Tag

stookwijzer

Brief staatssecretaris aan Tweede Kamer over houtrook

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven stuurde vandaag een brief aan de Tweede Kamer over ‘houtrook van particuliere kachels’.

Zij zet in de brief uiteen dat maar liefst de helft van de mensen aangeeft weleens last te hebben van houtrook en 10% van de bevolking een stookverbod wil. Ook geeft het RIVM aan dat fijnstof uit houtrook even schadelijk is als uit andere bronnen, zoals verkeer. Volgens het RIVM is het daarom raadzaam om emissies van verbranding, van welke bron dan ook, te beperken, aldus de staatssecretaris.

Daar komt natuurlijk het buitensporig grote aandeel van houtstook in de totale uitstoot van andere zeer schadelijke stoffen, zoals PAK’s, benzeen en dioxines, nog bij.

Desalniettemin is een “categorisch verbod van houtstook – zoals sommige mensen willen” wat van Veldhoven betreft “niet aan de orde”.

Samengevat werkt zij aan drie beleidslijnen: eisen aan de uitstoot van houtkachels (versnelde invoering EcoDesign richtlijn om het risico op dump van extra vervuilende kachels tegen te gaan), voorlichting (stooktips en vrijwillige stookwijzer) en een meetprotocol om ernstige overlast aan te kunnen pakken.

De praktijk is echter dat een groot deel van de mensen die zich met klachten bij ons melden, juist last hebben van recent geïnstalleerde EcoDesign kachels in hun buurt. Dat is niet zo vreemd als je bedenkt dat zo’n houtkachel alsnog evenveel fijnstof uitstoot als zes dieselvrachtwagens. Terwijl diesels tegenwoordig op vele plekken geweerd worden. Ook over gesubsidieerde pelletkachels, die op papier nog vele malen ‘schoner’ zouden zijn, ontvangen wij veel meldingen, mede omdat deze vaak intensief gebruikt worden.

Een ander belangrijk punt is dat het Platform Houtrook en Gezondheid, ingesteld door het Ministerie van I&E en waar Stichting Houtrookvrij een van de deelnemers is, expliciet vraagt om:

“Het ontmoedigen van het stoken van hout door voorlichting [aan het algemeen publiek] om de schadelijke effecten van houtrook meer bekend te maken.”

De door de staatssecretaris voorgestelde voorlichting richt zich echter uitsluitend op de stoker en lijkt daarmee regelrecht uit te draaien op legitimatie en promotie van ‘gezellige’ houtstook, met de alom bekende ‘stooktips’. Het Longfonds, dat eveneens Platformdeelnemer is en de geboden oplossingen “niet toereikend” noemt, doet eenzelfde constatering:

“De nadruk ligt nu op voorlichting om beter te stoken. Dat betekent nog steeds uitstoot van schadelijke stoffen. Wij vinden het belangrijk dat het algemeen publiek goed wordt geïnformeerd over de risico’s voor hun gezondheid en dat zij worden aangeraden om niet op hout te stoken.”

Maar misschien is dit niet eens zo verwonderlijk, gezien de zeer grote bijdrage van ‘houtkachels thuis’ aan de hernieuwbare energie in Nederland. Onze overheid heeft dus tegengestelde belangen met enerzijds de klimaatdoelen en anderzijds luchtkwaliteit, nog even los van de actuele discussie of biomassa wel daadwerkelijk het klimaat helpt.

Tot slot vroeg het Platform aandacht voor de tegenstelling tussen enerzijds het streven naar schone lucht en anderzijds de ISDE-subsidie op pelletkachels en biomassaketels. Daar blijkt nu onderzoek naar gedaan te worden:

“In het Ontwerp Klimaatakkoord is aangegeven dat in 2019 onderzoek wordt uitgevoerd naar de wenselijkheid van de subsidie voor kleine installaties. Dit onderzoek zal medio 2019 gereed zijn.”

Het Ontwerp Klimaatakkoord zegt hierover:

“Inzet van biomassa in kleinschalige installaties heeft een negatief effect op luchtkwaliteit. Waar de toepassing van biomassa voor energie leidt tot een verslechterde luchtkwaliteit en waar dit mogelijk is, wil het kabinet de luchtkwaliteitsemissienormen aanscherpen voor kleine installaties vanaf 2022 (m.n. NOx en fijnstof).

Het kabinet zal daarnaast als onderdeel van de evaluatie van de ISDE in 2019 kritisch kijken naar de wenselijkheid van verdere stimulering van kleinschalige verbranding van biomassa (pelletkachels en installatie <0,5 MW).”

Hopelijk krijgt deze positieve ontwikkeling een passend vervolg in de afschaffing van de perverse pelletkachel-subsidies, waardoor de vervuiler momenteel niet betaalt, maar zelfs ontvangt.

De Stookwijzer: een staaltje symboolpolitiek

Houtkachels, open haarden en andere houtgestookte apparaten zorgen voor fijnstof in de lucht, en voor giftige en kankerverwekkende stoffen. Veel Nederlanders ondervinden hier hinder en/of gezondheidsklachten door en storen zich daarnaast aan de stankoverlast. Daarom ontstond binnen het programma Slimme en Gezonde Stad van de Rijksoverheid het idee voor een tool die burgers bewuster maakt van hun vervuilende gedrag en die aangeeft wanneer er beter niet met hout gestookt kan worden.

Met een pilot zou eerst worden geëxperimenteerd in de gemeente Nijmegen. In februari van dit jaar werd dus in Nijmegen de ‘Stookwijzer’ gelanceerd, ontwikkeld in samenwerking met ECN en met steun van het ministerie van I&M. De vormgeving en programmering besteedde men uit aan Greenberry te Utrecht.

Het streven was dat de Stookwijzer (www.stookwijzer.nu) bij raadpleging in één oogopslag duidelijk zou maken of de omstandigheden ongunstig waren voor houtstook.

Daartoe werden twee variabelen gebruikt: de luchtkwaliteitsindex en de windsnelheid. De luchtkwaliteitsindex is een door het RIVM ontwikkeld systeem dat aangeeft in hoeverre de luchtkwaliteit op een bepaald moment van de dag van invloed is op de gezondheid. Het geeft per km2 aan wat de actuele status is van de luchtkwaliteit. Deze informatie biedt burgers de mogelijkheid om de blootstelling aan luchtverontreiniging zo veel mogelijk te beperken. De luchtkwaliteitsindex (LKI) wordt bepaald door de concentraties fijnstof PM10 en PM2.5, ozon (O3) en stikstofdioxide (NO2) in de lucht, en gaat in 11 stappen van goed naar onvoldoende.

Door nu de actuele LKI te combineren met de actuele windsnelheid zou de Stookwijzer een advies kunnen genereren over de (on)wenselijkheid van het stoken van hout op dat moment.

De Stookwijzer is een maatregel die – vooral gekoppeld aan handhaving! – substantieel zou kunnen bijdragen aan het voorkomen of verminderen van houtrookoverlast in onze dichtbevolkte woonwijken en aan de bewustwording dat houtstoken vervuilend en ongezond is.

De Stookwijzer ging positief van start:

  • Als de luchtkwaliteit van 3 (goed) naar 4 (matig) ging, ging de Stookwijzer van blauw (stoken kán) naar oranje (liever niet stoken).
  • Als de LKI van 6 (matig) naar 7 (onvoldoende) ging, ging de Stookwijzer van oranje (liever niet stoken) naar rood (stook geen hout).
  • Daarnaast gaf de Stookwijzer altijd code rood bij een windkracht van 2 Bft of lager, want bij windstil weer hoopt de vervuiling zich tussen de huizen op en kan niet weg.

Hoewel dit een heel plausibele opzet was (en de enig juiste!), had het tot gevolg dat de Stookwijzer vrijwel altijd een negatief stookadvies gaf. De conclusie hieruit had moeten luiden dat de luchtkwaliteit in Nederland kennelijk meestal té slecht is voor het stoken met hout, maar het leidde helaas tot de beslissing dat de Stookwijzer moest worden ‘aangepast’.

Half juli werd de Stookwijzer dus versoepeld, zodat hij nu vaker code blauw (stoken kán) geeft. Daarmee werd het uitgangspunt verlaten dat de Stookwijzer een objectief advies zou moeten geven om minder of niet te stoken naarmate er meer smog is.

De herziene Stookwijzer zou voortaan uitgaan van een lagere LKI-waarde en de grens voor windstilte zou verlaagd worden van 2 Bft of lager (= 3,3 m/s) naar 2 m/s of lager. Een windsnelheid van 2 Bft komt in ong. 46 % van de tijd voor, terwijl 2 m/s maar in 22% van de tijd voorkomt (middeling over de jaren 1971-2000, meetpunt De Bilt). Deze variabele terugschroeven heeft dus een niet te onderschatten effect.

In de toolkit Houtstook door particulieren: hoe voorkom je overlast is windstil weer (waarbij stoken dus ontraden wordt) gedefinieerd als wind minder dan 2 Bft. De Toolkit Houtrook en Gezondheid van het RIVM heeft deze definitie overgenomen. Aangezien de Stookwijzer hiermee breekt komen er nu van de overheid naar de burger toe conflicterende adviezen. Overigens zijn de genoemde toolkits voor een gehinderde ontoereikend.

Het bizarre is dat de overheid in samenwerking met GGD’s en Omgevingsdiensten in het verleden ook een ánder digitaal hulpmiddel heeft ontwikkeld om informatie over luchtkwaliteit dichter bij de burger te brengen, namelijk de app Mijn Luchtkwaliteit. Deze app geeft aan wanneer gevoelige groepen (ouderen, hart- en longpatiënten) vanwege smog hun inspanningen beter kunnen beperken.

Nu de Stookwijzer is versoepeld kan zich dus het geval voordoen dat een hartpatiënt de app Mijn Luchtkwaliteit raadpleegt en ziet dat hij zich kalm moet houden, terwijl een stoker op de Stookwijzer ziet dat hij nog best mag stoken!

Wat een bewustwordingstool en een handhavingstool had kunnen worden, leidt nu tot een rechtvaardiging voor de stoker en dat kan niet de bedoeling zijn.

Overigens heeft ontwikkelaar Greenberry zowel in de eerste als de tweede versie van de Stookwijzer een flink aantal steken laten vallen. Zo geeft dezelfde combinatie van LKI en windkracht de ene keer code blauw en de andere keer code rood. Dit geldt ook voor code oranje en code rood.

De foto’s hieronder zijn overgenomen van een boze twitteraar, die tevergeefs hoopte de Stookwijzer in zijn strijd tegen houtrookoverlast te kunnen gebruiken:

Minder belangrijk, maar wel erg slordig is het feit dat het pijltje in windkracht bij het gebruik regelmatig ‘verdwijnt’, net als het cijfer in windkracht, en dat ook de lay-out van het LKI-wijzertje niet steeds hetzelfde is:

De Stookwijzer geeft de gebruiker een dubbele boodschap mee.

Aan de ene kant geeft dit programma voorlichting over de mate van vervuiling die houtstoken in verschillende apparaten met zich meebrengt. Zo wordt aangegeven dat een vuurkorf per kilo gestookt hout net zoveel uitstoot als een vrachtwagenrit van 3000 kilometer. Dat is niet mis. De Stookwijzer pretendeert dan ook aan te geven wanneer het vuur beter uit kan blijven.

Daar staat tegenover dat de Stookwijzer voor een belangrijk deel bestaat uit stooktips voor zogenaamd verstandig stoken en niet uit adviezen om NIET te stoken of schonere energiebronnen te gebruiken. Vragen als Wat voor vuurtje ga jij stoken? en adviezen als Stook niet meer dan 4 (!) uur per dag dragen niet bepaald bij aan het terugdringen van deze onnodig vervuiling.

De pelletkachel wordt in de Stookwijzer gepromoot als de minst vervuilende vorm van houtstook, maar volgens recent Deens onderzoek stoot deze per GJ opgewekte energie 580x zoveel fijnstof uit als een CV op gas.

Het is ook onzuiver om de verschillende vormen van houtstook onderling te vergelijken. Beter is het om de uitstoot van houtgestookte apparaten te vergelijken met schonere energiebronnen, zoals gas, infraroodverwarming, zonne-energie of warmtepompen. Dan wordt pas duidelijk hoe ongunstig houtstook uit die vergelijking komt.

Behalve voor het aflezen van de stookomstandigheden kan de Stookwijzer ook gebruikt worden voor het doen van overlastmeldingen. Die worden echter alleen gebruikt om een beter beeld te krijgen van overlast door houtrook in Nederland. Wie een melding doet krijgt de raad zélf contact op te nemen met zijn gemeente. In de meeste gevallen leidt dat helaas tot niets.

De Stookwijzer bevat voorts een aantal verwijzingen naar websites, waar consumenten meer informatie kunnen vinden:

De link naar de website van het RIVM gaat niet rechtstreeks naar informatie over houtstook, maar gewoon naar de homepage van het RIVM. Bij doorzoeken kán een volhouder eventueel de Toolkit Houtrook en Gezondheid vinden. Die bestaat echter voornamelijk uit onwerkbare en vrijblijvende adviezen, waar een gehinderde niets mee opschiet.

Ook de link naar de site van MilieuCentraal gaat naar de homepage. Verder zoeken is niet relevant, want MilieuCentraal is één van de drijvende krachten achter de landelijke Campagne Duurzame Energie, die pelletketels en houtkachels (en de subsidie daarop) promoot. MilieuCentraal is bovendien weggelopen uit het door de overheid in het leven geroepen Platform Houtrook en Gezondheid, omdat zij geen geld en uren beschikbaar had voor de doelstelling van dit Platform: het voorkomen en verminderen van houtrookoverlast.

De derde en laatste link gaat naar de app ‘Mijn Luchtkwaliteit’, waarmee de Stookwijzer nu helaas niet meer synchroon loopt, zoals hierboven al werd uitgelegd.

De Stookwijzer is dus een onzorgvuldig en ondoordacht geheel. Het is te hopen dat dit programma in het Platform Houtrook en Gezondheid eens kritisch tegen het licht zal worden gehouden. Vreemd genoeg is de Stookwijzer niet in overleg met dit Platform ontwikkeld en tot nog toe nooit in het Platform besproken, maar dat zal er wel van moeten komen voordat deze tool een eigen leven gaat leiden en zich tegen de niet-stoker keert!

In de aanpak van de houtrookproblematiek nemen publiciteit, voorlichting en bewustwording een belangrijke plek in. Maar het introduceren van een Stookwijzer zonder grondige voorbereiding, dat is alleen maar symboolpolitiek.