Tag

stank door houtrook

Input Longfonds en Stichting Houtrookvrij voor lokale verkiezingsprogramma’s

De brief die het Longfonds en de stichting naar gemeenten heeft gestuurd.

Pak houtstook door particulieren aan

 Amersfoort, 15 juni 2017

Nederland telt een miljoen mensen met een longziekte. Houtrook verergert vaak hun gezondheidsklachten. De rook van houtkachels, open haarden, barbecues en vuurkorven is echter voor niemand gezond. Lokaal kunnen de risico’s hoog oplopen. Het Longfonds en de Stichting Houtrookvrij adviseren mensen om geen hout te stoken. Neemt u in uw verkiezingsprogramma maatregelen op die nodig zijn voor gezonde lucht?

In veel gemeenten leidt het stoken van hout door particulieren tot problemen. Het is een bron van luchtvervuiling, lokaal tot wel 40 procent van de totale luchtvervuiling, overlast, ziekte en burenruzies. In 2016 vroeg de Vereniging Nederlandse Gemeenten in een enquête aan haar leden of er lokaal overlast werd ervaren. Ongeveer een derde (124) van de Nederlandse gemeenten hebben de enquête ingevuld. Meer dan de helft van hen geeft aan dat zij inwoners hebben die houtrook van particulieren als overlast ervaren.

Nederland telde in 2011 bijna een miljoen kachels en open haarden[i] en dit aantal neemt toe vanwege het onterecht duurzame en goedkope imago van houtstook. Het CBS berekende in 2009 dat in Nederland 10 procent van de bevolking hinder ondervindt door houtrook[ii]. Sommige gemeenten noteren inmiddels hogere overlastcijfers, zoals Amersfoort waar 28 procent van de mensen regelmatig last heeft van houtrook[iii]. Hoe is dat in uw gemeente?

Iedereen loopt een gezondheidsrisico

Luchtvervuiling kan mensen ziek maken. De stoffen die vrijkomen bij het stoken van hout dragen bij aan luchtvervuiling. In de directe omgeving veroorzaakt houtrook gezondheidsklachten door fijn stof. Het RIVM[iv] neemt aan dat fijnstof uit houtrook en verkeer even schadelijk zijn voor de gezondheid. Ook kankerverwekkende (PAK’s)-en giftige stoffen als VOS en koolmonoxide komen vrij bij de verbranding van hout.

Mensen met een longziekte zijn gevoeliger voor houtrook dan mensen met gezonde longen. Ook ouderen, mensen met een hart- en vaatziekte en gezonde kinderen krijgen eerder gezondheids-klachten door houtrook. Deze ‘gevoelige groepen’ kunnen benauwd worden, moeten veel hoesten of hun longfunctie wordt slechter. Bij hoge blootstellingen kunnen de klachten lang aanhouden, ook als het vuur al uit is. Dit belemmert mensen in hun dagelijkse leven. De gevolgen zijn snel merkbaar. Iedereen loopt een gezondheidsrisico, ook de stoker zelf.

Niemand meer zieke longen door houtrook

Longpatiënten die in de buurt wonen van bijvoorbeeld een houtkachel kunnen zich niet beschermen tegen houtrook. Het is onmogelijk om de eigen woning zo af te sluiten dat de rook niet meer binnendringt. Bovendien is het juist nodig om steeds te ventileren om de luchtkwaliteit binnenshuis gezond te houden.

Het Longfonds wil dat niemand meer zieke longen krijgt door het inademen van lucht. Het Longfonds en de Stichting Houtrookvrij willen de gezondheidsschade van houtrook voorkómen, met name bij gevoelige groepen zoals mensen met een longziekte, kinderen en ouderen. Daarom pleiten wij er voor om niet op hout te stoken. Wij roepen mensen op om te kiezen voor gezondheid en voor (sfeer)verwarming zonder uitstoot van schadelijke stoffen.

 

Wat kunt u doen

Een eerste stap in de goede richting is een stookverbod bij mist en windstil weer. Vlaanderen geeft het goede voorbeeld: https://www.vmm.be/lucht/luchtkwaliteit/stookadvies/wanneer-geven-we-stookadvies

Daarnaast is goede voorlichting over de gezondheidsrisico’s van houtstook nodig. Veel mensen zien een houtvuur als gezellig en zijn zich niet bewust van de schadelijkheid voor de gezondheid van henzelf en hun omgeving. Start bijvoorbeeld een lokale voorlichtingscampagne zoals Den Haag heeft gedaan of geef informatie bij het gemeentenieuws in lokale media.

Neem mensen die aangeven ziek te worden van de houtrook van hun buren serieus. Onderzoek de klacht, handhaaf waar nodig en stel bemiddeling tussen gehinderde en stoker beschikbaar.

Pak houtstook door particulieren aan. Wij rekenen op u.

 

 

[i] TNO-rapport ‘Emissiemodel Houtkachels’ van 16 februari 2011

[ii] http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/natuur-milieu/publicaties/artikelen/archief/2009/2009-2714-wm.htm

[iii] https://www.amersfoort.nl/nieuws/28-ervaart-overlast-door-gebruik-open-haard.htm

[iv] Gezondheidseffecten van houtrook, een literatuurstudie, RIVM, 2011

Open vuren op Unesco-lijst. Brief aan Jet Bussemaker, minister van OCW

De Stichting Houtrookvrij ijvert voor het terugdringen van overlast door uitstoot van gevaarlijke stoffen als gevolg van het gebruik van houtkachels, allesbranders, open haarden, vuurkorven, barbecues en aanverwante installaties binnenshuis en in de open lucht. Wij menen dat burgers recht hebben op schone en gezonde lucht, in het bijzonder in en rond de eigen woning. Ook verzet de Stichting zich tegen het toenemend aantal verbrandingen in de open lucht, waaronder vreugdevuren en paasvuren.

Daarom willen wij hierbij protest aantekenen tegen het feit dat vier grote vreugdevuren, en sinds kort het paasvuur van Espelo zijn opgenomen op de Unesco-lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed.

De Stichting Houtrookvrij werkt samen met het Longfonds en is gesprekspartner in het door de Rijksoverheid in het leven geroepen Platform Houtrook en Gezondheid. Dit Platform heeft tot doel gezondheidsschade door houtrook te voorkomen en te verminderen. In dit Platform hebben o.a. ook GGD’s en milieuorganisaties zitting.

Open vuren zijn schadelijk voor gezondheid en milieu

De laatste jaren neemt het aantal open vuren schrikbarend toe, evenals de grootte ervan. Van een gezellige samenkomst van dorpsgenoten is het b.v. het paasvuur van Espelo uitgegroeid tot een competitie en een toeristisch evenement, dat honderden mensen op de been brengt. Men laat containers met afvalhout van heinde en ver aanrukken en maakt speciale afspraken met Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer om aan enorme hoeveelheden resthout te komen. De laatste jaren bouwt men een bijna 20 meter hoge bult.

Rond de jaarwisseling vinden er daarnaast vele vreugdevuren plaats, zoals het Vreugdevuur Scheveningen, dat eveneens van een lokaal feest tot landelijke proporties is uitgegroeid.

Het beschermen en levend houden van folklore en tradities is een groot goed, maar wanneer we bedenken dat deze vuren een enorme milieuvervuiling met zich meebrengen en een aanslag betekenen op de gezondheid van toeschouwers, rijst toch de vraag of hier sprake is van een traditie die in stand gehouden moet worden.

Het inademen van houtrook beschouwen velen ten onrechte als onschuldig. De samenstelling van houtrook lijkt sterk op die van tabaksrook, en er is voldoende bewijsmateriaal om houtrook in verband te brengen met luchtwegaandoeningen, kanker, vroegtijdige sterfte door hart- en vaatziekten en dementie. Mensen met een longziekte zoals astma of COPD, maar ook kinderen en ouderen, zijn éxtra gevoelig voor houtrook. Ook kortdurende blootstelling heeft gevolgen voor de gezondheid, dit wordt door tal van wetenschappelijke publicaties onderschreven.

 Emissies van houtvuren

Hieronder leest u iets over de stoffen die vrijkomen bij open vuren en over de schaal waar wij over praten. We nemen Espelo als voorbeeld.

Fijnstof (PM10, PM 2.5 en ultrafijnstof)

Bij het paasvuur van Espelo komt ruim 11 ton fijnstof PM10 vrij. Voor fijnstof is geen veilige ondergrens waaronder geen gezondheidseffecten meer optreden. De jaarlijkse ziektelast in de Nederlandse bevolking t.g.v. fijnstof wordt geschat op 120.000 verloren levensjaren. De gezondheidskosten door fijnstof worden becijferd op tenminste 4 miljard euro per jaar. De ultrafijne deeltjes (bij uitstek aanwezig in houtrook) zijn het gevaarlijkst voor de gezondheid, omdat ze diep ingeademd kunnen worden.

In Espelo komen we bij een inhoud van 6000 m3 en 0,15 ton per m3 (https://www.lne.be/sites/default/files/atoms/files/Overzichtstabel%20soortelijk%20gewicht%20afvalstromen.pdf) op 900 ton snoeihout.

Het gaat hier om open verbranding. Volgens de Vlaamse Milieu Maatschappij  (https://www.vmm.be/lucht/infografieken/houtverbranding/view) levert het verbranden van 4 kilo hout in een open haard (onder betere condities dan in open vuur!) al 50 gram fijnstof PM10 op. Dat betekent dus conservatief geschat 11,25 ton fijnstof PM10 voor alléén deze paasbult. Dat komt overeen met 67.500.000 vrachtwagenkilometers, ofwel bijna 1.700 keer de wereld rond.

Is dat nog ‘folklore’?

Andere schadelijke stoffen die vrijkomen:

Roet

Zwarte koolstof of black carbon (BC) vormt een fractie van fijn stof en bestaat voornamelijk uit roetdeeltjes uit onvolledige verbranding. Er zijn aanwijzingen dat BC een belangrijke drager is van allerhande andere schadelijke elementen.

Stikstofoxiden (Nox)

Tijdens het verbrandingsproces ontstaat Nox door oxidatie van organisch gebonden stikstof uit het resthout.

Vluchtige organische stoffen (VOS)

De condities waaronder resthout in de open lucht wordt verbrand zijn niet optimaal. Het resultaat van onvolledige verbranding is een hoge emissie van vluchtige organische stoffen, zoals formaldehyde.

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s)

De belangrijkste PAK’s in houtrook zijn benzo(a)pyreen B(a)P en fluorantheen. Zij zijn bij inademing sterk kankerverwekkend. Ook de asresten bevatten PAK’s en zware metalen, zelfs wanneer alleen onbehandeld hout is verbrand. Deze kunnen verwaaien of uitspoelen in de bodem.

Methaan

Een produkt van onvolledige verbranding. Methaan is schadelijk voor het milieu, omdat het bijdraagt aan het versterkte broeikaseffect. Het is als broeikasgas ongeveer 25 keer zo sterk als CO2.

Dioxines

Uit onderzoek blijkt dat bij het verbranden van schoon en droog snoeihout de Europese emissiegrenswaarde van dioxine voor verbrandingsinstallaties wordt overschreden. Bij nat hout liep de overschrijding zelfs op tot een factor dertig.

Dioxines zijn giftige, slecht afbreekbare stoffen die over grote afstand kunnen worden verspreid. Dioxines stapelen zich op in organismen. Bij mensen kan dit effecten hebben op het immuunsysteem, de hormoonhuishouding, de voortplanting en de neurologische ontwikkeling.

Chroom-6 en andere houtpreserverende chemicaliën

De kans bestaat dat ook nog andere chemische stoffen vrijkomen, omdat met het blote oog niet is te zien of (afval)hout zoals bv. pallets wel of niet is geïmpregneerd.

CO2

Het verbranden van 6000 m3 hout stoot ongeveer 5400 ton CO2 uit. Bij gestapeld snoeihout is dit natuurlijk minder, maar nog steeds aanzienlijk.

Er vonden in 2017 vele honderden paasvuren plaats in Nederland: 116 in Drenthe, 110 in Gelderland, 172 in Overijssel, 12 in Friesland en 33 in Groningen. Verder waren er in Flevoland nog vuren. Dit zijn alleen de aangemelde paasvuren. Deze paasvuren zijn veelal kleiner in omvang dan Espelo. Als we ervan uitgaan dat deze 443 Paasvuren een gemiddelde omvang van 1/3 van de bult van Espelo hebben, dan gaat het over 1661 ton fijnstof PM10. Dit is bijvoorbeeld meer dan de chemische industrie in een heel jaar (1173 ton PM10 in 2016) en zeker meer dan vuurwerk (298 ton).

Is behoud van de ‘traditie’ dat waard?

Het ontheffingenbeleid van de overheid

Medio 2000 was het Ministerie van VROM voornemens om een absoluut stookverbod op open vuren in de Wet Milieubeheer op te nemen, zónder ontheffingsmogelijkheid voor het college van B&W. De VNG maakte zich echter hard voor een ontheffingsmogelijkheid en de Tweede Kamer was het hiermee eens, omdat folkloristische vuren anders niet meer mogelijk zouden zijn. Het is de vraag of men rekening hield met een wildgroei aan gelegenheidsvuren, zoals die momenteel gaande is.

De overheid zelf schrijft m.b.t. dit ontheffingenbeleid: “Het verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen (NB snoeihout en afgedankt hout zijn volgens de wet milieubeheer afvalstoffen) gebeurt niet onder ideale omstandigheden. Een onvolledige verbranding door een te lage temperatuur is het gevolg, waardoor er aanzienlijk meer schadelijke stoffen ontstaan. Het betreft NOx, SOx, CO, CO2, CH4, PAK’s, kwik en roet. De uitstoot van deze stoffen neemt met een factor 100 à 1.000 toe in vergelijking met verbranden in een afvalverbrandingsinstallatie. Reden genoeg om een zéér terughoudend ontheffingenbeleid te hanteren.

Samengevat draagt het verbranden van (snoei)hout en afval bij aan milieuproblemen als verzuring, het broeikaseffect, lokale milieuhygiënische gevaren als verspreiding van (sterk) kankerverwekkende stoffen en hinder zoals prikkende ogen, slijmvorming, hoofdpijn en misselijkheid. Ook is er nog een toxisch effect als kwik in de omgeving wordt verspreid. Verbranden in de open lucht kan tevens leiden tot lucht-, water- en bodemverontreiniging en geeft overlast door rook, roet en stank. Op de ‘ladder van Lansink’ (waarin de voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalstoffen is beschreven) staat verbranden op de één na onderste plaats. Het verbranden van afvalstoffen is het zg. ultimum remedium. Organisch afval kan beter worden gecomposteerd, rest- of snoeihout kan – door het te versnipperen – beter worden hergebruikt.

In totaal vijf vreugdevuren als erfgoed aangewezen

Naast Espelo staan ook Vreugdevuur Scheveningen, Vreugdevuur Duindorp, Vreugdevuur Voorburg-West, en Vreugdevuur Texel op de lijst van Nederlands Immaterieel Cultureel Erfgoed.

Vreugdevuur Scheveningen had dit jaar een hoogte van 33,42 meter en een volume van maar liefst 8695 m3. Van een oude lokale traditie is dit uitgegroeid tot een groot evenement met ruim 125.000 bezoekers uit binnen- en buitenland. Die bezoekers konden ook meegenieten van ruim 16 ton fijnstof.

Vreugdevuur Duindorp was 33,80 meter hoog en won daardoor de competitie met Scheveningen, ook wat betreft de vervuiling met eenzelfde hoeveelheid fijnstof.

Vreugdevuur Voorburg-West kent zo’n lange voorgeschiedenis van vechtpartijen, overlast en vernielingen, dat het diverse malen verboden werd. Om aan industriële pallets te komen maakt men afspraken met bedrijven. Met vervuilende dieseltrucks worden deze naar de plaats van bestemming gebracht. Wat heeft dat nog met immaterieel erfgoed te maken?

Bij het Vreugdevuur Texel wordt aan kinderen al het slechte voorbeeld gegeven, want zij zijn het die hier brandbaar materiaal verzamelen (en zich met roet insmeren).

Bij dit soort gelegenheden wordt ouderen en mensen met long- of hartproblemen aangeraden binnen te blijven, zich niet in te spannen, en desnoods meer medicijnen te nemen.

Wij begrijpen heel goed dat uw voorkeur bij het voordragen van projecten uitgaat naar zaken die een voorbeeldwerking hebben voor het levend houden van immaterieel erfgoed en die door hun inhoud, opzet en/of uitvoering dermate aansprekend zijn dat ze op landelijke schaal anderen (vooral ook jongeren) inspireren. Voor vreugdevuren is deze voorbeeldwerking absoluut niet wenselijk.

Ethisch toerisme

Aan cultureel erfgoed zit ook een commerciële kant: het betekent voor veel landen toerisme en vormt zo een groot aandeel in hun bruto nationaal product. Ook immaterieel cultureel erfgoed brengt veel toeristen op de been.

De Unesco geeft richtlijnen en aanbevelingen aan toeristische beleidsmakers en werkt in dit kader samen met de UNWTO (United Nations World Tourism Organization). De UNWTO hanteert een zg. Global Code of Ethics for Tourism: “Addressed to governments, the travel industry, communities and tourists alike, it aims to help maximise the sector’s benefits while minimising its potentially negative impact on the environment, cultural heritage and societies across the globe.”

Vuren in de open lucht lijken niet aan deze doelstelling te beantwoorden en er zijn dan ook maar weinig landen die dergelijke klimaat- en gezondheidsbedreigende tradities op hun nationale inventaris van immaterieel erfgoed hebben opgenomen.

Duitsland kent bv. het “Biikebrennen”, Vorarlberg (Oostenrijk) “Funkensonntag”. Ook deze evenementen krijgen inmiddels kritiek, omdat ze disproportioneel zijn uitgedijd.

Door opname op een lijst van erkende, waardevol geachte Nederlandse tradities wordt dit soort vervuilende activiteiten gelegitimeerd en gestimuleerd. Wij vragen u daarom hun plaats op de Nationale Inventaris opnieuw te bezien. Voortschrijdend inzicht is ook beschaving.

Overleg VNG met I&M over houtstook

logo-VNG-620x307Op 15 december was het overleg van de VNG met het ministerie van I&M. Zoals bekend hebben de gemeentes Amersfoort en Leeuwarden een motie tegen houtstook ingediend bij de VNG. De VNG heeft daarop toegezegd in contacten met de overheid aan te zullen dringen op maatregelen.

Lees de – teleurstellende – uitkomst.

Het enige wat I&M doet is opnieuw verwijzen naar het Platform Houtrook en Gezondheid en naar de voorlichtende rol van gemeenten.

Het Platform, dat vorig jaar een paar maal bijeengekomen is, heeft dit zeer complexe onderwerp alleen nog maar afgetast. Er zit dan ook een groep mensen aan tafel met zeer uiteenlopende belangen en een zeer diverse achterban. Na een aantal bijeenkomsten werd de zaak opgeschort. Inmiddels is de tweede ronde van het Platform begonnen.

Al een jaar geleden beloofde staatssecretaris Dijksma – n.a.v. het GGD-onderzoek naar houtrookoverlast – maatregelen tegen houtstook: een app, een voorlichtingsfilmpje, en betere metingen. De gemeente Nijmegen heeft zelf een app ontwikkeld, maar de overheid nog steeds niet. Een voorlichtingsfilmpje, waarmee in één klap miljoenen Nederlanders op prime-time bereikt zouden kunnen worden, laat op zich wachten. Een winterseizoen metingen uitvoeren met professionele apparatuur in een wijk met veel houtstook, ook dat doet de overheid niet. De kunstgraskorrels op voetbalvelden worden wél direct onderzocht, daaraan zien we waar de prioriteiten liggen.

Van het Platform Houtrook en Gezondheid wordt verwacht dat zij met concrete voorstellen komt hoe houtrookoverlast kan worden teruggedrongen. Maar cijfers om die voorstellen op te baseren zijn er niet, omdat er door de overheid geen metingen worden uitgevoerd.

In de tussentijd wordt de burger zoetgehouden met een onbruikbare ‘toolkit‘.

Het lijkt het voornemen van de overheid om de belanghebbenden de strijd onderling maar te laten uitvechten. Verder wacht Dijksma rustig de invoering van de nieuwe Omgevingswet in 2019 af, waarvan we nog niet weten hoe die vorm gaat krijgen, en de Ecodesignrichtlijn die in 2022 ingevoerd gaat worden. Dan mogen alleen nog toestellen op de markt komen die aan keuringseisen voldoen. De verouderde installaties die burgers dan inmiddels massaal bezitten stoken ook na 2022 rustig door, en gaan afhankelijk van de kwaliteit 20 tot 35 jaar mee.

 

 

Stichting Houtrookvrij in het programma NPO radio 1 Dit is de dag

In het programma Dit is de dag op NPO radio1 met als thema: Tijd om afscheid te nemen van de houtkachel? heeft Machteld Derks, bestuurslid van onze stichting, het opgenomen tegen Gert Kooij, Voorzitter Sfeer Verwarmingsgilde. Bron: NPOradio1

 

Gezellige haard is reuze schadelijk (NRC 15 december 2016)

nrc

Het NRC heeft op 15 december 2016 een artikel geplaatst over de problemen die worden veroorzaakt door het stoken van hout. De stichting Houtrookvrij is ook gevraagd om een reactie.

Gezellige haard is reuze schadelijk – NRC

Astmapatiënten in de Amerikaanse stad Phoenix belanden tussen Kerst en Oud en Nieuw relatief vaak in het ziekenhuis als gevolg van ademhalingsproblemen, precies op het hoogtepunt van het stookseizoen in die stad. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers in een recent online gepubliceerd artikel in het vakblad Air Quality, Atmosphere & Health. In de dagen nadat de fijnstofconcentratie in de omgeving van hun huis was gestegen, melden astmapatïënten zich significant vaker in het ziekenhuis. Het is een duidelijke aanwijzing dat houtrook, in ieder geval bij een deel van de bevolking, gezondheidsklachten kan veroorzaken.

Lees het hele artikel.

Utrecht: Maak van de stad geen open haard! Weg met de houtkachel van ENECO!

Eneco wil in Utrecht een nieuwe biomassacentrale bouwen. Steeds meer partijen maken zich echter zorgen om de komst van de energiecentrale en zetten vraagtekens bij de duurzaamheid van het opwekken van energie met behulp van biomassa.
De fracties van Stadsbelang Utrecht en D66 hebben hier vragen over gesteld aan het Utrechts college. Zij vinden het vreemd dat de stapels rapporten die de keuze voor een biomassacentrale ondersteunen allemaal zijn opgesteld of gefinancierd door Eneco. Onafhankelijke rapporten en onderzoeken zijn er niet.

De raadsleden zijn niet de enigen die kritisch zijn over de plannen. Afgelopen week liet Bart van den Heuvel, die eerder succesvol ten strijde trok tegen de stadsverwarming van Eneco, al weten dat de geplande nieuwe biomassacentrale van Eneco in Utrecht jaarlijks voor 184 kiloton extra CO2 uitstoot gaat zorgen. Vorig jaar kwamen de plannen voor de houtverbrandingsinstallatie ook al negatief in het nieuws. Toen duidelijk werd dat de centrale met vijftig vrachtwagens per dag bevoorraad moest worden stelde de PVV-fractie in de Provinciale Staten vragen.

Ook de Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht (SSLU), onder leiding van milieuactivist Kees van Oosten, heeft een zienswijze ingediend tegen de plannen:
“Die biowarmte-installatie is niets anders dan een megahoutkachel, met alle nadelen van een houtkachel. Houtkachels stoten gruwelijk veel roet en fijnstof uit. In de winter stoten ze net zoveel roet en fijnstof uit als het verkeer. Het verbieden van houtkachels in Utrecht en het niet door laten gaan van deze biomassacentrale levert een veel grotere reductie op van roet dan de milieuzone. Eneco heeft niet eens laten berekenen wat de uitstoot is van roet en de gemeente heeft er niet naar gevraagd.”

Ontwerp biomassacentrale eneco (Bron foto http://www.stadsverarming.nl)

De houtverbrandingsinstallatie van Eneco wordt gebouwd om de stadsverwarming van warmte te voorzien. Net als de verbranding van kolen, turf en olie heeft de verbranding van hout een enorme uitstoot van CO2 tot gevolg en de uitstoot van meer CO2 leidt tot klimaatverandering. Waarom Eneco, die prat gaat op haar groene doelstellingen, zich met houtverbranding gaat bezighouden is dus een raadsel.

Kees van Oosten: “Bij de verbranding van hout komt veel roet vrij. Dat is waarom we ook van houtkachels af moeten. Maar Eneco neemt niet eens de moeite om uit te rekenen hoeveel roet die centrale uitstoot.

Nergens staat dat de roet uit de rookgassen wordt verwijderd. Kennelijk gebeurt dat dus niet. De provincie schrijft in het aanvullend verweerschrift dat er voor roet geen grens- of toetswaarden zijn vastgesteld. Kortom, omdat normen voor roet ontbreken hoeft Eneco zich niet om de uitstoot van roet te bekommeren. Dat Eneco en de provincie er zo over denken is beangstigend.”

 

Fijnstof en stikstofdioxide zijn gevaarlijke stoffen. Maar inmiddels zijn vrijwel alle deskundigen het er over eens dat roet ook een grote boosdoener is. Milieudefensie noemt het zelfs de gevaarlijkste luchtvervuiler: de kleine deeltjes kunnen diep in de longen doordringen, via de longen in de bloedbaan komen en ontstekingen veroorzaken in vitale organen.

De door Eneco geplande biowarmte-installatie is slecht voor het milieu, slecht voor het klimaat en slecht voor de luchtkwaliteit. Als brandstof wordt onbewerkt hout gebruikt, met name snoei-, hak- en dunningshout. Dat klinkt onschuldig, maar is het helemaal niet. Dode takken en bladeren in een bos zijn juist erg belangrijk voor flora en fauna. Het weghalen daarvan leidt tot verschraling van de biodiversiteit.

Tegen de biowarmte-installatie kan ook worden aangevoerd dat die dient voor de stadsverwarming. Dat stadsverwarming bijzonder ineffectief is (grote warmteverliezen door transport door de stad) is algemeen bekend.

Waarom is Eneco eigenlijk zo op die biowarmte-installatie gebrand? Daar heeft Eneco zijn redenen voor. De eerste is dat je met biowarmte forse staatssteun in de wacht kan slepen. De tweede is dat Eneco veel geïnvesteerd heeft in de stadsverwarming en die om die reden niet wil afbouwen. Maar dat mag natuurlijk niet opwegen tegen milieu- en klimaatschade.

Warmte kan ook worden opgewekt met schonere alternatieven zoals: waterpompen, zonnevelden en betere isolatie van woningen. In geen enkel serieus toekomstscenario wordt biomassa toegepast voor lage-temperatuur-warmte in de gebouwde omgeving. Dat heeft te maken met de kleine hoeveelheid biomassa die uiteindelijk op verantwoorde wijze beschikbaar kan komen en het feit dat er voor laagwaardige warmte goede alternatieven bestaan.
Zodra de subsidie stopt is het bovendien afgelopen met het gebruik van biomassa en ben je als stad terug bij af en niet klaar voor de toekomst. De beschikbare euro’s zijn dan niet gestopt in isolatie, zonnepanelen en warmtepompen terwijl die ook ná stopzetting van de subsidie nog tientallen jaren energie zouden blijven benutten en produceren.
De derde reden voor het gebruik van biomassa is dat het verstoken ervan goed aansluit bij de bedrijfsvoering van kolencentrales. De promotie ervan komt dan ook grotendeels uit de fossiele hoek.

Juist op de korte termijn is het effect van biomassa ongunstig. Net als kolen en gas stoot biomassa immers veel CO2 uit. Als bos opnieuw wordt aangeplant zal er CO2-vastlegging plaatsvinden. Maar dat duurt misschien wel tot 2050. De EU heeft als doelstelling om binnen 35 jaar te komen tot 85 procent CO2-reductie. Voor de korte termijn levert biomassa echter juist een koolstofschuld op.
De weinige beschikbare lokale biomassa wórdt momenteel al verbrand,
in de bestaande kolencentrales, in bestaande biomassacentrales, en in afvalverbrandingsovens die elektriciteit opwekken.
In de aanvraag van Eneco voor de milieuvergunning staat dan ook dat niet duidelijk is waar het hout voor de centrale in de toekomst vandaan zal komen: “Voor vers hout kan gedacht worden aan houtsnippers uit de grensgebieden met Duitsland, de Baltische staten of zuidelijk Europa, of uit Afrika, Zuid-Amerika of Noord-Amerika.”

Subsidie moet niet worden besteed aan het in verre landen omhakken van bomen die in Utrecht versnipperd in een oven belanden. Wees net zo zuinig op de bomen elders als we zijn op de bomen hier!

Op 2 oktober 2016 – de Open Dag van Eneco – werd actiegevoerd tegen de biomassacentrale onder het motto: ‘Maak van de stad geen open haard!’

Lees meer op:

flyer demonstratie (bron: http://www.stadsverarming.nl/)

Het moet niet gekker worden met houtgestookte apparaten!

 

fireplace-1548786_640

Foto via pixabay

De hausse aan houtgestookte apparaten

De Stichting HoutrookVrij ijvert voor schone lucht in woonbuurten en verzet zich tegen de luchtvervuiling en stankoverlast van houtgestookte installaties. De nadruk ligt hierbij op open haarden en hout/pelletkachels, maar de laatste tijd is er daarnaast een ware hausse ontstaan van andere houtgestookte toepassingen. Dit heeft alles te maken met de woontrend dat de tuin het verlengstuk van de huiskamer is geworden en dat je daar dus alles moet kunnen doen wat je binnen ook doet: koken, bakken, braden, stoken, stomen en roken. Dat je hierbij onterecht beslag legt op de publieke ruimte is een idee dat maar bij weinigen opkomt.

Talloze huishoudens beschikken al over twee of meer houtgestookte toestellen en dat is een ongewenste ontwikkeling. Wanneer dit stoken en koken op gas of electriciteit zou gebeuren zou er nog niet zoveel aan de hand zijn, maar velen geven de voorkeur aan hout of houtskool. De rook die hierbij verspreid wordt is niet alleen vies en hinderlijk, maar ook schadelijk. Houtrook bevat ongezond veel fijnstof, en een groot aantal giftige en kankerverwekkende stoffen, net als sigarettenrook. De Stichting HoutrookVrij meent dat hier veel te weinig aandacht aan wordt besteed. Er zijn wel wat organisaties en overheidsinstanties die zich bezighouden met milieu en/of gezondheid en die zich uitspreken over de onwenselijkheid van houtrook in de bebouwde omgeving, maar zij geven alleen wat vrijblijvende tips, die niemand verplicht is op te volgen.

Zij moeten het bovendien opnemen tegen de commercie die houtgestookte apparaten zonder uitzondering aanprijst als duurzaam, milieuvriendelijk en CO2-neutraal, en hout als een goedkope, hernieuwbare, oneindige en natuurlijke brandstof.

Hoewel hout geen fossiele brandstof is geeft het bij verbranding, nét als olie en kolen, milieu- en gezondheidbelastende emissies.

Voor wie zich afvraagt of het wel zo’n vaart loopt in al die moderne achtertuinen, hierbij het volgende overzicht. Wat zijn er tegenwoordig zoal voor houtgestookte apparaten voor buiten: vuurkorven/vuurschalen; vuurtafels; rooktonnen; rookovens; rookgenerators; barbecues; grills; tuin- en terrashaarden; balkonhaarden; buitenkeukens; pizzaovens; hottubs/jacuzzi’s/buitenbaden; zwembadverwarming.

Een voorbeeld van de kletskoek waar de sites van houtkachelverkopers bol van staan:

1

http://www.burningbarrel.nl/index.php?route=common/home

Het Nederlandse merk BurningBarrel (zie foto) prijst zijn ‘stooktonnen’ als volgt aan: ‘De inspiratie van het ontwerp komt van de stooktonnen die daklozen gebruiken om zich warm te houden in de steegjes van de zelfkant van de maatschappij. Deze stookton hebben wij qua vormgeving vertaald naar een robuuste en hoogwaardige buitenhaard.’

Alsof je de zelfgemaakte bedelnapjes van arme Indiase kinderen trots als inspiratiebron presenteert (misbruikt) voor een modieus yuppentasje. Of de kartonnen dozen van zwervers als basisidee voor een luxueus tuinhuis! Smakeloos. Deze vieze stookton voor de happy few kost €695. BurningBarrel beweert bovendien dat de as gewoon in de GFT-container kan. De as van verbrand hout is ongezond voor planten en vervuilt het grondwater. As van hout bevat schadelijke stoffen, zoals dioxines.

Tuinafscheiding met houtopslag en buitenhaard

2

http://www.ikwoonfijn.nl/buitenhaarden/

Hottub met houtkachel

3

http://www.loungebath.nl/informatie/

Buitenkeuken

4

https://blog.homedeal.nl/warme-zon-koken-buitenkeuken/

Rooktonnen om bv. vis in te roken

5

http://www.rooktonnen.nl/rooktonnen.htm

Buitenkeuken met grill

6

http://www.weltevree.nl/NL/collectie/outdooroven-xl/product-informatie-6

De foto’s spreken voor zich. Dat kan niet goed gaan in onze dichtbevolkte woonwijken.

Kijken we naar het scala houtgestookte apparaten voor binnenshuis, dan heeft zich dit uitgebreid met (in plaats van of naast het bezit van een open haard of houtkachel): pelletkachels; pellet CV-ketels; pellet CV-ketels gecombineerd met warmwatervoorziening; pellet CV-ketels gecombineerd met fornuis; hout-kolen combikachels; houtfornuizen; badkamerhaarden; keukenhaarden; slaapkamerhaarden; haarden voor op het aanrecht.

Daarnaast zijn er naast normale woonhuizen steeds meer: schuren/tuinhuisjes met houtkachel; recreatiewoningen met houtkachel; flats met houtkachel (m.n. penthouses); ‘tiny houses’ met houtkachel; tenten met houtkachel/houtfornuis; ‘yurts’ met houtkachel; woonboten met houtkachel.

Modieus statement: een hout/pelletfornuis

7

http://www.phvercruysse.be/koken_en_bakken/pellets/Lohberger/#.V-0i2K0bPBU

‘Hip kamperen’ met houtkachel

9

http://www.bivouac-nature.com/nl/canadese-tent/

Yurt (Mongoolse nomadentent, o.a. te huur op Texel) met houtkachel

 

10

https://advout.wordpress.com/2013/07/11/showing-the-yurt-some-love/

Voor de volledigheid: houtrook is ondermeer samengesteld uit:

  • Vliegas bestaande uit niet brandbare, inerte, stofdeeltjes
  • Zware metalen waaronder koper, lood, zink en cadmium
  • Zwavel, chloor en kaliumverbindingen (SO2, HCl, KCl)
  • Dioxines en furanen
  • Stikstofverbindingen (NO, NO2, HCN, NH3, N2O)
  • Koolwaterstofverbindingen: Alifaten, cyclische (vooral benzeen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), formaldehyden, alcoholen, ketonen en esters
  • Koolstof en roet
  • Onverbrand houtstof
  • Zuurstof, kooldioxide, koolmonoxide en water

De geurcomponenten in houtrook hoeven niet direct schadelijk te zijn, maar ze kunnen wel aanleiding geven tot klachten betreffende stankoverlast.

Het wordt hoog tijd dat er meer voorlichting komt over de schadelijke kanten van koken en stoken op hout. Én meer regelgeving. Het kan niet zo zijn dat iemands gezondheid ligt in de handen van degene die toevallig naast hem woont. Hier ligt een taak voor o.a. gezondheidsorganisaties, milieuorganisaties en scholen. En last but not least: voor de overheid.

 

 

Manipuleren van cijfers, een voorbeeld

In november 2015 publiceerde de Provincie Gelderland een gezondheidsonderzoek uitgevoerd door de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en met medewerking van de Gelderse GGD’s: NAAR EEN GEZONDE LUCHT IN GELDERLAND – Gezondheid meewegen in besluitvorming fysieke leefomgeving.

Donderdag 17 maart 2016 plaatste de provincie Gelderland bovendien een bericht dat voor Gelderland nu kaarten zijn gemaakt waarop de luchtkwaliteit tot op buurtniveau te zien is.

Dat maakt nieuwsgierig. In het rapport wordt ingegaan op de aanzienlijke ziektelast veroorzaakt door luchtverontreiniging en op de vraag hoe en waar gezondheidswinst geboekt kan worden. De verschillen in Gelderland zijn groot. Oorzaak is volgens de auteurs vooral de luchtverontreiniging afkomstig van verkeer zoals in de regio Arnhem-Nijmegen. In de Gelderse Vallei veroorzaken veehouderijen daarnaast veel fijnstof. De luchtverontreiniging in Gelderland is vergelijkbaar met de gemiddelde luchtverontreiniging in Nederland. En die is weer vergelijkbaar met de gezondheidseffecten van het passief roken van 10 sigaretten per dag en met een gemiddelde fijnstofbelasting van 13,8 μg/m3 PM2.5.

Omdat dat beter moet kunnen komen in het rapport verschillende suggesties naar voren, die bijna allemaal te maken hebben met infrastructurele projecten en ruimtelijke ordening.

Volgens de auteurs zijn de negatieve effecten van luchtverontreiniging met name gerelateerd aan verbrandingsprocessen, met verkeer als belangrijkste bron. Dit rapport richt zich dus met name op luchtverontreiniging veroorzaakt door het gemotoriseerde wegverkeer. Daartoe maken de auteurs gebruik van de gegevens verzameld door adviesbureau LICHTVERKEER dat inzicht wil geven in de invloed van de (auto)mobiliteit op de leefomgeving.

In het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) werken de Rijksoverheid en decentrale overheden samen om te zorgen dat Nederland overal tijdig aan de grenswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide zal voldoen. Om de voortgang van het verbeterprogramma te volgen en tijdig bij te kunnen sturen is aan het NSL een monitoringstool verbonden.

Adviesbureau LICHTVERKEER berekent op basis van de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de gegevens uit deze monitoringstool de (hoogste) concentratie van ieder pand (!), d.w.z. de blootstelling van de inwoners aan de schadelijke stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), ultra fijn stof (PM2,5) en Elementair Koolstof (EC) dírect rond het gebouw of woning waarin de personen zich bevinden.

Bureau LICHTVERKEER houdt zich alleen bezig met verkeersknelpunten en doorstroming etc. m.b.t. het autoverkeer en dus verdwijnen in het rapport alle andere factoren die van invloed kunnen zijn op de (verbetering van de) luchtkwaliteit in Gelderland naar de achtergrond. Er wordt niets meer vernomen over landbouw, intensieve veeteelt, pluimveehouderijen of industrie, binnenvaart of spoorvervoer, raffinaderijen of energiecentrales, en eventuele luchtverontreiniging van buitenlandse herkomst of uit natuurlijke bronnen.

Het gaat alleen over beleid om verkeersgerelateerde luchtverontreiniging te verlagen, liefst tot onder WHO-advieswaarde van 10 µg/m³ PM2.5. Dit kan bereikt worden met rondwegen, wegverbredingen, milieuzones, etc.

Omdat LICHTVERKEER zich uitsluitend op auto’s richt, worden brommers en scooters in dit rapport uitgesloten als ‘lokale factor’, evenals de uitstoot van particuliere houtkachels en open haarden. De bijdrage van houtstook aan de totale fijnstofconcentratie in Nederland is echter bijna even groot als die van het wegverkeer en voltrekt zich bij uitstek “direct rond het gebouw of woning waarin de personen zich bevinden”. In tegenstelling tot het autoverkeer zijn houtkachels puntbronnen, die de concentratie PM2.5 in de directe omgeving kunnen opdrijven tot wel 300 μg/m3 PM2.5, zoals uit een ander recent rapport van de GGD-Noord is gebleken. Dat is nog eens wat anders dan 13,8 en het staat gelijk met het passief meeroken van 414 sigaretten! De ziektelast en het vroegtijdig overlijden hierdoor is een factor van heb-ik-jou-daar.

Het aanleggen van een rotonde of een traverse is trouwens óók een lokale factor en dat wordt wel meegewogen.

flamingo

Kaart uit het rapport

De auteurs beweren dat in het rapport wordt ingegaan op de luchtverontreinigende stoffen die van invloed zijn op de gezondheid op nationaal, regionaal en lokaal (stad, wijk, buurt) niveau. Die lokale cijfers (aan de gevel, jawel!) zijn echter eenzijdig en alleen gebaseerd op aannames, correcties en rekenmodellen, die met de dagelijkse praktijk niets van doen hebben. Met droge ogen wordt beweerd dat het aantal dagen met bronchitis bij kinderen van 6-12 jaar ten gevolge van PM2.5 jaarlijks 27.000 bedraagt. Maar houtrook, zo verwant aan sigarettenrook, en verantwoordelijk voor een aannemelijk deel van de totale fijnstofconcentratie PM2.5 in Nederland, is daarin niet meegenomen. Pech voor die kinderen, met hun gevoelige longen. Want de overheid en de provincie weten niet hoe ze dat probleem moeten aanpakken en kijken massaal weg.

Op http://flamingo.prvgld.nl/viewer/app/Luchtkwaliteitperbuurt kun je dus sinds kort je eigen wijk opzoeken en precies aflezen hoe het met de luchtkwaliteit gesteld is. In mijn wijk was de PM2.5 gelukkig maar 13. Jammer dat er in mijn blok van 20 huizen 7 houtkachels staan.

Extra: lijst veel gestelde vragen met antwoorden. De houtkachel wordt genoemd maar verwezen wordt naar de standaard richtlijnen van milieu centraal.

 

 

 

 

 

 

 

VUUR! De nieuwe religie.

vuurenbeschaving

Uitgeverij G.A. Van Oorschot B.V

In 1992 publiceerde socioloog Joop Goudsblom zijn beroemde boek “Vuur en beschaving”. Centraal hierin staat de gedachte dat de beheersing van het vuur de eerste beschavingsdaad van de mens was: “Het was een radicale ingreep in de natuur die model stond voor de ontwikkeling van alle volgende stadia van de menselijke samenleving: de ontwikkeling van landbouw en veeteelt, de verstedelijking en de industriële revolutie.”

Terwijl het als energiebron van steeds groter belang werd, verdween het vuur volgens Goudsblom echter bijna geheel uit onze dagelijkse ervaring: vuur werd gereduceerd tot een vuurtje voor een sigaret, een waakvlammetje in de verwarmingsketel, een onzichtbaar verbrandingsproces in onze automotor. De symboliek van het vuur speelt volgens Goudsblom geen rol meer in ons leven: kachels vervingen het open vuur, gloeilampen kwamen in de plaats van kaarsen en petroleumlampen.

In 2015 werd Goudbloms studie, die in diverse talen werd vertaald, opnieuw uitgebracht. De inmiddels hoogbejaarde socioloog lichtte in het boekenprogramma van de onlangs overleden Wim Brands zijn werk nogmaals toe.

Het is de vraag of Goudbloms inzichten in 2016 nog net zo actueel zijn als in 1992. Speelt de symboliek van het vuur geen rol meer, of is die juist helemaal terug van weggeweest? Wie heeft opgelet, weet dat cocoonen rond een knisperend haardvuur momenteel reuze trendy is. Eigenlijk is alles wat met open vuur te maken heeft populair: fakkels, kaarsen, vuurschalen, paasvuren, kampvuren, open haarden, houtkachels, noem maar op. Kennelijk vonden we die beheersing van het vuur maar saai. Ook verwarmen met onzichtbaar gas is uit. We willen weer vlammen zien.

Hoe komt dat? Daar valt beslist een nieuwe sociologische studie aan te wijden. Willen we ons terugtrekken van crisis, politieke chaos en veeleisende drukke bezigheden? Spiegelen we ons aan fantasyfilms, en aan historische series? Geschiedenis is hot. Er verschijnen meer historische tijdschriften en boeken dan ooit en ook de populaire media spelen hierop in, denk aan series als Wolf Hall of Downton Abbey, waar in elke scene wel een vuur te zien is. Pretparken en themaparken, zoals het Archeon, trekken bekijks met vuurspektakels. Paasvuren zijn populairder dan ooit, en nemen, onder het mom van traditie, elk jaar in aantal toe. Ook aan symboliek is geen gebrek. Zo zien antroposofen vuur als het vrijkomen van zonnekracht: “Hout is de brandstof van vuur. In het hout van de boom zit al het verzamelde zonnelicht van de groei-jaren van een boom. Door het vuur schenk je als mens de warmte aan de zon terug.” Het is maar wat je geloven wilt…

Vuren maken en hout verbranden hebben – helaas – ook een sterke link met ecologisch leven, duurzaamheid en “terug naar de natuur”. Aan de lopende band verschijnen er boeken over vuur aanleggen, houtopslag maken, en over de juiste bijlen en kettingzagen, waar ‘echte mannen’ (zoals onze eigen Alexander Pechtold!) zich mee kunnen uitleven.

De Noorse staatstelevisie wijdde een avondvullend programma aan hout en alles wat ermee samenhangt, en toonde acht uur lang een brandend houtvuur op tv zonder commentaar. Slaapverwekkend? Heel Noorwegen keek mee.

Het lijkt erop dat men zich massaal heeft voorgenomen alleen de gunstige kanten van hout verbranden te willen zien. Er zíjn ook veel positieve associaties, zoals warmte, saamhorigheid en gezelligheid. Maar we zouden eens vaker stil kunnen staan bij de negatieve effecten. We leven uiteindelijk niet meer in de Middeleeuwen. Je aanpassen aan voortschrijdende inzichten, dat is ook een kwestie van beschaving.

Eén van die inzichten is, dat hout verbranden voor veel fijnstof zorgt. De toename van houtkachels, vuurschalen en barbecues is dus minder gezellig dan het lijkt, want het zorgt voor een slechte luchtkwaliteit in woonwijken. Houtrook bevat kankerverwekkende en giftige stoffen. We kunnen dus niet massaal gaan stoken, koken en bakken op die zogenaamde natuurlijke brandstof, want daarmee vergiftigen we onze eigen woonomgeving, en het milieu in het algemeen.

Als we die gedachte over het voetlicht willen krijgen moeten we helaas strijden tegen de tijdgeest. En die staat geheel in het teken van vuur en vlammen, als betrof het een nieuwe religie. Was het maar waar, meneer Goudsblom, dat het vuur is getemd tot een doosje lucifers in onze broekzak. Het is ontsnapt, als uit de doos van Pandora.

 

 

 

 

 

Energieneutrale woningen… met een houtkachel?

… Zelfs een middeleeuwse, zeer slecht renderende en optimaal vervuilende open haard mag momenteel gewoon opgenomen worden in een nieuwbouwwoning met allerlei technische besparende hoogstandjes….

… Het is onbegrijpelijk dat iedereen elkaar maar napraat over de duurzaamheid van biomassa….

 

logo-rijksoverheid

In 2008 sloot het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) met projectontwikkelaars, bouwondernemers en woningcorporaties het Lente-akkoord. Zij spraken af dat woningen in de toekomst energiezuiniger en duurzamer moeten zijn en moeten voldoen aan strengere eisen. Woningen moeten beter worden geïsoleerd, zuiniger worden geventileerd, en voor verwarming en warm water moeten er installaties met duurzame en efficiënte energieopwekking zijn. De energiezuinigheid van een woning wordt uitgedrukt in een cijfer, het EPC-cijfer ofwel het Energie Prestatie Coëfficiënt. Per 1 januari 2015 is de EPC-eis aan de energieprestatie van gebouwen 0,4. De EPC voor woningen wordt in stapjes verlaagd zodat vanaf 2020 nieuwe huizen bijna-energieneutraal moeten zijn.

Om het EPC-cijfer te bepalen worden aan alle aspecten van de bouw waarden toegekend, tot in de kleinste details. Bij een raam kijkt men bv. niet alleen naar het type glas, maar ook naar hoe het glas in het kozijn zit, wat voor kozijn het is en hoe het kozijn in de muur zit. Bij het dak blijft het niet bij de dikte van de plaat en de isolatie, maar ook de aansluiting op de woning speelt een rol. Al deze waarden en materialen worden ingevoerd in de EPC-berekening. Hoe lager het cijfer hoe beter het is.

De bepaling van de EPC is vastgelegd in de norm “NEN 7120, Energieprestatie van gebouwen”. Hierin wordt precies beschreven welke aspecten meewegen in het EPC en hoe zwaar ze mogen wegen.

In de komende jaren gaat Nederland dus steeds energiezuiniger, klimaatneutraler en gezonder bouwen. Onderdeel van het Lente-akkoord zijn bij voorbeeld de ‘Excellente Gebieden’, 19 innovatieve nieuwbouwprojecten die een soort proeftuin voor energiezuinig bouwen vormen om praktijkervaring op te doen. Innovatieprogramma Energiesprong is een project in opdracht van het Ministerie voor gebouwen zonder energienota. Sinds 2012 zijn bovendien door het hele land projecten gestart die zich richten op grootschalige energiebesparing in de bestaande woningbouw. Het is de bedoeling dat bij elk van die projecten 1500 à 2000 woningen energiezuinig gemaakt worden, bv. met spouwmuurisolatie, HR-ketel of zonnepanelen.

De EPC is óók een instrument van het Nederlandse klimaatbeleid. Door energiebesparing en toepassing van duurzame energie wordt immers de verbranding van fossiele brandstoffen beperkt. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de vermindering van de Nederlandse uitstoot van CO2. Het is van belang om de CO2-uitstoot te verminderen om zo klimaatverandering tegen te gaan.

Duurzaam bouwen is volgens onze overheid bouwen met respect voor mens en milieu. Daarom is het vreemd dat in nieuwe energiezuinige, klimaatneutrale en gezonde woningen een plaats is ingeruimd voor verwarming met houtgestookte installaties.

In de NEN 7120 zijn allerlei waardes opgenomen voor het rendement van bv. zonnecellen en warmtepompen, maar niet voor houtpellet/biomassa-gestookte verwarmingsinstallaties. In eerste instantie zou men dus menen dat dit niet is toegestaan. Het gebruik van houtkachels is voor ons dichtbevolkte Nederland immers geen optie. We hebben te weinig lokaal houtafval (hout dat nog ergens anders goed voor is moet je niet verbranden) om Nederland mee te verwarmen. Daarom importeren we nu houtpellets vanuit bv. Canada met bijbehorende fossiele uitstoot. Voor die pellets wordt goed hout gebruikt omdat houtpellets veel opleveren. Stoken op hout is een voorschot nemen op de CO2-uitstoot. We halen dus een milieuprobleem binnen. De schadelijke rookgassen die bij de verbranding van hout lokaal vrijkomen zijn bovendien slecht voor milieu én gezondheid.

Helaas heeft TNO in opdracht van de Nederlandse vereniging van Biomassa Ketel Leveranciers (NBKL) een zg. “gelijkwaardigheidsverklaring” opgesteld om toestellen op vaste biobrandstof tóch te kunnen waarderen in de NEN 7120 en dus toe te kunnen passen in energiezuinige nieuwbouw.

De TNO-verklaring is geldig voor elke vorm van vaste biobrandstof waaronder houtpellets, snoeisnippers, houtspanen, zaagsel, houtbriketten en stukhout.

De overheid ziet biobrandstof als hernieuwbare energie. Hout stoken betekent in de ogen van de overheid dus alleen vermeden CO2-emissie en vermeden verbruik van fossiele primaire energie. Hier worden liever geen vraagtekens bij geplaatst, want Nederland heeft haast om de doelstellingen van het Energie-akkoord te halen, d.w.z. een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar 14 procent in 2020 en 16 procent in 2023.

Biomassa als duurzame bron van warmteopwekking moet volgens de overheid daarom ook in de NEN 7120 norm op worden genomen als een maatregel ter verduurzaming van de energiehuishouding.

Over de inzet van toestellen op biobrandstof in energiezuinige woningen lezen we in de gelijkwaardigheidsverklaring dus het volgende: “De EPC van een biobrandstoftoestel wordt bepaald door de waarde van het opwekkingsrendement en die van de energiedrager. Omdat vaste biobrandstof 100% hernieuwbaar is en geen primair energiegebruik in de zin van de norm met zich meebrengt, is de EPC-waarde van de energiedrager nul. Dit betekent dat alle energie die wordt opgewekt met vaste biobrandstof in de bepaling van de EPC niet wordt meegerekend. Zo wordt met vaste biobrandstof eenvoudig voldaan aan de EPC.”

Zelfs een middeleeuwse, zeer slecht renderende en optimaal vervuilende open haard mag momenteel dus gewoon opgenomen worden in een nieuwbouwwoning met allerlei technische besparende hoogstandjes. De enige belemmering is dat een open haard de luchttoevoer/ventilatie beïnvloedt, hetgeen kan leiden tot een verslechtering van de EPC, maar er wordt geen woord gewijd aan de verslechtering van buiten- én binnenmilieu door o.a. fijnstof.

Ook een club als Urgenda, die notabene een proces heeft aangespannen tegen de Nederlandse Staat om meer CO2-reductie af te dwingen, komt in haar voorbeelden van het energieneutraal maken van woningen telkens weer met houtkachels op de proppen. Urgenda geeft wel aan dat dit in een stedelijke omgeving geen goede optie is, maar toch: in een nieuwe ronde van “nul-op-de-meter” (maart 2016) wordt een woning ‘verbeterd’ door een houtkachel te installeren en een pas drie jaar oude (schonere) gaskachel af te danken.

… Het is onbegrijpelijk dat iedereen elkaar maar napraat over de duurzaamheid van biomassa….

De overheid zet samen met projectontwikkelaars in op verregaande maatregelen als driedubbel glas, gaswasdrogers, ledlampen en de slimste isolatie- en ventilatieconcepten, maar wat je ook leest over groenwoningen, passiefhuizen en ecologische bouwconcepten, telkens wordt de houtkachel daarbij kritiekloos opgevoerd als duurzame oplossing. CO2-uitstoot verminderen is belangrijk, een toename van stikstof, benzeen en ultrafijnstof is echter ongewenst (zie illustratie).

Agentschap NL heeft zelfs een cursus en een handleiding ontwikkeld om het energiegedrag van mensen te beïnvloeden en hen duidelijk te maken wat en hoe ze kunnen besparen. Zo wil men bewoners leren dat met routinegedrag (opladers in het stopcontact laten zitten, licht laten branden) energie wordt verspild. Ook wil men bewoners door gedragsbeïnvloeding verleiden tot investeringsgedrag, zoals het laten plaatsen van dubbel glas. Door het aanpassen van gedrag zijn namelijk besparingen tot 10% mogelijk.

Controlemetingen met infraroodtechnologie, en metingen op kierdichtheid en ventilatiecapaciteit kunnen voorts leiden tot een woning die gezonder, comfortabeler en energiezuiniger is en waarbij de CO2-uitstoot 20% lager is.

Toekomstige maatregelen gaan dus behoorlijk ver. Biomassa blijft hierin een vreemde eend in de bijt en een enorme blinde vlek. In menige woonwijk is sprake van een dramatische verslechtering van de luchtkwaliteit door de inzet van houtkachels. Controlemetingen op dít vlak ontbreken merkwaardig genoeg geheel, terwijl de gevaren van ultrafijnstof door voortschrijdend inzicht toch steeds duidelijker worden. Regelmatig wordt ook de link tussen het inademen van houtrook en meeroken gelegd. Reden genoeg dus om biomassa als duurzame energiebron ter discussie te stellen en dit niet blindelings in te zetten in toekomstige nieuwbouw.

Het overal toestaan van houtstook leidt er bovendien toe dat de ruim één miljoen mensen met luchtwegaandoeningen (en gezonde mensen die niet in ongezonde rookgassen en hun penetrante geur willen zitten) nergens houtrookvrij kunnen wonen. Het zou goed zijn wanneer althans een deel van die toekomstige gezonde energieneutrale wijken écht gezond en energieneutraal en dus vrij van houtstook zou zijn.