Tag

vuurkorf

Reactie Sharon Dijksma in de Vaste Kamer Commissie I&M over houtstook

Bron: CONCEPTVERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG OVER: Leefomgeving

Onderstaand de reactie van staatssecretaris Sharon Dijksma in de Vaste Kamer Commissie I&M over houtstook. Eerst een korte reactie van de stichting op de resultaten van dit overleg.

Hoewel de staatssecretaris de problematiek met houtstook in deze commissie wel serieus neemt, hebben wij niet het idee dat zij, en de afgevaardigden van politieke partijen, echt weten welke problemen door het stoken van hout worden veroorzaakt. Dat blijkt wel uit het feit dat zij zich vooral focust op lokale aanpak. Zij geeft aan dat daar rekening mee zal worden gehouden bij het opstellen van de regelgeving die onder de Omgevingswet komt. Het meest verontrustende is wel dat zij vindt dat kachels die voldoen aan de strenge  Ecodesignnorm zo schoon dat een fijnstoffilter niet meer nodig is. Ze verwijst naar het platform waar deze zaken worden besproken. We hebben nog heel veel pionierswerk te doen.


 

(pagina 29 en volgend) De houtstook is inderdaad een ding. We moeten de problematiek van de houtstook serieus nemen. Tegelijkertijd is het lastig om tot letterlijk achter de voordeur te controleren. In die zin heeft zowel mevrouw Cegerek als de heer Dijkstra een beetje gelijk. Dat is dan weer mooi in het leven. Mevrouw Cegerek heeft een motie ingediend. Die motie is een ondersteuning van het beleid en ik voer haar ook uit. Via het Platform Houtstook zoeken wij naar oplossingen opdat de overlast door houtstook wordt beperkt. Die overlast doet zich soms gewoon voor. Als de pijp net onder het raam van de buurman uitkomt en diens kinderen slapen in die kamer, dan verwacht je dat dit in goed overleg tussen de buren kan worden opgelost, maar in de praktijk is dit lastig. Wij kijken ook naar de oplossing die Duitsland heeft voor het beperken van overlast door houtrook.
Het is essentieel dat het een lokale aanpak is. Dat is wat mij betreft de kern. Er zijn namelijk plaatselijk heel grote verschillen. Dan kun je het niet allemaal vanuit Den Haag regelen. We streven ernaar om gemeenten voldoende mogelijkheden te geven om effectief op te treden. Daar zullen we ook rekening mee houden bij het opstellen van de regelgeving die onder de Omgevingswet komt.
Er is gevraagd naar de subsidie op kachels. Mevrouw Van Veldhoven vroeg bovendien of een fijnstoffilter verplicht is. De kachels die gesubsidieerd worden, zijn zo schoon dat een fijnstoffilter niet meer nodig is. Zij voldoen aan de strenge Ecodesignnorm.
Er is ook gevraagd of de uitvoering van de Ecodesignrichtlijn naar voren gehaald kan worden. Dat is een interessant idee. We gaan ermee naar het Platform Houtstook.
Dan is er gevraagd of er een koppeling kan worden gemaakt tussen de luchtkwaliteitapp en de waarschuwing voor houtrook. In Nijmegen wordt een houtstookapp ontwikkeld die de stoker waarschuwt in geval van overlast voor zijn directe omgeving. Er zijn interessante ontwikkelingen gaande op dit terrein, waar we verder naar moeten kijken. Voor het overige heb ik de Kamer een brief gestuurd met daarin de verschillende mogelijkheden via het platform, naar aanleiding van de genoemde motie.
De heer Houwers (Houwers): Ik ben blij dat de staatssecretaris deze zaak serieus opneemt. Het is een ding, zoals zij zegt. Wellicht dat Duitsland een voorbeeld kan zijn, omdat daar best veel hout wordt gestookt. De staatssecretaris zegt dat ze al veel doet. Ziet ze ook in dat er verschil is tussen de overlast die iemand zijn buren kan aandoen en de feitelijke vervuiling die in de lucht aanwezig kan zijn? De aanwezigheid van fijnstof hoeft niet meteen te betekenen dat je daar op een kinderslaapkamer last van hebt. De last is één ding, maar de luchtvervuiling is een ander ding. Kijkt de staatssecretaris naar beide dingen?

Staatssecretaris Dijksma: U slaat de spijker op de kop. Zo is het. Je hebt twee kwesties: de directe overlast, maar ook het effect van bijvoorbeeld houtstook op de normen. Ook daar kijken we naar.

De heer Houwers (Houwers): Wilt u dan nog één ding meer doen en ook kijken naar het idee van Duitsland, waar ze de schoorsteenveger laten meten of laten meedenken? Als u toch naar Duitsland kijkt, wilt u dan ook daarnaar kijken?

Staatssecretaris Dijksma: Ik meende dat ik zojuist, toen ik Duitsland noemde, u daar al een toezegging … Ja.

GGD Noord Nederland n.a.v. reactie staatssecretaris op het onderzoek naar houtrook (feb)

logo ggd groningenDe noordelijke GGD’en hebben officieel gereageerd op de brief van staatssecretaris Dijksma aangaande hun onderzoeksrapport. De GGD-en zijn positief over het feit dat de staatssecretaris erkent dat het stoken van hout de gezondheid van buren kan aantasten. Daarnaast geven zij commentaar op de brief van de staatssecretaris (onvolledig) en adviseren verdere maatregelen.

De brief is na vergadering van de commissie beschikbaar via onder andere deze site.

 

Netwerkbijeenkomst geënt op de problemen door stoken van hout van SME Advies afronden met de workshop Goed Stoken!

De vuurkorf

SME Advies organiseert op 18 februari een Netwerkbijeenkomst Houtstook (problemen veroorzaakt door het stoken van hout). Bedoelt voor ambtenaren van gemeenten die deelnemen aan het programma ‘De slimme en Gezonde stad’, notabene in het leven geroepen door het ministerie van I&M.  De interessante onderwerpen die worden besproken en de rol van het Ministerie van I&M bespreek ik hierna. Maar eerst even dit:

HOE IS HET MOGELIJK DAT DEZE BIJEENKOMST WORDT AFGESLOTEN MET DE WORKSHOP ‘GOED STOKEN’ en een borrel door in2nature. Dat kunnen wij echt niet begrijpen? Let wel: in2nature is vooral bedreven in het maken van vuur in de natuur. Waarom niet een aantal longpatiënten uitnodigen die u vertellen, of zelfs nog beter, mee laten maken wat het is om luchtwegproblemen te hebben. ECHT ONGELOOFLIJK!!

Dan ten aanzien van de inhoud.

Tijdens deze bijeenkomst staan interessante onderdelen op de agenda zoals ‘Hoe zet je principes uit gedragswetenschappen in bij de aanpak van Houtstook?’ Tevens gaan de ambtenaren in werkgroepen uiteen om een oplossing voor houtstook in de eigen gemeente uit te werken. Op gebied van:

  • Bewustwording en gedragsverandering
  • Wet- en regelgeving
  • Technische oplossingen

Aan het eind van de dag vindt een terugkoppeling plaats en worden vervolgacties geformuleerd. Nu doet zich het vreemde feit voor dat het programma ‘De slimme en gezonde stad’ onder de vlag van het ministerie van Infrastructuur en Milieu valt. Op de site staat volgend te lezen: Met het programma Slimme en Gezonde Stad zoekt het Ministerie van IenM – samen met partijen zoals steden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties – naar slimme oplossingen voor een gezonde, duurzame en leefbare stad. De focus ligt daarbij op luchtkwaliteit en geluid, twee thema’s die uit oogpunt van milieu in hoge mate bepalend zijn voor de kwaliteit van de leefomgeving en de gezondheid van bewoners.

Tegelijkertijd heeft dit ministerie het RIVM opdracht gegeven het platform Houtstook (werktitel) vorm te geven. De staatssecretaris heeft in haar beantwoording aan de kamer onlangs het volgende geschreven:

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft het initiatief genomen om te komen tot de oprichting van het Platform Houtstook. Het RIVM coördineert dit Platform. De opdracht aan het Platform is het vergroten en verspreiden van kennis over hoe de overlast en mogelijke gezondheidsschade van het stoken van hout door particulieren kan worden verminderd en voorkomen. In het Platform worden verschillende partijen afkomstig uit het veld van onderzoek, maatschappelijke organisaties, ondernemers en overheid vertegenwoordigd, waarmee een breed gedragen aanpak van de houtrookoverlast nagestreefd wordt. Het Platform zal dan ook worden betrokken bij de uitvoering van de motie Cegerek c.s., waarin de regering wordt verzocht de problemen en mogelijke oplossingen voor de gezondheidsklachten als gevolg van houtstook in kaart te brengen.

Wat is de verbindende factor? De stichting heeft geen idee. Maar we zijn erg benieuwd naar de gevonden oplossingen. Als stichting zien we deze graag tegemoet en willen deze objectief beoordelen op haalbaarheid in relatie tot de doelstelling van het platform: het voorkomen of verminderen van overlast en/of gezondheidsschade door het stoken van hout en andere vaste brandstoffen. We nemen aan dat het ministerie van I&M zorgdraagt voor verbinding. En hopelijk sluit SME Advies, bij voorkeur na interventie van I&M, de dag op een andere manier af.

 

 

De RIVM-toolkit tegen houtrookoverlast: een zeer gebrekkig instrument (januari)

logo-rijksoverheidOp de website van het RIVM is onlangs een pagina verschenen met informatie die bedoeld is voor de GGD-professional die zijn/haar burgers wil informeren over de gezondheidseffecten en de overlast die gepaard kunnen gaan met het inademen van houtrook uit houtkachels etc. in de directe omgeving.
Het RIVM heeft op deze website ook een zg. toolkit opgenomen – gebaseerd op een eerder door de VVM ontworpen toolkit – waarin aanbevelingen staan voor particulieren die overlast van houtstook ondervinden. Deze aanbevelingen zijn ons inziens onwerkbaar voor GGD’s, en voor een gehinderde kunnen ze slechts een teleurstelling opleveren.

We kunnen houtrookoverlast het beste met gezondheidsschade door meeroken vergelijken. Vroeger was een niet-rokende werknemer aan de welwillendheid van zijn rokende collega’s overgeleverd: hij kon een roker alleen vriendelijk om begrip vragen. Dat kunnen we ons nu niet meer voorstellen. Rondom roken en meeroken zijn nu allerlei regels en verboden. Het RIVM-advies inzake houtrookoverlast komt er, net als vroeger bij roken, op neer dat de benadeelde de stoker vriendelijk moet vragen vrijwillig minder of anders te stoken. De stoker kan daar gevolg aan geven, maar hij kan het ook gewoon laten, omdat regels en verboden hier geheel ontbreken. Iemand die (gezondheids)overlast ondervindt is daardoor vogelvrij.

De toolkit

De RIVM-toolkit op bovengenoemde website is afgeleid van de VVM-toolkit ‘Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast’, ontstaan n.a.v. het congres ‘Houtstook & gezondheid: problemen voorkomen’ in mei 2014.
In het recente rapport van de noordelijke GGD’s over overlast door houtrook (oktober 2015) wordt nadrukkelijk gewezen op de tekortkomingen van de aanbevelingen in deze VVM-toolkit. Enkele citaten uit het rapport:
“(…) Maar naast de aanmeldingen uit de regio met veelal schrijnende verhalen, waren er zelfs van elders in het land nogal wat reacties van wanhopige burgers. De meeste van hen bleken niet op de hoogte van de mogelijkheden die genoemd zijn in de VVM-toolkit. Gezien hun verhalen zullen zij waarschijnlijk die mogelijkheden echter niet als echt bruikbaar ervaren.”
“Verder blijkt dat velen vinden dat de overheid tekort schiet wanneer zij daar om hulp of maatregelen vragen. De juridische mogelijkheden die beschreven zijn in de toolkit ‘Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast’ bieden kennelijk geen oplossing.”
“In stap 4 of 5 van de toolkit staat geen (semi)-kwantificerende beoordeling van de ernst van een situatie. Daardoor is de toolkit niet geschikt om een juridisch houdbaar onderscheid te maken tussen wel of niet aanvaardbare overlast, en wel of niet handhavend optreden.”
Het valt dus te betreuren dat het RIVM deze toolkit opnieuw introduceert.

Wat kan een burger volgens het RIVM doen wanneer hij overlast ervaart?

1. Hij kan ‘in gesprek gaan’.

De RIVM-toolkit is vooral ontoereikend, omdat zij de nadruk legt op vrijblijvende begrippen zoals overleggen, begrip kweken, voorlichting en bewustwording, en niet op het scheppen van een wettelijk kader. Alles is er in feite op gericht de problemen op de gehinderde zelf af te wentelen. Het gaat voor het gemak uit van een conflict één op één dat d.m.v. burenoverleg, wijkagent of buurtbemiddeling zou kunnen worden opgelost. Meestal zijn er echter meerdere stokers en is het probleem juist de cumulatie van de rook. Wie – zoals de Stichting HoutrookVrij – het oor te luisteren legt bij houtrookgedupeerden, merkt al gauw dat zelf op de buren afstappen meestal in ruzie ontaardt. Houtstokers menen in hun recht te staan, denken milieuvriendelijk bezig te zijn, hebben investeringen gedaan en zijn vaak volkomen onwetend over de schadelijke rookgassen.

2. Hij kan milieu- en gezondheidsklachten melden bij de gemeente.

In haar antwoord op recente Kamervragen schrijft staatssecretaris Dijksma ‘dat het aan de gemeentes zelf is om te bepalen op welke wijze zij invulling geven aan hun bevoegdheden bij het bestrijden van houtrookoverlast.’
In de praktijk doen gemeentes niets met de klachten van inwoners. Het advies dat burgers soms krijgen om een dossier aan te leggen met de situering van bronnen, stooktijden en weersomstandigheden, is een onmogelijke opgave en een wassen neus. Alleen al de eerste stap, de juiste inventarisatie van de bronnen, is voor een gehinderde een probleem. Zelfs de GGD geeft in haar rapport toe dat er nog een tool moet worden ontwikkeld om na te kunnen gaan uit welke schoorsteen de rook afkomstig is. Het enige wat klagers in de praktijk bereiken, is een knetterende burenruzie, zonder dat stokers hun gedrag aanpassen. En waarom zouden ze ook: het merendeel van de houtstokers in Nederland overtreedt in principe geen wetten. Zij hebben een houtkachel gekocht bij een normale kachelhandel, zij hebben hem correct laten installeren, hun pijp voldoet aan de regels en ze stoken droog hout. Hun is wijsgemaakt dat ze ook nog duurzaam bezig zijn. Het is vanuit hun visie wel te begrijpen dat ze die dure kachel dan ook willen stoken.
Gemeentes hebben behalve artikel 7.22 van het bouwbesluit dat spreekt over het subjectieve begrip ‘hinder’ geen middelen om te handhaven (en doen dat dan ook niet) en verwijzen juist naar de noodzaak van overheidsmaatregelen. Aan voorlichting en bewustwording doen de meeste gemeentes niets. Zij nemen niet in de APV op dat er niet mag worden gestookt bij mistig en windstil weer, en benutten hun gemeentewebsite niet voor het ontraden van houtstook of het focussen op schonere energiebronnen. Bij cumulerende overlast van meerdere stokers is de gemeente bovendien machteloos, want zij kan alleen afzonderlijke overtreders aanpakken.
Alleen in het geval dat een stoker echt iets onrechtmatigs doet (zijn schoorsteen deugt niet of hij wordt betrapt op afval verstoken) kan de gemeente met succes ingrijpen.

3. Hij kan milieu- en gezondheidsklachten melden bij de GGD.

Volgens het RIVM kan de GGD wel ‘meedenken’, en informatie geven, maar weinig dóen tegen het gebruik van houtkachels. De GGD kan geen maatregelen afdwingen, de GGD voert geen metingen uit en de GGD heeft geen rol in juridische conflicten. Hier is dus weinig concrete hulp voor gedupeerden te verwachten.

4. Hij kan milieu- en gezondheidsklachten melden bij de Vereniging Leefmilieu.

Deze Vereniging kan niets betekenen voor individuele gehinderden of ‘in het geval u er samen niet uitkomt’, zoals het RIVM dat omschrijft. De Vereniging Leefmilieu probeert het onderwerp alleen op de politieke agenda te krijgen en pleit voor strenger beleid.

5. Hij kan zijn toevlucht nemen tot wat Milieu Centraal op haar website zegt over overlast van houtstoken.

Milieu Centraal geeft alleen informatie – ongeveer dezelfde als het RIVM zelf – maar brengt een oplossing niet dichterbij. Milieu Centraal ontraadt in eerste instantie houtstook in woonwijken, maar vult de rest van haar website (‘voor wie tóch wil genieten van een houtvuur’) vervolgens met stooktips, het aanbevelen van pelletkachels (zelfs voor hoofdverwarming!), nog meer ‘goed-stoken-tips’ en kooptips voor de juiste houtkachel. Het verhaal eindigt dan weer met ‘op grote schaal brandhout gebruiken is geen duurzame optie’, een nogal dubbele boodschap dus, maar vooral één waar een houtrookgedupeerde niets aan heeft.

6. Hij kan zich voor juridische bijstand melden bij een Juridisch Loket/Rechtswinkel of bij de Stichting HoutrookVrij.

Het RIVM waarschuwt op voorhand dat een rechtszaak duur, onzeker en tijdrovend is en dat de wetgeving tekortschiet. Het Juridisch Loket en de Rechtswinkel geven alleen juridisch advies aan mensen met een laag inkomen en weinig vermogen. Bij een te hoog inkomen kun je dus alleen bij een dure advocaat of mediator terecht. Juristen kunnen bij het geven van advies alleen terugvallen op de bestaande gebrekkige wet- en regelgeving m.b.t. houtstook. De jurisprudentie over dit onderwerp is allesbehalve hoopgevend, de meeste verzoeken tot handhavend optreden zijn in het verleden afgewezen.
De Stichting HoutrookVrij tenslotte verzet zich tegen de houtkachelterreur en ijvert voor het recht op frisse lucht, maar heeft geen juridische expertise. Het RIVM wekt hier dus verwachtingen die nooit kunnen worden ingelost.

Het RIVM suggereert dat burgers zich kunnen beroepen op onrechtmatige daad, art. 5:37 BW. (Wetboek dus en niet Rechtboek, zoals het RIVM schrijft).
Hoe kun je iemand beschuldigen van onrechtmatige daad, wanneer hij in principe niets onrechtmatigs doet? Een open haard of houtkachel (mits volgens de regels aangelegd en normaal gestookt) is immers toegestaan en je kunt als stoker niet voorkomen dat rook verwaait buiten je eigen perceel. Dat is inherent aan een houtkachel. Toch kan hierdoor overlast ontstaan, maar de kans dat een klager hier op grond van onrechtmatigheid in het gelijk gesteld wordt is miniem.
Onrechtmatige daad speelt zich af tussen een dader en benadeelde. Bij houtrookoverlast zit het probleem vaak in de cumulatie van houtrook door diverse ‘daders’. Die veroorzaken ieder voor zich misschien niet eens overdreven veel rookgassen (hoewel sommigen onoordeelkundig stoken), maar samen zorgen zij voor een overschrijding van de normen.
Er bestaat ook onrechtmatige daad door gedragingen in groepsverband, maar dit lijkt hier niet van toepassing. Het gaat dan meer om een georganiseerde manier van anderen schade toebrengen, zoals bv. voetbalsupporters soms doen. Meer van toepassing is art. 6:99 BW:
“Kan de schade een gevolg zijn van twee of meer gebeurtenissen voor elk waarvan een andere persoon aansprakelijk is, en staat vast dat de schade door ten minste één van deze gebeurtenissen is ontstaan, dan rust de verplichting om de schade te vergoeden op ieder van deze personen, tenzij hij bewijst dat deze niet het gevolg is van een gebeurtenis waarvoor hijzelf aansprakelijk is.”
Als op grond van dit artikel al zou kúnnen worden aangetoond dat – bij voorbeeld – vier houtstokers in een straat samen verantwoordelijk zijn voor een onacceptabele luchtverontreiniging, dan is dit zeker geen gelopen race en juridisch een onontgonnen gebied. Een dergelijke casus heeft zich in de jurisprudentie waarschijnlijk nog nooit voorgedaan en ook hier geeft het RIVM burgers dus vooral valse hoop.

7. Hij kan zelf dure metingen laten doen door professionele bureaus.

Of dat iets toevoegt is maar de vraag. In een zaak uit 2014 werd doodleuk aangevoerd dat “tot op heden geen algemeen aanvaarde inzichten bestaan over de beantwoording van de vraag of, en zo ja, onder welke omstandigheden en bij welke frequentie, rook afkomstig van gebruik van een houtkachel schade aan de mens toebrengt. De Wet milieubeheer, in het bijzonder bijlage 1 van die wet, die grenswaarden bevat voor fijn stof (PM10 en PM2.5), geeft evenmin uitsluitsel daarover.”

De stooktips

Naast de toolkit vinden we op bovengenoemde RIVM-website ook ‘stooktips’ om overlast te voorkomen of te verminderen. Deze zouden o.i. voorafgegaan moeten worden door het advies om bij voorkeur NIET op hout te stoken. Verder zou dit dé plek zijn om alternatieven voor verwarming d.m.v. hout aan te dragen, en alternatieven voor een sfeervol vlammenspel, b.v. met electriciteit of bio-ethanol.
Verder zijn de ‘stooktips’ op zich een zwaktebod: het opvolgen ervan door stokers is immers geheel op vrijwilligheid gebaseerd en bovendien oncontroleerbaar, terwijl het hier toch gaat om de uitstoot van schadelijke stoffen, waarbij de normadvieswaarden volgens het recente GGD-rapport blijkbaar regelmatig ruim worden overschreden: piekwaarden van fijnstof PM2.5 tot ruim 300 μg/m3 (!) zijn meer iets waarbij we denken aan Beijing tijdens een smogperiode (21 december 2015: alarmfase in Beijing met 391 μg/m3), of aan het afsteken van vuurwerk met oud en nieuw (zie illustratie hieronder).

Gehinderden zijn na het bezoeken van de RIVM-website op zichzelf aangewezen. Het lijkt of de overheid iets aan het probleem wil doen, maar wie goed leest ziet dat kosten, moeite en bewijslast op gedupeerden zelf worden afgeschoven, terwijl zij ondertussen geheel aan de goodwill van stokers overgeleverd blijven. Dat is een ongewenste situatie en het vermoeden rijst dan ook dat de overheid een dubbele agenda heeft. De overheid weet wel ongeveer hoeveel particuliere houtgestookte installaties er zijn en hoeveel kiloton hout die verstoken, maar die cijfers zijn alleen te vinden in CBS-rapporten over ‘hernieuwbare energie’. Hout stoken betekent in de ogen van de overheid nl. alleen ‘vermeden CO2-emissie’ en ‘vermeden verbruik van fossiele primaire energie’. Onze overheid vindt houtstoken duurzaam, want eventuele schadelijke uitstoot (van puntbronnen nota bene) wordt hierin niet betrokken.

M.i.v. 1 januari is er dan ook, conform de overheidsplannen, een subsidie voor pelletkachels ingesteld, om de 16% duurzame energie in 2023 te helpen behalen.
Er is binnen de EU een grote behoefte aan hoogrenderende houtkachels, omdat men op tal van plaatsen op hout als brandstof aangewezen is. In Nederland is dit niet het geval. Het stoken van houtkachels is hier een extra luxe. Een in 2015 verschenen WHO-rapport doet de aanbeveling houtstook in dichtbevolkte woonwijken te vermijden: géén houtstook waar andere mogelijkheden zijn, alleen de meest geavanceerde pelletkachels waar men op hout aangewezen is. Dat rapport legt de overheid naast zich neer, om over de rug van haar burgers de doelen van het Energieakkoord te halen.

Het siert het RIVM dat zij zich duidelijk uitspreekt over de gevaren van houtstook. De ‘tips’ die aangedragen worden zijn daarmee echter niet in verhouding. Het is alsof over een etterende wond uit onmacht maar een pleister wordt geplakt; dan valt het niet zo op.
Wij hopen dat de GGD’s, voor wie een deel van deze informatie is bedoeld, zich vanuit de medische milieukunde sterk zullen maken voor doeltreffender maatregelen, en zolang deze er niet zijn naar gedupeerde burgers toe geen verstoppertje zullen spelen.

Het recente GGD-rapport over houtstook concentreerde zich o.a. op de vraag of eenvoudige fijnstofmeters – zoals bv. de Dylos DC1700 – bruikbaar zijn om vast te stellen of er sprake is van onacceptabele situaties. Het antwoord daarop luidde voorzichtig ja. Op termijn zou volgens de GGD’s een meetsysteem kunnen worden ontwikkeld waar gemeenten houvast aan hebben. Daarvoor is echter aanvullend onderzoek nodig en dat kost geld. GGD’s zouden nu door moeten pakken en hiervoor in het belang van de volksgezondheid een beroep moeten doen op de overheid.
Het verdient ons inziens geen aanbeveling om de raadgevingen van het RIVM kritiekloos op GGD-websites over te nemen, zoals helaas hier en daar al is gebeurd, want slachtoffers van houtstook zijn hier niet mee geholpen.

Reactie van de stichting op het onderzoek van Milieu Centraal: Hout stoken: lust of last? (januari)

milieucentraalBron: persbericht Milieu Centraal

Bijna de helft van de Nederlandse bevolking vindt vuurtjes stinken. Eén op de tien Nederlanders ervaart zelfs grote overlast van anderen die binnenshuis stoken. Acht procent vindt dat hout stoken verboden zou moeten worden. Dat blijkt uit onderzoek van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal, uitgevoerd door Motivaction.

Ongeveer tien procent van de Nederlandse huishoudens heeft een houtkachel of open haard. Voor het milieu kunnen er in woonwijken beter geen bijkomen, stelt Milieu Centraal. Bij het stoken van hout komen namelijk stoffen, zoals fijnstof, vrij die nadelig zijn voor de gezondheid. Bijna dertig procent van de Nederlanders weet dat hout stoken schadelijk is voor de gezondheid. Via ramen, deuren of ventilatieroosters kan de rook andere huizen binnendringen. De mensen die grote overlast ervaren van vuurtjes van anderen, hebben vaak gezondheidsproblemen.

Het onderzoek is online uitgevoerd via het StemPunt-panel van Motivaction en representatief voor de Nederlandse bevolking van 18 tot 70 jaar. 700 Nederlanders hebben de vragenlijst geheel beantwoord. De periode van dataverzameling was 1 tot en met 5 juni 2015. Motivaction is lid van de MOA en maakt deel uit van de Research Keurmerkgroep. Tot zo ver een deel van het persbericht van Milieu Centraal.

Reactie
Als stichting zijn we blij met alle aandacht gerelateerd aan de problemen die worden veroorzaakt door het stoken van hout. Zeker als blijkt dat een landelijk blad als Metro dit onderzoek prominent plaatst. Toch zetten we onze kanttekeningen bij het onderzoek en het advies van Milieu Centraal. In de eerste plaats vinden we het vreemd dat dit onderzoek in juni is uitgevoerd. Heel bijzonder is bijvoorbeeld het volgende resultaat uit het onderzoek:

Aan de personen die in ieder geval in kleine mate overlast ervaren van een houtkachel of open haard, is gevraagd hoe vaak zij overlast ervaren van deze twee middelen. De resultaten laten zien dat deze personen in de lente en zomer vaker overlast ervaren dan in de herfst of winter. 22% van de personen die overlast ervaren geven aan in de lente of zomer in ieder geval wekelijks overlast te ervaren van een houtkachel of open haard. Voor de herfst en winter is dit percentage 18%.

Dit staat haaks op de ervaring van de stichting en van de sites houtrook.nl en houtrook.com. Wij zien en weten uit ervaring dat het merendeel van de problemen zich vooral afspelen in de periode september tot en met april. Dit wordt ook ondersteund door het onderzoek van CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) ‘Houtverbruik huishoudens WoON-onderzoek 2012‘. In dit rapport staat volgend (de zomerperiode wordt niet eens meegenomen!): Opvallend is dat veel huishoudens in de herfst en winter hun houtgestookte installatie elke dag gebruiken. Er lijken slechts weinig weekendstokers te zijn die hun installatie één of twee keer per week gebruiken.

Milieu Centraal adviseert dat voor het milieu er in woonwijken beter geen houtkachels of open haarden bijkomen. Zij neemt dus geen stelling tegen het aantal voorzieningen dat nu al gebruikt wordt. En dat is ook vreemd. Blijkbaar belast het stoken van hout en andere vaste stoffen in Nederland door particulieren het milieu op dit moment nog niet? Of bedoelt zij dat als we maar goed stoken (tips) het allemaal wel meevalt? Ook dat is een vreemde opstelling. Want bij het stoken van hout door particulieren komen veel ongezonde, volgens de overheid, ‘zeer zorgwekkende stoffen‘ vrij. Volgens www.emissieregistratie.nl is het verbanden van hout door particuliere bijvoorbeeld verantwoordelijk voor 86% van de Benzo(a)Pyreen, 87% Benzo(b)Fluorantheen en 87% Benzo(k)Fluorantheen.

zeer zorgwekkende stoffen

Als laatste vragen wij ons af waarom Milieu Centraal de ervaringen onderzoekt van de Nederlandse bevolking met het stoken van hout, hun houding ten aanzien van hout stoken en het huidige stookgedrag en de kennis hierover onder houtstokers in het bijzonder? Tijdens de platformbijeenkomst in oktober gaven de vertegenwoordigers van Milieu Centraal duidelijk te kennen dat voor hen enkel het milieu-aspect relevant is. En daar gaat dit onderzoek niet over.

 

 

Roken: lust of last? ((januari)

milieucentraal

In opdracht van Milieu Centraal heeft Motivaction een onderzoek uitgevoerd naar de ervaringen van de Nederlandse bevolking met roken, hun houding ten aanzien van roken, het huidige rookgedrag en de kennis hierover onder rokers in het bijzonder.

Nederlanders roken op diverse manieren: op kantoor, thuis, en op het balkon of in de tuin. Dit recreatieve roken brengt soms overlast met zich mee. Iedereen heeft wel eens van de rook van anderen kunnen meegenieten. Maar vaak wordt het nauwelijks als hinderlijk ervaren en soms zelfs als sfeervol. Echter, er zijn ook delen van de bevolking die bezwaar maken tegen de effecten van roken. 10% van de bevolking geeft aan last te hebben van de schadelijke effecten en van geur- en rookoverlast.

Kortom: Milieu Centraal ziet een groeiend maatschappelijk issue rond roken door particulieren en dat is reden voor Milieu Centraal om te willen weten in welke mate dit issue nu echt in Nederland leeft. Daarnaast wil Milieu Centraal graag weten in hoeverre men bekend is met de ‘rooktips’ die ervoor zorgen dat roken minder overlast veroorzaakt.

Over het algemeen ervaren Nederlanders weinig overlast van roken.

De meerderheid van de Nederlandse bevolking ervaart geen of in geringe mate overlast van roken. Slechts een tiende van de bevolking geeft aan in grote mate overlast te ervaren van roken. Dit deel van de Nederlandse bevolking ervaart vooral stankoverlast. Een kwart noemt ook lichte irritaties.

De meerderheid van de Nederlanders is positief over roken.

De meerderheid van de Nederlanders kent positieve kenmerken toe aan roken. Genoemd wordt dat roken gezellig is, lekker, en leuk om te doen. Slechts een vijfde van de Nederlandse bevolking vindt roken ongewenst. Bijna de helft van de Nederlanders vindt dat roken voor stank zorgt.

De meerderheid wil roken niet verbieden.

In eerste instantie geven Nederlanders aan dat de voorlichting over roken voldoende is en er geen strengere wetten of regels nodig zijn. Op de tweede plaats geeft men aan dat roken geheel vrijgelaten moet worden. Ruim een kwart van de Nederlanders geeft aan dat strengere wetten en regels wel nodig zijn en 8% vindt dat roken helemaal verboden moet worden. Rokers zijn in hoge mate bereid om maatregelen te nemen om overlast door roken te beperken. Zij doen dit vooral door sigaretten van kwalitatief hoogwaardige tabak te roken.

Geen behoefte aan informatie.

Circa één op de vijf Nederlanders rookt. Vooral voor de gezelligheid, en om zich behaaglijk te voelen. Een vierde van alle rokers ontvangt informatie over roken. Informatie wordt vooral verkregen van familie, vrienden of kennissen en van tabaksproducenten en sigarenwinkels. Rokers hebben niet veel behoefte aan informatie over roken, de meeste ‘rooktips’ zijn bekend en worden al door een meerderheid van de rokers toegepast.
————————————————————————————————————————————-

Tot zover Milieu Centraal. Vindt u dit een merkwaardig verhaaltje? Roken vrijlaten, roken gezellig? De schadelijke effecten van roken zijn toch allang bekend? Roken is toch allang aan banden gelegd, zodat niemand meer met anderen mee hoeft te roken? Is dit soms een krantenartikeltje uit de jaren ’60?

Nee, het enige wat hier is gebeurd, is het vervangen van ‘hout stoken’ door ‘roken’. Want wat is eigenlijk het verschil tussen hout stoken en meeroken? Houtrook bevat vergelijkbare giftige en kankerverwekkende stoffen als sigarettenrook en is vaak zelfs nog schadelijker. Als je ‘hout stoken’ vervangt door ‘roken’ dringt het pas tot je door wat een gevaarlijke, maar helaas nog niet achterhaalde boodschap hier uitgedragen wordt.

Het bovenstaande fragment is afkomstig uit een onlangs gepubliceerd ‘onderzoek’ in opdracht van Milieu Centraal naar de houding van de Nederlandse bevolking met betrekking tot hout stoken en wil het draagvlak voor strengere regels rond hout stoken aftasten.

Omdat het grootste deel van de Nederlandse bevolking niet op de hoogte is van de schadelijke effecten van houtrook op gezondheid en milieu of deze negeert, is die houding helemaal niet zo negatief. Hout stoken verbieden? Wat een flauwekul. Overlast van anderen? Een beetje rook, daar moet een mens toch tegen kunnen? Stoken is leuk!!

De meerderheid van de Nederlandse bevolking ervaart volgens dit onderzoekje weinig overlast van hout stoken. Dat heeft zeker iets te maken met het kennisniveau van de gemiddelde Nederlander over hout stoken. Ook al heb je geen ‘overlast’, houtrook is bewezen schadelijk. Wanneer de respondenten eerst waren voorgelicht over de gezondheidseffecten van fijnstof, en de kans op kanker en luchtwegaandoeningen, waren hun antwoorden wellicht anders geweest

Lees hier zelf het onderzoek.

Reactie Staatssecretaris Sharon Dijksma op rapport GGD (januari)

De staatssecretaris Sharon Dijksma geeft een uitgebreide reactie op het rapport ‘Overlast door houtrook’ van de GGD Noord Nederland op verzoek van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu.

De reactie eindigt met de volgende paragraaf:
Het schoner en gezonder maken van de lucht blijft een belangrijke doelstelling van mijn beleid. Na alle winst die reeds is bereikt door Europese emissie-eisen en de uitvoering van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is houtstook door particulieren een van de resterende bronnen van luchtverontreiniging. Via het Platform Houtstook en het programma Slimme en Gezonde Stad wordt ervaring opgedaan om de problematiek van zowel de overlast als de gezondheidsschade aan te pakken. In dat kader wordt ook bekeken of en op welke wijze verbeterde meetapparatuur een bijdrage kan leveren.

Lees het hele rapport hieronder. Bron: Tweede kamerstukken.


 

Geachte voorzitter,

 

Op verzoek van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu stuur ik u hierbij mijn reactie op het rapport “Overlast door houtrook; onderzoek naar het meten van fijn stof als hulpmiddel bij het beoordelen van klachten over houtstook” opgesteld door de GGD Groningen in samenwerking met GGD Drenthe en GGD Fryslân. De commissie heeft mij gevraagd of ik de conclusies van het rapport over houtrook onderschrijf, of ik nut en noodzaak onderschrijf van nader onderzoek naar methoden om de overlast door houtrook beter te beoordelen, en welke mogelijkheden er zijn om binnen de wet- en regelgeving rookoverlast beter te kunnen aanpakken.

 

GGD-rapport: beoordelingsmethode van overlast door houtrook

Het GGD-rapport bevat een literatuuroverzicht van gezondheidseffecten door houtstook en een onderzoek naar de bruikbaarheid van een fijnstofmeetapparaat (PM2,5) om klachten over houtrookoverlast inzichtelijk te maken.

 

Het literatuuroverzicht gaat in op de mogelijk schadelijke effecten van het stoken van hout op de gezondheid. Houtrook bevat veel verschillende stoffen die schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn. Deze kunnen zowel op korte termijn (ontstekingsreacties) als op lange termijn (toename van de kans op astma, COPD, longkanker, hart- en vaatziekten) gezondheidseffecten teweeg brengen. Daarnaast kan geurhinder leiden tot stress en daarmee ook schadelijk zijn voor de gezondheid.

 

Bij het onderzoek werd de bruikbaarheid getest van fijnstofmeetapparatuur om klachten over houtrookoverlast te kunnen beoordelen aan de hand van de ter plekke gemeten fijnstofniveaus. Gedurende een week werden in tien woningen metingen verricht. In het onderzoek werd geen relatie gevonden tussen de overlastklachten en de hoogte van de gemeten fijnstofniveaus. Verder meldt het GGD-rapport dat de gemeten fijnstofniveaus bij acht van de tien onderzochte woningen regelmatig de dag-advieswaarde van de WHO overschreden. De onderzoekers geven hierbij aan dat de door het gebruikte apparaat gemeten waarden wat hoger kunnen liggen dan de werkelijke concentraties. Zij concluderen dat in de gekozen opzet de onderzochte meetapparatuur niet zonder meer bruikbaar is om te bepalen of een situatie waarover klachten bestaan wel of niet acceptabel is.

 

Het literatuuroverzicht bevestigt de bestaande inzichten over de mogelijke schadelijke effecten van houtstook op de gezondheid. Ik onderschrijf dan ook de conclusies van het rapport over dit verband en beschouw dit als ondersteuning van het door mij ingezette beleid.

 

Het onderzoek van de meetapparatuur was uitsluitend gericht op overlast en niet op gezondheidsklachten. De onderzoekers toetsen gemeten waarden echter wel aan de WHO-advieswaarde. Op mijn verzoek heeft het RIVM het onderzoeksrapport bekeken. Het RIVM geeft aan dat voor het toetsen aan de WHO-advieswaarde de gebruikte low-cost sensoren vrijwel zeker niet aan de gangbare onzekerheidscriteria voldoen. Ik deel dan ook de mening van het RIVM dat de meetresultaten met de nodige voorzichtigheid bekeken moeten worden, en dat een toetsing ten opzichte van de WHO-advieswaarde feitelijk niet opportuun is. Verder wijst het RIVM erop dat deze toestellen eigenlijk bedoeld zijn voor metingen van de binnenlucht, en dat deeltjes onder een bepaalde grootte niet meer waargenomen worden.

 

Aanpak van overlast door houtrook

De uitstoot van schadelijke stoffen kan sterk verschillen tussen soort kachel of open haard, de wijze van stoken en de gebruikte brandstoffen. De mate waarin gezondheidseffecten zich voordoen, hangt onder andere af van de samenstelling van de rook en de mate, frequentie en duur van de blootstelling. Hierdoor kunnen plaatselijk grote verschillen bestaan waardoor een lokale aanpak het meest voor de hand ligt. Gemeenten kunnen gebruik maken van een aantal bevoegdheden binnen de bestaande wet- en regelgeving. Het Bouwbesluit stelt eisen aan rookkanalen en bevat een verbod op het verspreiden van hinderlijke of schadelijke rook, roet en stank. Via een algemene plaatselijke verordening kan de gemeente ertoe besluiten het stoken van hout te reguleren. Daarnaast kan ook buurtbemiddeling tussen de stoker en de gehinderde bijdragen aan een oplossing voor de ervaren rookoverlast.

 

Dat neemt niet weg dat ik ook een belangrijke rol voor het Rijk zie. Voor de kortere termijn zijn al enkele acties ingezet. In opdracht van het ministerie is inmiddels een toolkit “Houtstook door particulieren, hoe voorkom je overlast” ontwikkeld. Deze bevat niet alleen stookadviezen maar ook stappenplannen voor de stoker, de gehinderde burger, de gemeente en de GGD hoe om te gaan met een situatie van rookoverlast. De overlast door houtrook kan namelijk worden beperkt door het gebruik van de juiste brandstoffen, het toepassen van de juiste, op volledige verbranding gerichte, stooktechniek en door rekening te houden met ongunstige weersomstandigheden.

 

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft het initiatief genomen om te komen tot de oprichting van het Platform Houtstook. Het RIVM coördineert dit Platform. De opdracht aan het Platform is het vergroten en verspreiden van kennis over hoe de overlast en mogelijke gezondheidsschade van het stoken van hout door particulieren kan worden verminderd en voorkomen. In het Platform worden verschillende partijen afkomstig uit het veld van onderzoek, maatschappelijke organisaties, ondernemers en overheid vertegenwoordigd, waarmee een breed gedragen aanpak van de houtrookoverlast nagestreefd wordt. Het Platform zal dan ook worden betrokken bij de uitvoering van de motie Cegerek c.s., waarin de regering wordt verzocht de problemen en mogelijke oplossingen voor de gezondheidsklachten als gevolg van houtstook in kaart te brengen.

 

De aanpak van houtrookoverlast is een aandachtspunt binnen het programma Slimme en Gezonde Stad. Als pilot wordt voor de gemeente Nijmegen een houtstook-app ontwikkeld die stokers informeert in hoeverre onder actuele weersomstandigheden het stoken van hout in hun omgeving tot overlast kan leiden. Ook zal onderzoek worden gedaan naar de bruikbaarheid van overlastreducerende technieken.

 

Daarnaast neemt het ministerie het initiatief om samen met partijen in het Platform Houtstook te komen tot een (digitale) folder: een filmpje waarmee de belangrijkste feiten over de gezondheidsrisico’s van houtstook uiteen worden gezet en ook tips worden gegeven om de overlast van houtstook zoveel mogelijk te beperken. Verder zal samen met de partners bezien worden welke mogelijkheden er zijn om kopers van kachels en haarden te adviseren over de aanschaf van schone kachels en over de juiste manieren van stoken. Met de houtkachelbranche zal het ministerie van Infrastructuur en Milieu bovendien de mogelijkheid verkennen om tot een Green Deal te komen.

 

Ten slotte zal in 2022 de Europese Eco-design-richtlijn van kracht worden, waarin de producteisen voor houtkachels aanzienlijk zullen worden aangescherpt. Hierin is een typekeuring voor houtkachels geregeld die in overeenstemming is met de thans in Duitsland geldende strengere normen.

 

Het schoner en gezonder maken van de lucht blijft een belangrijke doelstelling van mijn beleid. Na alle winst die reeds is bereikt door Europese emissie-eisen en de uitvoering van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is houtstook door particulieren een van de resterende bronnen van luchtverontreiniging. Via het Platform Houtstook en het programma Slimme en Gezonde Stad wordt ervaring opgedaan om de problematiek van zowel de overlast als de gezondheidsschade aan te pakken. In dat kader wordt ook bekeken of en op welke wijze verbeterde meetapparatuur een bijdrage kan leveren.

 

 

Hoogachtend,

 

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,
Sharon A.M. Dijksma

 

 

 

 

Overlast door houtrook bij TROS Radar door 1,8 miljoen mensen bekeken (januari)

Tros-Radar-1De uitzending van radar van 4 januari jongstleden met onder andere als onderwerp de problemen met houtrook is door 1,8 miljoen mensen bekeken. Bekijk het deel over houtstoken.

Naast interviews met de directeur van het longfonds, een inhalatie toxicoloog van het RIVM en Yasemin Cegerek, kamerlid PvdA wordt openhartig gesprokenen de familie Van de Meijs. Zij geven goed weer met welk groot probleem we in Nederland hebben te maken.

Omroep Max besteed aandacht aan het stoken van hout.

Omroep Max heeft in haar programma aandacht besteed aan de effecten op milieu en gezondheid door het stoken van hout. Wetenschapsjournalist Max Oving is hier erg duidelijk over. Helaas heeft de mannelijke presentator een pelletkachel. Hoewel dit type kachels in principe schoner stoken dan de gewone houtkachel zorgt de pelletkachel in de praktijk ook voor veel overlast en stoot veel meer schadelijke stoffen uit dan een gasgestookte cv.

Bij NUON gaat duurzaamheid in rook op!

energieleverancier-nuonNUON is verbaasd over de lage notering die het energiebedrijf krijgt in de jaarlijkse Stroomranking (ranglijst) van consumenten- en milieuorganisaties. Nuon komt daarin met een 3,8 als een van de slechtsten uit de bus.
‘Wij zijn een de van grootste en groenste energieproducenten!’, zegt Martijn Hagens, lid van de Raad van Bestuur van Nuon.

Is dat zo, meneer Hagens?
In een nieuwe reclamecampagne promoot NUON ledverlichting voor in de tuin; een loffelijk streven op weg naar een groenere toekomst.
Maar om die nieuwe ledverlichting ‘aan de buren te laten zien’, stelt NUON helaas voor een winterbarbecue of buurtvuur te organiseren: ‘Steek de vuurkorf aan en laat iedereen wat lekkers meenemen. Kunnen ze gelijk zien hoe veel energie je bespaart!’ Je maakt bovendien kans om een vuurkorf te winnen. En de promotieactie gaat gepaard met een aantal filmpjes en foto’s over houtstoken in de vuurkorf, het maken van een ‘rookton’ en wokken op de vuurkorf.

In tal van interviews geeft Hagens aan dat de overgang naar duurzame energie versneld moet worden: ‘De milieuorganisaties en wij zijn het erover eens dat die omslag op dit moment niet hard genoeg gaat.’
Martijn Hagens is vastberaden om mensen op een positieve manier te doordringen van de noodzaak de aarde duurzamer te maken.

Daar lijkt het niet op, meneer Hagens. Houtstoken in dichtbevolkte woonwijken, in wat voor vorm dan ook, is niet milieuvriendelijk en niet duurzaam. Bij het verbranden van hout komen fijnstof en tal van andere schadelijke stoffen vrij. Dat is ongezond, voor kinderen, ouderen, mensen met longaandoeningen, maar ook voor gezonde mensen. En het stinkt. Als in een Nederlandse woonwijk iemand een rookton gebruikt of wokt op de vuurkorf voor zijn eigen ‘tuinplezier’ kunnen vele anderen dat tuinplezier vergeten en hun ramen en deuren gesloten houden.
Dat doet de voordelen van een paar ledlampjes grondig teniet.

Wat deze reclamecampagne doet, is sluw aansluiten bij de modetrend dat alles tegenwoordig gepaard moet gaan met vuur. Beetje jammer dat juist een energiebedrijf deze keuze maakt, terwijl tal van organisaties zich steeds kritischer opstellen ten opzichte van houtverbranding, zoals Milieu Centraal, de GGD’s en het Longfonds.

Martijn Hagens gelooft ook dat biomassabijstook energiecentrales 100% CO2-neutraal kan maken. Ach, wat kun je van zo iemand verwachten?

Bent u het ook oneens met deze actie van NUON?
Stap over naar een andere energieleverancier, het is zo gepiept. Van de grote energiebedrijven in Nederland is Eneco de meest groene stroomleverancier. NUON en Essent scoren beiden een dikke onvoldoende op duurzaamheid. Dit blijkt uit een onderzoek van de Consumentenbond, Greenpeace, Hivos en Natuur & Milieu.