Tag

stank

Gezellige haard is reuze schadelijk (NRC 15 december 2016)

nrc

Het NRC heeft op 15 december 2016 een artikel geplaatst over de problemen die worden veroorzaakt door het stoken van hout. De stichting Houtrookvrij is ook gevraagd om een reactie.

Gezellige haard is reuze schadelijk – NRC

Astmapatiënten in de Amerikaanse stad Phoenix belanden tussen Kerst en Oud en Nieuw relatief vaak in het ziekenhuis als gevolg van ademhalingsproblemen, precies op het hoogtepunt van het stookseizoen in die stad. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers in een recent online gepubliceerd artikel in het vakblad Air Quality, Atmosphere & Health. In de dagen nadat de fijnstofconcentratie in de omgeving van hun huis was gestegen, melden astmapatïënten zich significant vaker in het ziekenhuis. Het is een duidelijke aanwijzing dat houtrook, in ieder geval bij een deel van de bevolking, gezondheidsklachten kan veroorzaken.

Lees het hele artikel.

Vraag uw gemeente om de motie van de gemeente Amersfoort voor VNG-congres 7 & 8 juni 2016 ook te ondertekenen!

logo-VNG-620x307

De Gemeente Amersfoort wil de motie ‘Aanpak houtrook’ indienen op het VNG-Congres dat op 8 t/m 10 juni wordt gehouden. De motie (hierna) ligt nu voor preadvies bij de VNG.

Zeker is dat Leeuwarden deze motie gaat meeondertekenen. Een aantal gemeenten heeft  al toegezegd de motie te zullen ondersteunen tijdens het genoemd congres. Astrid Janssen van GroenLinks Amersfoort zal de uiteindelijke motie naar alle griffies van gemeenten sturen. Het is belangrijk dat juist burgers met houtrookoverlast hun gemeente dringend verzoeken de motie van Amersfoort te ondersteunen of, bij voorkeur, mee te ondertekenen.

Dus informeer uw gemeente en vraag of zij deze motie ook willen ondertekenen. Alvast dank voor uw inzet.

 

Motie voor VNG-congres 7 & 8 juni 2016

 

Aanpak Houtrook

Bij de verbranding van hout in kachels en haarden komen verschillende stoffen vrij zoals fijn stof, koolmonoxide, verschillende luchtige organische stoffen en PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen).

 

Constaterende:

  1. dat houtrook o.a. veel fijn stof bevat, terwijl inademing van fijn stof in iedere concentratie bijdraagt aan gezondheidsschade omdat er geen niveau is waaronder inademing geen gezondheidsrisico oplevert;
  2. dat houtrook tevens kankerverwekkende stoffen bevat en dus een risico vormt ook voor gezonde mensen indien regelmatig in hoge concentraties ingeademd, hetgeen het geval kan zijn in de directe omgeving van een locatie waar regelmatig hout wordt gestookt, zeker waar verscheidene stooklocaties bijeen liggen;
  3. dat een aanzienlijk percentage van de burgers vaak geurhinder ondervindt van houtstook van de buren;
  4. dat bij het stoken van hout ook nog andere schadelijke stoffen ontstaan, bijvoorbeeld dioxines.

 

Tevens constaterende:

  1. dat houtrook een toenemend probleem is, en het aantal houtkachels en open haarden toeneemt;
  2. dat voorlichting over de wijze van stoken in veel gevallen niet leidt tot gedragsverandering van degene die hout stookt;
  3. steeds meer mensen de kachel als hoofdverwarming inzetten en dus hele dagen stoken.
  4. dat het alleen aanbieden van informatie, tips en adviezen met alle denkbare middelen niet kan voorkomen dat sommige houtstokers grote problemen in hun omgeving veroorzaken;
  5. dat er dus altijd behoefte blijft bestaan aan effectieve instrumenten voor beoordeling en handhaving;
  6. dat ambtenaren en externe experts aangeven dat gemeenten onvoldoende mogelijkheden hebben om met handhaving van de bestaande regels burgers te beschermen in gevallen van duidelijke geurhinder en/of neerslag van roet en/of ernstige klachten over gezondheidsproblemen door houtrook

 

Overwegende dat:

  1. De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu in haar beantwoording van Kamervragen dd. 28 januari aangeeft:
  2. dat de overlast door houtrook kan worden beperkt door het gebruik van de juiste brandstoffen, het toepassen van de juiste op volledige verbranding gerichte, stooktechniek en door rekening te houden met ongunstige weersomstandigheden;
  3. geen aanscherping van regels te overwegen, maar alleen in te zetten op vrijwillige gedragsverandering;
  4. de rol van het Rijk zich momenteel beperkt tot het instellen van een Platform Houtrook en Gezondheid, vooral gericht op kennisuitwisseling en informatievoorziening
  5. Het zeer onwaarschijnlijk is dat alleen door advies, tips en informatievoorziening aan alle criteria voor het beperken van overlast voldaan gaat worden.

III. Ook veel andere gemeenten, waaronder Utrecht, Nijmegen, Lelystad, Almere, Groningen, Leeuwarden en een aantal andere gemeenten worstelen met het probleem van houtrook.

 

  1.  Het voornemen bestaat het Bouwbesluit als Besluit Bouwwerken Leefomgeving onderdeel te maken van de Omgevingswet. Daarbij zal op verzoek van de VNG het verbod op het verspreiden van hinderlijke of schadelijke rook, roet of stank vervallen. De eisen aan de schoorsteen blijven bestaan, maar het zal zo blijven dat ze alleen de woningen met schoorsteen beschermen en niet de buren.

 

  1.  De staatssecretaris heeft toegezegd uitvoering te geven aan een door Cegerek en andere kamerleden van PvdA, D66 en Groen Links ingediende motie, die het volgende behelst:

In overleg treden met RIVM en de gemeenten om in kaart te brengen wat de problemen en mogelijke oplossingen zijn voor de gezondheidsklachten die een deel van de Nederlanders ervaart door houtstook, waarvan uit onderzoek door de noordelijke GGD’en met de universiteit Utrecht is gebleken dat er momenteel geen adequate oplossing is.

 

  1.  De staatssecretaris heeft in een algemeen overleg met de commissie Leefomgeving van de Tweede Kamer toegezegd dat:
  1. Ook naar de oplossing in Duitsland gekeken zal worden.
  2. Overwogen wordt de uitvoering van de Ecodesign-richtlijn die eisen stelt aan houtkachels eerder in te voeren dan de geplande datum in 2020.
  3. Bij het opstellen van de regelgeving die onder de Omgevingswet komt er op te letten dat aan gemeenten voldoende mogelijkheden worden gegeven om effectief op te treden.

 

Stelt voor aan het VNG-congres om te besluiten:

  1. Dat aan de VNG wordt opgedragen bij het Rijk aan te dringen op:
  1. Bij het vervallen van het hinder-verbod (art 7.22) uit het Bouwbesluit elders in de regelgeving een verbod op te nemen dat beter handhaafbaar is in het geval van hinder en risico’s door houtrook;
  2. De opvolger (BBL) van het Bouwbesluit aan te passen zodat eisen aan schoorstenen ter bescherming van de woning zelf, ook gaan gelden voor de buren.
  3. Ontwikkeling van een objectieve en handhaafbare beoordelingsmethode (en meetinstructie) voor stookinstallaties in particuliere woningen met als doel overlast / hindersituaties in voldoende mate te kunnen objectiveren.
  4. Naast de versnelde invoering van criteria voor uitstoot van te verkopen kachels, ook te bevorderen dat bestaande kachels versneld vervangen worden dan wel uitgebreid met voorzieningen om de overlast te reduceren bijvoorbeeld door een filter of katalysator.
  5. Een harde termijn vast te stellen waarbinnen alle houtkachels moeten voldoen aan strikte uitstooteisen met een bijpassend kwaliteitsbewakingssysteem, daarbij gebruik makend van de ervaringen van omringende landen zoals Duitsland

Reactie Sharon Dijksma in de Vaste Kamer Commissie I&M over houtstook

Bron: CONCEPTVERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG OVER: Leefomgeving

Onderstaand de reactie van staatssecretaris Sharon Dijksma in de Vaste Kamer Commissie I&M over houtstook. Eerst een korte reactie van de stichting op de resultaten van dit overleg.

Hoewel de staatssecretaris de problematiek met houtstook in deze commissie wel serieus neemt, hebben wij niet het idee dat zij, en de afgevaardigden van politieke partijen, echt weten welke problemen door het stoken van hout worden veroorzaakt. Dat blijkt wel uit het feit dat zij zich vooral focust op lokale aanpak. Zij geeft aan dat daar rekening mee zal worden gehouden bij het opstellen van de regelgeving die onder de Omgevingswet komt. Het meest verontrustende is wel dat zij vindt dat kachels die voldoen aan de strenge  Ecodesignnorm zo schoon dat een fijnstoffilter niet meer nodig is. Ze verwijst naar het platform waar deze zaken worden besproken. We hebben nog heel veel pionierswerk te doen.


 

(pagina 29 en volgend) De houtstook is inderdaad een ding. We moeten de problematiek van de houtstook serieus nemen. Tegelijkertijd is het lastig om tot letterlijk achter de voordeur te controleren. In die zin heeft zowel mevrouw Cegerek als de heer Dijkstra een beetje gelijk. Dat is dan weer mooi in het leven. Mevrouw Cegerek heeft een motie ingediend. Die motie is een ondersteuning van het beleid en ik voer haar ook uit. Via het Platform Houtstook zoeken wij naar oplossingen opdat de overlast door houtstook wordt beperkt. Die overlast doet zich soms gewoon voor. Als de pijp net onder het raam van de buurman uitkomt en diens kinderen slapen in die kamer, dan verwacht je dat dit in goed overleg tussen de buren kan worden opgelost, maar in de praktijk is dit lastig. Wij kijken ook naar de oplossing die Duitsland heeft voor het beperken van overlast door houtrook.
Het is essentieel dat het een lokale aanpak is. Dat is wat mij betreft de kern. Er zijn namelijk plaatselijk heel grote verschillen. Dan kun je het niet allemaal vanuit Den Haag regelen. We streven ernaar om gemeenten voldoende mogelijkheden te geven om effectief op te treden. Daar zullen we ook rekening mee houden bij het opstellen van de regelgeving die onder de Omgevingswet komt.
Er is gevraagd naar de subsidie op kachels. Mevrouw Van Veldhoven vroeg bovendien of een fijnstoffilter verplicht is. De kachels die gesubsidieerd worden, zijn zo schoon dat een fijnstoffilter niet meer nodig is. Zij voldoen aan de strenge Ecodesignnorm.
Er is ook gevraagd of de uitvoering van de Ecodesignrichtlijn naar voren gehaald kan worden. Dat is een interessant idee. We gaan ermee naar het Platform Houtstook.
Dan is er gevraagd of er een koppeling kan worden gemaakt tussen de luchtkwaliteitapp en de waarschuwing voor houtrook. In Nijmegen wordt een houtstookapp ontwikkeld die de stoker waarschuwt in geval van overlast voor zijn directe omgeving. Er zijn interessante ontwikkelingen gaande op dit terrein, waar we verder naar moeten kijken. Voor het overige heb ik de Kamer een brief gestuurd met daarin de verschillende mogelijkheden via het platform, naar aanleiding van de genoemde motie.
De heer Houwers (Houwers): Ik ben blij dat de staatssecretaris deze zaak serieus opneemt. Het is een ding, zoals zij zegt. Wellicht dat Duitsland een voorbeeld kan zijn, omdat daar best veel hout wordt gestookt. De staatssecretaris zegt dat ze al veel doet. Ziet ze ook in dat er verschil is tussen de overlast die iemand zijn buren kan aandoen en de feitelijke vervuiling die in de lucht aanwezig kan zijn? De aanwezigheid van fijnstof hoeft niet meteen te betekenen dat je daar op een kinderslaapkamer last van hebt. De last is één ding, maar de luchtvervuiling is een ander ding. Kijkt de staatssecretaris naar beide dingen?

Staatssecretaris Dijksma: U slaat de spijker op de kop. Zo is het. Je hebt twee kwesties: de directe overlast, maar ook het effect van bijvoorbeeld houtstook op de normen. Ook daar kijken we naar.

De heer Houwers (Houwers): Wilt u dan nog één ding meer doen en ook kijken naar het idee van Duitsland, waar ze de schoorsteenveger laten meten of laten meedenken? Als u toch naar Duitsland kijkt, wilt u dan ook daarnaar kijken?

Staatssecretaris Dijksma: Ik meende dat ik zojuist, toen ik Duitsland noemde, u daar al een toezegging … Ja.

Platform Houtrook een farce?

Is het platform houtrook een farce?
Langzamerhand beginnen we ons steeds meer af te vragen wat de rol van het ministerie van Infrastructuur en Milieu is met betrekking tot de problematiek houtrook. Welk spel speelt dit ministerie? En hoe serieus moeten wij als stichting het platform nog nemen (waar we zelf in participeren) als Sharon Dijksma het platform afwaardeerd tot een club mensen met “experts in het houtstoken”. “Echte mannen”, noemt Dijksma ze met grote glimlach. Die moeten tips gaan geven over verstandige manieren om de houtkachel te branden en de overlast te beperken. (Bron: NOS)

Onbegrijpelijk!? Informeren haar ambtenaren haar niet over het doel van het platform? Of interesseert het haar niet? Of is dit gewoon het uiteindelijke doel waar het ministerie naar toe werkt? Terwijl zij in haar brief aan de kamer in januari onder andere het volgende schrijft: De opdracht aan het Platform is het vergroten en verspreiden van kennis over hoe de overlast en mogelijke gezondheidsschade van het stoken van hout door particulieren kan worden verminderd en voorkomen. Het Platform zal dan ook worden betrokken bij de uitvoering van de motie Cegerek c.s., waarin de regering wordt verzocht de problemen en mogelijke oplossingen voor de gezondheidsklachten als gevolg van houtstook in kaart te brengen.

We gaan er maar even vanuit dat Sharon Dijksma niet op de hoogte is. Dat de ambtenaren van het ministerie van I&M haar niet goed hebben geïnformeerd of zelf niet goed op de hoogte (willen) zijn. De stichting neemt voorlopig aan dat ook zij van mening is dat elke burger recht heeft op zo gezond en schoon mogelijke lucht. Zeker als je weet dat houtrook zich echt niet alleen beperkt tot de buren! De rook trekt de hele buurt door. Komt in huizen, scholen en op sportvelden. Je ruikt het als je op de fiets zit of in de auto. Houtrook is gewoon een probleem voor de volksgezondheid. Want net zoals er geen verstandige manier is om te roken is er ook geen verstandige manier om hout te stoken.

GGD Noord Nederland n.a.v. reactie staatssecretaris op het onderzoek naar houtrook (feb)

logo ggd groningenDe noordelijke GGD’en hebben officieel gereageerd op de brief van staatssecretaris Dijksma aangaande hun onderzoeksrapport. De GGD-en zijn positief over het feit dat de staatssecretaris erkent dat het stoken van hout de gezondheid van buren kan aantasten. Daarnaast geven zij commentaar op de brief van de staatssecretaris (onvolledig) en adviseren verdere maatregelen.

De brief is na vergadering van de commissie beschikbaar via onder andere deze site.

 

Brief aan de heer Pechtold nav zijn optreden in DWDD (januari)

Geachte meneer Pechtold,

Naar aanleiding van uw recente optreden in DWDD willen wij u graag bijpraten over een probleem dat gestaag in betekenis toeneemt en waarover ook door lokale D66-afdelingen vragen zijn gesteld: de overlast door houtstook.

De Stichting Houtrookvrij ijvert voor het terugdringen van overlast door uitstoot van gevaarlijke stoffen als gevolg van het gebruik van houtkachels, allesbranders, open haarden, vuurkorven, barbecues en aanverwante installaties binnenshuis en in de open lucht. Wij menen dat burgers recht hebben op schone en gezonde lucht in en rond de eigen woning.

Veel Nederlanders hebben last van houtrook. De Stichting Houtrookvrij heeft al uit 233 plaatsen in Nederland schrijnende verhalen en klachten ontvangen m.b.t. de hinder en overlast veroorzaakt door houtstoken. Ook de gemeenten, het Longfonds en de GGD’s ontvangen veel klachten. Dat is niet verwonderlijk, omdat er inmiddels meer dan 1 miljoen houtgestookte installaties in Nederland staan. Op buurtniveau zorgt dit voor een piekbelasting, waar geen adequate regelgeving voor bestaat, en die niet wordt gemeten, in tegenstelling tot de uitstoot van bv. verkeer, industrie of energiecentrales. Daar komt bij dat houtkachels puntbronnen zijn.

Al 12 procent van de bevolking geeft aan overlast te ondervinden van houtrook, onder hen mensen met longaandoeningen, kinderen en ouderen, maar ook gezonde burgers.

Houtrook is uitgegroeid tot een belangrijke bron van luchtvervuiling in ons land. Houtkachels en open haarden dragen meer bij aan de totale fijnstofemissies in Nederland dan het verkeer. U kunt dit terugvinden op de overheidswebsite emissieregistratie.nl.

Men denkt vaak dat verbranding van hout onschuldig is, omdat hout een natuurproduct is. Uit de verbranding van organisch materiaal zoals hout komen echter schadelijke stoffen vrij. Op lokaal niveau draagt houtrook bij aan gezondheidsklachten door fijnstof (PM10 en met name PM2,5 en ultra fijnstof). Ook komen er roet en giftige stoffen in de lucht, waarvan een aantal kankerverwekkend zijn (PAK’s). Houtrook is daarmee naast een milieuprobleem ook een gezondheidsprobleem.

Het inademen van houtrook is schadelijk. De samenstelling van houtrook lijkt sterk op die van tabaksrook, en er is inmiddels voldoende bewijsmateriaal om houtrook in verband te brengen met luchtwegaandoeningen, kanker, en vroegtijdige sterfte door hart- en vaatziekten. Mensen met een longziekte zoals astma of COPD, maar ook baby’s, kleuters en ouderen, zijn nog eens éxtra gevoelig voor houtrook. Wie in de buurt woont van een vervuilingsbron zoals een houtkachel, kan zich daartegen niet beschermen. Het is namelijk onmogelijk om de eigen woning zodanig af te sluiten dat de rook niet binnendringt. Bovendien is het juist nodig om continu te ventileren om de luchtkwaliteit binnenshuis gezond te houden. Hierdoor worden burgers belemmerd in hun dagelijkse leven.

Stokers menen het recht te hebben om te stoken. Vaak denken zij ook nog ‘duurzaam’ bezig te zijn en zijn zij niet op de hoogte van de schadelijke emissies, die niet alleen voor hun buren, maar ook voor henzelf gevaarlijk zijn. Niet-stokers willen met open ramen kunnen slapen, hun huis kunnen ventileren en hun was buiten kunnen drogen. Zij menen recht te hebben op gezonde lucht en op bescherming door de overheid.

Organisaties zoals het Longfonds en Milieu Centraal waarschuwen openlijk tegen het verbranden van hout. GGD’s dringen vanuit de medische milieukunde aan op het terugdringen van de emissies uit houtstook; uit het recente GGD-rapport blijkt dat de fijnstofgehaltes in een wijk met houtkachels regelmatig boven de etmaalgemiddelde advieswaarde liggen.

De WHO benadrukt in een begin 2015 verschenen rapport dat daar waar mensen over schone brandstoffen of technieken voor koken en stoken kunnen beschikken onnodige sfeer- en bijverwarming met hout vermeden moet worden. De WHO vindt voorts dat de misvatting dat hout stoken duurzaam en milieuvriendelijk is met kracht bestreden moet worden. Bevordering van de kennis over dit onderwerp is dus van levensbelang.

In september 2013 werden door Stientje van Veldhoven vragen gesteld aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu over de bijdrage van houtkachels aan de luchtvervuiling.

Vanwege toenemende klachten en tegenstellingen over houtstook is inmiddels door het RIVM in opdracht van het Ministerie van I&M een platform opgericht met als doel de overlast en de gezondheidsschade door houtstoken te voorkomen en/of te beperken en na te denken over betere wet- en regelgeving.

Het uitdragen van uw fascinatie voor houtstook is een dus volkomen verkeerd signaal. Iemand van uw signatuur zou veel beter geïnformeerd moeten zijn en zich moeten realiseren wat de gevolgen van zijn uitspraken zijn, zeker wanneer die gedaan worden in een veelbekeken programma als DWDD. Gezondheidsschade door luchtvervuiling moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Uw middeleeuwse hang naar kloven en klieven draagt daar niet aan bij.

Subsidie op pelletkachels, een slecht idee! (januari)

M.i.v. 1 januari is er, conform de overheidsplannen, een subsidie voor pelletkachels ingesteld, om de 16% duurzame energie in 2023 te helpen behalen. Er is binnen de EU een grote behoefte aan hoogrenderende houtkachels, omdat men op tal van plaatsen op hout als brandstof aangewezen is. In Nederland is dit niet het geval. Het stoken van houtkachels is hier een extra luxe. Een in 2015 verschenen WHO-rapport doet de aanbeveling houtstook in dichtbevolkte woonwijken te vermijden: géén houtstook waar andere mogelijkheden zijn, alleen de meest geavanceerde pelletkachels waar men op hout aangewezen is. Dat rapport legt de overheid naast zich neer, om over de rug van haar burgers de doelen van het Energieakkoord te halen. het mag duidelijk zijn dat wij dit initiatief niet kunnen waarderen! Daarbij is onlangs tijdens het congres van JOAQUIN (Joint Air Quality Initiative) in Amsterdam aangegeven dat het inzetten op pelletkachels niet de oplossing is voor schonere lucht!

Pelletkachel congres Joaquin

De RIVM-toolkit tegen houtrookoverlast: een zeer gebrekkig instrument (januari)

logo-rijksoverheidOp de website van het RIVM is onlangs een pagina verschenen met informatie die bedoeld is voor de GGD-professional die zijn/haar burgers wil informeren over de gezondheidseffecten en de overlast die gepaard kunnen gaan met het inademen van houtrook uit houtkachels etc. in de directe omgeving.
Het RIVM heeft op deze website ook een zg. toolkit opgenomen – gebaseerd op een eerder door de VVM ontworpen toolkit – waarin aanbevelingen staan voor particulieren die overlast van houtstook ondervinden. Deze aanbevelingen zijn ons inziens onwerkbaar voor GGD’s, en voor een gehinderde kunnen ze slechts een teleurstelling opleveren.

We kunnen houtrookoverlast het beste met gezondheidsschade door meeroken vergelijken. Vroeger was een niet-rokende werknemer aan de welwillendheid van zijn rokende collega’s overgeleverd: hij kon een roker alleen vriendelijk om begrip vragen. Dat kunnen we ons nu niet meer voorstellen. Rondom roken en meeroken zijn nu allerlei regels en verboden. Het RIVM-advies inzake houtrookoverlast komt er, net als vroeger bij roken, op neer dat de benadeelde de stoker vriendelijk moet vragen vrijwillig minder of anders te stoken. De stoker kan daar gevolg aan geven, maar hij kan het ook gewoon laten, omdat regels en verboden hier geheel ontbreken. Iemand die (gezondheids)overlast ondervindt is daardoor vogelvrij.

De toolkit

De RIVM-toolkit op bovengenoemde website is afgeleid van de VVM-toolkit ‘Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast’, ontstaan n.a.v. het congres ‘Houtstook & gezondheid: problemen voorkomen’ in mei 2014.
In het recente rapport van de noordelijke GGD’s over overlast door houtrook (oktober 2015) wordt nadrukkelijk gewezen op de tekortkomingen van de aanbevelingen in deze VVM-toolkit. Enkele citaten uit het rapport:
“(…) Maar naast de aanmeldingen uit de regio met veelal schrijnende verhalen, waren er zelfs van elders in het land nogal wat reacties van wanhopige burgers. De meeste van hen bleken niet op de hoogte van de mogelijkheden die genoemd zijn in de VVM-toolkit. Gezien hun verhalen zullen zij waarschijnlijk die mogelijkheden echter niet als echt bruikbaar ervaren.”
“Verder blijkt dat velen vinden dat de overheid tekort schiet wanneer zij daar om hulp of maatregelen vragen. De juridische mogelijkheden die beschreven zijn in de toolkit ‘Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast’ bieden kennelijk geen oplossing.”
“In stap 4 of 5 van de toolkit staat geen (semi)-kwantificerende beoordeling van de ernst van een situatie. Daardoor is de toolkit niet geschikt om een juridisch houdbaar onderscheid te maken tussen wel of niet aanvaardbare overlast, en wel of niet handhavend optreden.”
Het valt dus te betreuren dat het RIVM deze toolkit opnieuw introduceert.

Wat kan een burger volgens het RIVM doen wanneer hij overlast ervaart?

1. Hij kan ‘in gesprek gaan’.

De RIVM-toolkit is vooral ontoereikend, omdat zij de nadruk legt op vrijblijvende begrippen zoals overleggen, begrip kweken, voorlichting en bewustwording, en niet op het scheppen van een wettelijk kader. Alles is er in feite op gericht de problemen op de gehinderde zelf af te wentelen. Het gaat voor het gemak uit van een conflict één op één dat d.m.v. burenoverleg, wijkagent of buurtbemiddeling zou kunnen worden opgelost. Meestal zijn er echter meerdere stokers en is het probleem juist de cumulatie van de rook. Wie – zoals de Stichting HoutrookVrij – het oor te luisteren legt bij houtrookgedupeerden, merkt al gauw dat zelf op de buren afstappen meestal in ruzie ontaardt. Houtstokers menen in hun recht te staan, denken milieuvriendelijk bezig te zijn, hebben investeringen gedaan en zijn vaak volkomen onwetend over de schadelijke rookgassen.

2. Hij kan milieu- en gezondheidsklachten melden bij de gemeente.

In haar antwoord op recente Kamervragen schrijft staatssecretaris Dijksma ‘dat het aan de gemeentes zelf is om te bepalen op welke wijze zij invulling geven aan hun bevoegdheden bij het bestrijden van houtrookoverlast.’
In de praktijk doen gemeentes niets met de klachten van inwoners. Het advies dat burgers soms krijgen om een dossier aan te leggen met de situering van bronnen, stooktijden en weersomstandigheden, is een onmogelijke opgave en een wassen neus. Alleen al de eerste stap, de juiste inventarisatie van de bronnen, is voor een gehinderde een probleem. Zelfs de GGD geeft in haar rapport toe dat er nog een tool moet worden ontwikkeld om na te kunnen gaan uit welke schoorsteen de rook afkomstig is. Het enige wat klagers in de praktijk bereiken, is een knetterende burenruzie, zonder dat stokers hun gedrag aanpassen. En waarom zouden ze ook: het merendeel van de houtstokers in Nederland overtreedt in principe geen wetten. Zij hebben een houtkachel gekocht bij een normale kachelhandel, zij hebben hem correct laten installeren, hun pijp voldoet aan de regels en ze stoken droog hout. Hun is wijsgemaakt dat ze ook nog duurzaam bezig zijn. Het is vanuit hun visie wel te begrijpen dat ze die dure kachel dan ook willen stoken.
Gemeentes hebben behalve artikel 7.22 van het bouwbesluit dat spreekt over het subjectieve begrip ‘hinder’ geen middelen om te handhaven (en doen dat dan ook niet) en verwijzen juist naar de noodzaak van overheidsmaatregelen. Aan voorlichting en bewustwording doen de meeste gemeentes niets. Zij nemen niet in de APV op dat er niet mag worden gestookt bij mistig en windstil weer, en benutten hun gemeentewebsite niet voor het ontraden van houtstook of het focussen op schonere energiebronnen. Bij cumulerende overlast van meerdere stokers is de gemeente bovendien machteloos, want zij kan alleen afzonderlijke overtreders aanpakken.
Alleen in het geval dat een stoker echt iets onrechtmatigs doet (zijn schoorsteen deugt niet of hij wordt betrapt op afval verstoken) kan de gemeente met succes ingrijpen.

3. Hij kan milieu- en gezondheidsklachten melden bij de GGD.

Volgens het RIVM kan de GGD wel ‘meedenken’, en informatie geven, maar weinig dóen tegen het gebruik van houtkachels. De GGD kan geen maatregelen afdwingen, de GGD voert geen metingen uit en de GGD heeft geen rol in juridische conflicten. Hier is dus weinig concrete hulp voor gedupeerden te verwachten.

4. Hij kan milieu- en gezondheidsklachten melden bij de Vereniging Leefmilieu.

Deze Vereniging kan niets betekenen voor individuele gehinderden of ‘in het geval u er samen niet uitkomt’, zoals het RIVM dat omschrijft. De Vereniging Leefmilieu probeert het onderwerp alleen op de politieke agenda te krijgen en pleit voor strenger beleid.

5. Hij kan zijn toevlucht nemen tot wat Milieu Centraal op haar website zegt over overlast van houtstoken.

Milieu Centraal geeft alleen informatie – ongeveer dezelfde als het RIVM zelf – maar brengt een oplossing niet dichterbij. Milieu Centraal ontraadt in eerste instantie houtstook in woonwijken, maar vult de rest van haar website (‘voor wie tóch wil genieten van een houtvuur’) vervolgens met stooktips, het aanbevelen van pelletkachels (zelfs voor hoofdverwarming!), nog meer ‘goed-stoken-tips’ en kooptips voor de juiste houtkachel. Het verhaal eindigt dan weer met ‘op grote schaal brandhout gebruiken is geen duurzame optie’, een nogal dubbele boodschap dus, maar vooral één waar een houtrookgedupeerde niets aan heeft.

6. Hij kan zich voor juridische bijstand melden bij een Juridisch Loket/Rechtswinkel of bij de Stichting HoutrookVrij.

Het RIVM waarschuwt op voorhand dat een rechtszaak duur, onzeker en tijdrovend is en dat de wetgeving tekortschiet. Het Juridisch Loket en de Rechtswinkel geven alleen juridisch advies aan mensen met een laag inkomen en weinig vermogen. Bij een te hoog inkomen kun je dus alleen bij een dure advocaat of mediator terecht. Juristen kunnen bij het geven van advies alleen terugvallen op de bestaande gebrekkige wet- en regelgeving m.b.t. houtstook. De jurisprudentie over dit onderwerp is allesbehalve hoopgevend, de meeste verzoeken tot handhavend optreden zijn in het verleden afgewezen.
De Stichting HoutrookVrij tenslotte verzet zich tegen de houtkachelterreur en ijvert voor het recht op frisse lucht, maar heeft geen juridische expertise. Het RIVM wekt hier dus verwachtingen die nooit kunnen worden ingelost.

Het RIVM suggereert dat burgers zich kunnen beroepen op onrechtmatige daad, art. 5:37 BW. (Wetboek dus en niet Rechtboek, zoals het RIVM schrijft).
Hoe kun je iemand beschuldigen van onrechtmatige daad, wanneer hij in principe niets onrechtmatigs doet? Een open haard of houtkachel (mits volgens de regels aangelegd en normaal gestookt) is immers toegestaan en je kunt als stoker niet voorkomen dat rook verwaait buiten je eigen perceel. Dat is inherent aan een houtkachel. Toch kan hierdoor overlast ontstaan, maar de kans dat een klager hier op grond van onrechtmatigheid in het gelijk gesteld wordt is miniem.
Onrechtmatige daad speelt zich af tussen een dader en benadeelde. Bij houtrookoverlast zit het probleem vaak in de cumulatie van houtrook door diverse ‘daders’. Die veroorzaken ieder voor zich misschien niet eens overdreven veel rookgassen (hoewel sommigen onoordeelkundig stoken), maar samen zorgen zij voor een overschrijding van de normen.
Er bestaat ook onrechtmatige daad door gedragingen in groepsverband, maar dit lijkt hier niet van toepassing. Het gaat dan meer om een georganiseerde manier van anderen schade toebrengen, zoals bv. voetbalsupporters soms doen. Meer van toepassing is art. 6:99 BW:
“Kan de schade een gevolg zijn van twee of meer gebeurtenissen voor elk waarvan een andere persoon aansprakelijk is, en staat vast dat de schade door ten minste één van deze gebeurtenissen is ontstaan, dan rust de verplichting om de schade te vergoeden op ieder van deze personen, tenzij hij bewijst dat deze niet het gevolg is van een gebeurtenis waarvoor hijzelf aansprakelijk is.”
Als op grond van dit artikel al zou kúnnen worden aangetoond dat – bij voorbeeld – vier houtstokers in een straat samen verantwoordelijk zijn voor een onacceptabele luchtverontreiniging, dan is dit zeker geen gelopen race en juridisch een onontgonnen gebied. Een dergelijke casus heeft zich in de jurisprudentie waarschijnlijk nog nooit voorgedaan en ook hier geeft het RIVM burgers dus vooral valse hoop.

7. Hij kan zelf dure metingen laten doen door professionele bureaus.

Of dat iets toevoegt is maar de vraag. In een zaak uit 2014 werd doodleuk aangevoerd dat “tot op heden geen algemeen aanvaarde inzichten bestaan over de beantwoording van de vraag of, en zo ja, onder welke omstandigheden en bij welke frequentie, rook afkomstig van gebruik van een houtkachel schade aan de mens toebrengt. De Wet milieubeheer, in het bijzonder bijlage 1 van die wet, die grenswaarden bevat voor fijn stof (PM10 en PM2.5), geeft evenmin uitsluitsel daarover.”

De stooktips

Naast de toolkit vinden we op bovengenoemde RIVM-website ook ‘stooktips’ om overlast te voorkomen of te verminderen. Deze zouden o.i. voorafgegaan moeten worden door het advies om bij voorkeur NIET op hout te stoken. Verder zou dit dé plek zijn om alternatieven voor verwarming d.m.v. hout aan te dragen, en alternatieven voor een sfeervol vlammenspel, b.v. met electriciteit of bio-ethanol.
Verder zijn de ‘stooktips’ op zich een zwaktebod: het opvolgen ervan door stokers is immers geheel op vrijwilligheid gebaseerd en bovendien oncontroleerbaar, terwijl het hier toch gaat om de uitstoot van schadelijke stoffen, waarbij de normadvieswaarden volgens het recente GGD-rapport blijkbaar regelmatig ruim worden overschreden: piekwaarden van fijnstof PM2.5 tot ruim 300 μg/m3 (!) zijn meer iets waarbij we denken aan Beijing tijdens een smogperiode (21 december 2015: alarmfase in Beijing met 391 μg/m3), of aan het afsteken van vuurwerk met oud en nieuw (zie illustratie hieronder).

Gehinderden zijn na het bezoeken van de RIVM-website op zichzelf aangewezen. Het lijkt of de overheid iets aan het probleem wil doen, maar wie goed leest ziet dat kosten, moeite en bewijslast op gedupeerden zelf worden afgeschoven, terwijl zij ondertussen geheel aan de goodwill van stokers overgeleverd blijven. Dat is een ongewenste situatie en het vermoeden rijst dan ook dat de overheid een dubbele agenda heeft. De overheid weet wel ongeveer hoeveel particuliere houtgestookte installaties er zijn en hoeveel kiloton hout die verstoken, maar die cijfers zijn alleen te vinden in CBS-rapporten over ‘hernieuwbare energie’. Hout stoken betekent in de ogen van de overheid nl. alleen ‘vermeden CO2-emissie’ en ‘vermeden verbruik van fossiele primaire energie’. Onze overheid vindt houtstoken duurzaam, want eventuele schadelijke uitstoot (van puntbronnen nota bene) wordt hierin niet betrokken.

M.i.v. 1 januari is er dan ook, conform de overheidsplannen, een subsidie voor pelletkachels ingesteld, om de 16% duurzame energie in 2023 te helpen behalen.
Er is binnen de EU een grote behoefte aan hoogrenderende houtkachels, omdat men op tal van plaatsen op hout als brandstof aangewezen is. In Nederland is dit niet het geval. Het stoken van houtkachels is hier een extra luxe. Een in 2015 verschenen WHO-rapport doet de aanbeveling houtstook in dichtbevolkte woonwijken te vermijden: géén houtstook waar andere mogelijkheden zijn, alleen de meest geavanceerde pelletkachels waar men op hout aangewezen is. Dat rapport legt de overheid naast zich neer, om over de rug van haar burgers de doelen van het Energieakkoord te halen.

Het siert het RIVM dat zij zich duidelijk uitspreekt over de gevaren van houtstook. De ‘tips’ die aangedragen worden zijn daarmee echter niet in verhouding. Het is alsof over een etterende wond uit onmacht maar een pleister wordt geplakt; dan valt het niet zo op.
Wij hopen dat de GGD’s, voor wie een deel van deze informatie is bedoeld, zich vanuit de medische milieukunde sterk zullen maken voor doeltreffender maatregelen, en zolang deze er niet zijn naar gedupeerde burgers toe geen verstoppertje zullen spelen.

Het recente GGD-rapport over houtstook concentreerde zich o.a. op de vraag of eenvoudige fijnstofmeters – zoals bv. de Dylos DC1700 – bruikbaar zijn om vast te stellen of er sprake is van onacceptabele situaties. Het antwoord daarop luidde voorzichtig ja. Op termijn zou volgens de GGD’s een meetsysteem kunnen worden ontwikkeld waar gemeenten houvast aan hebben. Daarvoor is echter aanvullend onderzoek nodig en dat kost geld. GGD’s zouden nu door moeten pakken en hiervoor in het belang van de volksgezondheid een beroep moeten doen op de overheid.
Het verdient ons inziens geen aanbeveling om de raadgevingen van het RIVM kritiekloos op GGD-websites over te nemen, zoals helaas hier en daar al is gebeurd, want slachtoffers van houtstook zijn hier niet mee geholpen.

Reactie van de stichting op het onderzoek van Milieu Centraal: Hout stoken: lust of last? (januari)

milieucentraalBron: persbericht Milieu Centraal

Bijna de helft van de Nederlandse bevolking vindt vuurtjes stinken. Eén op de tien Nederlanders ervaart zelfs grote overlast van anderen die binnenshuis stoken. Acht procent vindt dat hout stoken verboden zou moeten worden. Dat blijkt uit onderzoek van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal, uitgevoerd door Motivaction.

Ongeveer tien procent van de Nederlandse huishoudens heeft een houtkachel of open haard. Voor het milieu kunnen er in woonwijken beter geen bijkomen, stelt Milieu Centraal. Bij het stoken van hout komen namelijk stoffen, zoals fijnstof, vrij die nadelig zijn voor de gezondheid. Bijna dertig procent van de Nederlanders weet dat hout stoken schadelijk is voor de gezondheid. Via ramen, deuren of ventilatieroosters kan de rook andere huizen binnendringen. De mensen die grote overlast ervaren van vuurtjes van anderen, hebben vaak gezondheidsproblemen.

Het onderzoek is online uitgevoerd via het StemPunt-panel van Motivaction en representatief voor de Nederlandse bevolking van 18 tot 70 jaar. 700 Nederlanders hebben de vragenlijst geheel beantwoord. De periode van dataverzameling was 1 tot en met 5 juni 2015. Motivaction is lid van de MOA en maakt deel uit van de Research Keurmerkgroep. Tot zo ver een deel van het persbericht van Milieu Centraal.

Reactie
Als stichting zijn we blij met alle aandacht gerelateerd aan de problemen die worden veroorzaakt door het stoken van hout. Zeker als blijkt dat een landelijk blad als Metro dit onderzoek prominent plaatst. Toch zetten we onze kanttekeningen bij het onderzoek en het advies van Milieu Centraal. In de eerste plaats vinden we het vreemd dat dit onderzoek in juni is uitgevoerd. Heel bijzonder is bijvoorbeeld het volgende resultaat uit het onderzoek:

Aan de personen die in ieder geval in kleine mate overlast ervaren van een houtkachel of open haard, is gevraagd hoe vaak zij overlast ervaren van deze twee middelen. De resultaten laten zien dat deze personen in de lente en zomer vaker overlast ervaren dan in de herfst of winter. 22% van de personen die overlast ervaren geven aan in de lente of zomer in ieder geval wekelijks overlast te ervaren van een houtkachel of open haard. Voor de herfst en winter is dit percentage 18%.

Dit staat haaks op de ervaring van de stichting en van de sites houtrook.nl en houtrook.com. Wij zien en weten uit ervaring dat het merendeel van de problemen zich vooral afspelen in de periode september tot en met april. Dit wordt ook ondersteund door het onderzoek van CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) ‘Houtverbruik huishoudens WoON-onderzoek 2012‘. In dit rapport staat volgend (de zomerperiode wordt niet eens meegenomen!): Opvallend is dat veel huishoudens in de herfst en winter hun houtgestookte installatie elke dag gebruiken. Er lijken slechts weinig weekendstokers te zijn die hun installatie één of twee keer per week gebruiken.

Milieu Centraal adviseert dat voor het milieu er in woonwijken beter geen houtkachels of open haarden bijkomen. Zij neemt dus geen stelling tegen het aantal voorzieningen dat nu al gebruikt wordt. En dat is ook vreemd. Blijkbaar belast het stoken van hout en andere vaste stoffen in Nederland door particulieren het milieu op dit moment nog niet? Of bedoelt zij dat als we maar goed stoken (tips) het allemaal wel meevalt? Ook dat is een vreemde opstelling. Want bij het stoken van hout door particulieren komen veel ongezonde, volgens de overheid, ‘zeer zorgwekkende stoffen‘ vrij. Volgens www.emissieregistratie.nl is het verbanden van hout door particuliere bijvoorbeeld verantwoordelijk voor 86% van de Benzo(a)Pyreen, 87% Benzo(b)Fluorantheen en 87% Benzo(k)Fluorantheen.

zeer zorgwekkende stoffen

Als laatste vragen wij ons af waarom Milieu Centraal de ervaringen onderzoekt van de Nederlandse bevolking met het stoken van hout, hun houding ten aanzien van hout stoken en het huidige stookgedrag en de kennis hierover onder houtstokers in het bijzonder? Tijdens de platformbijeenkomst in oktober gaven de vertegenwoordigers van Milieu Centraal duidelijk te kennen dat voor hen enkel het milieu-aspect relevant is. En daar gaat dit onderzoek niet over.

 

 

Roken: lust of last? ((januari)

milieucentraal

In opdracht van Milieu Centraal heeft Motivaction een onderzoek uitgevoerd naar de ervaringen van de Nederlandse bevolking met roken, hun houding ten aanzien van roken, het huidige rookgedrag en de kennis hierover onder rokers in het bijzonder.

Nederlanders roken op diverse manieren: op kantoor, thuis, en op het balkon of in de tuin. Dit recreatieve roken brengt soms overlast met zich mee. Iedereen heeft wel eens van de rook van anderen kunnen meegenieten. Maar vaak wordt het nauwelijks als hinderlijk ervaren en soms zelfs als sfeervol. Echter, er zijn ook delen van de bevolking die bezwaar maken tegen de effecten van roken. 10% van de bevolking geeft aan last te hebben van de schadelijke effecten en van geur- en rookoverlast.

Kortom: Milieu Centraal ziet een groeiend maatschappelijk issue rond roken door particulieren en dat is reden voor Milieu Centraal om te willen weten in welke mate dit issue nu echt in Nederland leeft. Daarnaast wil Milieu Centraal graag weten in hoeverre men bekend is met de ‘rooktips’ die ervoor zorgen dat roken minder overlast veroorzaakt.

Over het algemeen ervaren Nederlanders weinig overlast van roken.

De meerderheid van de Nederlandse bevolking ervaart geen of in geringe mate overlast van roken. Slechts een tiende van de bevolking geeft aan in grote mate overlast te ervaren van roken. Dit deel van de Nederlandse bevolking ervaart vooral stankoverlast. Een kwart noemt ook lichte irritaties.

De meerderheid van de Nederlanders is positief over roken.

De meerderheid van de Nederlanders kent positieve kenmerken toe aan roken. Genoemd wordt dat roken gezellig is, lekker, en leuk om te doen. Slechts een vijfde van de Nederlandse bevolking vindt roken ongewenst. Bijna de helft van de Nederlanders vindt dat roken voor stank zorgt.

De meerderheid wil roken niet verbieden.

In eerste instantie geven Nederlanders aan dat de voorlichting over roken voldoende is en er geen strengere wetten of regels nodig zijn. Op de tweede plaats geeft men aan dat roken geheel vrijgelaten moet worden. Ruim een kwart van de Nederlanders geeft aan dat strengere wetten en regels wel nodig zijn en 8% vindt dat roken helemaal verboden moet worden. Rokers zijn in hoge mate bereid om maatregelen te nemen om overlast door roken te beperken. Zij doen dit vooral door sigaretten van kwalitatief hoogwaardige tabak te roken.

Geen behoefte aan informatie.

Circa één op de vijf Nederlanders rookt. Vooral voor de gezelligheid, en om zich behaaglijk te voelen. Een vierde van alle rokers ontvangt informatie over roken. Informatie wordt vooral verkregen van familie, vrienden of kennissen en van tabaksproducenten en sigarenwinkels. Rokers hebben niet veel behoefte aan informatie over roken, de meeste ‘rooktips’ zijn bekend en worden al door een meerderheid van de rokers toegepast.
————————————————————————————————————————————-

Tot zover Milieu Centraal. Vindt u dit een merkwaardig verhaaltje? Roken vrijlaten, roken gezellig? De schadelijke effecten van roken zijn toch allang bekend? Roken is toch allang aan banden gelegd, zodat niemand meer met anderen mee hoeft te roken? Is dit soms een krantenartikeltje uit de jaren ’60?

Nee, het enige wat hier is gebeurd, is het vervangen van ‘hout stoken’ door ‘roken’. Want wat is eigenlijk het verschil tussen hout stoken en meeroken? Houtrook bevat vergelijkbare giftige en kankerverwekkende stoffen als sigarettenrook en is vaak zelfs nog schadelijker. Als je ‘hout stoken’ vervangt door ‘roken’ dringt het pas tot je door wat een gevaarlijke, maar helaas nog niet achterhaalde boodschap hier uitgedragen wordt.

Het bovenstaande fragment is afkomstig uit een onlangs gepubliceerd ‘onderzoek’ in opdracht van Milieu Centraal naar de houding van de Nederlandse bevolking met betrekking tot hout stoken en wil het draagvlak voor strengere regels rond hout stoken aftasten.

Omdat het grootste deel van de Nederlandse bevolking niet op de hoogte is van de schadelijke effecten van houtrook op gezondheid en milieu of deze negeert, is die houding helemaal niet zo negatief. Hout stoken verbieden? Wat een flauwekul. Overlast van anderen? Een beetje rook, daar moet een mens toch tegen kunnen? Stoken is leuk!!

De meerderheid van de Nederlandse bevolking ervaart volgens dit onderzoekje weinig overlast van hout stoken. Dat heeft zeker iets te maken met het kennisniveau van de gemiddelde Nederlander over hout stoken. Ook al heb je geen ‘overlast’, houtrook is bewezen schadelijk. Wanneer de respondenten eerst waren voorgelicht over de gezondheidseffecten van fijnstof, en de kans op kanker en luchtwegaandoeningen, waren hun antwoorden wellicht anders geweest

Lees hier zelf het onderzoek.