Tag

houtrook

Bijeenkomst houtrookoverlast 21 september

Ervaart u ook houtrookoverlast? En weet u niet wat te doen?

Kom dan op vrijdag 21 september naar de bijeenkomst houtrook van vereniging Leefmilieu!

Locatie: Amersfoort
Datum: vrij 21 sept
Van 10:30 – 16:30, inclusief lunch
Toegang: gratis

Klik hier voor meer info & aanmelden.

Geuroverlast door houtstook: een onderschat aspect

Er zijn tegenwoordig zoveel grote bronnen van vervuiling in het nieuws, dat de emissies van houtkachels soms een beetje in het niet lijken te vallen: cruiseschepen/scheepvaart, uitstoot van veeteelt, vliegverkeer etc. Daarom moeten we bij houtstook – die een niet onaanzienlijke bijdrage levert aan het totale fijnstofgehalte in de Nederlandse lucht – niet teveel aansluiten bij wat verschillende soorten vervuiling gemeen hebben, maar ons juist concentreren op dat wat houtstook daarvan onderscheidt: bij voorbeeld de hoge plaatselijke uitstoot van kankerverwekkend benzeen (die bovendien een wettelijke – en op 1 oktober 2017 aangescherpte – grenswaarde heeft), het specifieke lokale karakter op dichtbevolkte plekken, en niet te vergeten: de stánk.

Natuurlijk is de schadelijke uitstoot van houtstook een reden tot grote ongerustheid, maar alleen de geuroverlast zou al genoeg aanleiding tot ingrijpen moeten zijn. Voor de aanwezigheid van bedrijven en landbouw nabij woonkernen is er immers óók een geurbeleid? Met behulp van onder andere de NTA-norm 9065 (Luchtkwaliteit – Geurmetingen – Meten en rekenen geur) probeert de overheid de geuroverlast van deze sector te verminderen en terug te brengen tot een acceptabel niveau.

‘Gezondheid’

Al in 1977 definieerde de Gezondheidsraad – in navolging van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) – het begrip gezondheid als volgt: gezondheid is niet slechts afwezigheid van ziekte of gebreken, maar een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welbevinden. Bij ‘welbevinden’ speelt ook geurhinder een belangrijke rol. Onderzoek wijst uit dat de kwaliteit van leven afneemt naarmate mensen meer met geurhinder worden geconfronteerd.

Rapporten van bijvoorbeeld het RIVM en de Gezondheidsraad houden zich waar het geurhinder betreft vooral bezig met de emissies van industrie en veehouderijen, omdat ‘vanuit een goede ruimtelijke ordening er sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij woningen.’ Naar geurhinder bij woningen ten gevolge van houtstook is nog nooit onderzoek gedaan.

Bij geurhinder zijn een aantal factoren in het spel: de frequentie en duur, evenals de intensiteit en het karakter van de geur. Geurhinder leidt tot aangepast gedrag (denk aan het afplakken van ramen en deuren of aan vermindering van activiteiten buitenshuis) en kan lichamelijke klachten geven als hoofdpijn, prikkeling van slijmvliezen, misselijkheid en slaapproblemen, niet in de laatste plaats vanwege verslechtering van het binnenmilieu door minder gelegenheid tot ventileren.

Dit speelt in sterkere mate voor mensen met astma, allergieën of bepaalde vormen van overgevoeligheid. Ook als mensen (nog) geen lichamelijke klachten ervaren, kunnen ze bezorgd zijn over de kwaliteit van het plaatselijke milieu. Ergernis en ongerustheid over gezondheidsrisico’s kunnen stress en depressie in de hand werken, evenals het gebrek aan controle op de situatie en de wetenschap dat men er zich in zijn eigen woning niet aan kan onttrekken — effecten die in de vorm van ziektekosten en arbeidsverzuim ook een economische impact hebben.

Houtrookoverlast

Houtstook in open haarden en houtkachels is in Nederland de meest genoemde bron van geuroverlast in de directe leefomgeving (RIVM). Uit CBS-cijfers blijkt dat al in 2009 11% van de Nederlandse bevolking hiervan hinder ondervond, méér dan van de geuroverlast door landbouw, verkeer en industrie. Sindsdien is het aantal houtkachels alleen maar toegenomen. Een onderzoek van Motivaction in opdracht van Milieu Centraal uit 2015 concludeert ‘dat bijna de helft van de Nederlanders aangeeft dat houtstoken voor stank zorgt.’

De WHO vindt dat er al sprake is van een probleem wanneer 5% van de bevolking gedurende 2% van de tijd hinder ondervindt door stank. Bij houtstook gaat het om de urenlange dagelijkse belasting van hele woonwijken, ook doordat houtstook steeds vaker wordt toegepast als hoofdverwarming. Dat mag dus wel een groot probleem genoemd worden.

Houtrook die qua geur als bijzonder onaangenaam wordt ervaren kan een indicator zijn voor een slechte verbranding en voor de aanwezigheid van vele andere schadelijke verbindingen in de houtrook. Dit hoeft echter niet altijd samen te gaan: ook houtsoorten van tropische herkomst kunnen bijvoorbeeld een zeer sterke rooklucht opleveren.

Bureau Blauw becijferde dat bij een ‘goede’ verbranding de geur van één houtkachel tot maximaal 700 meter in de omtrek te ruiken valt. Bij een niet-optimale verbranding door verkeerd stookgedrag neemt dit zelfs toe tot 1200 meter. De geurhinder van een cluster van vijf houtkachels kan bij slecht stookgedrag 3 kilometer ver reiken!

Geurbelasting

Onder geurbelasting verstaan we de hoeveelheid geur, waaraan een ‘geurgevoelig object’ – bijvoorbeeld een woning – wordt blootgesteld. Deze hoeveelheid kan worden gemeten of berekend en wordt uitgedrukt in odour units (OU of geureenheden) per kubieke meter lucht.

Houtstokers hebben de keus uit verschillende houtsoorten en die hebben een verschillend geurprofiel: goed gedroogd beukenhout stoot (aan de bron!) per MJ opgewekte energie 536 OU/m3 lucht uit, tegen vurenhout wel 5217 OU/m3 lucht. De gemiddelde geuruitstoot van verschillende houtsoorten en briketten samen ligt op ongeveer 2430 OU/m3 lucht. De gemiddelde calorische waarde van droog hout ligt per kilogram op 18-20 MJ.

Wat dit betekent voor de geurbelasting van buurwoningen is moeilijk te becijferen en hangt mede af van de hoogte van de schoorsteen, de concentratie, de verspreiding, de weersomstandigheden, de afstand etc. Wanneer we echter weten dat de geurbelasting door veehouderijen aan de gevel van geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom (woningen) niet meer mag zijn dan 2 tot 3 OU/m3 lucht, dan geeft dat te denken.

Meetmethode

Op het Landelijk Geurcongres 2018 van de Vereniging van Milieuprofessionals (VVM) werden door Bureau Blauw voorstellen gedaan met betrekking tot een toetskader en een meetmethode om te komen tot een aanvaardbaar geurhinderniveau voor houtstook. Dit moet in de toekomst verder ontwikkeld worden. Daarbij gaat het niet alleen om de geur buiten de woning. Stank dringt natuurlijk ook binnen door en blijft daar hangen. Daarom kan een korte piekbelasting buiten tot langduriger overlast binnenshuis leiden.

De uiteindelijke ondervonden overlast hangt mede af van de blootstellingsduur, de blootstellingsfrequentie en de mate van (on)aangenaamheid van de geur (de zogenaamde hedonische waarde). Houtrook heeft daarbij het nadeel dat het door sommige mensen ‘lekker’ wordt gevonden. Dit heeft te maken met de associaties van ‘gezelligheid’ die zij bij het ruiken ervan ervaren en de onbekendheid met de risico’s. Vooral wanneer hout een wat zoetige geur verspreidt, wordt dat positief gewaardeerd. Die geur komt echter van één van de gevaarlijkste bestanddelen, namelijk benzeen. Houtrook bevat ook geurcomponenten die niet schadelijk zijn, maar wel hinder kunnen opleveren.

De hedonische waarde van een geur wordt uitgedrukt in een cijfer op een schaal van -4 tot +4, waarvan alleen het middelste cijfer en de uitersten (dus 0, -4 en +4) zijn gedefinieerd als resp. zeer onaangenaam, neutraal en zeer aangenaam. De (on)aangenaamheid van geuren hangt echter samen met de geurconcentratie, uitgedrukt in odour units per kubieke meter. Bij metingen volgens norm NVN 2818 van het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) wordt de geurconcentratie daarom tegen de hedonische waarde uitgezet.

Hieronder zien we de landelijke doelstelling voor geur in zijn algemeenheid: de hedonische waarde van 0 tot -1 mag in 98% van de tijd niet worden overschreden (percentielwaarde). Bovendien geldt dat er hoogstens 12% gehinderden mogen zijn en niet meer dan 3% ernstig gehinderden.

De GGD-richtlijn voor geurhinder noemt situaties waarin minder dan 5% van de bevolking geurhinder ondervindt ‘goed’:

De hindersystematiek is momenteel alleen uitgewerkt voor landbouw, veehouderijen en industrie. Die sectoren zijn niet zonder meer met elkaar te vergelijken: veehouderijen liggen meestal verspreid in het landelijk gebied, industriële bedrijven niet. Het gaat bovendien om modelberekeningen. Bij geurconcentraties waarbij de hedonische waarde -0,5 of -1 is vindt er over het algemeen bij plannen voor woningbouw een afweging plaats.

Voor deze sectoren geldt dat zij zich meestal op zekere afstand van woningen bevinden. Dat geldt voor houtstook niet: dat vindt midden in dichtbevolkte wijken plaats en vormt dus een uitdaging op zich. Ook het Platform Houtrook en Gezondheid, dat ijvert voor het voorkomen/verminderen van houtrookoverlast in woonwijken, is voorstander van het stellen van eisen aan de maximale geurconcentratie.

Hoog tijd dus dat er een toetskader wordt ontwikkeld voor het geurhinderniveau van houtstook. Want los van alle nadelige gezondheidseffecten die houtstook zonder meer heeft, is alleen al de (vermijdbare!) stankoverlast in woonwijken onacceptabel.

De Stookwijzer: een staaltje symboolpolitiek

Houtkachels, open haarden en andere houtgestookte apparaten zorgen voor fijnstof in de lucht, en voor giftige en kankerverwekkende stoffen. Veel Nederlanders ondervinden hier hinder en/of gezondheidsklachten door en storen zich daarnaast aan de stankoverlast. Daarom ontstond binnen het programma Slimme en Gezonde Stad van de Rijksoverheid het idee voor een tool die burgers bewuster maakt van hun vervuilende gedrag en die aangeeft wanneer er beter niet met hout gestookt kan worden.

Met een pilot zou eerst worden geëxperimenteerd in de gemeente Nijmegen. In februari van dit jaar werd dus in Nijmegen de ‘Stookwijzer’ gelanceerd, ontwikkeld in samenwerking met ECN en met steun van het ministerie van I&M. De vormgeving en programmering besteedde men uit aan Greenberry te Utrecht.

Het streven was dat de Stookwijzer (www.stookwijzer.nu) bij raadpleging in één oogopslag duidelijk zou maken of de omstandigheden ongunstig waren voor houtstook.

Daartoe werden twee variabelen gebruikt: de luchtkwaliteitsindex en de windsnelheid. De luchtkwaliteitsindex is een door het RIVM ontwikkeld systeem dat aangeeft in hoeverre de luchtkwaliteit op een bepaald moment van de dag van invloed is op de gezondheid. Het geeft per km2 aan wat de actuele status is van de luchtkwaliteit. Deze informatie biedt burgers de mogelijkheid om de blootstelling aan luchtverontreiniging zo veel mogelijk te beperken. De luchtkwaliteitsindex (LKI) wordt bepaald door de concentraties fijnstof PM10 en PM2.5, ozon (O3) en stikstofdioxide (NO2) in de lucht, en gaat in 11 stappen van goed naar onvoldoende.

Door nu de actuele LKI te combineren met de actuele windsnelheid zou de Stookwijzer een advies kunnen genereren over de (on)wenselijkheid van het stoken van hout op dat moment.

De Stookwijzer is een maatregel die – vooral gekoppeld aan handhaving! – substantieel zou kunnen bijdragen aan het voorkomen of verminderen van houtrookoverlast in onze dichtbevolkte woonwijken en aan de bewustwording dat houtstoken vervuilend en ongezond is.

De Stookwijzer ging positief van start:

  • Als de luchtkwaliteit van 3 (goed) naar 4 (matig) ging, ging de Stookwijzer van blauw (stoken kán) naar oranje (liever niet stoken).
  • Als de LKI van 6 (matig) naar 7 (onvoldoende) ging, ging de Stookwijzer van oranje (liever niet stoken) naar rood (stook geen hout).
  • Daarnaast gaf de Stookwijzer altijd code rood bij een windkracht van 2 Bft of lager, want bij windstil weer hoopt de vervuiling zich tussen de huizen op en kan niet weg.

Hoewel dit een heel plausibele opzet was (en de enig juiste!), had het tot gevolg dat de Stookwijzer vrijwel altijd een negatief stookadvies gaf. De conclusie hieruit had moeten luiden dat de luchtkwaliteit in Nederland kennelijk meestal té slecht is voor het stoken met hout, maar het leidde helaas tot de beslissing dat de Stookwijzer moest worden ‘aangepast’.

Half juli werd de Stookwijzer dus versoepeld, zodat hij nu vaker code blauw (stoken kán) geeft. Daarmee werd het uitgangspunt verlaten dat de Stookwijzer een objectief advies zou moeten geven om minder of niet te stoken naarmate er meer smog is.

De herziene Stookwijzer zou voortaan uitgaan van een lagere LKI-waarde en de grens voor windstilte zou verlaagd worden van 2 Bft of lager (= 3,3 m/s) naar 2 m/s of lager. Een windsnelheid van 2 Bft komt in ong. 46 % van de tijd voor, terwijl 2 m/s maar in 22% van de tijd voorkomt (middeling over de jaren 1971-2000, meetpunt De Bilt). Deze variabele terugschroeven heeft dus een niet te onderschatten effect.

In de toolkit Houtstook door particulieren: hoe voorkom je overlast is windstil weer (waarbij stoken dus ontraden wordt) gedefinieerd als wind minder dan 2 Bft. De Toolkit Houtrook en Gezondheid van het RIVM heeft deze definitie overgenomen. Aangezien de Stookwijzer hiermee breekt komen er nu van de overheid naar de burger toe conflicterende adviezen. Overigens zijn de genoemde toolkits voor een gehinderde ontoereikend.

Het bizarre is dat de overheid in samenwerking met GGD’s en Omgevingsdiensten in het verleden ook een ánder digitaal hulpmiddel heeft ontwikkeld om informatie over luchtkwaliteit dichter bij de burger te brengen, namelijk de app Mijn Luchtkwaliteit. Deze app geeft aan wanneer gevoelige groepen (ouderen, hart- en longpatiënten) vanwege smog hun inspanningen beter kunnen beperken.

Nu de Stookwijzer is versoepeld kan zich dus het geval voordoen dat een hartpatiënt de app Mijn Luchtkwaliteit raadpleegt en ziet dat hij zich kalm moet houden, terwijl een stoker op de Stookwijzer ziet dat hij nog best mag stoken!

Wat een bewustwordingstool en een handhavingstool had kunnen worden, leidt nu tot een rechtvaardiging voor de stoker en dat kan niet de bedoeling zijn.

Overigens heeft ontwikkelaar Greenberry zowel in de eerste als de tweede versie van de Stookwijzer een flink aantal steken laten vallen. Zo geeft dezelfde combinatie van LKI en windkracht de ene keer code blauw en de andere keer code rood. Dit geldt ook voor code oranje en code rood.

De foto’s hieronder zijn overgenomen van een boze twitteraar, die tevergeefs hoopte de Stookwijzer in zijn strijd tegen houtrookoverlast te kunnen gebruiken:

Minder belangrijk, maar wel erg slordig is het feit dat het pijltje in windkracht bij het gebruik regelmatig ‘verdwijnt’, net als het cijfer in windkracht, en dat ook de lay-out van het LKI-wijzertje niet steeds hetzelfde is:

De Stookwijzer geeft de gebruiker een dubbele boodschap mee.

Aan de ene kant geeft dit programma voorlichting over de mate van vervuiling die houtstoken in verschillende apparaten met zich meebrengt. Zo wordt aangegeven dat een vuurkorf per kilo gestookt hout net zoveel uitstoot als een vrachtwagenrit van 3000 kilometer. Dat is niet mis. De Stookwijzer pretendeert dan ook aan te geven wanneer het vuur beter uit kan blijven.

Daar staat tegenover dat de Stookwijzer voor een belangrijk deel bestaat uit stooktips voor zogenaamd verstandig stoken en niet uit adviezen om NIET te stoken of schonere energiebronnen te gebruiken. Vragen als Wat voor vuurtje ga jij stoken? en adviezen als Stook niet meer dan 4 (!) uur per dag dragen niet bepaald bij aan het terugdringen van deze onnodig vervuiling.

De pelletkachel wordt in de Stookwijzer gepromoot als de minst vervuilende vorm van houtstook, maar volgens recent Deens onderzoek stoot deze per GJ opgewekte energie 580x zoveel fijnstof uit als een CV op gas.

Het is ook onzuiver om de verschillende vormen van houtstook onderling te vergelijken. Beter is het om de uitstoot van houtgestookte apparaten te vergelijken met schonere energiebronnen, zoals gas, infraroodverwarming, zonne-energie of warmtepompen. Dan wordt pas duidelijk hoe ongunstig houtstook uit die vergelijking komt.

Behalve voor het aflezen van de stookomstandigheden kan de Stookwijzer ook gebruikt worden voor het doen van overlastmeldingen. Die worden echter alleen gebruikt om een beter beeld te krijgen van overlast door houtrook in Nederland. Wie een melding doet krijgt de raad zélf contact op te nemen met zijn gemeente. In de meeste gevallen leidt dat helaas tot niets.

De Stookwijzer bevat voorts een aantal verwijzingen naar websites, waar consumenten meer informatie kunnen vinden:

De link naar de website van het RIVM gaat niet rechtstreeks naar informatie over houtstook, maar gewoon naar de homepage van het RIVM. Bij doorzoeken kán een volhouder eventueel de Toolkit Houtrook en Gezondheid vinden. Die bestaat echter voornamelijk uit onwerkbare en vrijblijvende adviezen, waar een gehinderde niets mee opschiet.

Ook de link naar de site van MilieuCentraal gaat naar de homepage. Verder zoeken is niet relevant, want MilieuCentraal is één van de drijvende krachten achter de landelijke Campagne Duurzame Energie, die pelletketels en houtkachels (en de subsidie daarop) promoot. MilieuCentraal is bovendien weggelopen uit het door de overheid in het leven geroepen Platform Houtrook en Gezondheid, omdat zij geen geld en uren beschikbaar had voor de doelstelling van dit Platform: het voorkomen en verminderen van houtrookoverlast.

De derde en laatste link gaat naar de app ‘Mijn Luchtkwaliteit’, waarmee de Stookwijzer nu helaas niet meer synchroon loopt, zoals hierboven al werd uitgelegd.

De Stookwijzer is dus een onzorgvuldig en ondoordacht geheel. Het is te hopen dat dit programma in het Platform Houtrook en Gezondheid eens kritisch tegen het licht zal worden gehouden. Vreemd genoeg is de Stookwijzer niet in overleg met dit Platform ontwikkeld en tot nog toe nooit in het Platform besproken, maar dat zal er wel van moeten komen voordat deze tool een eigen leven gaat leiden en zich tegen de niet-stoker keert!

In de aanpak van de houtrookproblematiek nemen publiciteit, voorlichting en bewustwording een belangrijke plek in. Maar het introduceren van een Stookwijzer zonder grondige voorbereiding, dat is alleen maar symboolpolitiek.

 

 

 

Input Longfonds en Stichting Houtrookvrij voor lokale verkiezingsprogramma’s

De brief die het Longfonds en de stichting naar gemeenten heeft gestuurd.

Pak houtstook door particulieren aan

 Amersfoort, 15 juni 2017

Nederland telt een miljoen mensen met een longziekte. Houtrook verergert vaak hun gezondheidsklachten. De rook van houtkachels, open haarden, barbecues en vuurkorven is echter voor niemand gezond. Lokaal kunnen de risico’s hoog oplopen. Het Longfonds en de Stichting Houtrookvrij adviseren mensen om geen hout te stoken. Neemt u in uw verkiezingsprogramma maatregelen op die nodig zijn voor gezonde lucht?

In veel gemeenten leidt het stoken van hout door particulieren tot problemen. Het is een bron van luchtvervuiling, lokaal tot wel 40 procent van de totale luchtvervuiling, overlast, ziekte en burenruzies. In 2016 vroeg de Vereniging Nederlandse Gemeenten in een enquête aan haar leden of er lokaal overlast werd ervaren. Ongeveer een derde (124) van de Nederlandse gemeenten hebben de enquête ingevuld. Meer dan de helft van hen geeft aan dat zij inwoners hebben die houtrook van particulieren als overlast ervaren.

Nederland telde in 2011 bijna een miljoen kachels en open haarden[i] en dit aantal neemt toe vanwege het onterecht duurzame en goedkope imago van houtstook. Het CBS berekende in 2009 dat in Nederland 10 procent van de bevolking hinder ondervindt door houtrook[ii]. Sommige gemeenten noteren inmiddels hogere overlastcijfers, zoals Amersfoort waar 28 procent van de mensen regelmatig last heeft van houtrook[iii]. Hoe is dat in uw gemeente?

Iedereen loopt een gezondheidsrisico

Luchtvervuiling kan mensen ziek maken. De stoffen die vrijkomen bij het stoken van hout dragen bij aan luchtvervuiling. In de directe omgeving veroorzaakt houtrook gezondheidsklachten door fijn stof. Het RIVM[iv] neemt aan dat fijnstof uit houtrook en verkeer even schadelijk zijn voor de gezondheid. Ook kankerverwekkende (PAK’s)-en giftige stoffen als VOS en koolmonoxide komen vrij bij de verbranding van hout.

Mensen met een longziekte zijn gevoeliger voor houtrook dan mensen met gezonde longen. Ook ouderen, mensen met een hart- en vaatziekte en gezonde kinderen krijgen eerder gezondheids-klachten door houtrook. Deze ‘gevoelige groepen’ kunnen benauwd worden, moeten veel hoesten of hun longfunctie wordt slechter. Bij hoge blootstellingen kunnen de klachten lang aanhouden, ook als het vuur al uit is. Dit belemmert mensen in hun dagelijkse leven. De gevolgen zijn snel merkbaar. Iedereen loopt een gezondheidsrisico, ook de stoker zelf.

Niemand meer zieke longen door houtrook

Longpatiënten die in de buurt wonen van bijvoorbeeld een houtkachel kunnen zich niet beschermen tegen houtrook. Het is onmogelijk om de eigen woning zo af te sluiten dat de rook niet meer binnendringt. Bovendien is het juist nodig om steeds te ventileren om de luchtkwaliteit binnenshuis gezond te houden.

Het Longfonds wil dat niemand meer zieke longen krijgt door het inademen van lucht. Het Longfonds en de Stichting Houtrookvrij willen de gezondheidsschade van houtrook voorkómen, met name bij gevoelige groepen zoals mensen met een longziekte, kinderen en ouderen. Daarom pleiten wij er voor om niet op hout te stoken. Wij roepen mensen op om te kiezen voor gezondheid en voor (sfeer)verwarming zonder uitstoot van schadelijke stoffen.

 

Wat kunt u doen

Een eerste stap in de goede richting is een stookverbod bij mist en windstil weer. Vlaanderen geeft het goede voorbeeld: https://www.vmm.be/lucht/luchtkwaliteit/stookadvies/wanneer-geven-we-stookadvies

Daarnaast is goede voorlichting over de gezondheidsrisico’s van houtstook nodig. Veel mensen zien een houtvuur als gezellig en zijn zich niet bewust van de schadelijkheid voor de gezondheid van henzelf en hun omgeving. Start bijvoorbeeld een lokale voorlichtingscampagne zoals Den Haag heeft gedaan of geef informatie bij het gemeentenieuws in lokale media.

Neem mensen die aangeven ziek te worden van de houtrook van hun buren serieus. Onderzoek de klacht, handhaaf waar nodig en stel bemiddeling tussen gehinderde en stoker beschikbaar.

Pak houtstook door particulieren aan. Wij rekenen op u.

 

 

[i] TNO-rapport ‘Emissiemodel Houtkachels’ van 16 februari 2011

[ii] http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/natuur-milieu/publicaties/artikelen/archief/2009/2009-2714-wm.htm

[iii] https://www.amersfoort.nl/nieuws/28-ervaart-overlast-door-gebruik-open-haard.htm

[iv] Gezondheidseffecten van houtrook, een literatuurstudie, RIVM, 2011

Overleg VNG met I&M over houtstook

logo-VNG-620x307Op 15 december was het overleg van de VNG met het ministerie van I&M. Zoals bekend hebben de gemeentes Amersfoort en Leeuwarden een motie tegen houtstook ingediend bij de VNG. De VNG heeft daarop toegezegd in contacten met de overheid aan te zullen dringen op maatregelen.

Lees de – teleurstellende – uitkomst.

Het enige wat I&M doet is opnieuw verwijzen naar het Platform Houtrook en Gezondheid en naar de voorlichtende rol van gemeenten.

Het Platform, dat vorig jaar een paar maal bijeengekomen is, heeft dit zeer complexe onderwerp alleen nog maar afgetast. Er zit dan ook een groep mensen aan tafel met zeer uiteenlopende belangen en een zeer diverse achterban. Na een aantal bijeenkomsten werd de zaak opgeschort. Inmiddels is de tweede ronde van het Platform begonnen.

Al een jaar geleden beloofde staatssecretaris Dijksma – n.a.v. het GGD-onderzoek naar houtrookoverlast – maatregelen tegen houtstook: een app, een voorlichtingsfilmpje, en betere metingen. De gemeente Nijmegen heeft zelf een app ontwikkeld, maar de overheid nog steeds niet. Een voorlichtingsfilmpje, waarmee in één klap miljoenen Nederlanders op prime-time bereikt zouden kunnen worden, laat op zich wachten. Een winterseizoen metingen uitvoeren met professionele apparatuur in een wijk met veel houtstook, ook dat doet de overheid niet. De kunstgraskorrels op voetbalvelden worden wél direct onderzocht, daaraan zien we waar de prioriteiten liggen.

Van het Platform Houtrook en Gezondheid wordt verwacht dat zij met concrete voorstellen komt hoe houtrookoverlast kan worden teruggedrongen. Maar cijfers om die voorstellen op te baseren zijn er niet, omdat er door de overheid geen metingen worden uitgevoerd.

In de tussentijd wordt de burger zoetgehouden met een onbruikbare ‘toolkit‘.

Het lijkt het voornemen van de overheid om de belanghebbenden de strijd onderling maar te laten uitvechten. Verder wacht Dijksma rustig de invoering van de nieuwe Omgevingswet in 2019 af, waarvan we nog niet weten hoe die vorm gaat krijgen, en de Ecodesignrichtlijn die in 2022 ingevoerd gaat worden. Dan mogen alleen nog toestellen op de markt komen die aan keuringseisen voldoen. De verouderde installaties die burgers dan inmiddels massaal bezitten stoken ook na 2022 rustig door, en gaan afhankelijk van de kwaliteit 20 tot 35 jaar mee.

 

 

Stichting Houtrookvrij in het programma NPO radio 1 Dit is de dag

In het programma Dit is de dag op NPO radio1 met als thema: Tijd om afscheid te nemen van de houtkachel? heeft Machteld Derks, bestuurslid van onze stichting, het opgenomen tegen Gert Kooij, Voorzitter Sfeer Verwarmingsgilde. Bron: NPOradio1

 

Gezellige haard is reuze schadelijk (NRC 15 december 2016)

nrc

Het NRC heeft op 15 december 2016 een artikel geplaatst over de problemen die worden veroorzaakt door het stoken van hout. De stichting Houtrookvrij is ook gevraagd om een reactie.

Gezellige haard is reuze schadelijk – NRC

Astmapatiënten in de Amerikaanse stad Phoenix belanden tussen Kerst en Oud en Nieuw relatief vaak in het ziekenhuis als gevolg van ademhalingsproblemen, precies op het hoogtepunt van het stookseizoen in die stad. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers in een recent online gepubliceerd artikel in het vakblad Air Quality, Atmosphere & Health. In de dagen nadat de fijnstofconcentratie in de omgeving van hun huis was gestegen, melden astmapatïënten zich significant vaker in het ziekenhuis. Het is een duidelijke aanwijzing dat houtrook, in ieder geval bij een deel van de bevolking, gezondheidsklachten kan veroorzaken.

Lees het hele artikel.

Open haard vervuilt evenveel als autorit van Brussel naar Wenen

In een artikel van 12-10-2016 in de Belgische krant DE MORGEN wordt aangekondigd dat er in Vlaanderen naast een smogalarm een stookalarm komt. Want op koude, mistige en/of windstille dagen de open haard branden is slecht voor de gezondheid, het milieu en de luchtkwaliteit. Wie de open haard slechts twee uurtjes gebruikt, braakt namelijk evenveel fijnstof in de atmosfeer als een auto die 1100 kilometer rijdt! Ook de gecertificeerde houtkachel en pelletkachel komen er niet goed uit.

Hoogste tijd dat dit initiatief ook in Nederland wordt nagevolgd!

Lees hier het hele artikel.

VUUR! De nieuwe religie.

vuurenbeschaving

Uitgeverij G.A. Van Oorschot B.V

In 1992 publiceerde socioloog Joop Goudsblom zijn beroemde boek “Vuur en beschaving”. Centraal hierin staat de gedachte dat de beheersing van het vuur de eerste beschavingsdaad van de mens was: “Het was een radicale ingreep in de natuur die model stond voor de ontwikkeling van alle volgende stadia van de menselijke samenleving: de ontwikkeling van landbouw en veeteelt, de verstedelijking en de industriële revolutie.”

Terwijl het als energiebron van steeds groter belang werd, verdween het vuur volgens Goudsblom echter bijna geheel uit onze dagelijkse ervaring: vuur werd gereduceerd tot een vuurtje voor een sigaret, een waakvlammetje in de verwarmingsketel, een onzichtbaar verbrandingsproces in onze automotor. De symboliek van het vuur speelt volgens Goudsblom geen rol meer in ons leven: kachels vervingen het open vuur, gloeilampen kwamen in de plaats van kaarsen en petroleumlampen.

In 2015 werd Goudbloms studie, die in diverse talen werd vertaald, opnieuw uitgebracht. De inmiddels hoogbejaarde socioloog lichtte in het boekenprogramma van de onlangs overleden Wim Brands zijn werk nogmaals toe.

Het is de vraag of Goudbloms inzichten in 2016 nog net zo actueel zijn als in 1992. Speelt de symboliek van het vuur geen rol meer, of is die juist helemaal terug van weggeweest? Wie heeft opgelet, weet dat cocoonen rond een knisperend haardvuur momenteel reuze trendy is. Eigenlijk is alles wat met open vuur te maken heeft populair: fakkels, kaarsen, vuurschalen, paasvuren, kampvuren, open haarden, houtkachels, noem maar op. Kennelijk vonden we die beheersing van het vuur maar saai. Ook verwarmen met onzichtbaar gas is uit. We willen weer vlammen zien.

Hoe komt dat? Daar valt beslist een nieuwe sociologische studie aan te wijden. Willen we ons terugtrekken van crisis, politieke chaos en veeleisende drukke bezigheden? Spiegelen we ons aan fantasyfilms, en aan historische series? Geschiedenis is hot. Er verschijnen meer historische tijdschriften en boeken dan ooit en ook de populaire media spelen hierop in, denk aan series als Wolf Hall of Downton Abbey, waar in elke scene wel een vuur te zien is. Pretparken en themaparken, zoals het Archeon, trekken bekijks met vuurspektakels. Paasvuren zijn populairder dan ooit, en nemen, onder het mom van traditie, elk jaar in aantal toe. Ook aan symboliek is geen gebrek. Zo zien antroposofen vuur als het vrijkomen van zonnekracht: “Hout is de brandstof van vuur. In het hout van de boom zit al het verzamelde zonnelicht van de groei-jaren van een boom. Door het vuur schenk je als mens de warmte aan de zon terug.” Het is maar wat je geloven wilt…

Vuren maken en hout verbranden hebben – helaas – ook een sterke link met ecologisch leven, duurzaamheid en “terug naar de natuur”. Aan de lopende band verschijnen er boeken over vuur aanleggen, houtopslag maken, en over de juiste bijlen en kettingzagen, waar ‘echte mannen’ (zoals onze eigen Alexander Pechtold!) zich mee kunnen uitleven.

De Noorse staatstelevisie wijdde een avondvullend programma aan hout en alles wat ermee samenhangt, en toonde acht uur lang een brandend houtvuur op tv zonder commentaar. Slaapverwekkend? Heel Noorwegen keek mee.

Het lijkt erop dat men zich massaal heeft voorgenomen alleen de gunstige kanten van hout verbranden te willen zien. Er zíjn ook veel positieve associaties, zoals warmte, saamhorigheid en gezelligheid. Maar we zouden eens vaker stil kunnen staan bij de negatieve effecten. We leven uiteindelijk niet meer in de Middeleeuwen. Je aanpassen aan voortschrijdende inzichten, dat is ook een kwestie van beschaving.

Eén van die inzichten is, dat hout verbranden voor veel fijnstof zorgt. De toename van houtkachels, vuurschalen en barbecues is dus minder gezellig dan het lijkt, want het zorgt voor een slechte luchtkwaliteit in woonwijken. Houtrook bevat kankerverwekkende en giftige stoffen. We kunnen dus niet massaal gaan stoken, koken en bakken op die zogenaamde natuurlijke brandstof, want daarmee vergiftigen we onze eigen woonomgeving, en het milieu in het algemeen.

Als we die gedachte over het voetlicht willen krijgen moeten we helaas strijden tegen de tijdgeest. En die staat geheel in het teken van vuur en vlammen, als betrof het een nieuwe religie. Was het maar waar, meneer Goudsblom, dat het vuur is getemd tot een doosje lucifers in onze broekzak. Het is ontsnapt, als uit de doos van Pandora.

 

 

 

 

 

Waarom staren overheid en Urgenda zich blind op stoken van biomassa?

zonnepaneel en houtkachel

In Nederland en vele andere landen zien we de trend dat men steeds meer biomassa (hout) gebruikt om energie op te wekken. Naast het toenemend aantal houtkachels bij particulieren wordt er ook steeds meer gestuurd op bij- of volledige stook in middelgrote en grote energiecentrales. Vrij recent stond in verschillende kranten dat het stoken van kolen in centrales veel fijnstof veroorzaakt en dat daardoor jaarlijks vele mensen vroegtijdig overlijden. In plaats van kolen moeten we overstappen op het gezondere alternatief: hout. En daarmee verminder je ook de uitstoot van CO2. Twee vliegen in een klap, maar lost dat het probleem op? En komt er minder CO2 in de lucht? Volgens gerenommeerde wetenschappers is het antwoord: Nee!

Fijnstof heeft een negatief effect op de gezondheid van iedereen. Dus het verminderen hiervan is altijd zinvol. CO2 heeft heel veel impact op het klimaat. Dus het verminderen hiervan is ook noodzakelijk. Helaas kijkt de politiek (en ook Urgenda) vooral naar grootverbruikers, zoals energiecentrales waar men stookt met kolen. In plaats van kolen (en gas – ook een terecht probleem) moeten we ons meer gaan richten op het (bij)stoken van biomassa. In de meeste gevallen hebben we het over hout van bomen. Want dat is duurzaam en CO2 neutraal!

Waarom blijft men hangen in deze veronderstelling? Wetenschappelijk is aangetoond dat het stoken van hout helemaal niet zo duurzaam is. Laat staan CO2 neutraal!

In 2013 hebben Greanpeace, RSPB en Friends of the earth in het rapport ‘Dirtier than coal? Why Government plans to subsidise burning trees are bad news for the planet’ gepubliceerd. In de inleiding staat het volgende: The Government’s own analysis, provided to Princeton academic Timothy Searchinger, shows that the use of whole trees in this way would increase greenhouse gas emissions by at least 49% compared to using coal over 40 years. Yet, Government’s current proposals, to continue to subsidise biomass power under the Renewables Obligation, do not account for this by distinguishing between different sources of biomass. They are therefore likely to actually increase greenhouse gas emissions.

Lees ook het verslag van het symposium ‘Biofuel and wood as energy sources’ van 10 april 2015, KNAW, Trippenhuis, Amsterdam. Dit symposium was georganiseerd n.a.v. een visiedocument waarin volgend werd gesteld:

Volgens de drie auteurs van het visiedocument, Akademieleden Martijn Katan, Louise Vet en Rudy Rabbinge, bevatten de Nederlandse en Europese regels voor het bijstoken van biomassa een fundamentele denkfout. Het gesubsidieerd meestoken van hout leidt niet tot innovatie en de bijdrage aan de vermindering van de CO2 uitstoot is onzeker. Intussen gaat de Nederlandse overheid, energiemaatschappijen acht jaar lang het verschil in kostprijs tussen hout en steenkool vergoeden. Dat gaat drie miljard euro aan belastinggeld kosten. Er wordt – vooral in Canada en de Verenigde Staten – bijna 2000 vierkante kilometer bos voor gerooid, met verlies van biodiversiteit tot gevolg.

Een aantal gerenommeerde wetenschappers onderstrepen deze visie met steekhoudend onderzoek. Zowel op gebied van CO2 als op het gebied van gewassenteelt (gebruik van landbouwgronden). In het slotdebat wordt aan de deelnemers gevraagd of zij denken dat het hout dat nu in energiecentrales wordt bijgestookt 100% afkomstig is uit afval, of uit duurzame bronnen. Niemand van de deelnemers gelooft dat het hout op wereldschaal bezien volledig uit duurzame bronnen komt. Tegenstanders van de bijstook van biomassa noemen de nog op te stellen duurzaamheidscriteria ‘sprookjes’. Niemand controleert die criteria in de praktijk. De markt voor bijstook van biomassa is niet transparant en afvaltransporteurs zijn niet open over hun prijzen.

Het blijft toch vreemd dat onze overheid en bijvoorbeeld ook Urgenda niets of nauwelijks iets met deze kennis doen? En dan hebben we het nog niet gehad over de grote hoeveelheden fijnstof (waaronder zeer giftige PAK’s) die bij het stoken van biomassa (hout in dit geval) vrijkomen. Dus hout in plaats van kolen? Van de regen in de drup, en erger.