Advies VNG commissie MEM op motie gemeente Amersfoort en Leeuwarden

Advies VNG commissie MEM op motie gemeente Amersfoort en Leeuwarden
6 maart 2016 Vincent Van der Heiden

Voor de Algemene Ledenvergadering van het jaarcongres van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) op 7 en 8 juni 2016 dienden de gemeenten Amersfoort en Leeuwarden een motie in met betrekking tot houtrookoverlast van particuliere houtkachels en open haarden. De gemeenten Amersfoort en Leeuwarden riepen de VNG op om er bij het Rijk op aan te dringen de overlast van houtrook van particulieren te verminderen door gemeenten meer handhavingsmogelijkheden te geven en bronmaatregelen te nemen bij kachels en schoorstenen.

Het VNG-bestuur adviseerde de leden deze motie niet over te nemen, maar de inhoud ervan te betrekken bij de behandeling door de VNG-commissie Milieu, Energie & Mobiliteit (MEM).

De VNG-commissie Milieu, Energie en Mobiliteit heeft op donderdag 6 oktober 2016 hierover vergaderd.

Wat hield de motie van de gemeenten Amersfoort en Leeuwarden in?

 Amersfoort en Leeuwarden benadrukten dat het aantal houtkachels en open haarden toeneemt (ook als hoofdverwarming) en dat de bij de verbranding van hout in kachels en haarden vrijkomende giftige en/of kankerverwekkende stoffen zoals fijn stof, koolmonoxide, vluchtige organische stoffen, dioxinen en PAK’s in toenemende mate gezondheidsrisico’s (en stankoverlast) opleveren. Zij constateerden dat voorlichting in de vorm van tips en adviezen in veel gevallen niet leidt tot gedragsverandering en dat er behoefte is aan effectievere instrumenten voor beoordeling en handhaving.

Amersfoort en Leeuwarden gaven aan dat het inzetten op vrijwillige gedragsverandering – juiste brandstof en stooktechniek, letten op weersomstandigheden – zoals dat de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu voor ogen staat, niet voldoende is voor het beperken van overlast. Ook het Platform Houtrook en Gezondheid richt zich voornamelijk op kennisuitwisseling en informatievoorziening, terwijl het aantal gemeenten dat worstelt met het probleem van houtrook stijgt (o.a. Utrecht, Nijmegen, Lelystad, Almere, Groningen). De motie refereerde aan de toezeggingen van de Staatssecretaris om in overleg te treden met het RIVM en de gemeenten om problemen door houtstook en oplossingen in kaart te brengen door o.a. naar Duitse maatregelen te kijken en te overwegen de Ecodesign-richtlijn voor houtkachels eerder in te voeren dan 2020.

Voorts werd in de motie kritiek geuit op het eventueel vervallen van het verbod op het verspreiden van hinderlijke of schadelijke rook, roet of stank (nu art. 7.22 van het Bouwbesluit) in de nieuwe Omgevingswet. Het huidige Bouwbesluit beschermt überhaupt alleen de stoker en niet de omwonenden. De nieuwe Omgevingswet moet gemeenten voldoende mogelijkheden geven om effectief op te treden.

 Amersfoort en Leeuwarden stelden voor dat aan de VNG wordt opgedragen er bij het Rijk op aan te dringen dat:

  • bij het vervallen van art. 7.22 van het Bouwbesluit elders in de regelgeving een verbod wordt opgenomen dat beter handhaafbaar is in het geval van hinder en risico’s door houtrook.
  • de opvolger (BBL) van het Bouwbesluit zo wordt aangepast dat eisen aan schoorstenen ter bescherming van de woning zelf, ook gaan gelden voor buren.
  • er een objectieve en handhaafbare beoordelingsmethode (en meetinstructie) voor stookinstallaties in particuliere woningen wordt ontwikkeld met als doel overlastsituaties in voldoende mate te kunnen objectiveren.
  • naast de versnelde invoering van criteria voor uitstoot van te verkopen kachels, ook bevorderd wordt dat bestaande kachels versneld vervangen worden dan wel uitgebreid met voorzieningen om de overlast te reduceren (filter of katalysator).
  • er een harde termijn wordt vastgesteld waarbinnen alle houtkachels moeten voldoen aan strikte uitstooteisen met een bijpassend kwaliteitsbewakingssysteem, daarbij gebruik makend van de ervaringen van omringende landen zoals Duitsland.

Wat heeft de motie van Amersfoort en Leeuwarden opgeleverd?

 De VNG-commissie Milieu, Energie en Mobiliteit erkent het probleem dat burgers en gemeenten ervaren. Zij verwijst voor een oplossing naar de Omgevingswet die in 2019 in werking zal treden en waarin gemeenten meer lokale afwegingsruimte krijgen m.b.t. de aanpak van b.v. houtstookoverlast via het zogeheten Omgevingsplan. Daarmee wordt het een gemeentelijke bevoegdheid om dit probleem op te pakken, democratisch besloten in de gemeenteraad.

Verder zal de VNG in bestuurlijk overleg met het Rijk aandringen op:

  • (EU) bronmaatregelen
  • verkoopeisen van individuele stookinstallaties
  • de ontwikkeling van een landelijk toetsingskader
  • een handhaafbare beoordelingsmethode.

De VNG laat hiermee helaas niet blijken dat zij inziet dat houtstookoverlast een urgent probleem is. Zij verwijst naar regelgeving (de Omgevingswet) die nog in ontwikkeling is en die, wanneer zij definitief vorm heeft gekregen, wellicht pas in 2019 een handvat kan bieden voor de beteugeling van houtstook.

Doel van de Omgevingswet is de duurzame ontwikkeling van en het bereiken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Voor de gemeentelijke overheid introduceert de Omgevingswet het Omgevingsplan. In het Omgevingsplan worden bestemmingsplannen, beheersverordeningen etc. samenhangend gebundeld met onder meer regels over milieu, natuur, cultureel erfgoed, bomen en welstand.

Omdat veel zaken natuurlijk al op EU-niveau of op landelijk of provinciaal niveau zijn vastgelegd zal het in een gemeentelijk Omgevingsplan vooral gaan om lokale kwesties die bij uitstek voor de betreffende gemeente van belang zijn of speciaal maatwerk vereisen.

Wanneer er in 2019 dus nog steeds geen landelijke normen zijn opgesteld voor de overlast en gezondheidsschade door houtrook, dan kán een gemeente hierover regels opnemen in het Omgevingsplan, wanneer de voorstellen daartoe een democratische stemming in de gemeenteraad tenminste overleven. Theoretisch kunnen er dan gemeentes ontstaan waar de meerderheid beperkende regelgeving voor houtstoken afwijst en gemeentes waar er een meerderheid is voor bijvoorbeeld het aanwijzen van een houtstookvrije woonwijk.

Omdat dit een onwenselijke situatie lijkt – houtstook wordt zo opnieuw weggezet als een lokaal probleem – zou het veel beter zijn op korte termijn naar landelijke regels te streven, iets wat de VNG toezegt in contacten met het Rijk ook te zullen doen. De overige toezeggingen van de VNG zijn op zich een onderkenning van het probleem en zetten houtrookoverlast weer wat duidelijker op de kaart.