Tag

houtkachel

Poll Telegraaf: 34% vóór houtkachelverbod

Uitslag houtkachelpoll in De Telegraaf: ondanks dat

  • 39% van de 18.087 deelnemers zelf een houtkachel heeft, is
  • 34% vóór een verbod op houtkachels en
  • 19% vóór een algeheel stookverbod (incl. vuurkorf, bbq etc.) !

Zoals een respondent het verwoordt:

“Absoluut een verbod op hout stoken, barbecues e.d. Het is asociaal en zeker in dichtbevolkte gebieden.”

Klik hier om het artikel te lezen.

Kamervragen over ‘import van vervuilende houtkachels’

Staatssecretaris van Veldhoven beantwoordde vandaag Kamervragen van Van Eijs over de ‘import van vervuilende houtkachels uit Duitsland’.

“België hanteert strengere productnormen voor emissies en rendement voor nieuwe installaties die op hout gestookt worden en ook Duitsland kent scherpe eisen aan houtkachels.”

“Met het dichterbij komen van de invoerdatum van de Ecodesign-richtlijn en de recente ontwikkelingen in Vlaanderen, bestaat er wel een toenemende kans dat kachels die nog niet aan de Ecodesign-eisen voldoen in Nederland op de markt komen.”

“Ik vind dat geen wenselijke ontwikkeling. Ik wil daarom komen tot een regeling om zo snel mogelijk, maar uiterlijk per 1 januari 2020, de nieuwe eisen van de Ecodesign-richtlijn ook in Nederland net als in onze buurlanden van kracht te laten zijn voor nieuw verkochte kachels.”

Kortom: dit jaar nog een mogelijke dump van extra vervuilende houtkachels op de Nederlandse markt. Even los van het feit dat zo’n ‘EcoDesign’-houtkachel alsnog net zoveel uitstoot als zes dieselvrachtauto’s.

Alleen niet stoken draagt bij aan schone lucht!

Manipuleren van cijfers, een voorbeeld

In november 2015 publiceerde de Provincie Gelderland een gezondheidsonderzoek uitgevoerd door de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en met medewerking van de Gelderse GGD’s: NAAR EEN GEZONDE LUCHT IN GELDERLAND – Gezondheid meewegen in besluitvorming fysieke leefomgeving.

Donderdag 17 maart 2016 plaatste de provincie Gelderland bovendien een bericht dat voor Gelderland nu kaarten zijn gemaakt waarop de luchtkwaliteit tot op buurtniveau te zien is.

Dat maakt nieuwsgierig. In het rapport wordt ingegaan op de aanzienlijke ziektelast veroorzaakt door luchtverontreiniging en op de vraag hoe en waar gezondheidswinst geboekt kan worden. De verschillen in Gelderland zijn groot. Oorzaak is volgens de auteurs vooral de luchtverontreiniging afkomstig van verkeer zoals in de regio Arnhem-Nijmegen. In de Gelderse Vallei veroorzaken veehouderijen daarnaast veel fijnstof. De luchtverontreiniging in Gelderland is vergelijkbaar met de gemiddelde luchtverontreiniging in Nederland. En die is weer vergelijkbaar met de gezondheidseffecten van het passief roken van 10 sigaretten per dag en met een gemiddelde fijnstofbelasting van 13,8 μg/m3 PM2.5.

Omdat dat beter moet kunnen komen in het rapport verschillende suggesties naar voren, die bijna allemaal te maken hebben met infrastructurele projecten en ruimtelijke ordening.

Volgens de auteurs zijn de negatieve effecten van luchtverontreiniging met name gerelateerd aan verbrandingsprocessen, met verkeer als belangrijkste bron. Dit rapport richt zich dus met name op luchtverontreiniging veroorzaakt door het gemotoriseerde wegverkeer. Daartoe maken de auteurs gebruik van de gegevens verzameld door adviesbureau LICHTVERKEER dat inzicht wil geven in de invloed van de (auto)mobiliteit op de leefomgeving.

In het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) werken de Rijksoverheid en decentrale overheden samen om te zorgen dat Nederland overal tijdig aan de grenswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide zal voldoen. Om de voortgang van het verbeterprogramma te volgen en tijdig bij te kunnen sturen is aan het NSL een monitoringstool verbonden.

Adviesbureau LICHTVERKEER berekent op basis van de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de gegevens uit deze monitoringstool de (hoogste) concentratie van ieder pand (!), d.w.z. de blootstelling van de inwoners aan de schadelijke stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), ultra fijn stof (PM2,5) en Elementair Koolstof (EC) dírect rond het gebouw of woning waarin de personen zich bevinden.

Bureau LICHTVERKEER houdt zich alleen bezig met verkeersknelpunten en doorstroming etc. m.b.t. het autoverkeer en dus verdwijnen in het rapport alle andere factoren die van invloed kunnen zijn op de (verbetering van de) luchtkwaliteit in Gelderland naar de achtergrond. Er wordt niets meer vernomen over landbouw, intensieve veeteelt, pluimveehouderijen of industrie, binnenvaart of spoorvervoer, raffinaderijen of energiecentrales, en eventuele luchtverontreiniging van buitenlandse herkomst of uit natuurlijke bronnen.

Het gaat alleen over beleid om verkeersgerelateerde luchtverontreiniging te verlagen, liefst tot onder WHO-advieswaarde van 10 µg/m³ PM2.5. Dit kan bereikt worden met rondwegen, wegverbredingen, milieuzones, etc.

Omdat LICHTVERKEER zich uitsluitend op auto’s richt, worden brommers en scooters in dit rapport uitgesloten als ‘lokale factor’, evenals de uitstoot van particuliere houtkachels en open haarden. De bijdrage van houtstook aan de totale fijnstofconcentratie in Nederland is echter bijna even groot als die van het wegverkeer en voltrekt zich bij uitstek “direct rond het gebouw of woning waarin de personen zich bevinden”. In tegenstelling tot het autoverkeer zijn houtkachels puntbronnen, die de concentratie PM2.5 in de directe omgeving kunnen opdrijven tot wel 300 μg/m3 PM2.5, zoals uit een ander recent rapport van de GGD-Noord is gebleken. Dat is nog eens wat anders dan 13,8 en het staat gelijk met het passief meeroken van 414 sigaretten! De ziektelast en het vroegtijdig overlijden hierdoor is een factor van heb-ik-jou-daar.

Het aanleggen van een rotonde of een traverse is trouwens óók een lokale factor en dat wordt wel meegewogen.

flamingo

Kaart uit het rapport

De auteurs beweren dat in het rapport wordt ingegaan op de luchtverontreinigende stoffen die van invloed zijn op de gezondheid op nationaal, regionaal en lokaal (stad, wijk, buurt) niveau. Die lokale cijfers (aan de gevel, jawel!) zijn echter eenzijdig en alleen gebaseerd op aannames, correcties en rekenmodellen, die met de dagelijkse praktijk niets van doen hebben. Met droge ogen wordt beweerd dat het aantal dagen met bronchitis bij kinderen van 6-12 jaar ten gevolge van PM2.5 jaarlijks 27.000 bedraagt. Maar houtrook, zo verwant aan sigarettenrook, en verantwoordelijk voor een aannemelijk deel van de totale fijnstofconcentratie PM2.5 in Nederland, is daarin niet meegenomen. Pech voor die kinderen, met hun gevoelige longen. Want de overheid en de provincie weten niet hoe ze dat probleem moeten aanpakken en kijken massaal weg.

Op http://flamingo.prvgld.nl/viewer/app/Luchtkwaliteitperbuurt kun je dus sinds kort je eigen wijk opzoeken en precies aflezen hoe het met de luchtkwaliteit gesteld is. In mijn wijk was de PM2.5 gelukkig maar 13. Jammer dat er in mijn blok van 20 huizen 7 houtkachels staan.

Extra: lijst veel gestelde vragen met antwoorden. De houtkachel wordt genoemd maar verwezen wordt naar de standaard richtlijnen van milieu centraal.

 

 

 

 

 

 

 

Waarom staren overheid en Urgenda zich blind op stoken van biomassa?

zonnepaneel en houtkachel

In Nederland en vele andere landen zien we de trend dat men steeds meer biomassa (hout) gebruikt om energie op te wekken. Naast het toenemend aantal houtkachels bij particulieren wordt er ook steeds meer gestuurd op bij- of volledige stook in middelgrote en grote energiecentrales. Vrij recent stond in verschillende kranten dat het stoken van kolen in centrales veel fijnstof veroorzaakt en dat daardoor jaarlijks vele mensen vroegtijdig overlijden. In plaats van kolen moeten we overstappen op het gezondere alternatief: hout. En daarmee verminder je ook de uitstoot van CO2. Twee vliegen in een klap, maar lost dat het probleem op? En komt er minder CO2 in de lucht? Volgens gerenommeerde wetenschappers is het antwoord: Nee!

Fijnstof heeft een negatief effect op de gezondheid van iedereen. Dus het verminderen hiervan is altijd zinvol. CO2 heeft heel veel impact op het klimaat. Dus het verminderen hiervan is ook noodzakelijk. Helaas kijkt de politiek (en ook Urgenda) vooral naar grootverbruikers, zoals energiecentrales waar men stookt met kolen. In plaats van kolen (en gas – ook een terecht probleem) moeten we ons meer gaan richten op het (bij)stoken van biomassa. In de meeste gevallen hebben we het over hout van bomen. Want dat is duurzaam en CO2 neutraal!

Waarom blijft men hangen in deze veronderstelling? Wetenschappelijk is aangetoond dat het stoken van hout helemaal niet zo duurzaam is. Laat staan CO2 neutraal!

In 2013 hebben Greanpeace, RSPB en Friends of the earth in het rapport ‘Dirtier than coal? Why Government plans to subsidise burning trees are bad news for the planet’ gepubliceerd. In de inleiding staat het volgende: The Government’s own analysis, provided to Princeton academic Timothy Searchinger, shows that the use of whole trees in this way would increase greenhouse gas emissions by at least 49% compared to using coal over 40 years. Yet, Government’s current proposals, to continue to subsidise biomass power under the Renewables Obligation, do not account for this by distinguishing between different sources of biomass. They are therefore likely to actually increase greenhouse gas emissions.

Lees ook het verslag van het symposium ‘Biofuel and wood as energy sources’ van 10 april 2015, KNAW, Trippenhuis, Amsterdam. Dit symposium was georganiseerd n.a.v. een visiedocument waarin volgend werd gesteld:

Volgens de drie auteurs van het visiedocument, Akademieleden Martijn Katan, Louise Vet en Rudy Rabbinge, bevatten de Nederlandse en Europese regels voor het bijstoken van biomassa een fundamentele denkfout. Het gesubsidieerd meestoken van hout leidt niet tot innovatie en de bijdrage aan de vermindering van de CO2 uitstoot is onzeker. Intussen gaat de Nederlandse overheid, energiemaatschappijen acht jaar lang het verschil in kostprijs tussen hout en steenkool vergoeden. Dat gaat drie miljard euro aan belastinggeld kosten. Er wordt – vooral in Canada en de Verenigde Staten – bijna 2000 vierkante kilometer bos voor gerooid, met verlies van biodiversiteit tot gevolg.

Een aantal gerenommeerde wetenschappers onderstrepen deze visie met steekhoudend onderzoek. Zowel op gebied van CO2 als op het gebied van gewassenteelt (gebruik van landbouwgronden). In het slotdebat wordt aan de deelnemers gevraagd of zij denken dat het hout dat nu in energiecentrales wordt bijgestookt 100% afkomstig is uit afval, of uit duurzame bronnen. Niemand van de deelnemers gelooft dat het hout op wereldschaal bezien volledig uit duurzame bronnen komt. Tegenstanders van de bijstook van biomassa noemen de nog op te stellen duurzaamheidscriteria ‘sprookjes’. Niemand controleert die criteria in de praktijk. De markt voor bijstook van biomassa is niet transparant en afvaltransporteurs zijn niet open over hun prijzen.

Het blijft toch vreemd dat onze overheid en bijvoorbeeld ook Urgenda niets of nauwelijks iets met deze kennis doen? En dan hebben we het nog niet gehad over de grote hoeveelheden fijnstof (waaronder zeer giftige PAK’s) die bij het stoken van biomassa (hout in dit geval) vrijkomen. Dus hout in plaats van kolen? Van de regen in de drup, en erger.

 

Reactie Sharon Dijksma in de Vaste Kamer Commissie I&M over houtstook

Bron: CONCEPTVERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG OVER: Leefomgeving

Onderstaand de reactie van staatssecretaris Sharon Dijksma in de Vaste Kamer Commissie I&M over houtstook. Eerst een korte reactie van de stichting op de resultaten van dit overleg.

Hoewel de staatssecretaris de problematiek met houtstook in deze commissie wel serieus neemt, hebben wij niet het idee dat zij, en de afgevaardigden van politieke partijen, echt weten welke problemen door het stoken van hout worden veroorzaakt. Dat blijkt wel uit het feit dat zij zich vooral focust op lokale aanpak. Zij geeft aan dat daar rekening mee zal worden gehouden bij het opstellen van de regelgeving die onder de Omgevingswet komt. Het meest verontrustende is wel dat zij vindt dat kachels die voldoen aan de strenge  Ecodesignnorm zo schoon dat een fijnstoffilter niet meer nodig is. Ze verwijst naar het platform waar deze zaken worden besproken. We hebben nog heel veel pionierswerk te doen.


 

(pagina 29 en volgend) De houtstook is inderdaad een ding. We moeten de problematiek van de houtstook serieus nemen. Tegelijkertijd is het lastig om tot letterlijk achter de voordeur te controleren. In die zin heeft zowel mevrouw Cegerek als de heer Dijkstra een beetje gelijk. Dat is dan weer mooi in het leven. Mevrouw Cegerek heeft een motie ingediend. Die motie is een ondersteuning van het beleid en ik voer haar ook uit. Via het Platform Houtstook zoeken wij naar oplossingen opdat de overlast door houtstook wordt beperkt. Die overlast doet zich soms gewoon voor. Als de pijp net onder het raam van de buurman uitkomt en diens kinderen slapen in die kamer, dan verwacht je dat dit in goed overleg tussen de buren kan worden opgelost, maar in de praktijk is dit lastig. Wij kijken ook naar de oplossing die Duitsland heeft voor het beperken van overlast door houtrook.
Het is essentieel dat het een lokale aanpak is. Dat is wat mij betreft de kern. Er zijn namelijk plaatselijk heel grote verschillen. Dan kun je het niet allemaal vanuit Den Haag regelen. We streven ernaar om gemeenten voldoende mogelijkheden te geven om effectief op te treden. Daar zullen we ook rekening mee houden bij het opstellen van de regelgeving die onder de Omgevingswet komt.
Er is gevraagd naar de subsidie op kachels. Mevrouw Van Veldhoven vroeg bovendien of een fijnstoffilter verplicht is. De kachels die gesubsidieerd worden, zijn zo schoon dat een fijnstoffilter niet meer nodig is. Zij voldoen aan de strenge Ecodesignnorm.
Er is ook gevraagd of de uitvoering van de Ecodesignrichtlijn naar voren gehaald kan worden. Dat is een interessant idee. We gaan ermee naar het Platform Houtstook.
Dan is er gevraagd of er een koppeling kan worden gemaakt tussen de luchtkwaliteitapp en de waarschuwing voor houtrook. In Nijmegen wordt een houtstookapp ontwikkeld die de stoker waarschuwt in geval van overlast voor zijn directe omgeving. Er zijn interessante ontwikkelingen gaande op dit terrein, waar we verder naar moeten kijken. Voor het overige heb ik de Kamer een brief gestuurd met daarin de verschillende mogelijkheden via het platform, naar aanleiding van de genoemde motie.
De heer Houwers (Houwers): Ik ben blij dat de staatssecretaris deze zaak serieus opneemt. Het is een ding, zoals zij zegt. Wellicht dat Duitsland een voorbeeld kan zijn, omdat daar best veel hout wordt gestookt. De staatssecretaris zegt dat ze al veel doet. Ziet ze ook in dat er verschil is tussen de overlast die iemand zijn buren kan aandoen en de feitelijke vervuiling die in de lucht aanwezig kan zijn? De aanwezigheid van fijnstof hoeft niet meteen te betekenen dat je daar op een kinderslaapkamer last van hebt. De last is één ding, maar de luchtvervuiling is een ander ding. Kijkt de staatssecretaris naar beide dingen?

Staatssecretaris Dijksma: U slaat de spijker op de kop. Zo is het. Je hebt twee kwesties: de directe overlast, maar ook het effect van bijvoorbeeld houtstook op de normen. Ook daar kijken we naar.

De heer Houwers (Houwers): Wilt u dan nog één ding meer doen en ook kijken naar het idee van Duitsland, waar ze de schoorsteenveger laten meten of laten meedenken? Als u toch naar Duitsland kijkt, wilt u dan ook daarnaar kijken?

Staatssecretaris Dijksma: Ik meende dat ik zojuist, toen ik Duitsland noemde, u daar al een toezegging … Ja.

GGD Noord Nederland n.a.v. reactie staatssecretaris op het onderzoek naar houtrook (feb)

logo ggd groningenDe noordelijke GGD’en hebben officieel gereageerd op de brief van staatssecretaris Dijksma aangaande hun onderzoeksrapport. De GGD-en zijn positief over het feit dat de staatssecretaris erkent dat het stoken van hout de gezondheid van buren kan aantasten. Daarnaast geven zij commentaar op de brief van de staatssecretaris (onvolledig) en adviseren verdere maatregelen.

De brief is na vergadering van de commissie beschikbaar via onder andere deze site.

 

Netwerkbijeenkomst geënt op de problemen door stoken van hout van SME Advies afronden met de workshop Goed Stoken!

De vuurkorf

SME Advies organiseert op 18 februari een Netwerkbijeenkomst Houtstook (problemen veroorzaakt door het stoken van hout). Bedoelt voor ambtenaren van gemeenten die deelnemen aan het programma ‘De slimme en Gezonde stad’, notabene in het leven geroepen door het ministerie van I&M.  De interessante onderwerpen die worden besproken en de rol van het Ministerie van I&M bespreek ik hierna. Maar eerst even dit:

HOE IS HET MOGELIJK DAT DEZE BIJEENKOMST WORDT AFGESLOTEN MET DE WORKSHOP ‘GOED STOKEN’ en een borrel door in2nature. Dat kunnen wij echt niet begrijpen? Let wel: in2nature is vooral bedreven in het maken van vuur in de natuur. Waarom niet een aantal longpatiënten uitnodigen die u vertellen, of zelfs nog beter, mee laten maken wat het is om luchtwegproblemen te hebben. ECHT ONGELOOFLIJK!!

Dan ten aanzien van de inhoud.

Tijdens deze bijeenkomst staan interessante onderdelen op de agenda zoals ‘Hoe zet je principes uit gedragswetenschappen in bij de aanpak van Houtstook?’ Tevens gaan de ambtenaren in werkgroepen uiteen om een oplossing voor houtstook in de eigen gemeente uit te werken. Op gebied van:

  • Bewustwording en gedragsverandering
  • Wet- en regelgeving
  • Technische oplossingen

Aan het eind van de dag vindt een terugkoppeling plaats en worden vervolgacties geformuleerd. Nu doet zich het vreemde feit voor dat het programma ‘De slimme en gezonde stad’ onder de vlag van het ministerie van Infrastructuur en Milieu valt. Op de site staat volgend te lezen: Met het programma Slimme en Gezonde Stad zoekt het Ministerie van IenM – samen met partijen zoals steden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties – naar slimme oplossingen voor een gezonde, duurzame en leefbare stad. De focus ligt daarbij op luchtkwaliteit en geluid, twee thema’s die uit oogpunt van milieu in hoge mate bepalend zijn voor de kwaliteit van de leefomgeving en de gezondheid van bewoners.

Tegelijkertijd heeft dit ministerie het RIVM opdracht gegeven het platform Houtstook (werktitel) vorm te geven. De staatssecretaris heeft in haar beantwoording aan de kamer onlangs het volgende geschreven:

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft het initiatief genomen om te komen tot de oprichting van het Platform Houtstook. Het RIVM coördineert dit Platform. De opdracht aan het Platform is het vergroten en verspreiden van kennis over hoe de overlast en mogelijke gezondheidsschade van het stoken van hout door particulieren kan worden verminderd en voorkomen. In het Platform worden verschillende partijen afkomstig uit het veld van onderzoek, maatschappelijke organisaties, ondernemers en overheid vertegenwoordigd, waarmee een breed gedragen aanpak van de houtrookoverlast nagestreefd wordt. Het Platform zal dan ook worden betrokken bij de uitvoering van de motie Cegerek c.s., waarin de regering wordt verzocht de problemen en mogelijke oplossingen voor de gezondheidsklachten als gevolg van houtstook in kaart te brengen.

Wat is de verbindende factor? De stichting heeft geen idee. Maar we zijn erg benieuwd naar de gevonden oplossingen. Als stichting zien we deze graag tegemoet en willen deze objectief beoordelen op haalbaarheid in relatie tot de doelstelling van het platform: het voorkomen of verminderen van overlast en/of gezondheidsschade door het stoken van hout en andere vaste brandstoffen. We nemen aan dat het ministerie van I&M zorgdraagt voor verbinding. En hopelijk sluit SME Advies, bij voorkeur na interventie van I&M, de dag op een andere manier af.

 

 

Subsidie op pelletkachels, een slecht idee! (januari)

M.i.v. 1 januari is er, conform de overheidsplannen, een subsidie voor pelletkachels ingesteld, om de 16% duurzame energie in 2023 te helpen behalen. Er is binnen de EU een grote behoefte aan hoogrenderende houtkachels, omdat men op tal van plaatsen op hout als brandstof aangewezen is. In Nederland is dit niet het geval. Het stoken van houtkachels is hier een extra luxe. Een in 2015 verschenen WHO-rapport doet de aanbeveling houtstook in dichtbevolkte woonwijken te vermijden: géén houtstook waar andere mogelijkheden zijn, alleen de meest geavanceerde pelletkachels waar men op hout aangewezen is. Dat rapport legt de overheid naast zich neer, om over de rug van haar burgers de doelen van het Energieakkoord te halen. het mag duidelijk zijn dat wij dit initiatief niet kunnen waarderen! Daarbij is onlangs tijdens het congres van JOAQUIN (Joint Air Quality Initiative) in Amsterdam aangegeven dat het inzetten op pelletkachels niet de oplossing is voor schonere lucht!

Pelletkachel congres Joaquin

De RIVM-toolkit tegen houtrookoverlast: een zeer gebrekkig instrument (januari)

logo-rijksoverheidOp de website van het RIVM is onlangs een pagina verschenen met informatie die bedoeld is voor de GGD-professional die zijn/haar burgers wil informeren over de gezondheidseffecten en de overlast die gepaard kunnen gaan met het inademen van houtrook uit houtkachels etc. in de directe omgeving.
Het RIVM heeft op deze website ook een zg. toolkit opgenomen – gebaseerd op een eerder door de VVM ontworpen toolkit – waarin aanbevelingen staan voor particulieren die overlast van houtstook ondervinden. Deze aanbevelingen zijn ons inziens onwerkbaar voor GGD’s, en voor een gehinderde kunnen ze slechts een teleurstelling opleveren.

We kunnen houtrookoverlast het beste met gezondheidsschade door meeroken vergelijken. Vroeger was een niet-rokende werknemer aan de welwillendheid van zijn rokende collega’s overgeleverd: hij kon een roker alleen vriendelijk om begrip vragen. Dat kunnen we ons nu niet meer voorstellen. Rondom roken en meeroken zijn nu allerlei regels en verboden. Het RIVM-advies inzake houtrookoverlast komt er, net als vroeger bij roken, op neer dat de benadeelde de stoker vriendelijk moet vragen vrijwillig minder of anders te stoken. De stoker kan daar gevolg aan geven, maar hij kan het ook gewoon laten, omdat regels en verboden hier geheel ontbreken. Iemand die (gezondheids)overlast ondervindt is daardoor vogelvrij.

De toolkit

De RIVM-toolkit op bovengenoemde website is afgeleid van de VVM-toolkit ‘Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast’, ontstaan n.a.v. het congres ‘Houtstook & gezondheid: problemen voorkomen’ in mei 2014.
In het recente rapport van de noordelijke GGD’s over overlast door houtrook (oktober 2015) wordt nadrukkelijk gewezen op de tekortkomingen van de aanbevelingen in deze VVM-toolkit. Enkele citaten uit het rapport:
“(…) Maar naast de aanmeldingen uit de regio met veelal schrijnende verhalen, waren er zelfs van elders in het land nogal wat reacties van wanhopige burgers. De meeste van hen bleken niet op de hoogte van de mogelijkheden die genoemd zijn in de VVM-toolkit. Gezien hun verhalen zullen zij waarschijnlijk die mogelijkheden echter niet als echt bruikbaar ervaren.”
“Verder blijkt dat velen vinden dat de overheid tekort schiet wanneer zij daar om hulp of maatregelen vragen. De juridische mogelijkheden die beschreven zijn in de toolkit ‘Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast’ bieden kennelijk geen oplossing.”
“In stap 4 of 5 van de toolkit staat geen (semi)-kwantificerende beoordeling van de ernst van een situatie. Daardoor is de toolkit niet geschikt om een juridisch houdbaar onderscheid te maken tussen wel of niet aanvaardbare overlast, en wel of niet handhavend optreden.”
Het valt dus te betreuren dat het RIVM deze toolkit opnieuw introduceert.

Wat kan een burger volgens het RIVM doen wanneer hij overlast ervaart?

1. Hij kan ‘in gesprek gaan’.

De RIVM-toolkit is vooral ontoereikend, omdat zij de nadruk legt op vrijblijvende begrippen zoals overleggen, begrip kweken, voorlichting en bewustwording, en niet op het scheppen van een wettelijk kader. Alles is er in feite op gericht de problemen op de gehinderde zelf af te wentelen. Het gaat voor het gemak uit van een conflict één op één dat d.m.v. burenoverleg, wijkagent of buurtbemiddeling zou kunnen worden opgelost. Meestal zijn er echter meerdere stokers en is het probleem juist de cumulatie van de rook. Wie – zoals de Stichting HoutrookVrij – het oor te luisteren legt bij houtrookgedupeerden, merkt al gauw dat zelf op de buren afstappen meestal in ruzie ontaardt. Houtstokers menen in hun recht te staan, denken milieuvriendelijk bezig te zijn, hebben investeringen gedaan en zijn vaak volkomen onwetend over de schadelijke rookgassen.

2. Hij kan milieu- en gezondheidsklachten melden bij de gemeente.

In haar antwoord op recente Kamervragen schrijft staatssecretaris Dijksma ‘dat het aan de gemeentes zelf is om te bepalen op welke wijze zij invulling geven aan hun bevoegdheden bij het bestrijden van houtrookoverlast.’
In de praktijk doen gemeentes niets met de klachten van inwoners. Het advies dat burgers soms krijgen om een dossier aan te leggen met de situering van bronnen, stooktijden en weersomstandigheden, is een onmogelijke opgave en een wassen neus. Alleen al de eerste stap, de juiste inventarisatie van de bronnen, is voor een gehinderde een probleem. Zelfs de GGD geeft in haar rapport toe dat er nog een tool moet worden ontwikkeld om na te kunnen gaan uit welke schoorsteen de rook afkomstig is. Het enige wat klagers in de praktijk bereiken, is een knetterende burenruzie, zonder dat stokers hun gedrag aanpassen. En waarom zouden ze ook: het merendeel van de houtstokers in Nederland overtreedt in principe geen wetten. Zij hebben een houtkachel gekocht bij een normale kachelhandel, zij hebben hem correct laten installeren, hun pijp voldoet aan de regels en ze stoken droog hout. Hun is wijsgemaakt dat ze ook nog duurzaam bezig zijn. Het is vanuit hun visie wel te begrijpen dat ze die dure kachel dan ook willen stoken.
Gemeentes hebben behalve artikel 7.22 van het bouwbesluit dat spreekt over het subjectieve begrip ‘hinder’ geen middelen om te handhaven (en doen dat dan ook niet) en verwijzen juist naar de noodzaak van overheidsmaatregelen. Aan voorlichting en bewustwording doen de meeste gemeentes niets. Zij nemen niet in de APV op dat er niet mag worden gestookt bij mistig en windstil weer, en benutten hun gemeentewebsite niet voor het ontraden van houtstook of het focussen op schonere energiebronnen. Bij cumulerende overlast van meerdere stokers is de gemeente bovendien machteloos, want zij kan alleen afzonderlijke overtreders aanpakken.
Alleen in het geval dat een stoker echt iets onrechtmatigs doet (zijn schoorsteen deugt niet of hij wordt betrapt op afval verstoken) kan de gemeente met succes ingrijpen.

3. Hij kan milieu- en gezondheidsklachten melden bij de GGD.

Volgens het RIVM kan de GGD wel ‘meedenken’, en informatie geven, maar weinig dóen tegen het gebruik van houtkachels. De GGD kan geen maatregelen afdwingen, de GGD voert geen metingen uit en de GGD heeft geen rol in juridische conflicten. Hier is dus weinig concrete hulp voor gedupeerden te verwachten.

4. Hij kan milieu- en gezondheidsklachten melden bij de Vereniging Leefmilieu.

Deze Vereniging kan niets betekenen voor individuele gehinderden of ‘in het geval u er samen niet uitkomt’, zoals het RIVM dat omschrijft. De Vereniging Leefmilieu probeert het onderwerp alleen op de politieke agenda te krijgen en pleit voor strenger beleid.

5. Hij kan zijn toevlucht nemen tot wat Milieu Centraal op haar website zegt over overlast van houtstoken.

Milieu Centraal geeft alleen informatie – ongeveer dezelfde als het RIVM zelf – maar brengt een oplossing niet dichterbij. Milieu Centraal ontraadt in eerste instantie houtstook in woonwijken, maar vult de rest van haar website (‘voor wie tóch wil genieten van een houtvuur’) vervolgens met stooktips, het aanbevelen van pelletkachels (zelfs voor hoofdverwarming!), nog meer ‘goed-stoken-tips’ en kooptips voor de juiste houtkachel. Het verhaal eindigt dan weer met ‘op grote schaal brandhout gebruiken is geen duurzame optie’, een nogal dubbele boodschap dus, maar vooral één waar een houtrookgedupeerde niets aan heeft.

6. Hij kan zich voor juridische bijstand melden bij een Juridisch Loket/Rechtswinkel of bij de Stichting HoutrookVrij.

Het RIVM waarschuwt op voorhand dat een rechtszaak duur, onzeker en tijdrovend is en dat de wetgeving tekortschiet. Het Juridisch Loket en de Rechtswinkel geven alleen juridisch advies aan mensen met een laag inkomen en weinig vermogen. Bij een te hoog inkomen kun je dus alleen bij een dure advocaat of mediator terecht. Juristen kunnen bij het geven van advies alleen terugvallen op de bestaande gebrekkige wet- en regelgeving m.b.t. houtstook. De jurisprudentie over dit onderwerp is allesbehalve hoopgevend, de meeste verzoeken tot handhavend optreden zijn in het verleden afgewezen.
De Stichting HoutrookVrij tenslotte verzet zich tegen de houtkachelterreur en ijvert voor het recht op frisse lucht, maar heeft geen juridische expertise. Het RIVM wekt hier dus verwachtingen die nooit kunnen worden ingelost.

Het RIVM suggereert dat burgers zich kunnen beroepen op onrechtmatige daad, art. 5:37 BW. (Wetboek dus en niet Rechtboek, zoals het RIVM schrijft).
Hoe kun je iemand beschuldigen van onrechtmatige daad, wanneer hij in principe niets onrechtmatigs doet? Een open haard of houtkachel (mits volgens de regels aangelegd en normaal gestookt) is immers toegestaan en je kunt als stoker niet voorkomen dat rook verwaait buiten je eigen perceel. Dat is inherent aan een houtkachel. Toch kan hierdoor overlast ontstaan, maar de kans dat een klager hier op grond van onrechtmatigheid in het gelijk gesteld wordt is miniem.
Onrechtmatige daad speelt zich af tussen een dader en benadeelde. Bij houtrookoverlast zit het probleem vaak in de cumulatie van houtrook door diverse ‘daders’. Die veroorzaken ieder voor zich misschien niet eens overdreven veel rookgassen (hoewel sommigen onoordeelkundig stoken), maar samen zorgen zij voor een overschrijding van de normen.
Er bestaat ook onrechtmatige daad door gedragingen in groepsverband, maar dit lijkt hier niet van toepassing. Het gaat dan meer om een georganiseerde manier van anderen schade toebrengen, zoals bv. voetbalsupporters soms doen. Meer van toepassing is art. 6:99 BW:
“Kan de schade een gevolg zijn van twee of meer gebeurtenissen voor elk waarvan een andere persoon aansprakelijk is, en staat vast dat de schade door ten minste één van deze gebeurtenissen is ontstaan, dan rust de verplichting om de schade te vergoeden op ieder van deze personen, tenzij hij bewijst dat deze niet het gevolg is van een gebeurtenis waarvoor hijzelf aansprakelijk is.”
Als op grond van dit artikel al zou kúnnen worden aangetoond dat – bij voorbeeld – vier houtstokers in een straat samen verantwoordelijk zijn voor een onacceptabele luchtverontreiniging, dan is dit zeker geen gelopen race en juridisch een onontgonnen gebied. Een dergelijke casus heeft zich in de jurisprudentie waarschijnlijk nog nooit voorgedaan en ook hier geeft het RIVM burgers dus vooral valse hoop.

7. Hij kan zelf dure metingen laten doen door professionele bureaus.

Of dat iets toevoegt is maar de vraag. In een zaak uit 2014 werd doodleuk aangevoerd dat “tot op heden geen algemeen aanvaarde inzichten bestaan over de beantwoording van de vraag of, en zo ja, onder welke omstandigheden en bij welke frequentie, rook afkomstig van gebruik van een houtkachel schade aan de mens toebrengt. De Wet milieubeheer, in het bijzonder bijlage 1 van die wet, die grenswaarden bevat voor fijn stof (PM10 en PM2.5), geeft evenmin uitsluitsel daarover.”

De stooktips

Naast de toolkit vinden we op bovengenoemde RIVM-website ook ‘stooktips’ om overlast te voorkomen of te verminderen. Deze zouden o.i. voorafgegaan moeten worden door het advies om bij voorkeur NIET op hout te stoken. Verder zou dit dé plek zijn om alternatieven voor verwarming d.m.v. hout aan te dragen, en alternatieven voor een sfeervol vlammenspel, b.v. met electriciteit of bio-ethanol.
Verder zijn de ‘stooktips’ op zich een zwaktebod: het opvolgen ervan door stokers is immers geheel op vrijwilligheid gebaseerd en bovendien oncontroleerbaar, terwijl het hier toch gaat om de uitstoot van schadelijke stoffen, waarbij de normadvieswaarden volgens het recente GGD-rapport blijkbaar regelmatig ruim worden overschreden: piekwaarden van fijnstof PM2.5 tot ruim 300 μg/m3 (!) zijn meer iets waarbij we denken aan Beijing tijdens een smogperiode (21 december 2015: alarmfase in Beijing met 391 μg/m3), of aan het afsteken van vuurwerk met oud en nieuw (zie illustratie hieronder).

Gehinderden zijn na het bezoeken van de RIVM-website op zichzelf aangewezen. Het lijkt of de overheid iets aan het probleem wil doen, maar wie goed leest ziet dat kosten, moeite en bewijslast op gedupeerden zelf worden afgeschoven, terwijl zij ondertussen geheel aan de goodwill van stokers overgeleverd blijven. Dat is een ongewenste situatie en het vermoeden rijst dan ook dat de overheid een dubbele agenda heeft. De overheid weet wel ongeveer hoeveel particuliere houtgestookte installaties er zijn en hoeveel kiloton hout die verstoken, maar die cijfers zijn alleen te vinden in CBS-rapporten over ‘hernieuwbare energie’. Hout stoken betekent in de ogen van de overheid nl. alleen ‘vermeden CO2-emissie’ en ‘vermeden verbruik van fossiele primaire energie’. Onze overheid vindt houtstoken duurzaam, want eventuele schadelijke uitstoot (van puntbronnen nota bene) wordt hierin niet betrokken.

M.i.v. 1 januari is er dan ook, conform de overheidsplannen, een subsidie voor pelletkachels ingesteld, om de 16% duurzame energie in 2023 te helpen behalen.
Er is binnen de EU een grote behoefte aan hoogrenderende houtkachels, omdat men op tal van plaatsen op hout als brandstof aangewezen is. In Nederland is dit niet het geval. Het stoken van houtkachels is hier een extra luxe. Een in 2015 verschenen WHO-rapport doet de aanbeveling houtstook in dichtbevolkte woonwijken te vermijden: géén houtstook waar andere mogelijkheden zijn, alleen de meest geavanceerde pelletkachels waar men op hout aangewezen is. Dat rapport legt de overheid naast zich neer, om over de rug van haar burgers de doelen van het Energieakkoord te halen.

Het siert het RIVM dat zij zich duidelijk uitspreekt over de gevaren van houtstook. De ‘tips’ die aangedragen worden zijn daarmee echter niet in verhouding. Het is alsof over een etterende wond uit onmacht maar een pleister wordt geplakt; dan valt het niet zo op.
Wij hopen dat de GGD’s, voor wie een deel van deze informatie is bedoeld, zich vanuit de medische milieukunde sterk zullen maken voor doeltreffender maatregelen, en zolang deze er niet zijn naar gedupeerde burgers toe geen verstoppertje zullen spelen.

Het recente GGD-rapport over houtstook concentreerde zich o.a. op de vraag of eenvoudige fijnstofmeters – zoals bv. de Dylos DC1700 – bruikbaar zijn om vast te stellen of er sprake is van onacceptabele situaties. Het antwoord daarop luidde voorzichtig ja. Op termijn zou volgens de GGD’s een meetsysteem kunnen worden ontwikkeld waar gemeenten houvast aan hebben. Daarvoor is echter aanvullend onderzoek nodig en dat kost geld. GGD’s zouden nu door moeten pakken en hiervoor in het belang van de volksgezondheid een beroep moeten doen op de overheid.
Het verdient ons inziens geen aanbeveling om de raadgevingen van het RIVM kritiekloos op GGD-websites over te nemen, zoals helaas hier en daar al is gebeurd, want slachtoffers van houtstook zijn hier niet mee geholpen.

Reactie van de stichting op het onderzoek van Milieu Centraal: Hout stoken: lust of last? (januari)

milieucentraalBron: persbericht Milieu Centraal

Bijna de helft van de Nederlandse bevolking vindt vuurtjes stinken. Eén op de tien Nederlanders ervaart zelfs grote overlast van anderen die binnenshuis stoken. Acht procent vindt dat hout stoken verboden zou moeten worden. Dat blijkt uit onderzoek van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal, uitgevoerd door Motivaction.

Ongeveer tien procent van de Nederlandse huishoudens heeft een houtkachel of open haard. Voor het milieu kunnen er in woonwijken beter geen bijkomen, stelt Milieu Centraal. Bij het stoken van hout komen namelijk stoffen, zoals fijnstof, vrij die nadelig zijn voor de gezondheid. Bijna dertig procent van de Nederlanders weet dat hout stoken schadelijk is voor de gezondheid. Via ramen, deuren of ventilatieroosters kan de rook andere huizen binnendringen. De mensen die grote overlast ervaren van vuurtjes van anderen, hebben vaak gezondheidsproblemen.

Het onderzoek is online uitgevoerd via het StemPunt-panel van Motivaction en representatief voor de Nederlandse bevolking van 18 tot 70 jaar. 700 Nederlanders hebben de vragenlijst geheel beantwoord. De periode van dataverzameling was 1 tot en met 5 juni 2015. Motivaction is lid van de MOA en maakt deel uit van de Research Keurmerkgroep. Tot zo ver een deel van het persbericht van Milieu Centraal.

Reactie
Als stichting zijn we blij met alle aandacht gerelateerd aan de problemen die worden veroorzaakt door het stoken van hout. Zeker als blijkt dat een landelijk blad als Metro dit onderzoek prominent plaatst. Toch zetten we onze kanttekeningen bij het onderzoek en het advies van Milieu Centraal. In de eerste plaats vinden we het vreemd dat dit onderzoek in juni is uitgevoerd. Heel bijzonder is bijvoorbeeld het volgende resultaat uit het onderzoek:

Aan de personen die in ieder geval in kleine mate overlast ervaren van een houtkachel of open haard, is gevraagd hoe vaak zij overlast ervaren van deze twee middelen. De resultaten laten zien dat deze personen in de lente en zomer vaker overlast ervaren dan in de herfst of winter. 22% van de personen die overlast ervaren geven aan in de lente of zomer in ieder geval wekelijks overlast te ervaren van een houtkachel of open haard. Voor de herfst en winter is dit percentage 18%.

Dit staat haaks op de ervaring van de stichting en van de sites houtrook.nl en houtrook.com. Wij zien en weten uit ervaring dat het merendeel van de problemen zich vooral afspelen in de periode september tot en met april. Dit wordt ook ondersteund door het onderzoek van CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) ‘Houtverbruik huishoudens WoON-onderzoek 2012‘. In dit rapport staat volgend (de zomerperiode wordt niet eens meegenomen!): Opvallend is dat veel huishoudens in de herfst en winter hun houtgestookte installatie elke dag gebruiken. Er lijken slechts weinig weekendstokers te zijn die hun installatie één of twee keer per week gebruiken.

Milieu Centraal adviseert dat voor het milieu er in woonwijken beter geen houtkachels of open haarden bijkomen. Zij neemt dus geen stelling tegen het aantal voorzieningen dat nu al gebruikt wordt. En dat is ook vreemd. Blijkbaar belast het stoken van hout en andere vaste stoffen in Nederland door particulieren het milieu op dit moment nog niet? Of bedoelt zij dat als we maar goed stoken (tips) het allemaal wel meevalt? Ook dat is een vreemde opstelling. Want bij het stoken van hout door particulieren komen veel ongezonde, volgens de overheid, ‘zeer zorgwekkende stoffen‘ vrij. Volgens www.emissieregistratie.nl is het verbanden van hout door particuliere bijvoorbeeld verantwoordelijk voor 86% van de Benzo(a)Pyreen, 87% Benzo(b)Fluorantheen en 87% Benzo(k)Fluorantheen.

zeer zorgwekkende stoffen

Als laatste vragen wij ons af waarom Milieu Centraal de ervaringen onderzoekt van de Nederlandse bevolking met het stoken van hout, hun houding ten aanzien van hout stoken en het huidige stookgedrag en de kennis hierover onder houtstokers in het bijzonder? Tijdens de platformbijeenkomst in oktober gaven de vertegenwoordigers van Milieu Centraal duidelijk te kennen dat voor hen enkel het milieu-aspect relevant is. En daar gaat dit onderzoek niet over.