Tag

BBQ

Duurzaam versus gezondheid

Als Stichting zien we steeds vaker de termen ‘Duurzaam’ en ‘Groen’ opduiken. Biomassa, hout- en pelletkachel worden vaak in één zin met deze woorden gebruikt. Zo lazen we onlangs (tip van een burger) dat de Triodosbank duurzaam geproduceerde houtskool promoot in Nederland. Overigens een verhelderend stuk. Want ik wist ook niet dat we jaarlijks zo’n 13 miljoen kilo aan houtskool verbranden.

De Triodosbank gaat er in zijn geheel aan voorbij dat erg veel Nederlanders hinder ondervinden van de vele fanatieke barbecuers.“Wij willen de Tony Chocolonely van de houtskool zijn” | Triodos Bank

De Climate Neutral Group (en Triodos) is trots dit product te mogen promoten gezien de tekst: Houtskool
is big business in Nederland. “Er wordt hier jaarlijks zo’n 13 miljoen kilo aan houtskool verhandeld”, vertelt Toet.
En ook uit onderzoeken van Trendbox en kieskeurig.nl blijkt de populariteit van deze kookmethode in Nederland.
Zo heeft bijna ieder Nederlands huishouden wel een barbecue en wordt deze regelmatig uit de schuur gehaald.
De overgrote meerderheid gebruikt hierbij houtskool als brandstof om voedsel op te warmen.

Wat is ‘Groen’ eigenlijk?

Volgens Energiewereld.nl: Groene energie is energie die is opgewekt met behulp van schone, onuitputtelijke bronnen. Dit in tegenstelling tot grijze energie (vuile energie), die opgewekt wordt door aardolie, aardgas of steenkool te verbranden. Bij de opwekking van grijze energie komt het milieu schadende kooldioxide (CO2) vrij. Tevens raken op den duur de fossiele brandstoffen kolen, gas of olie op.

Groene energie wordt ook wel duurzame (red. zie uitleg hierna) of hernieuwbare energie genoemd. Windenergie en zonne-energie zijn de bekendste voorbeelden. Maar er zijn meer manieren om energie op een milieuvriendelijke manier op te wekken: door biomassa te verbranden en met watercentrales.

Wat is duurzaam eigenlijk?

Op de site van het Platform Duurzaamheid een verhelderend stuk.

Duurzaamheid is door de jaren heen een containerbegrip geworden. Alles wat te maken heeft met maatschappelijk verantwoord leven, milieu, ecologie en toekomstgericht denken wordt tegenwoordig onder duurzaamheid geschaard. Veelal wordt de term duurzaamheid omschreven aan de hand van een theorie: de drie P’s:

  • People (mensen)
  • Profit (winst)
  • Planet (aarde)

 

Naast het feit dat we geld willen verdienen en van de welvaart willen genieten is het ook onze taak om goed voor de mensen en het milieu te zorgen. Immers, als we dit verzaken is de toekomst van de mensheid in het geding. Wij hebben nu een verantwoordelijkheid voor de toekomstige generaties die zullen komen. Wanneer wij bijvoorbeeld alle fossiele brandstoffen verbruiken, zal de volgende generatie met een enorm probleem zitten. Dit geldt ook voor vraagstukken als opwarming van de aarde, CO2-uitstoot en voedselproblematiek.

Wat houdt de term duurzaamheid precies in? De volgende definitie is geformuleerd door de World Commission on environment and Development van de Verenigde Naties in het rapport “Our Common future”: “Duurzame ontwikkeling is de ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen”.

Kortom, duurzaam kijkt naar de huidige behoefte die de mensen op de aarde hebben en hoe dit in de toekomst ontwikkeld kan worden zonder dat de mensen, het milieu of de economie in gevaar komen.

Vooral de laatste zin intrigeert: …. zonder dat de mensen en/of het milieu in gevaar komen.

Hoe is het dan toch mogelijk dat het verkopen en verbranden van  houtskool (en biomassa) duurzaam mag worden genoemd? Vanuit milieu en gezondheidsoogpunt zal de bank waarschijnlijk antwoorden dat het maar om 13 miljoen kilo houtskool gaat. Dus waar hebben we het over? Economie:  ‘De kleur van geld’. En zo spreken en denken veel andere organisaties ook. Om er een paar te noemen: Natuurmonumenten (verkoop van hout aan particulieren), kachelverkopers, Urgenda (CO2) en de haardhouthandel. Vergeet ik de overheid. De belangrijkste speler op het veld.

Duurzaam is een prachtig woord waar de handel graag gebruik van maakt. Vooral inzoomen op het productieproces en het populaire CO2 neutraalaspect (een theoretische wetenschap – lees verder op deze site). De eveneens belangrijk aspecten (milieu en gezondheid) verdwijnen naar de achtergrond.

Noot: Jammer is dat de Triodosbank (Kleur van geld) blijkbaar geen verschil ziet tussen de toepassing van houtskool in Nederland en een derde wereldland (waar vaak geen andere brandstoffen voorhanden zijn). De WHO is hier in ieder geval heel duidelijk over. Hoewel het rapport zich voornamelijk richt op het stoken van hout benadrukt de WHO dat men naar schone brandstoffen moet omschakelen wanneer dit maar enigszins mogelijk is. De kleur van gezondheid.

GGD Noord Nederland n.a.v. reactie staatssecretaris op het onderzoek naar houtrook (feb)

logo ggd groningenDe noordelijke GGD’en hebben officieel gereageerd op de brief van staatssecretaris Dijksma aangaande hun onderzoeksrapport. De GGD-en zijn positief over het feit dat de staatssecretaris erkent dat het stoken van hout de gezondheid van buren kan aantasten. Daarnaast geven zij commentaar op de brief van de staatssecretaris (onvolledig) en adviseren verdere maatregelen.

De brief is na vergadering van de commissie beschikbaar via onder andere deze site.

 

De RIVM-toolkit tegen houtrookoverlast: een zeer gebrekkig instrument (januari)

logo-rijksoverheidOp de website van het RIVM is onlangs een pagina verschenen met informatie die bedoeld is voor de GGD-professional die zijn/haar burgers wil informeren over de gezondheidseffecten en de overlast die gepaard kunnen gaan met het inademen van houtrook uit houtkachels etc. in de directe omgeving.
Het RIVM heeft op deze website ook een zg. toolkit opgenomen – gebaseerd op een eerder door de VVM ontworpen toolkit – waarin aanbevelingen staan voor particulieren die overlast van houtstook ondervinden. Deze aanbevelingen zijn ons inziens onwerkbaar voor GGD’s, en voor een gehinderde kunnen ze slechts een teleurstelling opleveren.

We kunnen houtrookoverlast het beste met gezondheidsschade door meeroken vergelijken. Vroeger was een niet-rokende werknemer aan de welwillendheid van zijn rokende collega’s overgeleverd: hij kon een roker alleen vriendelijk om begrip vragen. Dat kunnen we ons nu niet meer voorstellen. Rondom roken en meeroken zijn nu allerlei regels en verboden. Het RIVM-advies inzake houtrookoverlast komt er, net als vroeger bij roken, op neer dat de benadeelde de stoker vriendelijk moet vragen vrijwillig minder of anders te stoken. De stoker kan daar gevolg aan geven, maar hij kan het ook gewoon laten, omdat regels en verboden hier geheel ontbreken. Iemand die (gezondheids)overlast ondervindt is daardoor vogelvrij.

De toolkit

De RIVM-toolkit op bovengenoemde website is afgeleid van de VVM-toolkit ‘Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast’, ontstaan n.a.v. het congres ‘Houtstook & gezondheid: problemen voorkomen’ in mei 2014.
In het recente rapport van de noordelijke GGD’s over overlast door houtrook (oktober 2015) wordt nadrukkelijk gewezen op de tekortkomingen van de aanbevelingen in deze VVM-toolkit. Enkele citaten uit het rapport:
“(…) Maar naast de aanmeldingen uit de regio met veelal schrijnende verhalen, waren er zelfs van elders in het land nogal wat reacties van wanhopige burgers. De meeste van hen bleken niet op de hoogte van de mogelijkheden die genoemd zijn in de VVM-toolkit. Gezien hun verhalen zullen zij waarschijnlijk die mogelijkheden echter niet als echt bruikbaar ervaren.”
“Verder blijkt dat velen vinden dat de overheid tekort schiet wanneer zij daar om hulp of maatregelen vragen. De juridische mogelijkheden die beschreven zijn in de toolkit ‘Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast’ bieden kennelijk geen oplossing.”
“In stap 4 of 5 van de toolkit staat geen (semi)-kwantificerende beoordeling van de ernst van een situatie. Daardoor is de toolkit niet geschikt om een juridisch houdbaar onderscheid te maken tussen wel of niet aanvaardbare overlast, en wel of niet handhavend optreden.”
Het valt dus te betreuren dat het RIVM deze toolkit opnieuw introduceert.

Wat kan een burger volgens het RIVM doen wanneer hij overlast ervaart?

1. Hij kan ‘in gesprek gaan’.

De RIVM-toolkit is vooral ontoereikend, omdat zij de nadruk legt op vrijblijvende begrippen zoals overleggen, begrip kweken, voorlichting en bewustwording, en niet op het scheppen van een wettelijk kader. Alles is er in feite op gericht de problemen op de gehinderde zelf af te wentelen. Het gaat voor het gemak uit van een conflict één op één dat d.m.v. burenoverleg, wijkagent of buurtbemiddeling zou kunnen worden opgelost. Meestal zijn er echter meerdere stokers en is het probleem juist de cumulatie van de rook. Wie – zoals de Stichting HoutrookVrij – het oor te luisteren legt bij houtrookgedupeerden, merkt al gauw dat zelf op de buren afstappen meestal in ruzie ontaardt. Houtstokers menen in hun recht te staan, denken milieuvriendelijk bezig te zijn, hebben investeringen gedaan en zijn vaak volkomen onwetend over de schadelijke rookgassen.

2. Hij kan milieu- en gezondheidsklachten melden bij de gemeente.

In haar antwoord op recente Kamervragen schrijft staatssecretaris Dijksma ‘dat het aan de gemeentes zelf is om te bepalen op welke wijze zij invulling geven aan hun bevoegdheden bij het bestrijden van houtrookoverlast.’
In de praktijk doen gemeentes niets met de klachten van inwoners. Het advies dat burgers soms krijgen om een dossier aan te leggen met de situering van bronnen, stooktijden en weersomstandigheden, is een onmogelijke opgave en een wassen neus. Alleen al de eerste stap, de juiste inventarisatie van de bronnen, is voor een gehinderde een probleem. Zelfs de GGD geeft in haar rapport toe dat er nog een tool moet worden ontwikkeld om na te kunnen gaan uit welke schoorsteen de rook afkomstig is. Het enige wat klagers in de praktijk bereiken, is een knetterende burenruzie, zonder dat stokers hun gedrag aanpassen. En waarom zouden ze ook: het merendeel van de houtstokers in Nederland overtreedt in principe geen wetten. Zij hebben een houtkachel gekocht bij een normale kachelhandel, zij hebben hem correct laten installeren, hun pijp voldoet aan de regels en ze stoken droog hout. Hun is wijsgemaakt dat ze ook nog duurzaam bezig zijn. Het is vanuit hun visie wel te begrijpen dat ze die dure kachel dan ook willen stoken.
Gemeentes hebben behalve artikel 7.22 van het bouwbesluit dat spreekt over het subjectieve begrip ‘hinder’ geen middelen om te handhaven (en doen dat dan ook niet) en verwijzen juist naar de noodzaak van overheidsmaatregelen. Aan voorlichting en bewustwording doen de meeste gemeentes niets. Zij nemen niet in de APV op dat er niet mag worden gestookt bij mistig en windstil weer, en benutten hun gemeentewebsite niet voor het ontraden van houtstook of het focussen op schonere energiebronnen. Bij cumulerende overlast van meerdere stokers is de gemeente bovendien machteloos, want zij kan alleen afzonderlijke overtreders aanpakken.
Alleen in het geval dat een stoker echt iets onrechtmatigs doet (zijn schoorsteen deugt niet of hij wordt betrapt op afval verstoken) kan de gemeente met succes ingrijpen.

3. Hij kan milieu- en gezondheidsklachten melden bij de GGD.

Volgens het RIVM kan de GGD wel ‘meedenken’, en informatie geven, maar weinig dóen tegen het gebruik van houtkachels. De GGD kan geen maatregelen afdwingen, de GGD voert geen metingen uit en de GGD heeft geen rol in juridische conflicten. Hier is dus weinig concrete hulp voor gedupeerden te verwachten.

4. Hij kan milieu- en gezondheidsklachten melden bij de Vereniging Leefmilieu.

Deze Vereniging kan niets betekenen voor individuele gehinderden of ‘in het geval u er samen niet uitkomt’, zoals het RIVM dat omschrijft. De Vereniging Leefmilieu probeert het onderwerp alleen op de politieke agenda te krijgen en pleit voor strenger beleid.

5. Hij kan zijn toevlucht nemen tot wat Milieu Centraal op haar website zegt over overlast van houtstoken.

Milieu Centraal geeft alleen informatie – ongeveer dezelfde als het RIVM zelf – maar brengt een oplossing niet dichterbij. Milieu Centraal ontraadt in eerste instantie houtstook in woonwijken, maar vult de rest van haar website (‘voor wie tóch wil genieten van een houtvuur’) vervolgens met stooktips, het aanbevelen van pelletkachels (zelfs voor hoofdverwarming!), nog meer ‘goed-stoken-tips’ en kooptips voor de juiste houtkachel. Het verhaal eindigt dan weer met ‘op grote schaal brandhout gebruiken is geen duurzame optie’, een nogal dubbele boodschap dus, maar vooral één waar een houtrookgedupeerde niets aan heeft.

6. Hij kan zich voor juridische bijstand melden bij een Juridisch Loket/Rechtswinkel of bij de Stichting HoutrookVrij.

Het RIVM waarschuwt op voorhand dat een rechtszaak duur, onzeker en tijdrovend is en dat de wetgeving tekortschiet. Het Juridisch Loket en de Rechtswinkel geven alleen juridisch advies aan mensen met een laag inkomen en weinig vermogen. Bij een te hoog inkomen kun je dus alleen bij een dure advocaat of mediator terecht. Juristen kunnen bij het geven van advies alleen terugvallen op de bestaande gebrekkige wet- en regelgeving m.b.t. houtstook. De jurisprudentie over dit onderwerp is allesbehalve hoopgevend, de meeste verzoeken tot handhavend optreden zijn in het verleden afgewezen.
De Stichting HoutrookVrij tenslotte verzet zich tegen de houtkachelterreur en ijvert voor het recht op frisse lucht, maar heeft geen juridische expertise. Het RIVM wekt hier dus verwachtingen die nooit kunnen worden ingelost.

Het RIVM suggereert dat burgers zich kunnen beroepen op onrechtmatige daad, art. 5:37 BW. (Wetboek dus en niet Rechtboek, zoals het RIVM schrijft).
Hoe kun je iemand beschuldigen van onrechtmatige daad, wanneer hij in principe niets onrechtmatigs doet? Een open haard of houtkachel (mits volgens de regels aangelegd en normaal gestookt) is immers toegestaan en je kunt als stoker niet voorkomen dat rook verwaait buiten je eigen perceel. Dat is inherent aan een houtkachel. Toch kan hierdoor overlast ontstaan, maar de kans dat een klager hier op grond van onrechtmatigheid in het gelijk gesteld wordt is miniem.
Onrechtmatige daad speelt zich af tussen een dader en benadeelde. Bij houtrookoverlast zit het probleem vaak in de cumulatie van houtrook door diverse ‘daders’. Die veroorzaken ieder voor zich misschien niet eens overdreven veel rookgassen (hoewel sommigen onoordeelkundig stoken), maar samen zorgen zij voor een overschrijding van de normen.
Er bestaat ook onrechtmatige daad door gedragingen in groepsverband, maar dit lijkt hier niet van toepassing. Het gaat dan meer om een georganiseerde manier van anderen schade toebrengen, zoals bv. voetbalsupporters soms doen. Meer van toepassing is art. 6:99 BW:
“Kan de schade een gevolg zijn van twee of meer gebeurtenissen voor elk waarvan een andere persoon aansprakelijk is, en staat vast dat de schade door ten minste één van deze gebeurtenissen is ontstaan, dan rust de verplichting om de schade te vergoeden op ieder van deze personen, tenzij hij bewijst dat deze niet het gevolg is van een gebeurtenis waarvoor hijzelf aansprakelijk is.”
Als op grond van dit artikel al zou kúnnen worden aangetoond dat – bij voorbeeld – vier houtstokers in een straat samen verantwoordelijk zijn voor een onacceptabele luchtverontreiniging, dan is dit zeker geen gelopen race en juridisch een onontgonnen gebied. Een dergelijke casus heeft zich in de jurisprudentie waarschijnlijk nog nooit voorgedaan en ook hier geeft het RIVM burgers dus vooral valse hoop.

7. Hij kan zelf dure metingen laten doen door professionele bureaus.

Of dat iets toevoegt is maar de vraag. In een zaak uit 2014 werd doodleuk aangevoerd dat “tot op heden geen algemeen aanvaarde inzichten bestaan over de beantwoording van de vraag of, en zo ja, onder welke omstandigheden en bij welke frequentie, rook afkomstig van gebruik van een houtkachel schade aan de mens toebrengt. De Wet milieubeheer, in het bijzonder bijlage 1 van die wet, die grenswaarden bevat voor fijn stof (PM10 en PM2.5), geeft evenmin uitsluitsel daarover.”

De stooktips

Naast de toolkit vinden we op bovengenoemde RIVM-website ook ‘stooktips’ om overlast te voorkomen of te verminderen. Deze zouden o.i. voorafgegaan moeten worden door het advies om bij voorkeur NIET op hout te stoken. Verder zou dit dé plek zijn om alternatieven voor verwarming d.m.v. hout aan te dragen, en alternatieven voor een sfeervol vlammenspel, b.v. met electriciteit of bio-ethanol.
Verder zijn de ‘stooktips’ op zich een zwaktebod: het opvolgen ervan door stokers is immers geheel op vrijwilligheid gebaseerd en bovendien oncontroleerbaar, terwijl het hier toch gaat om de uitstoot van schadelijke stoffen, waarbij de normadvieswaarden volgens het recente GGD-rapport blijkbaar regelmatig ruim worden overschreden: piekwaarden van fijnstof PM2.5 tot ruim 300 μg/m3 (!) zijn meer iets waarbij we denken aan Beijing tijdens een smogperiode (21 december 2015: alarmfase in Beijing met 391 μg/m3), of aan het afsteken van vuurwerk met oud en nieuw (zie illustratie hieronder).

Gehinderden zijn na het bezoeken van de RIVM-website op zichzelf aangewezen. Het lijkt of de overheid iets aan het probleem wil doen, maar wie goed leest ziet dat kosten, moeite en bewijslast op gedupeerden zelf worden afgeschoven, terwijl zij ondertussen geheel aan de goodwill van stokers overgeleverd blijven. Dat is een ongewenste situatie en het vermoeden rijst dan ook dat de overheid een dubbele agenda heeft. De overheid weet wel ongeveer hoeveel particuliere houtgestookte installaties er zijn en hoeveel kiloton hout die verstoken, maar die cijfers zijn alleen te vinden in CBS-rapporten over ‘hernieuwbare energie’. Hout stoken betekent in de ogen van de overheid nl. alleen ‘vermeden CO2-emissie’ en ‘vermeden verbruik van fossiele primaire energie’. Onze overheid vindt houtstoken duurzaam, want eventuele schadelijke uitstoot (van puntbronnen nota bene) wordt hierin niet betrokken.

M.i.v. 1 januari is er dan ook, conform de overheidsplannen, een subsidie voor pelletkachels ingesteld, om de 16% duurzame energie in 2023 te helpen behalen.
Er is binnen de EU een grote behoefte aan hoogrenderende houtkachels, omdat men op tal van plaatsen op hout als brandstof aangewezen is. In Nederland is dit niet het geval. Het stoken van houtkachels is hier een extra luxe. Een in 2015 verschenen WHO-rapport doet de aanbeveling houtstook in dichtbevolkte woonwijken te vermijden: géén houtstook waar andere mogelijkheden zijn, alleen de meest geavanceerde pelletkachels waar men op hout aangewezen is. Dat rapport legt de overheid naast zich neer, om over de rug van haar burgers de doelen van het Energieakkoord te halen.

Het siert het RIVM dat zij zich duidelijk uitspreekt over de gevaren van houtstook. De ‘tips’ die aangedragen worden zijn daarmee echter niet in verhouding. Het is alsof over een etterende wond uit onmacht maar een pleister wordt geplakt; dan valt het niet zo op.
Wij hopen dat de GGD’s, voor wie een deel van deze informatie is bedoeld, zich vanuit de medische milieukunde sterk zullen maken voor doeltreffender maatregelen, en zolang deze er niet zijn naar gedupeerde burgers toe geen verstoppertje zullen spelen.

Het recente GGD-rapport over houtstook concentreerde zich o.a. op de vraag of eenvoudige fijnstofmeters – zoals bv. de Dylos DC1700 – bruikbaar zijn om vast te stellen of er sprake is van onacceptabele situaties. Het antwoord daarop luidde voorzichtig ja. Op termijn zou volgens de GGD’s een meetsysteem kunnen worden ontwikkeld waar gemeenten houvast aan hebben. Daarvoor is echter aanvullend onderzoek nodig en dat kost geld. GGD’s zouden nu door moeten pakken en hiervoor in het belang van de volksgezondheid een beroep moeten doen op de overheid.
Het verdient ons inziens geen aanbeveling om de raadgevingen van het RIVM kritiekloos op GGD-websites over te nemen, zoals helaas hier en daar al is gebeurd, want slachtoffers van houtstook zijn hier niet mee geholpen.

Omroep Max besteed aandacht aan het stoken van hout.

Omroep Max heeft in haar programma aandacht besteed aan de effecten op milieu en gezondheid door het stoken van hout. Wetenschapsjournalist Max Oving is hier erg duidelijk over. Helaas heeft de mannelijke presentator een pelletkachel. Hoewel dit type kachels in principe schoner stoken dan de gewone houtkachel zorgt de pelletkachel in de praktijk ook voor veel overlast en stoot veel meer schadelijke stoffen uit dan een gasgestookte cv.

Wethouder Tom de Bruijn: Hagenaars moeten minder gaan barbecueën. (juni)

Bron: Omroep West

DEN HAAG – Hagenaars moeten minder gaan barbecueën en het liefst geen houtkachels meer stoken. Dat moet ertoe leiden dat de luchtverontreiniging in de stad afneemt, schrijft de Haagse wethouder Tom de Bruijn (D66, milieu) aan de gemeenteraad.

Ervoor zorgen dat Hagenaars minder gaan barbecueën en de houtkachel opporren, zijn enkele maatregelen waarmee de gemeente in de toekomst de luchtvervuiling in de stad nog verder wil terugdringen.

Uit het actieplan Luchtkwaliteit dat wethouder De Bruijn maandag aan de gemeenteraad heeft gestuurd blijkt dat Den Haag nog dit jaar voldoet aan de Europese normen voor fijnstof en stikstofdioxide. Maar het moet nog beter, vindt hij.

‘Schone lucht maakt de stad prettiger’

Daarom trekt De Bruijn zes miljoen euro uit om de lucht nog schoner te krijgen. ‘Schone lucht maakt de stad prettiger om te wonen, te werken, te wandelen, te fietsen en buiten te spelen’, schrijft hij in de nota.

Afgelopen voorjaar was er een stadsgesprek met betrokkenen. Op basis daarvan heeft de wethouder gekozen voor een aantal maatregelen:

– Er komt een nieuwe sloopregeling om meer vieze auto’s van de weg te krijgen
– De gemeente wil afspraken maken met de transportsector over het gebruik van schonere voertuigen bij de stadsdistributie. Nieuwe bussen in de stad moeten ook schoner zijn.
– Den Haag gaat het elektrisch vervoer stimuleren en richt zich daarbij op taxi’s, grotere werkgevers, koeriers en pizzabezorgers.
– ‘De bijdrage van houtstook en barbecueën aan de luchtverontreiniging neemt de komende jaren eerder toe dan af en wordt relatief steeds belangrijker’, aldus de wethouder. Daarom komt er een voorlichtingscampagne om houtstook te voorkomen of schoner te maken.
– Er wordt een aantal maatregelen genomen om de gezondheid van kwetsbare groepen te verbeteren. Ongeveer tachtig scholen of bejaardenhuizen bij drukke wegen krijgen advies op maat om de blootstelling aan luchtvervuiling te verminderen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het aanbrengen van extra luchtfilters of de verplaatsing van een ventilatiesysteem.

 

Hoera, het is bijna zomer! Maar… zijn we nu ook verlost van houtrook? (juni)

Het moet gezegd worden: met dit mooie weer ruikt het (meestal) een stuk frisser in onze woonwijken. Dat komt natuurlijk omdat er minder open haarden en houtkachels gestookt worden. Helaas komen samen met het lenteweer ook allerlei buitenspeeltjes weer uit het vet, zoals bij voorbeeld de barbecue. En natuurlijk de vuurkorf. En wacht even, die trendy vuurschalen niet te vergeten. En de (houtgestookte) pizzaoven, de (houtgestookte) terrashaard, de (houtgestookte) buitenkeuken, het (houtgestookte) buitenbad en de (houtgestookte) buitensauna.

Bestaat dat allemaal? Ja dat bestaat.
Veel gekker moet het toch niet worden, want zelfs al werken al deze apparaten onder optimale omstandigheden (veel zuurstof en een hoge verbrandingstemperatuur) en al wordt er schoon en droog hout gebruikt, dan komen toch de volgende ongezonde en milieuvervuilende stoffen vrij:

Kooldioxide, wat bijdraagt aan het broeikaseffect. Stikstofoxide, één van de veroorzakers van zure regen. Zwaveloxiden, die verzurend werken en daarom schadelijk zijn voor planten en dieren. Zeer fijne roetdeeltjes (ultrafijnstof), waaraan allerlei andere stoffen zich kunnen hechten, zoals metalen en PAK’s. Precies wat ook uit die vieze ouwe diesels komt.
In de praktijk zijn die omstandigheden natuurlijk lang niet altijd optimaal en dan is er sprake van zogenaamde onvolledige verbranding. In dat geval komen er nog meer schadelijke stoffen in de lucht, zoals dioxines.

Behalve een milieu- en gezondheidsaspect zit er ook een sociaal aspect aan houtstoken in de tuin. Want de geur en de rook van verbrand hout houden niet bij de schutting op. En zo groot zijn de meeste tuinen niet. We wonen in Nederland nu eenmaal dicht op elkaar. Dus komt het er al gauw op neer, dat wanneer de één bij voorbeeld wil barbecueën, de ander zijn ramen moet sluiten en niet meer van de zomeravond kan genieten.

Laten we allemaal een beetje rekening houden met elkaar. Er zijn ook vuurschalen en vuurpotten met gel als brandstof, aantrekkelijk voor wie weinig luchtvervuiling en stank wil veroorzaken. Gel bestaat meestal uit alcohol, water en een bindmiddel. Een barbecue op gas of elektra geeft veel minder overlast voor de omgeving dan één op houtskool. Een buitensfeerhaard kan ook gezellig branden op gas of bio-ethanol.

Er zijn dus best alternatieven. En wees nou eerlijk, je zit zelf toch ook niet lekker als je weet dat houtrook zo ongezond is voor je buren, je gasten of je kinderen?

Longdagen geslaagd. Maar er is nog heel veel pionierswerk te verrichten!

Afgelopen 21 en 22 april waren vrijwilligers van de Stichting Houtrookvrij voor de tweede keer uitgenodigd door het Longfonds voor de Longdagen in de Jaarbeurshallen in Utrecht.

Dit keer was de opzet van de Longdagen een beetje anders dan voorgaande jaren: we stonden er dit keer niet met een stand maar we waren onderdeel van een team deskundigen dat in een ‘huiskamersetting’ vragen van bezoekers beantwoordde. We waren beide dagen met vier mensen van de Stichting Houtrookvrij aanwezig en zijn beide dagen continu met mensen in gesprek geweest: longpatiënten, longartsen, praktijkondersteuners, longfunctieanalisten, wetenschappers, mensen van verschillende organisaties zoals de LAN (Long Alliantie Nederland), de NRS (Nationale Roadmap Longonderzoek), de Sarcoïdose Belangenvereniging Nederland, het Longfonds, mensen uit de politiek, etc.

Opvallend was dat zelfs onder de bezoekers van de Longdagen maar weinig aanwezigen op de hoogte waren van de schadelijkheid van houtrook! Zelfs onder de longartsen kwamen we artsen tegen die zich hier nauwelijks bewust van waren. Al pratende werd het ons duidelijk dat de schadelijkheid van houtrook niet zo leeft bij artsen omdat de opleiding en het werk van deze beroepsgroep vooral gericht is op het béter maken van zieke mensen en niet zozeer op het voorkómen van ziektes. Opvallend was ook dat bezoekers en professionals eigenlijk best nieuwsgierig waren naar wat wij te melden hadden: houtrook, schadelijkheid? Onze PR-middelen, zoals t-shirts, banner en folders, alle met het logo van de Stichting Houtrookvrij (een houtkachel met een knoop in de afvoerpijp), hielpen ons bij het uitdragen van onze boodschap.

De Longdagen geven ons de mogelijkheid om voorlichting te geven aan patiënten en professionals over de schadelijkheid van houtrook en het werk van de Stichting Houtrookvrij, maar daarnaast geeft het de Stichting Houtrookvrij ook de mogelijkheid om in contact te komen met diverse andere organisaties. Dit jaar zijn er veel emailadressen uitgewisseld en zijn er verschillende afspraken/activiteiten uit voortgekomen. Enkele voorbeelden: de NVvPO (Nederlandse Vereniging van Praktijkondersteuners) bood aan een stuk over houtrookproblematiek te plaatsen op haar website en in haar nieuwsbrief; een longfunctieanaliste besloot naar aanleiding van onze informatie haar referaat voor ziekenhuiscollega’s te gaan houden over de schadelijkheid van houtrook, en we zijn uitgenodigd om een praatje te komen houden op een van de ‘longpunten’ van het Longfonds (ontmoetingsavonden voor longpatiënten). Kortom, we kijken wederom terug op twee geslaagde Longdagen!

Afgelopen zomer is een grote toename van fijn stof door barbeques in Eindhoven geconstateerd.

Wetenschappelijk bewijs (bron: AiREAS)

Onderstaande is een eerste, redelijk met logica en kennis gefundeerde beredenering rond het fenomeen. Het zou kunnen wijzen op de noodzaak tot het innoveren van onze barbecue gewoontes door andere bronnen van rooster-energie te gebruiken. Het is de moeite verder waard om het fenomeen nu verder te onderbouwen met wetenschappelijk bewijs.

AiREAS vraagt daarom eerst aan onze betrokken wetenschappers, artsen en technici om de gedachtegang verder aan te vullen met reeds bestaande kennis, te simuleren in laboratoria of met een andere uitleg te komen die we hier weer zullen geven.

Ook informeren wij onze wijkgerichte samenwerking VE2RS (FRE2SH) om te kijken of we op een innovatieve manier het barbecueën kunnen transformeren samen met de bevolking in de wijken en technologische innovaties. Om de winter doen zich misschien vergelijkbare situaties voor met houtkachels maar de omgevingsfactoren (luchtvochtigheid, warmte, wind, enz) zijn dan weer anders. Of er dan dezelfde fenomenen zich voordoen of juist geheel anderen is onderwerp van onderzoek en discussie.


Zondag was een heerlijke zomerse dag in Eindhoven. Veel mensen hebben de dag afgesloten door met elkaar gezellig te barbecueën, een mooie sociale traditie. Er werden in de stad talrijke gerelateerde geuren geconstateerd, zelfs die van het poffen van kastanjes.

Tegelijkertijd was het windstil. De verbranding van de BBQ kolen geeft rookwolken die niet alleen fijnstof van roetdeeltjes bevatten maar ook verschillende gassen. Vaak worden die gassen en deeltjes door de wind verspreid maar deze keer bleef het laag hangen over de stad en omgeving. Ons meetsysteem gaf hier en daar wel een verhoging maar nog niet normoverschrijdend.

Vanaf middernacht begon het heiig te worden door het zomerse natuurfenomeen van condenserend vocht in de lucht. Normaliter ademen we dit zonder problemen in. Deze keer condenseert het vocht zich echter op de vele fijnstofdeeltjes van de BBQ’s in de lucht. Deze worden zo zwaarder en worden geconstateerd in het meetsysteem. De gassen in de lucht zijn chemische stoffen die oplosbaar zijn in water. Onder invloed van water en warmte ondergaan ze een chemische reacties met de fijnstofdeeltjes. De samenstelling verandert, hetgeen ook wordt geconstateerd in het meetsysteem. Naar mate de mist zich verder ontwikkelt gaat het verzwaring en chemische proces gestaag verder. Dat verklaart de nachtelijke groei naar een ongekende piek over de gehele stad en omgeving. In feite halen de fijnstofdeeltjes op deze manier de schadelijke gassen uit de lucht, hetgeen op zich zuiverend werkt, althans voor de lucht tussen de deeltjes.

De chemisch beïnvloede en “geladen” deeltjes hebben daarentegen vermoedelijk een extra irriterende werking op de luchtwegen die weer de ademhalingsproblemen heeft veroorzaakt, vooral bij de mensen die daar extra gevoelig voor zijn.

Toen de lucht zich in de ochtend weer opwarmde trok de mist op en nam de deeltjes mee. Daardoor zagen we snel de piek weer verdwijnen en de situatie zich normaliseren. Ook de ademhalingsproblemen verdwenen.

Tot slot kwam er nog de suggestie dat uiteindelijk de fikse bui over de stad van maandag rond 14.00 mede veroorzaakt was door de verzwaarde en vervuilde druppels in combinatie met de warmte en gebrek aan wind. Daar is nog geen eenduidigheid over maar wel boeiend om te bezien vanuit integraal perspectief. Dat zou suggereren dat de stoffen zo op en in de grond, het grondwater en onszelf via de huid terecht zijn gekomen. De absolute hoeveelheden per keer zullen misschien niet direct schadelijk zijn maar een geleidelijke ophoping misschien wel.

Lees het hele document.