranden van hout?

Dit keer vroegen wij om verheldering aan Ruud Lardinois als voorzitter van Stichting Kritisch Bosbeheer. Eén van de belangrijkste verkoopargumenten in de houtkachelbranche is dat hout verbranden “duurzaam” zou zijn, omdat je immers een vernieuwbare voorraad gebruikt. Ook de overheid schermt vaak met deze term. Hoe duurzaam is eigenlijk het verbranden van hout?

Leuk onderwerp. Als we het samenvatten dan spreken we in dit verband tegenwoordig over ‘biomassa’. In de ecologie verstaan we daar overigens wat anders onder, ik kom er verderop kort op terug. Begrippen als ‘biomassa’ en ‘duurzaam’ worden heden vaak aangewend in functie van energiewinning. Kernpunten zijn dan het veronderstelde uitgangspunt van relatieve vrije beschikbaarheid van brandbare gewassen en het daarmee tegelijkertijd vermijden van CO2-uitstoot. Met het verbranden van biomassa komt weliswaar CO2 vrij, maar die wordt weer vastgelegd als het verbrande materiaal, een boom of struik, weer aangroeit. En dat is nu juist de vraag. Want de houtstoker aanvaardt aldus ten minste een soort hypotheek op zijn onderneming en lost die pas daadwerkelijk in zodra de boom of struik die hij eerst kapte en verbrandde weer de oorspronkelijke omvang heeft aangenomen. Deze hypotheek wordt echter zelden of nooit in een akte vastgelegd… We moeten maar zien of zijn (plaatsvervangende) belofte in de toekomst wordt ingelost. Op dit proces berust desondanks waarschijnlijk het begrip ‘duurzaam’ zoals de overheid en verschillende organisaties het verbranden van biomassa in termen van ‘hernieuwbaar’ propageren.
Hoe duurzaam is duurzaam?
Het woord ‘duurzaam’ bevat een tijdseenheid, zij het een ongedefinieerde. Is het ‘duurzame’ proces van het verbranden van hout oneindig te herhalen? Die suggestie wordt gewekt. Wij denken dat dat niet vanzelfsprekend zo is. Voor alle houtige en niet-houtige gewassen is het metabolisme er op gericht om uit zonlicht en CO2, als belangrijkste basale assimilatieprocessen, te groeien. Beide componenten zijn altijd beschikbaar en inderdaad oneindig te gebruiken omdat ze mobiel zijn en overal en altijd in voldoende mate beschikbaar zijn. Maar alle organismen hebben daarnaast ook andere onmisbare bouwstoffen nodig om te groeien en te leven. Het hangt af van de soortgroep en van de soorten daarbinnen om welke stoffen en noodzakelijke hoeveelheden het werkelijk gaat. Het ene organisme stelt andere eisen dan het andere. Eén van de belangrijkste componenten daaruit is wel kalk (calcium). Calcium en andere noodzakelijke mineralen om te groeien zijn alleen in de bodem beschikbaar en voor het gewas ook alleen via het wortelgestel opneembaar. Zij worden door schimmels en bacteriën in symbiose met het gewas aan de boomwortels in opneembare vorm beschikbaar gesteld. In ruil daarvoor ontvangen zij koolhydraten de boom of struik. Zonder schimmels en bacteriën gaat onze natuurlijke wereld dood. Er zijn doorgaans geen natuurlijke processen gekend waaruit mineralen uit externe bronnen substantieel zouden kunnen worden aangevuld. Met andere woorden: eenmaal weg betekent hier altijd weg. In ons land zijn alleen overstromende rivieren in estuaria en uiterwaarden in staat om lokaal van elders aangevoerde mineralen toe te voegen. Dat gaat echter om betrekkelijke kleine hoeveelheden en bovendien hebben wij Nederlanders een hekel aan overstromende rivieren.

Als deze stoffen uit hier geoogst hout elders door verbranding worden vrijgezet dan gaan de mineralen op de oogstplek verloren. Overblijvende organismen zullen het met minder moeten doen. Afhankelijk van de plek (bodemtype en vitaliteit daarvan) zal al na enkele malen oogsten een groeivertraging en verminderde vitaliteit bij de gewassen en dus ook bij de dierensoorten die daarvan leven gaan optreden. Meer op arme gronden, zoals venige en zanderige bodems, langzamer op lemige en kleibodems. Maar het proces van oogsten en elders verbranden leidt altijd tot een afname van mineralen die in onze ecosystemen van nature nooit ‘weglekken’. Ook bij een bosbrand bijvoorbeeld blijven de mineralen in het systeem achter en blijven derhalve oneindig beschikbaar voor volgende organismen. In dit stadium van mijn betoog is zelfs een bosbrand duurzamer dan een houtgestookte kachel. Dit is dan ook de belangrijkste reden dat wij fundamenteel bezwaar hebben tegen het verbranden van biomassa afkomstig uit natuurgebieden. Bij elke afvoer gaat de natuur onomkeerbaar een beetje verder stuk. Dat is bepaald niet-duurzaam.

Wat is uw mening over het verbranden van hout in houtkachels?
Verreweg de meest kachels die in ons land in omloop zijn deugen niet. De verbranding daarin is slecht doordat er veel en sterk vervuilende koolwaterstoffen onverbrand in de atmosfeer terecht komen, terwijl het bovendien enorme fijnstofhaarden zijn. De meeste metalen kachels zetten ook zelden een hogere calorische waarde uit het hout in bruikbare warmte om dan een beschamende 20%. De cijfers van fabrikanten zijn in de meeste gevallen ronduit misleidend. Dergelijke kachels zouden onmiddellijk verboden moeten worden. In Duitsland bijvoorbeeld zijn ze niet meer toegestaan, of dienen ten minste van speciale filters voorzien te zijn. De eisen daar zijn strenger en worden verplicht elke jaar door metingen gecontroleerd. Men onderkent aldaar de soms ernstige nadelige effecten voor het milieu en gezondheid. Het verbranden van hout in open haarden is ronduit verschrikkelijk. We maken er geen woord aan vuil. Verbieden. 

Er zijn echter wel degelijk goede kachels. Enkele typen tegelkachels, die helaas erg kostbaar zijn, want meestal in handwerk vervaardigd, halen zeer acceptabele waarden in goede verbranding, rendement en fijnstofuitstoot. Een fatsoenlijke tegelkachel kan zelfs licht beter op deze onderdelen presteren dan aardgastoestellen. Uiteraard ervan uitgaande dat het te stoken hout droog is. Dat kost onder goede omstandigheden en bij lichtere houtsoorten zeker drie jaar, bij hardere houtsoorten is vijf jaar drogen wenselijk. Veel houtstokers en houtkachelverkopers denken daar helaas veel te gemakkelijk over. Er zijn recent in Duitsland enkele metalen typen kachels ontwikkeld met speciale (na)verbrandingsmechanismen. Soms met ongewone vuurbeelden, waarbij naast het gewone vuurbeeld een omgekeerde naar beneden gerichte vlam zichtbaar is. Een beetje komisch gezicht, maar het werkt uitstekend. Zo’n kachel is duurder maar aanzienlijk beter in vermeden ongewenste uitlaatgassen en te behalen rendement.

Samengevat
Over het algemeen, uitgaande van de vigerende praktijk, achten wij het verstoken van hout (biomassa) weinig of niet duurzaam. We neigen er naar om dat oordeel ook te hebben ten aanzien van zogenaamde bijstook van biomassa in energiecentrales. Er zijn daarvan vele uiteenlopende typen in gebruik die je niet kunt generaliseren. Wél op het punt van de herkomst van de ‘biomassa’. Die mag wat ons betreft nooit afkomstig zijn uit natuurgebieden om redenen die ik eerder al schetste. Het is onmogelijk om organisch materiaal uit natuurgebieden te verstoken zonder dat die natuurgebieden verarmen. In ecologische context kun je die lijn nog voortzetten met de vaststelling dat hout uiteindelijk ook in de natuur zal vervallen in mineralen en CO2. Bij die vervalprocessen zijn echter grote hoeveelheden organismen als schimmels, bacteriën, houtetende insecten, enzovoort betrokken. Met een eventuele oogst van het hout blijven deze organismen brodeloos in dat natuurgebied achter. En wie in de natuur niets te eten heeft gaat dood. Ook daarom is het begrip duurzaam in de besproken context niet zomaar op natuurgebieden toe te passen en vaak zelfs misleidend.

Welke rol voorziet u voor de overheid?

De overheid behoort een regisserende rol te spelen waar ook andere belangen dan een gunstigere CO2-boekhouding alleen worden meegewogen. Bomen zijn géén CO2-automaten. Die versimpeling is misleidend. Wat ons betreft kan ze maatregelen die op dit vlak nu in Duitsland gelden als inspirerend voorbeeld ter harte nemen. Vooral de laatste jaren komen er steeds betere gegevens beschikbaar over de schadelijke effecten van fijnstof, onverbrande koolwaterstoffen, ecologische ontwrichting, et cetera, die aanleiding geven voor de noodzaak op het bijsturen van wetgevend beleid. Helaas is Nederland op het gebied van ‘duurzaam’ op Malta na het slechtste jongetje van de klas. Daar ligt dan ook wat ons betreft de sleutel voor verandering. Onze zorg voor een fatsoenlijk natuurlijk milieu kan prima samengaan met optimisme. Dat kan niet zonder de overheid. Als zij het verbranden van vogelgriepkippen, Q-koortsgeiten en per schip aangevoerde houtsnippers uit Canadese oerbossen als duurzaam bestempeld, want daar bestaat voor een groot deel ons schamel aandeel van 4% ‘duurzaam’ uit, zal er nog veel onnodig vervuilde uitlaatgassen uit schoorstenen opstijgen.

Tegelkachel uit midden 16de eeuw.

SKB-20141017-47448 zwart

Het is bijna niet tegeloven dat deze historische tegelkachel qua rendement en comfort de huidige gebruikelijke metalen houtkachels flink overtreffen. Let niet op de vormgeving: men kan zo’n kachel elk gewenst uiterlijk meegeven. Als het moet in de vorm van Mickey Mouse…

Moderne tegenstroomtegenkachels gaan een stap verder. Goede tegelkachels bouwen blijft handwerk en is daarom relatief kostbaar. Een uurtje brand zo’n ding en de kamer is de hele dag warm. Steeds meer komen ook betaalbare metalen kachels beschikbaar die alle gerechtvaardigde milieu-eisen inwilligen. Duitsland is hier maatgevend, al zijn er ook andere landen die volgen. Nederland is helaas hekkensluiter.

 

Heeft u zelf een vraag?
Wij willen iedere keer een onderwerp uitlichten dat te maken heeft met het houtrookprobleem. Dit om uw kennis te vergroten zodat u uw standpunt beter kunt beargumenteren. Hebt u zelf een vraag over houtrook? U kunt uw e-mail sturen naar: info@houtrookvrij.nl

Fijnstof: rommel die in de lucht zit

“Fijnstof, rommel die in de lucht zit”

Dat is volgens milieu-epidemioloog Bert Brunekreef de helderste definitie van fijnstof. Op 20 april organiseerde het Kenniscafé, een co-productie van De Volkskrant, KNAW, science center Nemo en De Balie, een podiumdiscussie over het thema fijnstof. Stichting Houtrookvrij was aanwezig.

Allereerst de wetgeving. Volgens Brunekreef moet de fijnstofnorm een stuk scherper komen te liggen: “De huidige norm heeft niks te maken met gezondheid.” In Nederland ligt deze Europese norm 2,5 keer hoger dan de aanbeveling van de World Health Organization (WHO). Zelfs in de VS is de fijnstofnorm 2 keer scherper. “Het wordt tijd dat we het voorzorgsprincipe in Europa ook bij dit dossier toepassen,” aldus Brunekreef.
Op individueel niveau zijn de causale gezondheidseffecten van fijnstof moeilijk aan te tonen, maar dat geldt ook voor overgewicht. Uit recentere epidemiologische onderzoeken blijkt duidelijk dat fijnstof niet alleen ouderen raakt, maar alle leeftijden. Denk aan een lagere longfunctie, en langzamere ontwikkeling en groei bij kinderen. Hoge blootstelling bij de zwangerschap leidt tot gezondheidsrisico’s voor zowel moeder als ongeboren kind.

Bronnen
Wat zijn de grootste niet-natuurlijke bronnen van fijnstof? Eigenlijk alles waar de mens iets verbrandt. Denk aan verkeer, energiecentrales, en natuurlijk houtkachels. Daar ligt, volgens Brunekreef, direct de oplossing op langere termijn: niets meer in brand steken. “Als het dan toch moet, éérst aardgas, dan olie, dan eventueel kolen, en ver daarna pas biomassa (hout, red.).”
Peter van den Hazel, medisch milieudeskundige voor onder meer GGD Gelderland en Overijssel, vergelijkt het gezondheidseffect van fijnstof met een schaafwond die binnen in het lichaam ontstaat. Volgens van den Hazel sterven wereldwijd per jaar 900.000 kinderen door blootstelling aan fijnstof, met name door verbranding van biomassa voor verwarming en koken in armere gebieden.

Houtkachels
Over de houtkachelproblematiek laat van den Hazel weten: “Daar wordt bij ons veel over geklaagd. De lokale wetgeving is er niet op berekend. Dus we lopen ook daar weer tegen lokale problemen aan waar gemeenten gewoon geen handhavingsmogelijkheden hebben. Er zijn een aantal nieuwbouwwijken in Nederland waar men besloten heeft dat er in de verordening komt dat er geen houtkachels of allesbranders mogen komen, dat is maar een heel enkele keer gelukt.”

De GGD ontvangt naar eigen zeggen heel veel klachten en vragen over houtkachels. Van den Hazel: “Houtkachels zijn een groot probleem. We adviseren daar gemeenten over, met mediators, rijdende rechters, et cetera, maar vaak komt men er niet uit. Het advies van de GGD is: doe het niet. We proberen mensen in ieder geval via brochures een goed stookgedrag mee te geven om de overlast enigszins te beperken. Maar als je met onwillige mensen te maken hebt, dan kan het wel eens een blijvend probleem zijn.”

Verkeer
Anne Knol, campaigner luchtkwaliteit bij Milieudefensie, richt haar pijlen met name op fijnstof uit verkeer. In de stedelijke omgeving is veel winst te behalen door bijvoorbeeld sterk vervuilende scooters en vrachtwagens aan te pakken. Knol merkt op dat PM10, de grotere fijnstofdeeltjes, een relatief gelijkmatige deken over een gebied vormen. Dat is niet zo bij de meest gevaarlijke deeltjes, ofwel ultra-fijnstof (PM0.1): “Daar zien we lokaal zeer hoge variaties.” En laat nou net houtrook ook grote hoeveelheden ultra-fijnstof bevatten.
Toch is Knol optimistisch: “Het probleem is bekend en oplosbaar. Alleen de wil is nodig.” Van onze eigen regering hoeven we in Brussel echter niet veel te verwachten. Juist de Nederlandse overheid deed haar best om de normen zo soepel mogelijk te krijgen. En was nog trots op het resultaat ook. “De normen komen uit 1994 en moeten scherper, maar er zitten ook nog 200 lobbyisten uit de industrie in Brussel om dit tegen te werken,” aldus Knol.

Kosten/baten
Maar scherpere fijnstofnormen, gaat dat niet ten koste van de economie? Nee, zo blijkt uit onderzoek. Brunekreef: “Als je kijkt naar de economische kosten en baten, dan kunnen de normen kunnen veel strenger zonder dat het ten koste gaat van de economie. Investeringen in schone lucht betalen zich uit in lagere gezondheidsuitgaven en ziekteverzuim.”
Sterker nog, fijnstof is het beste dossier om winst te behalen, zo legt Brunekreef uit. Knol voegt daar aan toe dat luchtvervuiling in Nederland jaarlijks leidt tot 4,5 miljoen ziekteverzuimdagen.

Aandacht
Het publiek ziet oplossingen om fijnstof beter onder de aandacht te krijgen vooral in meer meten. Bijvoorbeeld door fijnstofborden in de straat, zoals er nu her en der snelheidsborden met smileys hangen. En fijnstoflabels op Funda.
Meer meten zal tegelijkertijd de problematische houtstook beter op de kaart zetten. Op naar een wereld zonder verbranding. En laten we dan beginnen met biomassa.

Bekijk de hele aflevering van het Kenniscafé over fijnstof (met op 1u17 het stukje over houtkachels):

Radiocolumn Jaap Huibers 12 april 2015 – Houtrook… Mogen we elkaars gezondheid en het milieu schade toebrengen?

logo radio m

Column Jaap Huibers  (bron)

Houtrook… Mogen we elkaars gezondheid en het milieu schade toebrengen?

Goedemorgen luisteraars,

Vorig jaar, eind maart begin april, heb ik in twee columns uw aandacht gevraagd voor de ernstige gevaren en de overlast ten gevolge van houtrook, ofwel, de ellende die veroorzaakt wordt door mensen die het zelf zo erg leuk vinden om in huis ‘vuurtje te stoken’, ofwel, te pas en te onpas de houtkachel (evt. open haard) aan te steken. Begin maart j.l. ontving ik een brief van de voorzitter van de Stichting Houtrookvrij. Omdat het hier een ernstig iets betreft, zeker waar het onze gezondheid en het milieu betreft, meen ik er goed aan te doen deze brief aan u voor te lezen, ofwel, met u te ‘delen’.

Beste Jaap Huibers,

Betreft: jouw column van 6 april 2014: Houtrook bevat levensgevaarlijke stoffen.

Hartelijke dank dat jij vorig jaar in je column ongezouten je mening hebt verwoord betreft de gevaren bij houtverbranding. Mocht jij er nog eens aandacht aan willen geven en meer informatie nodig hebben, dan zijn wij graag bereid al onze ervaringen en kennis aan te reiken. Sinds november 2014 zijn wij een Stichting geworden om zo een meer serieuze gesprekspartner te kunnen zijn voor tal van instanties. Onze naam is nu ‘Stichting Houtrookvrij en onze site is www.houtrookvrij.nl

We werken ook samen met de site www.houtrook.nl.

Inmiddels hebben beide sites samen zo’n 20.000 bezoekers per maand. Dat is een verdubbeling van vorig jaar. De strekking van die 20.000 klachten per maand zijn aan het veranderen van overlast van een kachel naar overlast van meerdere kachels in de directe (bebouwde) omgeving. Dat maakt het probleem nog ernstiger, omdat het niet meer uitmaakt waar de wind vandaan komt. Altijd wordt er houtrook geroken in de bewoonde omgeving. Dagelijks ontvangen wij brieven van mensen uit het gehele land, waar de machteloosheid van afdruipt. En NIEMAND KAN HELPEN. De gemeente, de politie, de brandweer, allen worden benaderd, maar niemand kan iets doen. Gemeenten hebben geen kennis inzake dit onderwerp, of erkennen het probleem niet of geven aan, geen geld te hebben voor handhaving etc. Inmiddels hebben wij klachten uit 192 gemeenten in Nederland en nog steeds geeft de landelijke politiek niet thuis…

Tot zover de brief van de Stichting Houtrookvrij.

Welnu, beste luisteraars, toch wel een diep tragisch feit, dat er mensen zijn, die zich letterlijk, dus feitelijk, geen donder aantrekken van het milieu en de gezondheidsschade die hun houtsrookgedrag veroorzaakt. Want, en dat is intussen klip en klaar duidelijk, houtrook behoort tot een van de meest schadelijke stoffen voor gezondheid en milieu. Het is toch te bizar voor woorden, dat op weet ik veel hoeveel niveaus regels en wetten zijn, die gezondheid en milieubeschermend moeten functioneren. Zoals: niet meer roken in openbare gebouwen, cafés, geen oude auto’s in de (dicht bevolkte binnen) steden, vette milieubelastingen op god weet wat, onder het mom van ’we investeren in een schoon milieu’, en dan, op 22 en 23 maart j.l., een mooie, beginnende lenteavond om in de tuin nog een half uurtje te werken, ja dan uit je tuin moeten wegvluchten omdat in de directe omgeving ego-individuen bezig zijn hun eigen, m.i. vreemde plezier te beleven aan het toch weer stoken van de houtkachel, met alle stank en ongezonde lucht van dien. Wie in deze tijd,waar milieu, alsook gezondheid van ieder mens, een zeer belangrijk item is, omdat er al zoveel ongezonde ellende in het milieu is binnengedrongen, ja, wie in deze tijd nog steeds een houtkachel meent en zelfs durft te stoken, die mens moet toch eens bij zichzelf te raden gaan en zich afvragen, serieus en in alle eerlijkheid: is het wel verantwoord om in een bebouwde kom, een bebouwde omgeving waar veel mensen wonen, die ellende rook door mijn toedoen te produceren en is dat houtkachel echt wel nodig? Wist u, dat er mensen zijn met long- en bronchiproblemen, die t.g.v. het houtsrookgedrag van mensen in hun directe omgeving, bij de huisarts en zelfs de longarts moeten aankloppen voor medicijnen, omdat ze anders stikken van benauwdheid.

En dan dat heel oude gezegde:

“WAT GIJ NIET WILT DAT U GESCHIED, DOE DAT OOK EEN ANDER NIET….” Verpest het milieu niet, draag niet bij aan het veroorzaken van schade aan de gezondheid van uw medemensen. Je leegt toch ook geen tank met varkensgier in de straat, met alle stank en zeer ongezonde (ammoniak)lucht van dien?

Kijk vooral eens op www.houtrookvrij.nl en www.houtrook.nl

Verdiep u eens wat ernstig in de kwalijke ellende die houtrook kan veroorzaken.Als we iets voor elkaar over hebben, in menselijk, positieve zin, werk er dan een mee, dat we allemaal schone en gezonde lucht kunnen inademen.

Luisteraars, graag weer tot de volgende week.

© 2015, Jaap Huibers, Amerongen

Samenvatting rapport WHO over de nadelige gezondheidseffecten stoken hout

Met dank aan een vrijwilligster van de stichting Houtrookvrij voor de vertaling van de relevante onderdelen van het rapport.In deze samenvatting is daar waar zinvol een relatie gelegd met de Nederlandse situatie.
whoBegin 2015 is er een rapport verschenen van de World Health Organisation (WHO) over de nadelige gezondheidseffecten van het verwarmen van woonhuizen met hout en kolen: Residential heating with wood and coal: health impacts and policy options in Europe and North-America.
Dit rapport concentreert zich op de situatie in Europa en Noord-Amerika, waar zich vele streken bevinden die voor verwarming van deze brandstoffen afhankelijk zijn. In Nederland is bijna niemand voor verwarming uitsluitend op hout of kolen aangewezen. Het kolentijdperk hebben we lang achter ons gelaten en bijna iedereen beschikt over schoon aardgas. Toch wordt ook in Nederland steeds meer hout gestookt, in open haarden, allesbranders en houtkachels. Dit is geen noodzaak, maar louter omdat het zo ‘gezellig’ is.

________________________________________

Het verwarmen van woonhuizen d.m.v. hout is een belangrijke bron van (buiten)luchtverontreiniging. Het kan ook aanzienlijke vervuiling binnenshuis veroorzaken, wanneer vervuilde buitenlucht binnendringt. Bij het verbranden van hout komen fijnstof en kankerverwekkende stoffen vrij. Er is inmiddels voldoende bewijsmateriaal om verwarming met hout in verband te brengen met gezondheidsproblemen zoals luchtwegaandoeningen en met vroegtijdige sterfte door hart- en vaatziekten.
Bij de bestrijding van luchtvervuiling wereldwijd moet volgens de WHO meer aandacht worden besteed aan de grote rol die hout en houtige biomassa hierin speelt, en het is van groot belang dat de kennis hierover zowel bij landelijke en lokale overheden als bij het grote publiek wordt verbreed.

In Midden-Europa, en dus ook in Nederland, worden hoge fijnstofwaarden aangetroffen, o.a. als gevolg van verwarming met vaste brandstoffen als hout en kolen, en vooral van fijnstofdeeltjes met een diameter van minder dan 2,5 micrometer (PM2.5). Schattingen gaan er van uit dat in Europa 61.000 mensen hierdoor voortijdig overlijden.

Een van de problemen bij het stoken op hout in woonhuizen, is het feit dat er gebruik wordt gemaakt van kleinschalige verbrandingstoestellen (de open haard wordt vanwege zijn zeer lage rendement door de WHO niet eens als serieuze verwarmingsbron gezien). Deze toestellen zijn niet in staat de hoge temperaturen te bereiken die volledige verbranding garanderen, waarbij alle koolstof wordt omgezet in CO2.
Het gevolg zijn schadelijke emissies, zoals fijnstof PM2.5, koolmonoxide (CO), roet (black carbon, draagt bij aan broeikaseffect), methaan (ook een broeikasgas), stikstofoxides, aldehydes en vluchtige organische stoffen. Op buurtniveau zorgt dit voor een piekbelasting, die meestal niet wordt gemeten en waar geen regelgeving voor bestaat, in tegenstelling tot de uitstoot van bv. verkeer, industrie of energiecentrales. Juist omdat het om woonbuurten gaat, is er een hoge kans dat veel mensen aan die verhoogde waarden worden blootgesteld, door hun eigen verbrandingstoestel (vervuiling van de binnenlucht) en/of dat van buren (binnendringen van vervuilde buitenlucht), vooral wanneer het koud en windstil weer is.

Toelichting van de bestanddelen in de uitstoot van particuliere verwarming met hout en kolen:
PM2.5: een van de belangrijkste vervuilende stoffen en een goede indicator voor het meten van de gezondheidsschade door de verbranding van vaste brandstoffen. Fijnstof is breed bestudeerd en de meeste maatregelen voor emissiereductie focussen op fijnstof.
BC ofwel black carbon ofwel roet: black carbon is een bestanddeel van PM2.5 en wordt gezien als ongunstig voor de gezondheid. Het draagt bij aan het broeikaseffect en kan andere schadelijke stoffen, zoals vluchtige koolwaterstoffen, aan zich binden.
OC ofwel organic carbon ofwel organische koolstof: OC is ook een bestanddeel van PM2.5, en wordt beschouwd als een vervuilende stof. CO ondergaat allerlei chemische veranderingen onder invloed van zonlicht en temperatuur.
Gassen: koolmonoxide, stikstofoxides, PAK’s, zwaveldioxide en vluchtige organische stoffen (VOS).
Levoglucosan: dit komt vrij bij de verbranding van biomassa en wordt vaak gebruikt als een indicator voor de aanwezigheid van emissies uit vaste brandstoffen.
Andere bestanddelen: als onder invloed van economische omstandigheden of door onwetendheid mensen ertoe overgaan meubels, plastic of afval (mee) te verbranden, komen er nog veel meer stoffen vrij die de gezondheid bedreigen, zoals dioxines en lood.

Er zijn in Europa maar een paar landen die beperkende maatregelen hebben ingevoerd voor toestellen met een te laag rendement of een limiet hebben gesteld aan de uitstoot. Een aantal landen stimuleert het gebruik van hout en andere biomassa voor de verwarming van woningen zelfs als ‘duurzame energie’, die klimaatverandering en afhankelijkheid van vaste brandstoffen zou kunnen tegengaan. De economische crisis in Europa heeft er bovendien voor gezorgd dat burgers om economische redenen op het stoken van hout overstappen. De verwachting is dat hierdoor binnen de EU het verwarmen d.m.v. hout voorlopig niet zal afnemen en wellicht nog zal toenemen. Dit vindt de WHO een zorgelijke ontwikkeling, die om een effectieve aanpak vraagt.

Tussen 1990 en 2005 zijn de PM2.5 emissies van huishoudens die op vaste brandstoffen stoken sterk toegenomen in vergelijking met andere sectoren zoals verkeer en industrie, die juist beter gecontroleerd en aan banden gelegd worden, en deze trend zet zich helaas voort. De invoering van geavanceerde technologie op het gebied van houtkachels gaat te langzaam, en er zijn te weinig stimuleringsmaatregelen voor de inruil van verouderde toestellen.

Moderne houtkachels lozen – onder ideale omstandigheden en exact volgens de handleiding gebruikt – een beperkte hoeveelheid vervuilende gassen en fijnstof direct op de buitenlucht en de verontreiniging binnenshuis is daarbij minimaal.
In de praktijk zijn de omstandigheden meestal minder ideaal: door verkeerde bediening, het stoken van nat hout, onvoldoende ventilatie, het te vol laden van de kachel of het temperen (smoren) van het vuur, kunnen buiten- en binnenlucht vervuild raken, en kunnen zich zelfs gevallen van koolmonoxidevergiftiging voordoen. Juist omdat de verbrandingsbron zo dichtbij is, is de kans op inademing van schadelijke stoffen hoog.

Blootstelling aan rook is altijd ongezond, ook als het slechts kort is. Bij dierproeven is van 28 schadelijke stoffen in houtrook aangetoond dat zij giftig zijn, van 14 dat zij kankerverwekkend zijn en van 4 dat zij kankerbevorderend zijn.
Fijnstof wordt eveneens beschouwd als kankerverwekkend, en de WHO houdt hier tegenwoordig rekening mee bij de vaststelling van nieuwe richtlijnen voor binnenluchtkwaliteit.

Er zijn honderden epidemiologische studies uitgevoerd (m.b.t. luchtverontreiniging, bosbranden, het verbranden van landbouwafval, de uitstoot van dieselauto’s, roken en meeroken) die de effecten van fijnstofemissies koppelen aan gezondheidsproblemen, ziekenhuisopnames en sterftetoename. Er is geen reden om aan te nemen dat de uitstoot van particuliere houtkachels deze effecten niet heeft.

Blootstelling aan fijnstof heeft in het gunstigste geval oogirritaties, hoestaanvallen of benauwdheid tot gevolg. Maar het kan eveneens het verloop van luchtwegaandoeningen zoals astma, COPD, bronchiolitis (een ontsteking van de bronchioli, de kleinste luchtwegen) en middenoorontsteking verergeren en leiden tot chronische aandoeningen. Langdurige blootstelling wordt bij kinderen in verband gebracht met infecties (waaronder longontsteking) van de lagere luchtwegen (bronchiën, longweefsel en longblaasjes) en bij vrouwen met COPD, verminderde longcapaciteit en longkanker. Ook is een samenhang met doodgeboortes en de geboorte van baby’s met een laag geboortegewicht. Natuurlijk zorgt dit alles ook voor een ongewenste toename in medicijngebruik en het verlies van vele gezonde levensjaren.
Recente studies wijzen ook op een verband tussen fijnstof en de (on)gezondheid van hart en bloedvaten.

Er zijn niet veel onderzoeken gedaan waarbij gezonde volwassenen opzettelijk langdurig werden blootgesteld aan houtrook. Ook moet er nog meer onderzoek worden gedaan naar de blootstelling in de verschillende fases van het verbrandingsproces (aanmaken, voluit branden, uitbranden). In zijn algemeenheid legt men echter een relatie met o.a. bloedklontering, ontstekingen in de lagere luchtwegen, slijmvliesirritatie, en verstijving van de bloedvaten.

Houtrook bevat naast fijnstof veel roet ofwel black carbon. Van de wereldwijde uitstoot van black carbon door de verbranding van biomassa komt 34 tot 46% voor de rekening van particuliere huishoudens (verwarming en koken). Er is voldoende onderzoek dat wijst op gezondheidseffecten door black carbon, zowel op de lange als korte termijn, met name op hart- en vaatziekten, en hart-longziekten.

Er moet dus wereldwijd minder gebruik gemaakt worden van vaste brandstoffen als hout (en kolen), de verbranding moet efficiënter (vervanging van oude kachels door kachels met keurmerken, invoering van pelletkachels) en de vervuiling moet beter afgevangen worden (filters). Er moeten regels voor de emissies van houtgestookte verbrandingstoestellen komen, en de marketing, verkoop en verspreiding van vaste brandstoffen moet aan banden worden gelegd.

In Nederland beschikt bijna iedereen over schoon aardgas, dus dat zou hier de eerste keuze moeten zijn. In landen waar geen schone brandstoffen beschikbaar zijn komt als eerste keuze de hoogrendements-houtkachel in beeld. Voorlichtingscampagnes moeten er voor zorgen dat men hier ook op de juiste wijze in stookt, dus alleen met droog en schoon hout, zonder het vuur te smoren, en niet op dagen met een slechte luchtkwaliteit (mist, smog).

De WHO benadrukt dat men naar schone brandstoffen moet omschakelen wanneer dit maar enigszins mogelijk is en dat in elk geval onnodige sfeer- en bijverwarming vermeden moet worden. De kennis over de gezondheidsrisico’s van houtstook moet onder burgers verbreed worden, en daarbij is het belangrijk ook het imago van houtstoken door te prikken. Kennis alleen leidt vaak nog niet tot gedragsaanpassing. Door het voeren van campagnes moet de link tussen houtstoken en gezelligheid en geborgenheid doorbroken worden. De succesvolle campagnes tegen het roken van sigaretten kunnen ons daarbij tot voorbeeld dienen.

Voor het terugdringen van emissies is het belangrijk andere manieren van verwarmen aan te wenden en te ontwikkelen, b.v. stadsverwarming, aardwarmte, koude-warmteopslag of het gebruiken van de restwarmte van industrie en energiecentrales.

Hoewel verbetering van de buitenluchtkwaliteit voorop staat, kan op individueel niveau de luchtkwaliteit binnenshuis verbeterd worden door het gebruik van HEPA-filters om fijnstof buiten te houden, en het toepassen van luchtzuiveringsapparatuur.

Er zijn al diverse maatregelen genomen om de uitstoot door houtverbranding in de toekomst te verminderen.
De EU heeft het zg. ‘ecodesign-label’ geïntroduceerd, dat aangeeft dat men een geavanceerd verwarmingstoestel met hoog rendement aanschaft. Oostenrijk, Denemarken, Duitsland, Noorwegen en Zweden hebben een nationale emissienorm vastgesteld voor particuliere houtkachels. Canada en de VS hebben normen vastgesteld voor de efficiëntie van nieuwe houtverbrandingstoestellen. Deze maatregelen concentreren zich in de eerste plaats op de reductie van fijnstof, maar ook op de vermindering van koolmonoxide (CO).
Er zijn in verschillende Europese landen financiële stimuleringsmaatregelen om verouderde apparatuur in te ruilen voor efficiëntere toestellen en om op andere manieren van verwarming over te stappen, zoals aardwarmte etc. Waar men niet om het verwarmen met hout heen kan, wordt de aanschaf van pelletkachels aangemoedigd.

In delen van de VS zijn zg. “no burn” dagen ingesteld (verplicht en vrijwillig) op dagen met ongunstige meteorologische omstandigheden (koud windstil weer, temperatuurinversie). Op die dagen mogen bv. houtkachels zonder certificaat niet gestookt worden, of is zelfs elke wijze van houtverbranding verboden.
Het inwisselen van inefficiënte apparatuur is in delen van de VS verplicht, bv. bij verkoop moet een huis over een gecertificeerde haard beschikken. Voorts mag men in sommige huizen geen gebruik maken van verwarming d.m.v. hout. Is er geen andere verwarmingsbron, dan mag men per woning niet meer dan één houtkachel bezitten. Op andere plaatsen wordt vooral gecontroleerd op de uitstoot, geeft men adviezen omtrent verstandig stoken en/of heeft men een strategie ontwikkeld om klachten over emissies te behandelen.
Het verdient volgens de WHO ook aanbeveling om een stimulans te geven aan de ontwikkelaars van houtverbrandingsapparatuur, zoals technici, studententeams, uitvinders etc., om een nog efficiëntere generatie houtkachels te ontwerpen.

Met betrekking tot het toekomstige gebruik van hout en houtige biomassa voor verwarming en energieopwekking is een betere afstemming tussen individuele landen noodzakelijk.
Bij elke keuze die te maken heeft met klimaatverandering en duurzame energie moeten beleidsmakers zich bewust zijn van de vervuiling die houtverbranding met zich meebrengt en direct alternatieven overwegen of in elk geval de meest geavanceerde techniek promoten.
Er is wereldwijd grote behoefte aan wet- en regelgeving op dit gebied, zowel om de opwarming van de aarde af te remmen als het aantal aan houtverbranding gerelateerde ziektes te reduceren.
Daarvoor moet niet alleen de uitstoot van fijnstof afnemen, maar ook die van vluchtige koolwaterstoffen en koolmonoxide, kooldioxide en methaan.
Kennisvergroting en bewustwording zijn essentieel, en daarbij hoort een actief beleid van de ministeries die zich met luchtverontreiniging, energie en gezondheid bezighouden.
Op regionaal en gemeentelijk niveau moeten inruilprogramma’s voor vervuilende toestellen worden opgezet, bij voorkeur met een financiële tegemoetkoming.

In sommige gebieden moet er een verbod op het stoken met hout komen. Dichtbevolkte stedelijke gebieden of ongunstig gelegen regio’s (bij voorbeeld dalen, waar de rook blijft hangen) moeten worden aangewezen als ‘houtrookvrije zones’ (no burn areas) waar geen hout mag worden gestookt, of – bij gebrek aan andere brandstoffen – alleen in de meest efficiënte houtkachels.
In minder dichtbevolkte zones kunnen, afhankelijk van de weersvoorspelling, ‘houtrookvrije dagen’ worden afgekondigd.

Bij het nemen van maatregelen moet rekening worden gehouden met de snel groeiende groep van 65-plussers, waaronder relatief veel mensen zijn met chronische luchtwegaandoeningen of hart-en vaatziektes. Ook baby’s en kleuters vormen een kwetsbare groep, omdat zij sneller dan grotere kinderen en volwassenen luchtwegaandoeningen en infecties oplopen.

Regionale en lokale autoriteiten moeten, samen met patiëntenorganisaties, brede voorlichtingscampagnes opzetten om burgers te informeren over de gevaren van houtstook voor gezondheid en milieu, en het heilzame effect op de gezondheid wanneer zij van schonere energiebronnen gebruik maken. Er zouden folders kunnen worden verspreid met informatie over schone energiebronnen en verstandig stoken. De misvatting dat houtstoken CO2-neutraal, duurzaam en milieuvriendelijk is moet daarin met kracht bestreden worden. De grootste uitdaging is echter om het gedrag van burgers te doorbreken, vooral daar waar mensen goedkoop aan hout kunnen komen. Bevordering van de publieke kennis over dit onderwerp is dus van levensbelang.

Samenvattend handelt een groot deel van dit rapport over de noodzaak van hoog renderende houtkachels. Dat is niet vreemd, omdat men op tal van plaatsen op hout als brandstof aangewezen is. Nederland is een van de weinige landen waar bijna alle burgers op het aardgasnetwerk zijn aangesloten. Het stoken van houtkachels is dus eigenlijk een extra luxe. Het is precies die ‘onnodige sfeer- en bijverwarming’ waar de WHO op doelt, en die dus vermeden moet worden. Tegelijk is Nederland zeer dichtbevolkt, en daarmee juist zo’n land waar houtstook volgens de WHO niet thuishoort. Tel daarbij op dat wij een vergrijzende bevolking hebben, op wie de luchtverontreiniging een extra grote impact heeft, en het is duidelijk dat Nederland de houtkachel beter vaarwel kan zeggen. Laten we hopen dat de Nederlandse overheid zich dit rapport aantrekt en nu eindelijk tot actie overgaat.
Hieronder volgt een samenvatting van het WHO-rapport, met de nadruk op hoofdzaken die voor onze Nederlandse situatie van belang kunnen zijn. Klik op de link voor het hele rapport (in het Engels).

Stichting Houtrookvrij ook aanwezig op Longdagen Longfonds

longdagen

Net als vorig jaar gaat de Stichting Houtrookvrij meedoen met ‘het keukentafelgesprek’ tijdens de Longdagen waar de bezoekers vragen kunnen stellen betreft het thema houtrook.

Op 21 en 22 april worden in de Jaarbeurs in Utrecht voor de 4e keer de Longdagen georganiseerd: Longdagen 2015. De Longdagen zijn uitgegroeid tot het nationale congres over longen en longziekten voor professionals, patiënten en publiek. Stichting Houtrookvrij is weer uitgenodigd om voorlichting aan de bezoeker te geven m.b.t. de schadelijke gevolgen van houtrook op de gezondheid. Dit jaar zal er een unieke samenwerking worden gestart waarbij de Longdagen samengaan met de Longartsenweek.

De Longdagen worden gehouden in de Jaarbeurs (locatie Supernova), vlakbij station Utrecht Centraal. Hier vindt u een plattegrond van de Jaarbeurs zodat u kunt zien waar de locatie Supernova zich op het Jaarbeurscomplex bevindt: http://www.jaarbeurs.nl/plattegrond. De Jaarbeurs is uitstekend bereikbaar per openbaar vervoer vanaf station Utrecht Centraal. Details over de bereikbaarheid van de Jaarbeurs met openbaar vervoer of auto kunt u vinden op www.jaarbeursutrecht.nl.

Raadsinformatieavond over houtstook in Utrecht

 

partijvoordedieren

De Partij voor de Dieren organiseert een informatieavond over houtstook.

De Partij voor de Dieren heeft na klachten van inwoners van de gemeente Utrecht op 3 maart jl. een raadsinformatieavond georganiseerd over houtstook in Utrecht en de rol van de gemeente en de GGD als het gaat om voorlichting omtrent de gevaren, en het beperken van de overlast voor omwonenden. De Partij voor de Dieren maakt zich ernstig zorgen om de slechte luchtkwaliteit in Utrecht en de longklachten die inwoners ondervinden door fijnstof/roet/houtstook.

Er waren raadsleden van verschillende partijen aanwezig en de verantwoordelijke wethouder. Penningmeester van de Stichting Houtrookvrij heeft hier 10 minuten gesproken en de heer Jos Merks van Houtrook.nl gaf in een presentatie over de gevaren van houtrook aan dat het de hoogste tijd is voor een verbod op houtstook in woonwijken.

Het is met betrekking tot de aankomende Provinciale Statenverkiezingen van 18 maart a.s. van belang om te benadrukken dat alléén de Partij van de Dieren zich momenteel landelijk echt uitspreekt tegen houtstoken. Zij streven naar een gezonde leefomgeving en vinden dat houtstoken daar niet in past. De PvdD geeft aan belangstelling te hebben voor het onderwerp. Zij hebben gezondheid hoog in het vaandel en hebben aangegeven zich ook provinciaal sterk te willen maken voor het aanpakken van houtstoken. Mensen die klachten over houtrook hebben zouden met de plaatselijke PvdD contact op kunnen nemen en samen met hen een plan kunnen bedenken om houtstook lokaal meer onder de aandacht te brengen.

Oprichting Platform Houtstook


RIVM_Logo

De Stichting Houtrookvrij wordt officieel uitgenodigd als vertegenwoordiger van alle burgerparticipaties.

Het RIVM is in opdracht van het ministerie van I&M bezig met het oprichten van een platform m.b.t. de overlast door houtstook. Het doel van het platform is het stimuleren van de verbinding tussen diverse stakeholders/doelgroepen en het ondersteunen van de maatschappelijke dialoog over houtstook.

Er zal een website worden aangemaakt, een bijeenkomst worden georganiseerd en invulling worden gegeven aan de organisatorische kant van het platform. Uit verschillende maatschappelijke organisaties (gezondheidszorg, overheid, wetenschap, burgernetwerken, milieuprofessionals en kachelbranche) wordt een (ervarings)deskundige als vertegenwoordiger uitgekozen.

Het is de bedoeling dat een werkgroep diverse taken op zich zal nemen om de website actief te maken/houden, bv. het plaatsen van informatie en netwerkgegevens, het informeren over initiatieven, het formuleren van maatregelen en technieken om overlast van houtstook tegen te gaan. Daarnaast zal de werkgroep, samen met het RIVM, 1 á 2 keer per jaar bijeenkomsten organiseren. Het RIVM zal optreden als voorzitter van de werkgroep. Begin maart zijn de werkgroepleden van het Platform Houtstook voor de eerste keer bij elkaar geweest en hebben onderling afspraken gemaakt over rollen en taken.

GGD Amsterdam: geen eindeloos overleg, maar overheidsmaatregelen


GGDAmst

Problemen met houtrook vragen om stevige maatregelen. Dat is de conclusie van het artikel ‘Stop de houtrookoverlast’ door Henke Groenwold en Fred Woudenberg in het tijdschrift ‘Lucht’ nr. 4/5 van september 2014. Beide auteurs zijn werkzaam bij de GGD Amsterdam. “Bijna ongemerkt hebben houtvuren en behoorlijke bijdrage aan de luchtvervuiling in Nederland gekregen. Deze bijdrage neemt absoluut en relatief steeds meer toe. In een tijd waar hard wordt gewerkt om het luchtkwaliteit probleem in Nederland op te lossen wordt regelgeving voor houtrook steeds noodzakelijker. Die regelgeving is ook nodig voor de vele mensen die er veelvuldig en intens last van onder vinden en ziek van worden. De tijd van het inventariseren van de problemen en het praten om er samen uit te komen is voorbij. Het is tijd om maatregelen te nemen.”
Lees hier het hele artikel.

AiREAS meet luchtkwaliteit in Eindhoven

 


aireas-logo

Met de AirBox, een innovatief luchtmeetsysteem, meet AiREAS luchtvervuiling in de regio Eindhoven.

Eindhoven is voorloper in AiREAS. Het beleeft in deze stad zijn primeur. In Eindhoven is de belangrijkste bron van luchtverontreiniging het verkeer. Het mengsel van uitlaatgassen uitgestoten door auto’s, vrachtwagens en bussen op snelwegen en in de stad zorgt voor relatief hoge concentraties luchtvervuiling. Daarnaast is van belang wat er van buiten de stad komt (de ‘achtergrond’). Denk ook aan andere hindernissen zoals vervuiling door de BBQ in de zomer en door houtverbranding in de winter. De AirBoxen (van ECN) maken de concentraties en de bewegingen door de stad zichtbaar. Ze meten vooral de allerfijnste stofdeeltjes, het zg. ultrafijnstof, en daarnaast stikstofdioxide en ozon. De bedoeling is d.m.v. de metingen wetenschappelijk onderzoek op het gebied van gezondheid te ondersteunen. De Stichting Houtrookvrij onderhoud contact met AiREAS over de metingen van houtrook. Voor meer informatie over AiREAS, klik hier.

Noordelijke GGD’s gaan fijnstof in houtrook onderzoeken


logo ggd groningen

Belangrijk nieuws voor niet-stokers in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe:de GGD gaat de rook uit houtkachels onderzoeken.

Veel mensen hebben last van rook uit een houtkachel in hun buurt. Het is moeilijk de mate van overlast vast te stellen. Sommige mensen dienen een klacht in, bijvoorbeeld bij hun gemeente. Het kan gaan om hinder of om gezondheidsklachten. De gemeenten hebben nu vaak moeite met de afhandeling van klachten over houtrook. De noordelijke GGD’s gaan onderzoeken hoe de mate van overlast te beoordelen is. Dit gebeurt zonder contact met degene die de rook verspreidt.

Als onderdeel van het onderzoek gaat de GGD meten hoeveel fijnstof er in de buitenlucht zit bij een aantal mensen met klachten. Fijnstof is een bestanddeel van rook. Voor het meten van fijnstof gebruikt de GGD vrij eenvoudige apparatuur. Als de hoeveelheid fijnstof samenhangt met de mate van overlast, kunnen gemeenten deze apparatuur in gebruik nemen. Dan kunnen ze beter oordelen over een situatie waarover een klacht binnenkomt.

De GGD gaat het onderzoek uitvoeren bij mensen die regelmatig ernstige klachten over houtrook hebben. Inmiddels hebben zich voldoende mensen aangemeld.